日蘭辭典+

22 resultaten voor ‘schade’
日蘭辭典 (trefwoord)
aganau贖ふ
(贖う購う) t.w. boeten; boete doen voor; loskoopen; vrijkoopen. ¶ 罪を贖う zijn schuld boeten. ¶ 因人を贖う een gevangene loskoopen. ¶ 損害を贖う schade vergoeden.
kesson缺損
(欠損) zn. nadeel o.; schade v.; tekort缺損する schade lijden; tekort komen.
kagai禍害
zn. schade v.
furi不利
zn. nadeel o.; schade v. ¶ 不利の ongunstig; onvoordeelig.
satei査定

zn. vaststelling van onderzoek; schatting v.; begrooting o. ¶ 査定する vaststellen; begrooten. ¶ 損害を一百と査定した de schade werd begroot op honderd gulden. ¶ 査 定豫算案 vastgestelde begrooting.

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <schade>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
ダメージdameeji schade; beschadiging; averij; nadeel
ada (1) vijand; tegenstander; (2) vijandigheid; vijandschap; animositeit; verbolgenheid; kwaadwilligheid; malice; haat; wrok; rancune; vete; (3) kwaad; schade; nadeel; slechte dienst; iets contraproductiefs
創痍soui (1) wond; wonde; verwonding; kwetsuur; letsel; [fig.] [戦争の~] litteken; (2) schade; beschadiging
加えるkuwaeru (1) [wisk.] optellen; bij elkaar tellen; (2) toevoegen; bijvoegen; (3) doen toenemen; meer laten worden; vermeerderen; verhogen; groeien; uitbreiden; (4) meerekenen; meetellen; incalculeren; (5) laten meedoen; laten deelnemen; (6) (een slag; schade; etc.) toedienen; (een belediging) naar het hoofd slingeren
危害kigai letsel; schade; leed; krenking
害毒gaidoku kwaad; schade; onheil; kwade; verpestende; schadelijke invloed; pest; verderf; vloek; kanker; vergif; vergift
gai schade; aantasting; kwaad; nadeel; afbreuk; leed; injurie; euvel; iets pernicieus; iets verderfelijks; slechts; kwalijks; kwade; funeste invloed
son (1) verlies; strop; (2) nadeel; schade; tegenvaller; drawback; handicap; damnum; (3) nadelig; ongunstig; onvoordelig; verliesgevend; verloren [investering enz.]; niet-lonend; ondankbaar; nutteloos; vergeefs; zonder resultaat; onrendabel
損傷sonshyou schade; beschadiging; aantasting; afbreuk; letsel; verwonding; kwetsuur; blessure; blessuur
損壊sonkai (1) vernietiging; vernieling; destructie; (2) schade; beschadiging
損害songai schade; beschadiging; [fig.] averij; verlies; [i.h.b.] verlies aan mensenlevens; [i.h.b.] verliezen; [i.h.b.] slachtoffers
故障koshyou (1) belemmering; beletsel; moeilijkheid; storing; struikelblok; handicap; (2) ongeval; ongeluk; (3) gebrek; defect; tekortkoming; fout; (4) schade; beschadiging; averij; (5) bezwaar; tegenwerping; bedenking; protest; tegenkanting
毀損kison (1) schade; beschadiging; toetakeling; (2) [名誉の] diffamatie; eerroof; laster; smaad; aantasting; belastering
痛みitami (1) (lichamelijke) pijn; lichamelijk lijden; (2) (psychologische) smart; leed; kwelling; verdriet; (3) beschadiging; schade; kneuzing; (4) rotting; ontbinding; bederf; corruptie
破損hason schade; beschadiging; letsel; breuk
被害higai schade; beschadiging; afbreuk; letsel; [fig.] averij
被害額higaigaku schade; hoeveelheid schade; schadeomvang
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.56 sec. jiten.nl: 5 treffers, warandict: 17 treffers (zoekopdracht: 'schade', strategie: exact). 
2005-2022