日蘭辭典+

47 resultaten voor ‘rust’
日蘭辭典 (trefwoord)
yasumi休み
zn. rust v.; vacantie v.; vrijaf o.; (中休み) pauze v.; rustpoos v. ¶ 休なき rusteloos; zonder ophouden. ¶ 休場所 rustplaats.
kyūsoku休息
zn. rust v. ¶ 休息する rust nemen.
kyūyō休養
zn. rust v.; recreatie v.; ontspanning v. ¶ 休養する rust nemen; uitrusten; op zijn verhaal komen; zich herstellen. ¶ 休養recreatiezaal; ontspannings-lokaal.
annei安寧
zn. vrede m.; rust v.
an-on安穩
(安穏) zn. vrede m.; rust v. ¶ 安穩な vredig; rustig.
ansei安靜
(安静) zn. rust v.
ansoku安息
zn. rust v. ¶ 安息日 sabbat; rustdag; dag des Heeren. ¶ 安息日を破る den sabbat schenden.
chihei治平
zn. vrede en rust.
kanjaku閑寂
zn. stilte v.; rust v.
kyūkei休憩
zn. rust v.; rustpoos v.; pauze v. ¶ 休憩する pauseeren; korte rust nemen; zitting voor korten tijd opheffen (會議の).
SUPPLEMENT (trefwoord)
antai安泰
(znw, na-adj) vrede; veiligheid; rust. ¶ 安泰である antai de aru veilig zijn. ¶ 安泰を図る antai wo hakaru vrede en veiligheid bewerkstelligen. ¶ 豊臣秀吉から日ノ本のは西方は隆景に東方は家康に任せれば安泰と評された。 Toyotomi Hideyoshi kara Hi no moto no kuni wa seihō wa Takakage ni tōhō Ieyasu ni makasereba antai to hyōsareta. Het oordeel van Toyotomi Hideyoshi was dat het land van de rijzende zon veilig zou zijn wanneer hij het westen aan Takakage en het oosten aan Ieyasu toevertrouwde. (BCWK)
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <rust>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
一息hitoiki (1) ademhaling; ademtocht; adem; respiratie; [inform.] blaas; (2) adempauze; pauze; rustpauze; rust; break; (3) kleine inspanning; moeite; [w.g.] effort
休みyasumi (1) rust; pauze; onderbreking; verpozing; verzetje; stop [bv. een stop maken]; halt [houden]; rustpauze; rustpoos; rustperiode; schaft; schoft; [i.h.b.] schofttijd; [m.b.t. akker] rustbraak; break; respijt; (2) vakantie; schoolvakantie; reces; vrijaf; vrij; vakantiedag; vrije dag; dag vrij; rustdag; vrije tijd; rusttijd; verlof; verloftijd; (3) afwezigheid; absentie; (4) nachtrust; bedrust; slaap; (5) slaap van zijderupsen; voorafgaande aan hun vervelling; (6) eufemisme voor "ziekte"; gebezigd door Ise-priesteressen
休息kyuusoku rust; halte
休止kyuushi rust; pauze; stilstand; halt; stopzetting; onderbreking; staking; schorsing; opschorting; inactiviteit
休止符kyuushifu (1) rustpunt; rust; pauze; (2) [muz.] rustteken; rust
休養kyuuyou (1) rust; recreatie; kalmte; (2) herstel; recreatie; (3) technische werkloosheid
保養hoyou (1) bevordering van de gezondheid; herstel; aansterking; reconvalescentie; convalescentie; (2) ontspanning; recreatie; rust
冷静reisei (1) kalmte; koelbloedigheid; bedaardheid; zelfbeheersing; rust; onverstoorbaarheid; tegenwoordigheid van geest; bezadigdheid; flegma; contenantie; contenance; aplomb; (2) koelbloedig; koel; kalm; bedaard; beheerst; rustig; bezadigd; onaangedaan; onberoerd; sereen; onverstoorbaar; flegmatisch; flegmatiek; gelijkmatig; gelijkmoedig
区切れkugire cesuur; rustpunt; rust; pauze; [lit.t.] snede; snee; verssnede; [w.g.] zinsnijding
太平taihei (1) vrede; rust; (2) holle woorden; frasen; zinloos; onzinnig gepraat; onzin; (3) Tàipíng
安寧annei rust; openbare orde
安息ansoku (1) rust; rustpauze; sabbat; (2) Parthië
安穏annon (1) vrede; rust; kalmte; (2) vredig; rustig; kalm
安静ansei rust; bedrust
寛ぎkutsurogi ontspanning; verpozing; rust
平和heiwa (1) vrede; (openbare) rust; openbare orde; (2) vrede; pais en vree; [Lat.] pax; (3) vredig; rustig; (4) vreedzaam; vredelievend; irenisch
平安heian (1) vrede; rust; kalmte; vredigheid; tranquilliteit; [veroud.; lit.t.] pais; [veroud.; lit.t.] peis; (2) Heian; (3) vredig; rustig; kalm; sereen; placide; [gew.] tranquil
平気heiki (1) kalmte; onverstoorbaarheid; gelijkmoedigheid; rust; (2) onverschilligheid; gelatenheid; indifferentie; (3) kalm; rustig; beheerst; gelaten; gelijkmoedig; onbewogen; ijzig; onaangedaan; ongeroerd; onberoerd; onverstoorbaar; (4) onverschillig; ongevoelig; indifferent; niet onder de indruk van ~; er geen invloed van ondervinden; zich niet aantrekken; ~ doet iemand niets; ~ laat iemand koud
平穏heion (1) vrede; rust; vredigheid; vreedzaamheid; (2) openbare orde; (3) kalm; rustig; vredig; vreedzaam; sereen
平静heisei kalmte; rust; sereniteit; bedaardheid; [veroud.] tranquilliteit; [i.h.b.] gelijkmoedigheid
hei (1) effenheid; vlakheid; gelijkheid; het effen-zijn; het vlak-zijn; (2) kalmte; gelijkmatigheid; rust; evenwicht; (a) vlak; effen; plat; horizontaal; (b) rustig; kalm; gematigd; (c) gewoon; alledaags; (d) onpartijdig; fair; (e) pacificeren; tot rust brengen; (f) gemakkelijk; eenvoudig; (g) [wisk.] kwadraat; tweede macht; (h) [Jap.gesch.] de Taira; [letterk.] Heike monogatari
息抜きikinuki (1) pauze; adempauze; rust; onderbreking; ontspanning; (2) ventilatieopening; ventilatiegat; ontluchter
憩いikoi rust; ontspanning; verpozing; pauze
支点shiten draaipunt; steunpunt; steun; rust
沈静chinsei (1) stilte; stilheid; (2) rust; kalmte; tranquilliteit; (3) [hand.] stilstand; stagnatie; slapte; slapheid; (4) stil; (5) rustig; kalm; (6) [hand.] slap; flauw; gedrukt; mat; stagnant
無事buji (1) veiligheid; welzijn; welvaren; integriteit; gaafheid; ongeschondenheid; heelheid; (2) afwezigheid van incidenten; kalmte; rust; vrede; (3) veilig en wel; gezond en wel; fris en gezond; buiten gevaar; onbeschadigd; behouden; ongewond; zonder kleerscheuren; zonder een schrammetje; heel; heelhuids; gaaf en ongeschonden; intact; ongekrenkt; onverlet; ongedeerd; ongehavend; in goede orde; (4) zonder incidenten; zonder voorvallen; zonder ongelukken; kalm; rustig; vredig; bedaard; weinig bewogen; onbewogen; rimpelloos; probleemloos
眠りnemuri slaap; rust
穏やかodayaka (1) rust; bedaardheid; kalmte; geneigdheid het hoofd koel te houden; (2) stilte; geruisloosheid; roerloosheid; (3) mildheid; zachtheid; zachtaardigheid; welwillendheid; weldadigheid; gematigd karakter; niet agressief karakter; verzoeningsgezindheid; (4) vredigheid; vrede; harmonie; evenwicht; (5) rustig; bedaard; kalm; het hoofd koel houdend; (6) stil; geruisloos; roerloos; (7) mild; zacht; zachtaardig; welwillend; weldadig; gematigd; niet agressief; verzoeningsgezind; (8) vredig; vredevol; harmonieus; evenwichtig
穏やかさodayakasa (1) rust; bedaardheid; kalmte; geneigdheid het hoofd koel te houden; (2) stilte; geruisloosheid; roerloosheid; (3) mildheid; zachtheid; zachtaardigheid; welwillendheid; weldadigheid; gematigd karakter; niet agressief karakter; verzoeningsgezindheid; (4) vredigheid; vrede; harmonie; evenwicht
落ち着きochitsuki (1) kalmte; bedaardheid; rust; evenwichtigheid; tegenwoordigheid van geest; gelijkmoedigheid; aplomb; (2) stabiliteit; harmonie; evenwicht
遊びasobi (1) spel; (2) hobby; recreatie; tijdverdrijf; passe-temps; ontspanning; (3) vermaak; vertier; amusement; plezier; fun; lol; entertainment; (4) boemel; boemelarij; braspartij; uitspattingen; (5) bezoekje; uitstapje; trip; tochtje; uitje; excursie; (6) [hand.] rust; inactiviteit; slapte; (7) speling; speelruimte; (8) [lit.] toeschouwershouding; onpartijdigheid; afstandelijkheid; (9) [drukw.] schutblad; dekblad; respectblad; (10) animatrice; animeermeisje; hostess; (11) [shintoïsme] liturgisch zangspel; dansspel
静けさshizukesa (1) stilte; stilheid; het stil zijn; stilzwijgen; stilzwijgendheid; (2) rust; vrede; kalmte; bedaardheid; rustigheid; gerustheid; tranquilliteit; vredigheid; sereniteit
静止seishi stilstand; rust
静粛seishyuku (1) rust; kalmte; stilte; orde; (2) rustig; kalm; stil; ordelijk
静養seiyou (1) rust; pauze; ontspanning; (2) [geneesk.] herstel; revalidatie; reconvalescentie; convalescentie; recuperatie
sei (1) rust; roerloosheid; onbeweeglijkheid; (a) rustig zijn; tot rust komen; (b) stil zijn; (c) kalmeren; tot rust brengen
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.87 sec. jiten.nl: 11 treffers, warandict: 36 treffers (zoekopdracht: 'rust', strategie: exact). 
2005-2020