日蘭辭典+

35 resultaten voor ‘resultaat’
日蘭辭典 (trefwoord)
yama
zn. (1) [山] berg m.; heuvel m. (2) [鑛山] mijn v. (3) [堆積] hoop m.; stapel m. (4) [投機] speculatie v. (5) [絶點] hoogtepunt o. (6) [終局] resultaat o. ¶ 山の多い bergachtig. ¶ 帽子の山 bol van hoed. ¶ 山をやる speculeeren. ¶ 山で買ふ op speculatie koopen.
yūkō有効
zn. uitwerking v.; nuttig effect o.; waarde v. ¶ 有効になる uitwerking hebben; resultaat hebben. ¶ 有効な nuttig; effectief; van waarde; geldig; bruikbaar. ¶ 有効なる契約 geldig contract. ¶ 有効期間 geldigheidsduur.
kekkyoku結局
zn. eind v.; uitslag m.; resultaat o.; uitkomst v.; bw. ten slotte; ten laatste; eindelijk. ¶ 結局どうなりました en wat was het resultaat?; en hoe liep het af?
igai意外
bw. buiten verwachting; boven verwachting; onverwachts; toevallig. ¶ 意外onverwachtsch; onverwacht; toevallig; onvermoed; onverhoopt. ¶ 意外の事 verrassing. ¶ 意外愉快 onverhoopt genoegen. ¶ 意外結果 onverwacht resultaat; onvoorzien gevolg.
kanji感じ
zn. (1) [感覺] gewaarwording v.; gevoel o. (2) [印象] indruk m. (3) [效驗] resultaat o.; effect o. (4) [感應] invloed m. ¶ 感じがなくなる gevoelloos worden. ¶ 感じを與へる een goeden indruk maken. ¶ 好い感じを持って居る welwillende gevoelens koesteren.
hate

(果て) zn. (1) [結果] gevolg o.; resultaat o. (2) [運命] lot o. (3) [限界] grens v.; einde o. ¶ 議論の果 het resultaat van de discussie. ¶ 世界の果 het eind van de wereld. ¶ 果は ten slotte; per slot van rekening. ¶ 果から果まで van het eene eind tot het andere. ¶ 擧句の果に en het ergste van alles was......

SUPPLEMENT (trefwoord)
succes

(znw, het)

seikoo 成功 (algemeen gebruikt); shusse 出世 (succes in levensloop of carrière); jooshubi 上首尾 (goed resultaat); ooatari 大当たり (doel treffen, scoren); kookekka 好結果 (goed resultaat); hitto ヒット (hit in muziek, sport).

¶ Het experiment was een succes. Jikken wa seikoo datta. 実験成功だった。(TTP)
¶ Ik wens je succes. Go-seikoo wo inorimasu.成功を祈ります。(TTP)
¶ Het was een groot succes. Daiseikoo datta.成功だった。(TTP)
¶ Satoo behaalde succes op eigen kracht, niet geholpen door zijn goede afkomst. Satou-san wa iegara de naku jitsuryoku de shusse shimashita. 佐籐さんは家柄でなく実力出世しました。(TTP)
¶ Ik heb het project met succes afgerond Chooryaku, jooshubi ni owarimashita 調略、上首尾に終わりました (Twitter)
¶ Een onverwacht succes Sooteigai no kookekka 想定外の好結果 (twitter)
¶ Het is een verrassend succes, nietwaar? Bikkuri no kookekka da naa びっくりの好結果だなぁ (twitter)
¶ Een succesnummber van Inna dat ook in Japan een zekere mate van erkenning geniet. Nihon de mo ninchido no aru Inna no hitto kyoku. 日本でも認知度のあるInnaのヒット。(Twitter)

In seikoo is de /ei/ niet die van “beide,” maar de /ee/ in “geef”.

[Dit lemma gebruikt oo-spelling.]

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <resultaat>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
どん詰まりdonzumari (1) doodlopende straat; dood punt; impasse; deadlock; patstelling; (2) einde; slot; eindfase; eindstadium; eindresultaat; besluit; (3) uitkomst; afloop; resultaat; uitslag
リターンritaan (1) [tennis] return; terugslag; terugspeelbal; (2) [comp.] return; (3) opbrengst; winst; rendement; resultaat; (4) terugkeer; terugkomst; teruggave; terugzending
上がりagari (1) stijging; verhoging; klim; (2) afwerking; uitvoering; voltooiing; [sportt.] finish; (3) inkomen; opbrengst; winst; rendement; resultaat; (4) [cul.] groene thee; (5) [魚の] dood; (6) [蚕の] het spinnen; (7) onderbreking; stop; (8) het ophouden van …; toestand na afloop van …; (9) ex-; voormalig …; gewezen …; (10) het gerecht is klaar!
不毛のfumouno (1) steriel; onvruchtbaar; geen vruchten dragend; schraal; dor; mager; (2) [fig.] steriel; niets; weinig resultaat opleverend; arm aan voortbrengselen; onproductief; improductief; [fig.] vruchteloos; vergeefs; zonder (veel) succes; effect; resultaat
効力kouryoku (1) effect; effectiviteit; uitwerking; resultaat; nuttig effect; (2) geldigheid; validiteit; waarde; het in voege zijn; kracht; het van kracht zijn; het van kracht worden; inwerkingtreding
効果kouka (1) effect; werking; uitwerking; (2) efficiëntie; doelmatigheid; doeltreffendheid; (3) resultaat; vrucht; opbrengst; nuttig effect; gevolg; (4) [judo] koka
kai zin; nut; waarde; voordeel; resultaat; succes
勝敗shyouhai (1) overwinning of nederlaag; zege of nederlaag; winst of verlies; (2) uitkomst; resultaat; afloop; uitslag; score
始末shimatsu (1) afhandeling; regeling; behandeling; afdoening; opruiming; afwikkeling; (2) het wegdoen; het wegruimen; verwijdering; (3) toedracht; verloop; omstandigheden; bijzonderheden; [gew.] toegang; (4) ontknoping; afloop; uitkomst; resultaat; (5) zuinigheid; spaarzaamheid; economie
徒にadani tevergeefs; vergeefs; voor niets; zonder succes; resultaat; vruchteloos; ijdellijk
成否seihi welslagen of mislukking; succes of echec; resultaat; uitkomst; uitslag; afloop
成果seika resultaat; uitslag; uitkomst; gevolg; opbrengst; vrucht
成績seiseki resultaat; prestatie; uitslag; [als beoordeling van schoolwerk] (rapport)cijfer; punt; [m.b.t. wedstrijd] score; [sportt.; meton.] palmares; [i.h.b.] verdienste
所為sei (1) gevolg; consequentie; resultaat; uitvloeisel; voortvloeisel; effect; (2) schuld; verantwoordelijkheid (voor iets slechts); (3) door; wegens; vanwege; tengevolge van; te wijten aan; toe te schrijven aan; toe te kennen aan; veroorzaakt door; doordat; [arch.] doordien [in de constructie no sei de のせいで]
挙句ageku (1) [Jap.lit.] twee slotregels van een kettinggedicht in zeven + zeven syllaben; (2) einde; slot; uitkomst; resultaat; (3) uiteindelijk; finaal; ten slotte; finaliter; in laatste instantie
挙句の果てagekunohate (1) einde; slot; uitkomst; resultaat; (2) uiteindelijk; finaal; ten slotte; finaliter; in laatste instantie
ka (1) gevolg; consequentie; resultaat; effect; vergelding; [boeddh.] phala; (2) verlichting; inzicht; (3) vrucht; fruit; (4) [maatwoord voor fruitsoorten]
産物sanbutsu (1) product; voortbrengsel; opbrengst; (2) resultaat; vrucht
甲斐kai (1) zin; nut; waarde; voordeel; resultaat; succes; (2) [Jap.gesch.] de provincie Kai; (3) de stad Kai
結実ketsujitsu (1) vruchtvorming; vruchtzetting; (2) vervulling; verwezenlijking; realisatie; (3) vrucht; resultaat
結局kekkyoku uitkomst; afloop; eind; slot; resultaat; uitslag; tenslotte; ten laatste; uiteindelijk; ten lange leste; eindelijk; op het laatst; in laatste instantie
結果kekka (1) resultaat; uitslag; uitkomst; positieve uitkomst; opbrengst; vrucht; (2) gevolg; uitvloeisel; consequentie; resultaat; (3) werking; uitwerking; effect; resultaat; (4) einde; slot; afloop; ontknoping
結論ketsuron (1) conclusie; gevolgtrekking; slotsom; bevinding; (2) gevolg; resultaat
至りitari (1) climax; hoogtepunt; toppunt; uiterste; (2) uitkomst; gevolg; resultaat; (3) aandacht; bezorgdheid; (4) eersteklas-; top-; (5) kritiek
規模kibo (1) omvang; schaal; grootte; formaat; afmeting; proportie; maat; dimensie; (2) model; maatstaf; (3) eer; lof; (4) effect; resultaat; (5) vergoeding; compensatie; (6) grond; bewijs
kai zin; nut; waarde; voordeel; resultaat; succes
非生産的hiseisanteki onproductief; improductief; niet; weinig vruchtbaar; zonder (veel) succes; effect; resultaat; niets; weinig opleverend; [fig.] onvruchtbaar; vruchteloos; geen vrucht dragend; [m.b.t. kapitaal] dood
首尾shyubi (1) begin en einde; aanhef en slot; (2) ontwikkeling; gang; verloop; [i.h.b.] uitkomst; resultaat; (3) gelegenheid; (4) [Jap. letterk.] zestien-; twaalfdelig kettingvers
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.58 sec. jiten.nl: 7 treffers, warandict: 28 treffers (zoekopdracht: 'resultaat', strategie: exact). 
2005-2021