日蘭辭典+

32 resultaten voor ‘regelen’
日蘭辭典 (trefwoord)
seiton整頓
zn. regeling v. ¶ 整頓する regelen; in orde maken; ordenen. ¶ 整頓した ordelijk net.
atoshimatsuosuru後始末をする
t.w. in orde brengen; regelen; opruimen;
atsukau扱ふ
(扱う) t.w. (1) [處理] behandelen; regelen. (2) [待遇] behandelen. (3) [調停] bemiddeling verleenen.
sochi措置
zn. maatregelen m.mv.; regeling v.; stappen m.mv. ¶ 措置を取る maatregelen nemen; stappen doen; regeling treffen.
shori處理
(処理) zn. behandeling v. ¶ 處理する behandelen; afdoen; regelen.
chōsei調整
zn. regeling v. ¶ 調整する regelen. ¶ 調整器 regulateur.
chōsetu調節
regularisatie v.; regeling v. ¶ 調節する regelen; in overeenstemming brengen; aanpassen. ¶ 調節力 aanpassingsvermogen; accomodatievermogen. ¶ 米價を調節する de rijstprijzen regelen.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <regelen>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
済ませる sumaseru (1) afmaken; afwerken; afdoen; afronden; ten einde brengen; beëindigen; een einde maken aan; korte metten maken met; (2) betalen; voldoen; vereffenen; delgen; aflossen; afbetalen; restitueren; amortiseren; aanzuiveren; (3) zich behelpen; het moeten doen; het kunnen stellen; toekunnen; het kunnen rooien; zich redden; rondkomen met; (4) afhandelen; afwikkelen; afdoen; regelen; in orde brengen; maken; voor elkaar brengen; oplossen; zijn beslag geven; [安く~] er goedkoop afkomen
都合する tsugousuru voor elkaar brengen; regelen; ervoor zorgen; arrangeren; [inform.] fiksen; [m.b.t. geld] bijeenbrengen; [i.h.b.] voorschieten; helpen aan
付ける tsukeru (1) bevestigen aan; aanbrengen; aanleggen; vasthechten; vastmaken; [役馬を] spannen voor; aanhechten; hechten; [翻訳を] toevoegen; [×印を] aankruisen; [印を] afdrukken; [器具を] installeren; monteren aan; aanleggen; [接着剤で] plakken; [バター; クリーム; ジャムを] smeren; [しみを] maken; aanmaken op; (2) [傷; 跡を] achterlaten; nalaten; (3) zich eigen maken; aanleren; zich verwerven; [習慣を] zich aanwennen; [力を] opdoen; (4) [乳母を] engageren; aannemen; in de arm nemen; (5) [注意; 目を] vestigen op; [犯人; 車を] schaduwen; volgen; (6) [条件を] opleggen; [疑問符; コメント; 注文を] plaatsen; zetten; [名; 味を] geven; [実; 利子を] dragen; [点を] toekennen; (7) [料理を] opdienen; serveren; [仕事に片を] regelen; afdoen; afhandelen; zijn beslag geven; voor elkaar brengen; (8) [正札を] hechten; [値を] voorzien van; stellen op; (9) opschrijven; opnemen; noteren; aantekenen; boeken; [日記を] bijhouden; houden; (10) 10. [手を] beginnen met; aanvangen; [連絡を] opnemen; [火を] aanleggen; in brand steken
結末をつける ketsumatsuwotsukeru afmaken; een eind maken aan; z'n beslag geven; afsluiten; besluiten; beëindigen; ten einde brengen; tot een eind brengen; settelen; afhandelen; regelen; afdoen; [Belg.N.] gedaan maken met
宥める nadameru (1) niet aanrekenen; vergoelijken; door de vingers zien; vergeven; (2) sussen; tot bedaren brengen; kalmeren; geruststellen; apaiseren; paaien; stillen; gunstig stemmen; (3) bemiddelen; tussenbeide komen; verzoenen; (4) regelen; schikken
首尾する shubisuru afhandelen; regelen
処する shosuru [人生に] zich door het leven slaan; zich door de wereld helpen; z'n draai vinden; zich schikken; inspelen; zich inpassen; ; (1) afhandelen; beslechten; afdoen; in orde maken; klaren; schikken; regelen; aanpakken; (2) straffen; bestraffen; tuchtigen; kastijden; (3) veroordelen; vonnissen; opleggen
処理する shorisuru (1) afhandelen; afdoen; afwikkelen; uitmaken; regelen; opknappen; (2) wegdoen; zich ontdoen van; verwerken; wegwerken; (3) behandelen
始末する shimatsusuru (1) beheren; behandelen; afhandelen; in behandeling nemen; in orde brengen; verwerken; afdoen; regelen; voor z'n rekening nemen; behartigen; (2) zich ontdoen van; wegdoen; uit de weg ruimen; wegwerken; weggooien; (3) zuinig zijn met; sparen op; zuinig omgaan met; zuinig zijn met
整理する seirisuru (1) ordenen; regelen; (rang)schikken; in orde brengen; maken; orde scheppen; brengen in; inrichten; reguleren; redderen; beredderen; arrangeren; klaren; [fig.] op een rijtje zetten; organiseren; [i.h.b.] classificeren; [journal.] persklaar maken; [journal.] redigeren; (2) stroomlijnen; efficiënter maken; orde op zaken stellen (binnen); in het reine brengen; opruimen; opknappen; aan kant maken; opredderen; schoon schip maken (met); grote schoonmaak houden; saneren; [i.h.b.] herstructureren; [i.h.b.] reorganiseren; (3) wegwerken; wegdoen; afhandelen; disponeren; beschikken; van de hand doen; zich ontdoen van; [m.b.t. boedel] liquideren; [m.b.t. schulden] afdoen; [m.b.t. schulden] vereffenen; [m.b.t. schulden] consolideren; [euf., m.b.t. personeel] afslanken; [euf., m.b.t. personeel] laten afvloeien; [fig.] besnoeien; [fig.] inkrimpen
取り扱う toriatsukau (1) behandelen; aanpakken; doen in; verwerken; in behandeling nemen; afhandelen; regelen; uitvoeren; (2) bejegenen; behandelen; tegemoet treden; omgaan met; omspringen met; [w.g.] rondspringen met; (3) bedienen; hanteren
調える totonoeru (1) fiksen; arrangeren; organiseren; regelen; beleggen; (2) klaarzetten; gereedzetten; beschikbaar stellen
整える totonoeru (1) in orde brengen; fatsoeneren; ordenen; fiksen; arrangeren; opmaken; gereedmaken; een goede vorm geven aan; opknappen; opkalefateren; [gew.] berechten; (2) voorbereiden; klaarmaken; bereiden; gereedmaken; voorzien; regelen; [資金を] werven
斉える totonoeru ordenen; op orde stellen; zorgen dat het ordelijk verloopt; in orde brengen; regelen; opmaken; organiseren
統制する touseisuru controleren; beheersen; regelen; onder controle houden
纏める matomeru (1) samenvatten; bundelen; samenbrengen; vergaren; verzamelen; samenbundelen; bijeenzamelen; verenen; tot één maken; bijeenbrengen; samenvoegen; [i.h.b.] compileren; (2) rangschikken; ordenen; vormgeven; (3) afdoen; afhandelen; settelen; regelen; beslechten; bewerken; afconcluderen; voleindigen; ten einde brengen; uitmaken; [i.h.b.] bijleggen; bemiddelen; tot een vergelijk brengen; tot stand brengen; afsluiten; afronden; afwerken
調節する chousetsusuru regelen; afstellen; reguleren; bijstellen; adjusteren; instellen; [een machine enz.] stellen; justeren; [i.c.m. ラジオを] afstemmen; [i.c.m. 声を] moduleren
調整する chouseisuru regelen; afstellen; reguleren; bijstellen; adjusteren; harmoniseren; coördineren; [不和を] bijleggen; verzoenen; [価格を] corrigeren; afstemmen; afpassen
調 chou -stijl; -manier; -wijze; -register; ; (1) [ritsuryō] chō [= belasting in natura; bestaande uit handwerk; lokale producten e.d.]; (2) [muz.] toonaard; toonsoort; tonaliteit; (3) [gagaku] klanksoort; (4) [sugoroku] doublet [= gelijke ogen voor iedere steen]; ; (1) a. evenwicht; proportie; afstemmen; (2) b. tempo; stemming; (3) c. timbre; register; (4) d. [muz.] toonaard; (5) e. onderzoeken; (6) f. maken; bereiden; regelen; (7) g. [ritsuryō] chō-belasting
捌く sabaku (1) goed uiteenhouden; niet verwarren; in het gareel houden; (2) kundig behandelen; in; op orde brengen; handig aanpakken; klaarspelen; regelen; afhandelen; oplossen; settelen; (3) uitleggen; uiteenzetten; uit de doeken doen; (4) van de hand doen; zetten; verkopen; (5) [髪; 裾を] losmaken; (6) [cul.] [鴨; 魚を] in plakken; stukken snijden; voorsnijden; trancheren; scheiden; (7) zich opvallend gedragen; (8) [shōgi] [駒を] oordeelkundig verzetten; hanteren; [honkb.] [球を] fielden; (9) [遊女が] iem. als klant afwijzen; weigeren
定める sadameru (1) beslissen; vastleggen; [日を] prikken; bepalen; vaststellen; [veroud.] decideren; [目標を] stellen; [狙いを] aanleggen; (2) [法を] instellen; [法が] voorzien; regelen; bepalen; vaststellen; stipuleren; voorschrijven; (3) [身を] zich vestigen; zich settelen; een geregeld leven gaan leiden; (4) [天下を] tot vrede brengen; vrede doen hebben; pacificeren; [veroud.] bevredigen; [乱を] neerslaan; bedaren
用意する youisuru voorbereiden; maatregelen nemen; voorzieningen; voorbereidingen treffen; toebereidselen maken; zich klaarmaken; zich prepareren; voorzorgen nemen; regelen
治める osameru (1) regeren; heersen over; een land besturen; de scepter zwaaien; de scepter voeren; (2) tot rust brengen; tot vrede brengen; pacificeren; (3) regelen; in orde brengen; in orde maken; organiseren; behandelen; afhandelen; afdoen; voor elkaar krijgen; (4) bedwingen; beteugelen; onderdrukken; betomen; intomen
片付ける katazukeru (1) in orde brengen; opruimen; (2) wegzetten; afruimen; terugzetten; (terug) goed zetten; (3) [問題を] oplossen; [借金を] afbetalen; afdoen; afhandelen; in orde brengen; regelen; beëindigen; afmaken; [金で] afkopen
アレンジする arenjisuru (1) ordenen; schikken; opstellen; samenstellen; arrangeren; (2) regelen; voorbereiden; organiseren; klaarmaken; arrangeren; (3) [muz.; theat.] arrangeren; bewerken
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.65 sec. jiten.nl: 7 treffers, warandict: 25 treffers (zoekopdracht: 'regelen', strategie: exact). 
2005-2019