日蘭辭典+

37 resultaten voor ‘scherp’
日蘭辭典 (trefwoord)
akiraka na明かな
(明らかな) bn. (1) [明白] duidelijk; helder; klaar. (2) [輝く] helder; glanzend; schitterend. ¶ 明かな區別 duidelijk verschil; scherp onderscheid.
danyaku彈藥
(弾薬) zn. ammunitie v. ¶ 彈藥包 patroon. ¶ 彈藥庫 kruithuis; ammunitie-magazijn. ¶ )彈藥包 losse (scherpe) patroon.
sōten裝填
zn. laden o.; lading v. ¶ 裝填する laden. ¶ 實彈を裝填する met scherp laden.
SUPPLEMENT (trefwoord)
kyū
(na-adj) (1) plotseling; plots; opeens; onverwacht. ¶ 急にがブレーキをかけたので、フロントガラスにをぶつけた。 Kyū ni kare ga burēki wo kaketa no de, furontogurasu ni atama wo butsuketa. Omdat hij plotseling op de rem trapte stootte ik mijn hoofd tegen het voorraam. ¶ 急な客が来たので、そのテレビ番組が見れなかった。 Kyū na kyaku ga kita no de, sono terebi bangumi ga mirenakatta. Omdat ik onverwacht bezoek had kon ik dat programma niet kijken. (2) urgent; dringend. ¶ 急な用事〔急用〕が出来て、パーティに行けなくなった。ごめんなさい。 Kyū na yōji [kyūyō] ga dekite, pāti ni ikenaku natta. Omdat zich een urgente zaak voordeed kon ik niet naar het feestje gaan. ¶ この事態は急を要する Kono jitai wa kyū wo yōsuru De situatie is urgent. ¶ これは急を要する事態だ。 Kore wa kyū wo yōsuru jitai da. Dit is een urgente situatie. (3) snel; woest (water). ¶ 急なで泳ぐのは大変危険だ。 Kyū na kawa de oyogu no wa taihen kiken da. Het is enorm gevaarlijk om in een snelstromende rivier te zwemmen. ¶ 彼女は急に老け込んできた。 Kanojo wa kyū ni fukekonde kita. Ze werd snel oud. (4) steil (helling); scherp (bocht). ¶ 急な坂 Kyū na saka. Een steile helling; Een plotse daling. ¶ 道路はそこで急な右カーブになっている。 Dōro wa soko de kyū na migi kābu ni natte iru. De weg maakt daar een scherpe bocht naar rechts. (TTC) (yamasv)
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <scherp>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
鋭い surudoi (1) scherp; scherpsnijdend; spits; puntig; scherpgepunt; scherpgekant; (2) [fig.] scherp; [m.b.t. woorden, kritiek, opinie, opmerking enz.] grievend; stekelig; striemend; vinnig; spits; bits; vlijmscherp; bijtend; fel; heftig; schril; pinnig; priemend; schrijnend; poignant; cassant; navrant; [m.b.t. pijn] stekend; vlijmend; snijdend; hevig; (3) scherp; scherpzinnig; snedig; spits; kien; pienter; schrander; vernuftig; fijnzinnig; doordringend; ad rem
すばしっこい subashikkoi (1) behendig; vlug; kwiek; vaardig; gezwind; rap; (2) scherpzinnig; gewiekst; gevat; scherp; spits; pienter; schrander; slim; alert; ad rem
痛切に tsuusetsuni scherp; vinnig; hevig; fel
痛切 tsuusetsu scherp; doordringend; bijtend; vinnig; hevig; fel; ernstig; serieus
痛切な tsuusetsuna scherp; doordringend; bijtend; vinnig; hevig; fel; ernstig; serieus
強い tsuyoi (1) sterk; krachtig; stout; stevig; impressief; [m.b.t. klap] hard; [m.b.t. houding] ferm; [m.b.t. verzet] duchtig; geducht; hevig; [m.b.t. band] hecht; [m.b.t. gevoel] intens; [m.b.t. geur] scherp; [m.b.t. uitspraak] kras; [m.b.t. geest; geloof enz.] kloek; [m.b.t. bries] stijf; [m.b.t. drank] zwaar; (2) bestand (tegen); gehard tegen; -bestendig; goed tegen [drank; alcohol enz.] kunnen [direct voorafgegaan door ni に]; (3) sterk (in); goed (in); kundig (in); bekwaam (in); bedreven (in)
暴騰する boutousuru plots; scherp; sterk stijgen; boomen; een hoge vlucht nemen; steil de hoogte ingaan; omhoogschieten; omhoogspringen; de pan uit rijzen
染み染み shimijimi [m.b.t. spijt, leedwezen] diep; [m.b.t. berouw] hevig; [m.b.t. aanvoelen] scherp; intens; zeer sterk; zwaar; ernstig; doorvoelend; doorvoeld; met gevoel; gevoelvol; [m.b.t. luisteren, (be)kijken enz.] goed; door en door; aandachtig
渋い shibui (1) scherp; bitter; wrang; zerp; astringent; (2) zuur; nors; (3) verfijnd; sober; ascetisch; sec; (4) vrekkig; gierig
俊敏 shunbin schrander; slim; vinnig; pienter; scherpzinnig; scherp; behendig; bijdehand; gevat; vlug; snel; vlot van begrip; alert
濃い koi (1) (van een kleur) donker; (van een kleur) niet licht; (van een kleur); (2) diep; (3) (van koffie; thee; etc.) sterk; (van koffie; thee; etc.) scherp; (4) prikkelend; (5) (van soep) dik; (van soep) rijk; (6) (van mist) dicht; (7) (van baard) zwaar; (van baard) dichtbegroeid; (8) (van een relatie; vriendschap; etc.) intiem; (van een relatie; (9) vriendschap; etc.) vertrouwelijk; (van een relatie; vriendschap; etc.); (10) persoonlijk; (van een relatie; vriendschap; etc.) innig; (van een; (11) relatie; vriendschap; etc.) nauw; (van een relatie; vriendschap; etc.); (12) nabij
酷評する kokuhyousuru scherp; fel; heftig; hevig; vernietigend; vinnig (be)kritiseren; scherp hekelen; gispen; afbreken; afkraken; afkammen; kraken; [fig.] geselen; [fig.] op de korrel nemen; [fig.] schieten op; [fig.] tegen ~ aan schoppen
koku hard; cru; wreed; zwaar; streng; scherp; fel; vinnig; ; (1) a. streng; wreed; erg; (2) b. hevig; fel
切実に setsujitsuni hevig; ernstig; fel; intens; scherp; acuut
先鋭 senei scherp; spits; radicaal; extreem; militant
鮮明な senmeina helder; klaar; duidelijk; scherp; hel; fel; levendig
鮮明に senmeini helder; klaar; duidelijk; scherp; hel; fel; levendig
鮮明 senmei helder; klaar; duidelijk; scherp; hel; fel; levendig
研ぐ togu (1) scherpen; scherp; scherper maken; aanscherpen; slijpen; wetten; aanzetten; (2) polijsten; bruineren; glanzen; opglanzen; (3) [米を] slijpen in water; wassen
tama (1) kogel; projectiel; [verzameln.] scherp; blauwe boon; loden boon; huzarenboon; (2) nietje
血の巡りの良い chinomegurinoyoi pienter; schrander; bijdehand; goedleers; vinnig; vlug; gevat; snugger; scherpzinnig; scherp; spits
利く kiku (1) werken; het hem doen; het gewenste resultaat geven; doeltreffend zijn; effectief zijn; afdoend zijn; werkzaam zijn; goede uitwerking hebben; z'n werking doen; [わさびが] scherp; pikant zijn; (2) goed functioneren; goed presteren; nuttig effect hebben; (3) mogelijk zijn; in aanmerking komen voor; ; proeven en op smaak beoordelen; keuren
急な kyuuna (1) dringend; urgent; spoedeisend; acuut; (2) plots; plotseling; onverhoeds; abrupt; schielijk; (3) steil; sterk hellend; (4) scherp; (5) snel; vlug; rap; gezwind; haastig
はっきりした hakkirishita (1) klaar; duidelijk; helder; goed waarneembaar; scherp; expliciet; afgetekend; welomlijnd; welomschreven; (2) zeker; exact; uitgesproken; ondubbelzinnig
激しい hageshii (1) hevig; streng [b.v. kou]; scherp; vinnig; intens; zwaar [b.v. storm]; geducht; hard; stevig [b.v. ruzie]; flink; duchtig; fel [b.v. temperament]; fiks; kras; (2) onstuimig; heftig; geweldig; vehement; vurig; stormachtig; fervent; razend; hartstochtelijk [b.v. liefde]; verwoed; verhit [b.v. strijd]; van je welste; hels
がた落ちする gataochisuru scherp; fors dalen; plotseling duiken; pijlsnel vallen; steil neerschieten; kelderen; instorten; crashen; zakken als een baksteen
ひしと hishito (1) stevig; flink; (2) [m.b.t. aanvoelen] scherp; vinnig
酷い hidoi (1) wreed; hard; verschrikkelijk; gruwelijk; enorm; ontzettend; vreselijk; onmenselijk; slecht; gemeen; duivels; donders; heidens; verduiveld; verduveld; verdomd; deksels; drommels; (2) erg; guur; [~寒さ] bitter; bar; zwaar; flink; hevig; geweldig; [~発言] straf; van je welste; [~批評] scherp
灰汁の強い akunotsuyoi wrang; bitter; scherp; zerp van smaak; [人が] aanmatigend; vrijpostig; zelfbewust
灰汁が強い akugatsuyoi wrang; bitter; scherp; zerp van smaak; [人が] aanmatigend; vrijpostig; zelfbewust
頭の回転の早い atamanokaitennohayai snel; vlug; slim; rad; [Belg.N.] rap; bijdehand; schrander; snugger; pienter; snedig; alert; wakker; spits; scherp; scherpzinnig; intelligent; ad rem; [arch.] vaardig
鮮やか azayaka (1) klaar; scherp; helder; hel; duidelijk; intens; geprononceerd; fel; levendig; sprekend; sterk uitkomend; schel; knal-; hard-; (2) bedreven; handig; kundig; deskundig; vakkundig; capabel; bekwaam; vaardig; behendig; slim; kunstig; prima; (3) prachtig; fraai; mooi; knap; schitterend; stralend; briljant; (4) vers; fris; fleurig
鋭利 eiri (1) scherp; scherpsnijdend; scherpgekant; kantig; puntig; scherpgepunt; met scherpe randen; (2) scherp; scherpzinnig; schrander; spits; vinnig; gevat; pienter; doordringend; snedig
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.39 sec. jiten.nl: 4 treffers, warandict: 33 treffers (zoekopdracht: 'scherp', strategie: exact). 
2005-2019