日蘭辭典+

64 resultaten voor ‘ruw’
日蘭辭典 (trefwoord)
ara-arashii荒々しい
bn. ruw.
aragane
(粗金) zn. erts o.; ruw metaal;
araiあらい
(粗い・荒い) bn. (1) [粗] ruw; ruig. (2) [木目編物の目] grof. (3) [海が] woest; ruw. (4) [風が] hard; sterk; hevig. (5) [無作法な] grof; onhebbelijk; ongemanierd.
arakasegi荒稼
(荒稼ぎ) zn. (1) [勞働] ruw werk o.; harde arbeid m.; . (2) [追剥] roof m.
aramashiあらまし
zn. hoofdinhoud m.; dat, waar het op neerkomt. ¶ あらましを語る vertellen, waar het op neerkomt; in groote trekken mededeelen. ¶ 大部分 voor het grootste gedeelte. ¶ あらましの algemeen; ruw. ¶ あらましの見積 ruwe schatting; schatting in ronde getallen; globale schatting.
arappoi荒っぽい
bn. ruw.
ararakani荒らかに
bw. ruw; norsch;
areru荒れる
i.w. (1) [荒廢する] vervallen; verlaten zijn; in verval zijn. (2) [暴れる] woest zijn; woeden; razen. (3) [粗雜] ruw worden; ruig worden. ¶ 草が生え茂る verwilderen; vol met onkruid zijn.
seikō生硬
zn. ruwe toestand m.; onrijpheid v. ¶ 生硬なる ruw; onrijp.
zattoざっと
bw. ruw geschat; in ronde getallen; om en bij. ¶ ざっと目を通す vluchtig doorkijken. ¶ ざっと洗ふ even afspoelen. ¶ 事件ざっとそんなもんだ daar komt het ongeveer op neer. ¶ ざっとした vluchtig; oppervlakkig.
SUPPLEMENT (trefwoord)
kasureru掠れる
(擦れる, かすれる) (1. i.ww) het deels wegvallen van lijnen van geschreven of gedrukte tekst, of van een afbeelding, of van iets vergelijkbaars. (1.b. znw) かすれ kasure dat wat weggevallen is (beschadigingen, onscherptes, leemtes, etc.) ¶ かすれは修正した Kasure nado wa shūseishita Weggevallen lijnen en dergelijke zijn geretoucheerd (afbeeldingsonderschrift in boek) (2. i.ww) het hees of schor worden van de stem. ¶ かすれた kasureta koe een hese of schorre stem (twitter) ¶ かすれた渋い子供から好きだったKasureta shibui koe ga kodomo no koro kara suki datta. Sinds mijn kindertijd heb ik een zwak voor een schorre en donkere stem. (twitter) ¶ 鈴木さん、少しがかすれ気味だったなあ。Suzuki-san, sukoshi koe ga kasure-gimi datta naa. Je [Suzuki] klonk wel een beetje schor hoor! (twitter)
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <ruw>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
がさつgasatsu ruw; grof; cru; onbeschoft; onbehouwen; ongemanierd; boers; ongelikt; lomp; ruig; bot; [m.b.t. woorden] hard
げらげら笑うgeragerawarau proesten; bulderen; schateren; brullen van het lachen; ruw; bulderend; luid; uitbundig lachen; schaterlachen; gieren; [lit.t.] proestlachen
ごっついgottsui (1) ruw; grof; (2) hard; stijf; onbuigzaam; stug; taai
ごつごつしたgotsugotsushita ruw; ruig; grof
ざらざらzarazara (1) ruw; ruig; schraal; spreu; [niet alg.] sproos; greinig; korrelig; mortelig; granuleus; korrelachtig; zanderig; mul; [w.g.] krijzelig; rasperig; raspig; zoor; (2) [~と] knisperend [= geluid van over elkaar bewegende zandkorrels; kiezels; bonen]; (3) [~と] stroef; stug
ざらざらしたzarazarashita ruw; ruig; grof; roffelig; korrelig; granuleus
ラフrafu (1) [golf] rough [= ruig gedeelte van golfterrein]; (2) ruwe schets; (3) [scheepv.] loef; (4) fraise; plooikraag; Spaanse kraag; (5) Raff; Ruff; (6) ruw; ruig; grof; [~な服装] informeel; nonchalant; casual
ワイルドwairudo (1) wild; in het wild levend; voorkomend; niet gedomesticeerd; ongetemd; (2) ruw; woest; onstuimig; (3) Wilde; Wild; Wyld
下品gehin (1) vulgariteit; grofheid; platheid; laagheid; gemeenheid; ruwheid; vunzigheid; wansmakelijkheid; onsmakelijkheid; (2) vulgair; ordinair; grof; plat; laag; gemeen; ruw; vuns; beneden alle peil; wansmakelijk; onsmakelijk
下品なgehinna vulgair; ordinair; onverfijnd; grof; plat; laag; gemeen; ruw; vuns; wansmakelijk; onsmakelijk
乱暴ranbou (1) baldadigheid; geweld; gewelddadigheid; hardhandigheid; ruw gedrag; bruut geweld; onstuimigheid; woestheid; ordeloosheid; overweldiging; violentie; ongeregeldheden; (2) grofheid; bruutheid; ruwheid; ruigte; ruigheid; woestheid; (3) baldadig; gewelddadig; hardhandig; onstuimig; woest; wild; rebels; onbesuisd; ordeloos; ongeregeld; [lit.t.] torve; (4) grof; bruut; ruw; hard; ruig
乱暴なranbouna (1) baldadig; gewelddadig; hardhandig; onstuimig; woest; wild; rebels; onbesuisd; ordeloos; ongeregeld; [lit.t.] torve; (2) grof; bruut; ruw; hard; ruig
凸凹のdekobokono oneffen; ongelijk; hobbelig; grillig; bultig; ruw; onregelmatig; ongelijkmatig
大ざっぱな ; 大雑把なoozappana ruw; grof; primitief; algemeen; veralgemenend
大ざっぱに ; 大雑把にoozappani ruw; ruwweg; grof; grofweg; primitief; algemeen; veralgemenend
大まかoomaka (1) algemeen; generalistisch; ruw; grof; globaal; schetsmatig; benaderend; (2) onbekrompen; niet kleingeestig; liberaal; gul; gulhartig; genereus; royaal; vrijgevig; mild; grootmoedig; groothartig; edelmoedig
大まかなoomakana (1) algemeen; generalistisch; ruw; grof; globaal; schetsmatig; benaderend; (2) onbekrompen; niet kleingeestig; liberaal; gul; gulhartig; genereus; royaal; vrijgevig; mild; grootmoedig; groothartig; edelmoedig
大まかにoomakani (1) algemeen; generalistisch; ruwweg; ruw; grof; globaal; grofweg; ruwweg; schetsmatig; benaderend; bij benadering; grosso modo; in grote trekken; niet uitgewerkt; (2) onbekrompen; niet kleingeestig; liberaal; gul; gulhartig; genereus; royaal; vrijgevig; mild; grootmoedig; groothartig; edelmoedig
大雑把 ; 大ざっぱoozappa (1) ruwheid; grofheid; algemeenheid; (2) ruw; grof; algemeen
嫌らしいyarashii (1) onaangenaam; onplezierig; naar; (2) hatelijk; verfoeilijk; verwerpelijk; (3) vreselijk; verschrikkelijk; (4) wreed; gruwelijk; (5) vies; smerig; (6) gemeen; ordinair; ongepast; (7) gênant; beschamend; (8) ondeugend; ruw
手荒teara ruw; onzacht; grof; gewelddadig; ruig
手荒なtearana ruw; onzacht; grof; gewelddadig; ruig
手荒にtearani ruw; onzacht; grof; gewelddadig; ruig
boku (1) staand hout; (2) knoestige stam; (3) houtmateriaal; (4) onbehouwen; onbeholpen; stroef; klunzig; (5) [maatwoord voor bomen]; (a) boom; staand hout; (b) houtmateriaal; (c) ruw; onbehouwen
未精製miseisei ongeraffineerd; grof; ruw; onbewerkt; ongezuiverd
概括的gaikatsuteki algemeen; globaal; ruw
概括的なgaikatsutekina algemeen; globaal; ruw
概数gaisuu benadering; ruw; globaal aantal
泥臭いdorokusai (1) gronderig; naar grond; modder; slijk riekend; goor; (2) niet verfijnd; onbeschaafd; ongecultiveerd; ongeraffineerd; ruw; lomp; onelegant
無作法な ; 不作法なbusahouna onbeleefd; ongemanierd; slechtgemanierd; onbetamelijk; niet netjes; onbeschaafd; onhebbelijk; onfatsoenlijk; onbehoorlijk; ongepast; onvoegzaam; onwellevend; onwelvoeglijk; onhoffelijk; onheus; indecent; lomp; ruw; onbehouwen; onbeschoft; stijlloos; geen etiquette; [volkst.] hufterig; dorper
無礼なbureina onbeleefd; onhoffelijk; oneerbiedig; onheus; onbetamelijk; onwellevend; ongemanierd; impertinent; grof; lomp; onbeschoft; brutaal; plomp; ruw
mou (1) energiek; heftig; onstuimig; (2) woest; fel; (a) wild; ruw; ruig; (b) fel; hevig; geweldig; verwoed
nama (1) lef; brutaliteit; vrijpostigheid; onbeschaamdheid; insolentie; schaamteloosheid; impertinentie [verkorting van namaiki 生意気]; (2) tapbier; tappils; bier van het vat; bier uit de tap [verkorting van namabīru 生ビール]; (3) contanten; klinkende munt; contant geld; baar geld; gereed geld; gerede penningen [verkorting van gennama 現生]; (4) rauw; ongekookt; (au) naturel; ongebakken; onbereid; niet gaar; [m.n. van brandhout] groen; [m.n. van uitzending; optreden] live; [m.n. van manuscript] origineel; [m.n. van grondstof] onbewerkt; ruw; ongeraffineerd; [van mening] spontaan; [van informatie] eerstehands; (5) groen; onrijp; onervaren; onbedreven; ongeoefend; primitief; (6) half-; would-be ~ [prefix voor yōgen; ren'yōkei-vormen en meishi]
稚拙chisetsu primitief; onverfijnd; ruw; onervaren; kinderlijk; naïef; eenvoudig; onbeholpen; ongekunsteld; kunsteloos; stumperig; dilettanterig; amateuristisch
粗いarai (1) grof; niet fijn; ruw; fors; (2) ruw; niet glad; ruig; hobbelig; ongelijk; hard op het gevoel [m.b.t. oppervlak; huid etc.]
粗悪soaku ruw; ongeraffineerd; grof; onbewerkt; slecht van kwaliteit; minderwaardig; inferieur
粗暴sobou ruw; ruig; onbehouwen; grof; wild
粗末somatsu (1) grof; van mindere; inferieure kwaliteit; pover; schamel; sjofel; shabby; eenvoudig; gering; bescheiden; nederig; sober; povertjes; armoedig; armetierig; achenebbisj; ordinair; (2) onachtzaam; onheus; ruw; grof; lomp; slordig; cru; hardhandig; (3) roekeloos; nonchalant; onachtzaam; onzorgvuldig; slordig; verspillend; verkwistend
粗末なsomatsuna (1) grof; van mindere; inferieure kwaliteit; pover; schamel; sjofel; shabby; eenvoudig; gering; bescheiden; nederig; sober; povertjes; armoedig; armetierig; achenebbisj; ordinair; (2) onachtzaam; onheus; ruw; grof; lomp; slordig; cru; hardhandig; (3) roekeloos; nonchalant; onachtzaam; onzorgvuldig; slordig; verspillend; verkwistend
粗相sosou (1) slordigheid; onvoorzichtigheid; onzorgvuldigheid; achteloosheid; onoplettendheid; vergissing; blunder; flater; fout; (2) ongelukje; het zich bevuilen; bedoen; (3) grof; ruw; lomp; (4) slordig; onvoorzichtig; onzorgvuldig; achteloos; onoplettend; lichtvaardig
粗野soya ruw; rauw; grof; lomp; onbehouwen; onbeschaafd; onopgevoed; ongemanierd; ordinair; plat; platvloers; vulgair
ara (1) graat; (2) kaf; (3) onvolkomenheid; gebrek; tekortkoming; fout; defect; mankement; zwakke plek; (4) ruw; niet uitgewerkt; grof; onaf
荒々しいaraarashii (1) wild; woest; ruw; geweldig; onstuimig; heftig; hevig; stormachtig; (2) boers; onverfijnd; lomp; onbehouwen
荒々しくaraarashiku (1) wild; woest; ruw; geweldig; heftig; hevig; stormachtig; (2) boers; onverfijnd; lomp; onbehouwen
荒いarai (1) wild; heftig; ruw; woest; sterk; hard [m.b.t. zee; wind; natuurelementen etc.]; (2) grof; vulgair; ongemanierd; onhebbelijk; plat; ordinair [m.b.t. gedrag; taalgebruik etc.]
荒くaraku ruw; ruig; wild; grovelijk; hardhandig; onzacht; hard; woest; onstuimig; heftig
荒くれarakure (1) ruw; wild; baldadig gedrag; wildheid; wilde taferelen; tumult; ordeloosheid; (2) ruw persoon; woesteling; rouwdouw; rouwdouwer; rouwdanus; rabauw; [niet alg.] ruwaan
荒くれたarakureta ruw; grof; wild; ordeloos
荒っぽいarappoi (1) ruw; ruig; wild; woest; gewelddadig; (2) grof; ruw; schetsmatig; onnauwkeurig; slordig; onzorgvuldig
荒っぽくarappoku ruw; ruig; wild; grovelijk; hardhandig; onzacht; hard; heftig; woest; onstuimig; gewelddadig; onbesuisd
荒れたareta (1) ruw; wild; woest; stormachtig; (2) vervallen; verkrot; verwaarloosd; onverzorgd; slecht onderhouden; woest en ledig; desolaat; troosteloos; (3) [〃手] ruw; schraal; verweerd; gebarsten; (open)gesprongen; gekloofd; zoor; spreu; [gew.] sproos
ara (1) ruw; wild; woest; (2) onstuimig; moeilijk te bedwingen; onhandelbaar; (3) drastisch; nietsontziend; meedogenloos; bruut; (4) log; grof; ruig; (5) verwilderd; verwaarloosd; (6) Ara
ya (1) vlakte; veld; (2) private sector; niet-gouvernementeel domein; (3) ruw; onbewerkt; (a) vlakte; veld; (b) particulier; niet-gouvernementeel; (c) natuurstaat; (d) naturel; onbewerkt; ruw; (e) wild; onstuimig; (f) domein; veld; (g) provincie Shimotsuke
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.61 sec. jiten.nl: 11 treffers, warandict: 53 treffers (zoekopdracht: 'ruw', strategie: exact). 
2005-2021