日蘭辭典+

30 resultaten voor ‘rijk’
日蘭辭典 (trefwoord)
kanemochi金持
(金持ち) zn. rijkaard m. ¶ 金持の rijk.
zai
zn. rijkdom m.; goederen o.mv. ¶ 財を積む rijk worden.
demoでも
bw. zelfs; vw. en toch; evenwel; zelfs indien; zoowel......als; hoezeer ook. ¶ 子供でも分かる zelfs een kind begrijpt dat. ¶ でも僕に話して呉れゝば宜しかったのに en toch wou ik dat je het me verteld had. 馬鹿でもなく利口でもない hij is noch dom noch knap. ¶ 人はいくら金持ちでも hoe rijk men ook zij.
futoru太る
i.w. (1) [肥る] dik worden. (2) [成長する] flink groeien. (3) [豐になる] rijk worden. ¶ 肥った dik. ¶ あの家の身代は近來大分太った die familie is in den laatsten tijd zeer vermogend geworden.
kokka國家
(国家) zn. staat m.; rijk o.; natie v. ¶ 國家經濟 staathuishoudkunde; politieke economie. ¶ 國家系論策 staatkunde; staatsmanswijsheid. ¶ 國家の爲に死ぬ voor het vaderland sterven. ¶ 國家nationaal; staats-. ¶ 國家の事業 staatsbedrijven; gouvernementsbedrijven. ¶ 國家主義 nationalisme.
fuchin浮沈
zn. wisselvalligheid v.; rad van fortuin; grootheid en val. ¶ 浮沈する leven leiden vol wisselvalligheid; nu eens rijk dan eens arm zijn.
bōkoku亡國

(亡国) zn. vervallen rijk o.; ondergang van het rijk; nationaal verval o; nationale ondergang m.

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <rijk>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
天下 tenka (1) wereld; ondermaanse; (2) hele; ganse land; geheel het land; rijk; (3) bewind; regering; heerschappij
天下の tenkano (1) van de wereld; ter wereld; (2) van hele; ganse land; van geheel het land; rijk; (3) wereldberoemd; wereldvermaard; overbekend; welbekend; algemeen bekend
帝国 teikoku keizerrijk; rijk; imperium; [w.g.] keizerdom
温い nukui (1) [meteo.] warm; mild; zacht; (2) suf; dwaas; dom; (3) rijk; bemiddeld; gegoed
ステート suteeto (1) staat; natie; rijk; (2) deelstaat; (3) toestand; staat; (4) stand; rang
kuni (1) land; territorium; (2) rijk; keizerrijk; koninkrijk; republiek; (3) staat; natie; overheid; (4) staatsburgerschap; nationaliteit; (5) provincie; gewest; (6) vaderland; moederland; heimat; land van oorsprong
邦家 houka land; staat; rijk
濃い koi (1) (van een kleur) donker; (van een kleur) niet licht; (van een kleur); (2) diep; (3) (van koffie; thee; etc.) sterk; (van koffie; thee; etc.) scherp; (4) prikkelend; (5) (van soep) dik; (van soep) rijk; (6) (van mist) dicht; (7) (van baard) zwaar; (van baard) dichtbegroeid; (8) (van een relatie; vriendschap; etc.) intiem; (van een relatie; (9) vriendschap; etc.) vertrouwelijk; (van een relatie; vriendschap; etc.); (10) persoonlijk; (van een relatie; vriendschap; etc.) innig; (van een; (11) relatie; vriendschap; etc.) nauw; (van een relatie; vriendschap; etc.); (12) nabij
こくのある kokunoaru [~酒] vol; rijk; gecorseerd; krachtig; lijvig; pittig; rond op de tong; [~料理] stevig; flink
koku (1) land; rijk; natie; staat; (2) provincie; gewest; (3) geboorteplaats; geboortedorp; plaats waar iemand geboren is; plaats waar iemand geboren en getogen is
国家 kokka staat; rijk; natie; land
豪華 gouka weelderig; luxueus; overvloedig; overdadig; rijk; prachtig; prachtlievend; luisterrijk; glansrijk; ; weelde; luxe; rijkdom; overdaad; prachtlievendheid; pracht; luister; glans; praal
世界 sekai (1) wereld; (2) wereld(je); kringen; rijk; domein; scene; (3) [boeddh.] wereld
リッチ ritchi Ricci; Rich; ; rijk; welgesteld; bemiddeld
鎖国 sakoku [Jap.gesch.] nationaal isolement; afsluiting van het land; rijk; weigering van een staat om contact met andere landen te onderhouden
富裕 fuyuu rijk; vermogend; kapitaalkrachtig; opulent; welgesteld; vermogend; gefortuneerd; bemiddeld; gegoed; [Belg.N.] begoed; goed bij kas; in goeden doen; ; (1) rijkdom; overvloed; weelde; opulentie; (2) Fùyù
金持ちの kanemochino rijk; vermogend; welvoorzien; welgesteld; bemiddeld; gefortuneerd; gegoed; welvarend; opulent; in bonis; welstandig; [Belg.N.] welstellend; [Belg.N.] begoed
kai (1) a. scheiding; afbakening; grens; (2) b. ruimte; sfeer; groep; gemeenschap; ; (1) omsloten ruimte; gebied; terrein; veld; domein; zone; sector; rijk; (2) vereniging; gezelschap; gemeenschap; kring; wereld; (3) grens; scheiding; (4) [boeddh.] dhātu; (5) liniëring; lijn [op papier]; (6) hulplijn; hulpstreep; (7) [biol.] Rijk; regnum; (8) [geol.] groep [lithostratigrafische eenheid]
藹々 aiai (1) dichtbegroeid; (2) overvloedig; rijk; vruchtbaar; (3) kalm; rustig; mild; zacht
豊か yutaka (1) rijk; welgesteld; (2) overvloedig; abondant; bij de vleet; (3) ruim; onbekrompen; (4) -rijk; vervuld van
豊かな yutakana (1) rijk; welgesteld; (2) overvloedig; abondant; (3) ruim; onbekrompen
裕福な yuufukuna rijk; vermogend; welvoorzien; bemiddeld; welgesteld; welstandig; gezeten; gegoed; [Belg.N.] begoed; [Belg.N.] welstellend
裕福 yuufuku rijk; vermogend; welvoorzien; bemiddeld; welgesteld; welstandig; gezeten; gegoed; in bonis; à son aise; [Belg.N.] begoed; [Belg.N.] welstellend; ; overvloed; rijkdom; weelde; welvaart
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.37 sec. jiten.nl: 7 treffers, warandict: 23 treffers (zoekopdracht: 'rijk', strategie: exact). 
2005-2019