日蘭辭典+

13 resultaten voor ‘schandelijk’
日蘭辭典 (trefwoord)
asamashii淺ましい
(浅ましい) bn. (1) [恥づべき] schandelijk. (2) [淺はかな] onnoozel; oppervlakkig; simpel. (3) [慘な] ellendig; miserabel; min.
haji
zn. schande v. ¶ 恥を雪ぐ schande uitwisschen. ¶ 恥を知らぬ geen schaamte kennen; schaamteloos. ¶ に恥をかかす iemand beschaamd maken. ¶ 此の恥かきめ foei!; schandelijk!. ¶ 恩惠を乞ふを恥とする ik schaam mij om een gunst te vragen. ¶ 恥をかく schaamte op zich laden. ¶ 恥ぢる zich schamen; beschaamd zijn.
hazubeki恥づべき
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <schandelijk>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
えげつないegetsunai (1) cru; grof; bot; bar; ongehoord; onfatsoenlijk; onbehouwen; brutaal; onbeschaamd; onbeschoft; aanstootgevend; infaam; vilein; schandelijk; vulgair; obsceen; ordinair; (2) meedogenloos; genadeloos; ongenadig; bruut; wreed; driest; boud
不名誉なfumeiyona eerloos; roemloos; schandelijk; infaam; ignobel
外聞の悪いgaibunnowarui schandelijk; schandalig; schandaleus; scandaleus; honteus; infaam; [gew.] schandig
奇怪kikai (1) vreemd; raar; merkwaardig; wonderlijk; zonderling; eigenaardig; wonderbaarlijk; bizar; gek; bevreemdend; (2) laakbaar; schandelijk; schandalig; ongehoord
忌まわしいimawashii (1) afschuwelijk; walgelijk; weerzinwekkend; abominabel; degoutant; afschuwwekkend; affreus; verfoeilijk; hatelijk; misselijk; onverkwikkelijk; gruwelijk; gruwzaam; aanstotelijk; aanstootgevend; schandalig; schandelijk; verdoemd; verdoemelijk; vervloekt; vermaledijd; [gew.] vort; (2) ongelukkig; gedoemd; onheilspellend; omineus; onzalig
情無いnasakenai (1) erbarmelijk; ellendig; beklagenswaardig; betreurenswaardig; deplorabel; meelijwekkend; deerniswekkend; miserabel; zielig; jammerlijk; spijtig; intriest; (2) beschamend; gênant; schandelijk; (3) hardvochtig; harteloos; meedogenloos; onmeedogend
浅ましいasamashii (1) gemeen; laag; vuig; min; verachtelijk; laag-bij-de-gronds; laaghartig; eerloos; onwaardig; schaamteloos; schandelijk; veil; waardeloos; (2) ellendig; wreed; naar; miserabel; erbarmelijk; jammerlijk; betreurenswaardig; beklagenswaardig; (3) schamel; pover; onaanzienlijk; armzalig; (4) onverwacht; onvoorzien; verrassend; (5) teleurstellend; ontluisterend; spijtig; sneu; (6) erg; enorm; ontzettend; (7) [~なる] aan zijn eind komen; sterven
見っともないmittomonai (1) onooglijk; lelijk; onaantrekkelijk; ontoonbaar; afzichtelijk; afstotelijk; (2) schandalig; schandelijk; schandaleus; beschamend; onfatsoenlijk; onwelvoeglijk; oneervol; onbetamelijk; onbehoorlijk; ongepast
見苦しいmigurushii (1) niet om aan te zien; het doet zeer aan de ogen; onooglijk; lelijk; afstotelijk; afzichtelijk; (2) onfatsoenlijk; onbehoorlijk; onbetamelijk; ongepast; onoorbaar; onwaardig; schandalig; schandelijk; afschuwelijk; beschamend; (3) moeilijk zichtbaar
醜い; 見悪いminikui (1) lelijk; onooglijk; onknap; onfraai; onaantrekkelijk; (2) beschamend; smadelijk; schandelijk; schandalig; schandaleus; onbehoorlijk; infaam; verachtelijk; oneervol; grof; laag; gemeen
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.58 sec. jiten.nl: 3 treffers, warandict: 10 treffers (zoekopdracht: 'schandelijk', strategie: exact). 
2005-2022