日蘭辭典+

30 resultaten voor ‘rust’
日蘭辭典 (trefwoord)
yasumi休み
zn. rust v.; vacantie v.; vrijaf o.; (中休み) pauze v.; rustpoos v. ¶ 休なき rusteloos; zonder ophouden. ¶ 休場所 rustplaats.
kyūsoku休息
zn. rust v. ¶ 休息する rust nemen.
kyūyō休養
zn. rust v.; recreatie v.; ontspanning v. ¶ 休養する rust nemen; uitrusten; op zijn verhaal komen; zich herstellen. ¶ 休養recreatiezaal; ontspannings-lokaal.
annei安寧
zn. vrede m.; rust v.
an-on安穩
(安穏) zn. vrede m.; rust v. ¶ 安穩な vredig; rustig.
ansei安靜
(安静) zn. rust v.
ansoku安息
zn. rust v. ¶ 安息日 sabbat; rustdag; dag des Heeren. ¶ 安息日を破る den sabbat schenden.
chihei治平
zn. vrede en rust.
kanjaku閑寂
zn. stilte v.; rust v.
kyūkei休憩
zn. rust v.; rustpoos v.; pauze v. ¶ 休憩する pauseeren; korte rust nemen; zitting voor korten tijd opheffen (會議の).
SUPPLEMENT (trefwoord)
antai安泰
(znw, na-adj) vrede; veiligheid; rust. ¶ 安泰である antai de aru veilig zijn. ¶ 安泰を図る antai wo hakaru vrede en veiligheid bewerkstelligen. ¶ 豊臣秀吉から日ノ本のは西方は隆景に東方は家康に任せれば安泰と評された。 Toyotomi Hideyoshi kara Hi no moto no kuni wa seihō wa Takakage ni tōhō Ieyasu ni makasereba antai to hyōsareta. Het oordeel van Toyotomi Hideyoshi was dat het land van de rijzende zon veilig zou zijn wanneer hij het westen aan Takakage en het oosten aan Ieyasu toevertrouwde. (BCWK)
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <rust>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
寛ぎ kutsurogi ontspanning; verpozing; rust
区切れ kugire cesuur; rustpunt; rust; pauze; [lit.t.] snede; snee; verssnede; [w.g.] zinsnijding
保養 hoyou (1) bevordering van de gezondheid; herstel; aansterking; reconvalescentie; convalescentie; (2) ontspanning; recreatie; rust
平穏 heion (1) vrede; rust; vredigheid; vreedzaamheid; (2) openbare orde; ; kalm; rustig; vredig; vreedzaam; sereen
平和 heiwa (1) vredig; rustig; (2) vreedzaam; vredelievend; irenisch; ; (1) vrede; (openbare) rust; openbare orde; (2) vrede; pais en vree; [Lat.] pax
平気 heiki (1) kalm; rustig; beheerst; gelaten; gelijkmoedig; onbewogen; ijzig; onaangedaan; ongeroerd; onberoerd; onverstoorbaar; (2) onverschillig; ongevoelig; indifferent; niet onder de indruk van ~; er geen invloed van ondervinden; zich niet aantrekken; ~ doet iemand niets; ~ laat iemand koud; ; (1) kalmte; onverstoorbaarheid; gelijkmoedigheid; rust; (2) onverschilligheid; gelatenheid; indifferentie
平安 heian (1) vrede; rust; kalmte; vredigheid; tranquilliteit; [veroud., lit.t.] pais; [veroud., lit.t.] peis; (2) Heian; ; vredig; rustig; kalm; sereen; placide; [gew.] tranquil
静粛 seishuku rustig; kalm; stil; ordelijk; ; rust; kalmte; stilte; orde
静養 seiyou (1) rust; pauze; ontspanning; (2) [geneesk.] herstel; revalidatie; reconvalescentie; convalescentie; recuperatie
休止符 kyuushifu (1) rustpunt; rust; pauze; (2) [muz.] rustteken; rust
休息 kyuusoku rust; halte
休養 kyuuyou (1) rust; recreatie; kalmte; (2) herstel; recreatie; (3) technische werkloosheid
休み yasumi (1) rust; pauze; onderbreking; verpozing; verzetje; stop [bv. een stop maken]; halt [houden]; rustpauze; rustpoos; rustperiode; schaft; schoft; [i.h.b.] schofttijd; [m.b.t. akker] rustbraak; break; respijt; (2) vakantie; schoolvakantie; reces; vrijaf; vrij; vakantiedag; vrije dag; dag vrij; rustdag; vrije tijd; rusttijd; verlof; verloftijd; (3) afwezigheid; absentie; (4) nachtrust; bedrust; slaap; (5) slaap van zijderupsen; voorafgaande aan hun vervelling; (6) eufemisme voor "ziekte"; gebezigd door Ise-priesteressen
冷静 reisei koelbloedig; koel; kalm; bedaard; beheerst; rustig; bezadigd; onaangedaan; sereen; onverstoorbaar; flegmatisch; flegmatiek; gelijkmatig; gelijkmoedig; ; kalmte; koelbloedigheid; bedaardheid; zelfbeheersing; rust; onverstoorbaarheid; tegenwoordigheid van geest; bezadigdheid; flegma; contenantie; contenance
無事 buji (1) veilig en wel; gezond en wel; fris en gezond; buiten gevaar; onbeschadigd; behouden; ongewond; zonder kleerscheuren; zonder een schrammetje; heel; heelhuids; gaaf en ongeschonden; intact; ongekrenkt; onverlet; ongedeerd; ongehavend; in goede orde; (2) zonder incidenten; zonder voorvallen; zonder ongelukken; kalm; rustig; vredig; bedaard; weinig bewogen; onbewogen; rimpelloos; probleemloos; ; (1) veiligheid; welzijn; welvaren; integriteit; gaafheid; ongeschondenheid; heelheid; (2) afwezigheid van incidenten; kalmte; rust; vrede
穏やか odayaka (1) rustig; bedaard; kalm; het hoofd koel houdend; (2) stil; geruisloos; roerloos; (3) mild; zacht; zachtaardig; welwillend; weldadig; gematigd; niet agressief; verzoeningsgezind; (4) vredig; vredevol; harmonieus; evenwichtig; ; (1) rust; bedaardheid; kalmte; geneigdheid het hoofd koel te houden; (2) stilte; geruisloosheid; roerloosheid; (3) mildheid; zachtheid; zachtaardigheid; welwillendheid; weldadigheid; gematigd karakter; niet agressief karakter; verzoeningsgezindheid; (4) vredigheid; vrede; harmonie; evenwicht
一息 hitoiki (1) ademhaling; ademtocht; adem; respiratie; [inform.] blaas; (2) adempauze; pauze; rustpauze; rust; break; (3) kleine inspanning; moeite; [w.g.] effort
遊び asobi (1) spel; (2) hobby; recreatie; tijdverdrijf; passe-temps; ontspanning; (3) vermaak; vertier; amusement; plezier; fun; lol; entertainment; (4) boemel; boemelarij; braspartij; uitspattingen; (5) bezoekje; uitstapje; trip; tochtje; uitje; excursie; (6) [hand.] rust; inactiviteit; slapte; (7) speling; speelruimte; (8) [lit.] toeschouwershouding; onpartijdigheid; afstandelijkheid; (9) [drukw.] schutblad; dekblad; respectblad; (10) 10. animatrice; animeermeisje; hostess; (11) 11. [shintoïsme] liturgisch zangspel; dansspel
安静 ansei rust; bedrust
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.37 sec. jiten.nl: 11 treffers, warandict: 19 treffers (zoekopdracht: 'rust', strategie: exact). 
2005-2019