日蘭辭典+

12 resultaten voor ‘schande’
日蘭辭典 (trefwoord)
haji
zn. schande v. ¶ 恥を雪ぐ schande uitwisschen. ¶ 恥を知らぬ geen schaamte kennen; schaamteloos. ¶ に恥をかかす iemand beschaamd maken. ¶ 此の恥かきめ foei!; schandelijk!. ¶ 恩惠を乞ふを恥とする ik schaam mij om een gunst te vragen. ¶ 恥をかく schaamte op zich laden. ¶ 恥ぢる zich schamen; beschaamd zijn.
akahaji赤恥
zn. schande v.
hazukashime辱め
zn. (1) [恥辱] schande v. (2) [侮辱] beleediging v. ¶ 自ら辱めを招く schande over zichzelf brengen. ¶ 辱めを忍ぶ beleediging dulden.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <schande>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
スキャンダルsukyandaru schandaal; schande
不名誉fumeiyo oneer; schande; diskrediet; eerloosheid; schandelijkheid; infamie
恥辱chijoku schande; oneer; schandvlek
恥部chibu (1) schaamstreek; schaamdeel; schaamdelen; geslachtsdeel; geslachtsdelen; edele delen; genitaliën; pudenda; teeldeel; teeldelen; schaamlid; geslacht; [veroud.] schaamte; (2) gênante plaats; plek; aspect waarvoor men zich moet schamen; schande; schandvlek
恥 ; 辱haji schande; oneer; infamie; vernedering; blamage; beschaming; diskrediet; schandelijkheid; smadelijkheid
汚名omei slechte naam; slechte reputatie; slechte; kwade reuk; beruchtheid; slechte faam; schandnaam; brandmerk; schandteken; schandmerk; schandvlek; stigma; kwaad gerucht; smet op een (goede) naam; oneer; schande; odium; blaam
破廉恥harenchi schaamteloosheid; onbeschaamdheid; schande; schandelijkheid; impudentie; infamie
辱めhazukashime (1) belediging; affront; insult; krenking; smaad; vernedering; kwetsing; (2) schande; oneer; (3) ontering; schending; schennis; aanranding; verkrachting
醜名shyuumei slechte naam; slechte faam; slechte reputatie; kwaad gerucht; beruchtheid; negatieve bekendheid; schande
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.55 sec. jiten.nl: 3 treffers, warandict: 9 treffers (zoekopdracht: 'schande', strategie: exact). 
2005-2022