日蘭辭典+

64 resultaten voor ‘rustig’
日蘭辭典 (trefwoord)
ankyo suru安居する
anmin安眠
zn. diepe slaap m.; rustige slaap m. ¶ 安眠する rustig slapen; goed slapen. (俗) lekker slapen.
an-on安穩
(安穏) zn. vrede m.; rust v. ¶ 安穩な vredig; rustig.
anshin安心
zn. gemoedsrust v.; vertrouwen o. ¶ 安心の出來ぬ人物 iemand, met wien men zich niet op zijn gemak gevoelt. ¶ 安心な rustig. ¶ 安心さす geruststellen. ¶ 安心する gerust zijn; vol vertrouwen zijn. ¶ ほっと安心する een zucht van verlichting slaken. ¶ これで大きに安心到しました dit is mij een pak van het hart.
anzen安全
zn. veiligheid v.; zekerheid v. ¶ 保護預り safe deposit. ¶ 安全瓣 veiligheidsklep. ¶ 安全止 pal. ¶ 安全ピン veiligheidsspeld. ¶ 安全率 veiligheidscoëfficient; marge. ¶ 安全倉庫 brandkluis. ¶ 安全器 (電氣) loodzekering. ¶ 安全な veilig. ¶ 安全に veilig; rustig.
yasui安い
bn. (1) [安意] vredig; rustig. (2) [安價] goedkoop; laag in prijs. ¶ 安く買ふ voordelig koopen. ¶ 安く見る niet naar waarde schatten. ¶ も少し安くしておけ laat nog wat van den prijs vallen. ¶ 安からぬ心地 ongerustheid.
shizuka na靜な
(静かな) bn. rustig; stil; kalm; zacht.
shizuka ni靜に
(静かに、静に) bw. rustig; stil; kalm; zacht; zachtjes. ¶ 靜にする kalmeeren. ¶ 靜にしろ stilte! wees stil! ¶ まあ靜に houd je kalm. ¶ 心靜に考へて見給へ denk er eens kalm over na.
taizen泰然
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <rustig>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
長閑な nodokana (1) kalm; vredig; rustig; stil; sereen; (2) mild; zacht; zoel
長閑 nodoka (1) kalm; vredig; rustig; stil; sereen; (2) mild; zacht; zoel
平穏 heion (1) vrede; rust; vredigheid; vreedzaamheid; (2) openbare orde; ; kalm; rustig; vredig; vreedzaam; sereen
平然とした heizentoshita kalm; rustig; beheerst; onbewogen; bedaard; onberoerd; onaangedaan; [Belg.N.] onverstoord
平和的な heiwatekina vreedzaam; vredig; vredelievend; rustig; minnelijk; minlijk; harmonisch
平然たる heizentaru kalm; rustig; beheerst; onbewogen; bedaard; onberoerd; onaangedaan; [Belg.N.] onverstoord
平和 heiwa (1) vredig; rustig; (2) vreedzaam; vredelievend; irenisch; ; (1) vrede; (openbare) rust; openbare orde; (2) vrede; pais en vree; [Lat.] pax
平気 heiki (1) kalm; rustig; beheerst; gelaten; gelijkmoedig; onbewogen; ijzig; onaangedaan; ongeroerd; onberoerd; onverstoorbaar; (2) onverschillig; ongevoelig; indifferent; niet onder de indruk van ~; er geen invloed van ondervinden; zich niet aantrekken; ~ doet iemand niets; ~ laat iemand koud; ; (1) kalmte; onverstoorbaarheid; gelijkmoedigheid; rust; (2) onverschilligheid; gelatenheid; indifferentie
平和的 heiwateki vreedzaam; vredig; vredelievend; rustig; minnelijk; minlijk; harmonisch
平然 heizen kalm; rustig; beheerst; onbewogen; bedaard; zichzelf meester; onberoerd; onaangedaan; [Belg.N.] onverstoord
平然と heizento kalm; rustig; beheerst; onbewogen; bedaard; zichzelf meester; onberoerd; onaangedaan; [Belg.N.] onverstoord; met onverstoorbare kalmte; met een uitgestreken gezicht; zonder te verblikken of verblozen
平和的に heiwatekini vreedzaam; in vrede; vredig; in rust en vrede; rustig; harmonisch; minnelijk; minlijk; in der minne
平気な heikina (1) kalm; rustig; beheerst; gelaten; gelijkmoedig; onbewogen; ijzig; onaangedaan; ongeroerd; onberoerd; onverstoorbaar; (2) onverschillig; ongevoelig; indifferent
平和に heiwani vreedzaam; in vrede; vredig; in rust en vrede; rustig; harmonisch; minnelijk; minlijk; in der minne
平安 heian (1) vrede; rust; kalmte; vredigheid; tranquilliteit; [veroud., lit.t.] pais; [veroud., lit.t.] peis; (2) Heian; ; vredig; rustig; kalm; sereen; placide; [gew.] tranquil
平然として heizentoshite kalm; rustig; beheerst; onbewogen; bedaard; zichzelf meester; onberoerd; onaangedaan; [Belg.N.] onverstoord; met onverstoorbare kalmte; met een uitgestreken gezicht; zonder te verblikken of verblozen
和やか nagoyaka vredig; harmonisch; rustig; vreedzaam; aangenaam; mild; aimabel; sympathiek; lief
淑やか shitoyaka rustig; bedaard; ingetogen; stemmig; modest; zedig; bevallig; elegant; waardig
淑やかな shitoyakana rustig; bedaard; ingetogen; stemmig; modest; zedig; bevallig; elegant; waardig
淑やかに shitoyakani rustig; bedaard; ingetogen; stemmig; modest; zedig; bevallig; elegant; waardig
地味な jimina (1) sober; eenvoudig; ongekunsteld; niet opzichtig; onopvallend; pretentieloos; ingetogen; [~色] zacht; rustig; stemmig; gedekt; (2) onopvallend; bescheiden; discreet; gereserveerd; terughoudend; teruggetrokken; niet opdringerig
地味 jimi (1) sober; eenvoudig; ongekunsteld; niet opzichtig; onopvallend; pretentieloos; ingetogen; [m.b.t. kleuren] zacht; [m.b.t. kleuren] rustig; [m.b.t. kleuren] stemmig; [m.b.t. kleuren] gedekt; (2) onopvallend; bescheiden; discreet; gereserveerd; terughoudend; teruggetrokken; niet opdringerig
しんみりした shinmirishita (1) rustig; zacht; stil; (2) intiem; vertrouwelijk; persoonlijk; innig; confidentieel; (3) [~話] ontroerend; aandoenlijk
静かな shizukana (1) rustig; kalm; stil; bedaard; gerust; placide; vredig; vreedzaam; sereen; [pred.] koest; [inform.] gedeisd; [m.b.t. regen] mild; (2) stil; zacht; rustig; geluidloos
静か shizuka (1) rustig; kalm; stil; bedaard; gerust; placide; vredig; vreedzaam; sereen; [pred.] koest; [inform.] gedeisd; [m.b.t. regen] mild; [muz.] quieto; [muz.] tranquillo; [muz.] tranquillamente; (2) stil; zacht; rustig; geluidloos
静粛 seishuku rustig; kalm; stil; ordelijk; ; rust; kalmte; stilte; orde
平ら taira (1) effen; vlak; gelijk; glad; plat; egaal; waterpas; geheel horizontaal; zonder oneffenheden; (2) in een gemakkelijke houding; comfortabel; (3) kalm; rustig; bedaard; beheerst; evenwichtig; stabiel; gelijkmatig
泰然 taizen kalm; rustig; bedaard; bezadigd; onbewogen; beheerst; onverstoord; onaangedaan
平らな tairana (1) effen; vlak; gelijk; glad; plat; egaal; waterpas; geheel horizontaal; (2) comfortabel; (3) kalm; rustig; bedaard; beheerst; evenwichtig; stabiel; gelijkmatig
円い marui (1) rond; circulair; [~顔; 月] vol; (2) sferisch; bolrond; bol; (3) minzaam; aardig; rustig; kalm
遅々 chichi (1) [仕事が] traag; langzaam; loom; sloom; log; [gew.] lijzig; (2) [春の日が] kalm; luilekker; rustig; mild; ; laat; verlaat; tardief; vertraagd; opgehouden; met vertraging; oponthoud; achterblijvend; talmachtig; treuzelig
安らかな yasurakana (1) vredig; rustig; vreedzaam; (2) ontspannen; gerust
安い; 廉い yasui (1) goedkoop; voordelig; schappelijk; laaggeprijsd; redelijk (geprijsd); billijk; profijtig; zacht [prijsje]; laag [b.v. interest]; bon-marché; [inform.] gepikt; (2) onbekommerd; onbezorgd; zonder zorgen; op zijn gemak; zorgeloos; [m.b.t. gemoed] luchtig; (3) kalm; rustig; [m.b.t. verloop] onbewogen; bedaard; (4) nederig; eenvoudig; onaanzienlijk; gering; ondergeschikt; minder(waardig); laag(geboren); inferieur; min [denken over iemand]; (5) grof; gemeen; plat; laag; laag-bij-de-gronds; vulgair; goedkoop; ordinair; onbehoorlijk; obsceen; onbeschaafd; [m.b.t. taal] ongekuist; beneden alle peil; laaghartig; smerig; vuig; platvloers; schunnig; vunzig
安らかに yasurakani (1) vredig; rustig; vreedzaam; in vrede; (2) ontspannen; gerust; op z'n gemak
安らか yasuraka (1) vredig; rustig; vreedzaam; (2) ontspannen; gerust
優しい; 恥しい yasashii (1) zacht; [m.b.t. stem] rustig; teder; mild; braaf; suave; zoet [als een lammetje]; (2) gracieus; bevallig; elegant; sierlijk; (3) vriendelijk; aardig; lief; liefdevol; minzaam; lieflijk; zachtaardig; goedaardig; goed; -vriendelijk [b.v. klantvriendelijk]; (4) attent; zorgzaam; begaan met; medelevend met; oplettend; bezorgd; voorkomend; gedienstig; (5) zich klein voelen; zich nietig voelen; zich schamen; zich generen; beschaamd zijn; zich opgelaten voelen; zich niet op zijn gemak voelen; in verlegenheid gebracht zijn [meestal 恥しい gespeld]; (6) nederig; teruggehouden; ootmoedig; modest; deemoedig; braaf [meestal 恥しい gespeld]
冷静な reiseina koelbloedig; koel; kalm; bedaard; beheerst; rustig; bezadigd; onaangedaan; sereen; onverstoorbaar; flegmatisch; flegmatiek; gelijkmatig; gelijkmoedig
冷静 reisei koelbloedig; koel; kalm; bedaard; beheerst; rustig; bezadigd; onaangedaan; sereen; onverstoorbaar; flegmatisch; flegmatiek; gelijkmatig; gelijkmoedig; ; kalmte; koelbloedigheid; bedaardheid; zelfbeheersing; rust; onverstoorbaarheid; tegenwoordigheid van geest; bezadigdheid; flegma; contenantie; contenance
無事 buji (1) veilig en wel; gezond en wel; fris en gezond; buiten gevaar; onbeschadigd; behouden; ongewond; zonder kleerscheuren; zonder een schrammetje; heel; heelhuids; gaaf en ongeschonden; intact; ongekrenkt; onverlet; ongedeerd; ongehavend; in goede orde; (2) zonder incidenten; zonder voorvallen; zonder ongelukken; kalm; rustig; vredig; bedaard; weinig bewogen; onbewogen; rimpelloos; probleemloos; ; (1) veiligheid; welzijn; welvaren; integriteit; gaafheid; ongeschondenheid; heelheid; (2) afwezigheid van incidenten; kalmte; rust; vrede
無事な bujina (1) veilig; beveiligd; buiten gevaar; (2) vredig; kalm; bedaard; rustig; rimpelloos; onbewogen
落ち着いた ochitsuita kalm; rustig; bedaard; beheerst; bezadigd; onbewogen; flink
穏やか odayaka (1) rustig; bedaard; kalm; het hoofd koel houdend; (2) stil; geruisloos; roerloos; (3) mild; zacht; zachtaardig; welwillend; weldadig; gematigd; niet agressief; verzoeningsgezind; (4) vredig; vredevol; harmonieus; evenwichtig; ; (1) rust; bedaardheid; kalmte; geneigdheid het hoofd koel te houden; (2) stilte; geruisloosheid; roerloosheid; (3) mildheid; zachtheid; zachtaardigheid; welwillendheid; weldadigheid; gematigd karakter; niet agressief karakter; verzoeningsgezindheid; (4) vredigheid; vrede; harmonie; evenwicht
穏やかな odayakana (1) rustig; bedaard; kalm; het hoofd koel houdend; (2) stil; geruisloos; roerloos; (3) mild; zacht; zachtaardig; welwillend; weldadig; gematigd; niet agressief; verzoeningsgezind; (4) vredig; vredevol; harmonieus; evenwichtig
穏便 onbin (1) minnelijk; vreedzaam; rustig; sereen; (2) besloten; vertrouwelijk
大人しい otonashii (1) zacht; (2) rustig; bedaard; kalm; stil; (3) gehoorzaam; volgzaam; gedwee; gewillig; zoet; gezeglijk; meegaand; inschikkelijk; (4) [m.b.t. dieren] tam; getemd; mak; niet wild; (5) zoet; braaf; goed; niet stout; (6) bescheiden; nederig; ingetogen
晏如 anjo kalm; rustig
藹々 aiai (1) dichtbegroeid; (2) overvloedig; rijk; vruchtbaar; (3) kalm; rustig; mild; zacht
アダルト adaruto (1) pornografisch; porno-; erotisch; seks-; (2) volwassen; matuur; rijp; adult; [~なムード] rustig; kalm
緩やか yuruyaka (1) los; vrij; ongehinderd; ontspannen; soepel; (2) inschikkelijk; mild; coulant; gematigd; grootmoedig; edelmoedig; toegeeflijk; toegevend; inschikkelijk; goedig; lankmoedig; laks; indulgent; tolerant; verdraagzaam; (3) kalm; geleidelijk; rustig; matig; zacht; (4) loszittend; ruim; wijd
緩やかな yuruyakana (1) los; vrij; ongehinderd; ontspannen; soepel; (2) inschikkelijk; mild; coulant; gematigd; grootmoedig; edelmoedig; toegeeflijk; toegevend; inschikkelijk; goedig; lankmoedig; laks; indulgent; tolerant; verdraagzaam; (3) kalm; geleidelijk; rustig; matig; zacht; (4) loszittend; ruim; wijd
yuta rustig; kalm; ontspannen
悠々 yuuyuu (1) onmetelijk; uitgestrekt; ruim; (2) rustig; kalm; bedaard; ontspannen; er de tijd voor nemend; (3) ruim; ruimschoots; comfortabel
円満 enman rustig; vreedzaam; evenwichtig; vlot; harmonieus; aardig; vriendelijk; vriendschappelijk; amicaal; minzaam; welwillend; verzoenend; minnelijk; suave; bevredigend; probleemloos; aanvaardbaar
円満な enmanna rustig; vreedzaam; evenwichtig; vlot; harmonieus; aardig; vriendelijk; vriendschappelijk; amicaal; minzaam; welwillend; verzoenend; minnelijk; suave; bevredigend; probleemloos; aanvaardbaar
円満に enmanni rustig; vreedzaam; evenwichtig; vlot; harmonieus; vriendschappelijk; amicaal; minnelijk; in der minne; probleemloos; aanvaardbaar
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.42 sec. jiten.nl: 9 treffers, warandict: 55 treffers (zoekopdracht: 'rustig', strategie: exact). 
2005-2019