日蘭辭典+

55 resultaten voor ‘schitterend’
日蘭辭典 (trefwoord)
appare天晴
(天晴れ) bn. schitterend (立派な); roemrijk (赫々たる); dapper (勇敢な); tw. goed zoo! bravo! ¶ 天晴な uitstekend; schitterend.
akiraka na明かな
(明らかな) bn. (1) [明白] duidelijk; helder; klaar. (2) [輝く] helder; glanzend; schitterend. ¶ 明かな區別 duidelijk verschil; scherp onderscheid.
subarashii素晴らしい
idai偉大
zn. grootheid v. ¶ 偉大なる groot; grootsch; schitterend.
azayaka na鮮な

(鮮やかな) bn. helder; duidelijk; klaar; schitterend; versch; frisch. ¶ 鮮な記憶 versche herinnering. ¶ 鮮な手蹟 schitterend schrift. ¶ 鮮な frissche (kleurige) bloemen. ¶ 鮮な勝利 schitterende overwinnering.

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <schitterend>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
ピカピカpikapika glanzend; glimmend; spiegelend; blinkend; glinsterend; glitterend; schitterend; stralend; fonkelend; flonkerend; pinkelend; pinkend; scintillerend; [fig.] klaterend
上々joujou [~の] opperbest; allerbest; zeer goed; geweldig; prima; super; fantastisch; pico bello; schitterend; perfect; prachtig; subliem; eersteklas; [spreekt.] toppie
凄いsugoi (1) vreselijk; verschrikkelijk; afschuwelijk; ontzettend; gruwelijk; afgrijselijk; angstaanjagend; schrikwekkend; beangstigend; akelig; ijzingwekkend; ijselijk; huiveringwekkend; [form.] horribel; (2) enorm; geweldig; verbijsterend; verbluffend; verbazend; ongelofelijk; overweldigend; verpletterend; fantastisch; schitterend; indrukwekkend; buitengewoon; fabelachtig; formidabel; fenomenaal; [fig.] moorddadig; grandioos; immens; ontzaglijk; verbazingwekkend; ontzagwekkend; heftig; niet te zui­nig!; wow!; wauw!; mieters!
善哉zenzai (1) goed gedaan!; prima!; klasse!; bravo!; schitterend!; (2) goed; puik; prima; (3) [cul.] dikke zoete azukibonensoep met rijstedeegballetjes
堂々たる ; 堂堂たるdoudoutaru (1) statig; deftig; imposant; groots; weids; waardig; van (grote) allure; van formaat; indrukwekkend; imponerend; machtig; prachtig; schitterend; majestueus; majestatisch; (2) fair; billijk; eerlijk; openhartig
堂々とした ; 堂堂としたdoudoutoshita (1) statig; deftig; imposant; groots; weids; waardig; van (grote) allure; van formaat; indrukwekkend; imponerend; machtig; prachtig; schitterend; majestueus; majestatisch; (2) fair; billijk; eerlijk; openhartig
sou (1) levensbloei; kracht; bloei van z'n leven; manbaarheid; volle mannelijke leeftijd; zomer des levens; (2) kwiek; kloek; manhaftig; (3) maatwoord voor de keren dat moxibustie wordt toegepast; [i.h.b.] dosis moksa; (a) levensbloei; (man in de) kracht; bloei van z'n leven; (b) dapper; manhaftig; kloek; (c) schitterend; groot
壮麗sourei (1) pracht; heerlijkheid; grootsheid; grandeur; luister; praal; glans; schittering; magnificentie; (2) prachtig; schitterend; luisterrijk; magnifiek; groots; heerlijk; grandioos; weids; geweldig
大きいookii groot; omvangrijk; machtig; indrukwekkend; imposant; groots; schitterend; gigantisch; immens; kolossaal; enorm; reusachtig; [m.b.t. stem] luid; hard klinkend
大きなookina groot; omvangrijk; beduidend; machtig; indrukwekkend; imposant; groots; schitterend; gigantisch; immens; kolossaal; enorm; reusachtig; [m.b.t. stem] luid; hard klinkend
心憎いkokoronikui uitstekend; prachtig; schitterend; voortreffelijk; excellent; bewonderenswaard; bewonderenswaardig; om jaloers op te zijn; benijdenswaardig; begerenswaardig
愛でたしmedetashi zalig; geweldig; heerlijk; fantastisch; prachtig; schitterend
憎い ; 悪いnikui (1) hatelijk; gehaat; verfoeid; verfoeilijk; walgelijk; detestabel; provocant; provocerend; irritant; (2) prachtig; schitterend; uitstekend; subliem; gevat; fijntjes
明々akaaka hel; schitterend; blinkend; fel; brandhelder
mei (1) licht; helderheid; klaarte; (2) inzicht; scherpzinnigheid; (3) zicht; (a) helder; licht; klaar; (b) gaaf; schitterend; (c) dagen; dag worden; (d) duidelijk; klaar; (e) inzicht; scherpzinnigheid; (f) deze wereld; hiernumaals; (g) godheid
晴れがましいharegamashii (1) openbaar; formeel; officieel; (2) opzichtig; zwierig; prachtig; feestelijk; schitterend; groots; luisterrijk; vol pracht en praal; overweldigend; flamboyant; (3) gênant; pijnlijk; verlegen makend
朗らかhogaraka (1) stralend; schitterend; helder; klaar; sonoor; (2) opgewekt; opgeruimd; vrolijk; zonnig; monter
煌々とkoukouto helder; stralend; schitterend
煌びやか ; 綺羅びやかkirabiyaka prachtig; schitterend; luisterrijk; glansrijk; grandioos; briljant; magnifiek; beeldig; [m.b.t. stijl; taal] bloemrijk; zwierig; barok; sierlijk
煌びやかな ; 綺羅びやかなkirabiyakana prachtig; schitterend; luisterrijk; glansrijk; grandioos; briljant; magnifiek; beeldig; [m.b.t. stijl; taal] bloemrijk; zwierig; barok; sierlijk
猛しtakeshi (1) dapper; moedig; stoutmoedig; onverschrokken; (2) energiek; hevig; woest; (3) bemoedigd; gerustgesteld; (4) uitstekend; schitterend; (5) [~き事] uiterste; al het mogelijke; maximum
由々しいyuyushii (1) extreem; erg; ernstig; serieus; bedenkelijk; (2) ontzaglijk; ontzagwekkend; [veroud.] ontzagbaar; (3) onheilspellend; ongunstig; omineus; onzalig; sinister; noodlottig; gedoemd; (4) vervelend; onaangenaam; ergerlijk; naar; (5) prachtig; schitterend; prima; magnifiek; grandioos
盛大seidai groots; heerlijk; prachtig; luisterrijk; pompeus; indrukwekkend; imposant; fantastisch; schitterend; geslaagd; succesrijk; voorspoedig
盛大なseidaina groots; heerlijk; prachtig; luisterrijk; pompeus; indrukwekkend; imposant; fantastisch; schitterend; geslaagd; succesrijk; voorspoedig
盛大にseidaini groots; heerlijk; prachtig; luisterrijk; schitterend; pompeus; met pracht en praal; onder veel praalvertoon; in grote stijl; op indrukwekkende; schitterend wijze; succesrijk; voorspoedig
目覚ましいmezamashii opmerkelijk; opvallend; frappant; markant; opzienbarend; buitengewoon; spectaculair; prachtig; schitterend; geweldig; indrukwekkend; fantastisch; wonderbaarlijk
眩しいmabushii oogverblindend; verblindend; schitterend; fel; hel
立派rippa (1) uitstekend; voortreffelijk; excellent; prachtig; schitterend; magnifiek; grandioos; prima; illuster; [m.b.t. gebouw] weids; [m.b.t. plechtigheid] groots; fijn; heerlijk; uitmuntend; [m.b.t. geleerde] groot; briljant; [m.b.t. verschijning] statig; indrukwekkend; imposant; (2) achtbaar; fatsoenlijk; voornaam; [m.b.t. houding] waardig; achtenswaardig; respectabel; prijzenswaardig; loffelijk; [m.b.t. zaak] schoon; (3) hoogstaand; verheven; nobel; (4) [m.b.t. spel] eerlijk; [m.b.t. behandeling] rechtvaardig; fair; sportief; (5) [m.b.t. reden] afdoend; [m.b.t. grond] voldoende; [m.b.t. echtgenote] wettig; rechtmatig
立派なrippana (1) uitstekend; voortreffelijk; excellent; prachtig; schitterend; magnifiek; grandioos; prima; illuster; [m.b.t. gebouw] weids; [m.b.t. plechtigheid] groots; fijn; heerlijk; uitmuntend; [m.b.t. geleerde] groot; briljant; [m.b.t. verschijning] statig; indrukwekkend; imposant; (2) achtbaar; fatsoenlijk; voornaam; [m.b.t. houding] waardig; achtenswaardig; respectabel; prijzenswaardig; loffelijk; [m.b.t. zaak] schoon; (3) hoogstaand; verheven; nobel; (4) [m.b.t. spel] eerlijk; [m.b.t. behandeling] rechtvaardig; fair; sportief; (5) [m.b.t. reden] afdoend; [m.b.t. grond] voldoende; [m.b.t. echtgenote] wettig; rechtmatig
素敵suteki prachtig; schitterend; geweldig; enig; verrukkelijk; heerlijk; uniek; magnifiek; fantastisch; formidabel; bovenste beste; uitstekend; prima; eersteklas; super; alleraardigst; fraai; schattig; fijn; leuk; mooi; beeldig; bijzonder; puik; lekker; reuze; [inform.] gaaf; swell; [inform.] mieters; [volkst.] jofel; [m.b.t. ideeën] knots; lumineus; grandioos; briljant; voortreffelijk
素敵な ; 素的なsutekina prachtig; schitterend; geweldig; enig; verrukkelijk; heerlijk; uniek; magnifiek; fantastisch; formidabel; bovenste beste; uitstekend; prima; eersteklas; super; alleraardigst; fraai; schattig; fijn; leuk; mooi; bijzonder; puik; lekker; reuze; [inform.] gaaf; swell; [inform.] mieters; [volkst.] jofel; [m.b.t. ideeën] knots; lumineus; grandioos; briljant; voortreffelijk
素晴らしいsubarashii prachtig; schitterend; geweldig; fantastisch; formidabel; machtig; heerlijk; verrukkelijk; zalig; grandioos; subliem; prima; uitstekend; meesterlijk; tiptop; voortreffelijk; enig; superbe; uitmuntend; excellent; magnifiek; reuze; super; kostelijk; denderend; [inform.] mieters; swell; fenomenaal; uniek; eersterangs; eersteklas; uitgezocht; uitnemend; bijzonder; [inform.] bie; tof; eindeloos; te gek; [pred.] het einde; [pred.] enorm; briljant; klasse; opperbest; patent; allemachtig goed; beregoed; steengoed; glansrijk; mooi; pico bello; puik(best); [inform.] puntgaaf; piekfijn; [ook studentent.] luisterrijk; [inform.] reusachtig; groots; kapitaal; [w.g.] loeigoed; [jeugdt.] gaaf; [meisjest.] dolletjes; fabuleus; [jeugdt.] ruig; [jeugdt.] wijs; [slang] cool; [volkst.] jofel; [pred.] knal; [w.g.] knots; zo'n [meid; kerel enz.]
結構kekkou (1) structuur; constructie; bouwsel; bouw; geraamte; kader; (2) steun; stut; spant; (3) opbouw (van een verhaal); plot; verwikkeling (van een verhaal); (4) goed; fijn; mooi; (5) prachtig; magnifiek; schitterend; (6) lekker; heerlijk; (7) ten zeerste; zeer; erg; geweldig; in hoge mate; ruimschoots; rijkelijk; overvloedig; buitengewoon; buitengemeen; enorm; geweldig; (8) aardig; nogal; tamelijk; vrij; vrij wat; redelijk; in redelijk hoge mate; behoorlijk; best
美妙bimyou (1) wondermooi; wonderschoon; heel mooi; prachtig; schitterend; betoverend; exquis; (2) Bimyō
花やかhanayaka prachtig; feestelijk; schitterend; [m.b.t. stijl; taal] bloemrijk; zwierig
花車kyashya (1) rank; slank en fijngebouwd; gracieus; (2) fragiel; gammel; (3) prachtig; schitterend; beeldig
華々しいhanabanashii briljant; schitterend; magnifiek; geniaal; prachtig; luisterrijk; heerlijk; met pracht en praal; prachtvol; glansrijk; weelderig; groots; indrukwekkend
華美kabi (1) pracht; praal; luister; glitter; (2) prachtig; schitterend; luisterrijk; [i.h.b.] opzichtig
華麗karei (1) pracht; praal; schittering; heerlijkheid; luister; (2) prachtig; schitterend; stralend; luisterrijk; grandioos
見事; 美事migoto (1) mooi; prachtig; fraai; keurig; excellent; schitterend; fantastisch; magnifiek; briljant; voortreffelijk; uitstekend; heerlijk; meesterlijk; reuze; (2) volkomen; volslagen; volledig; compleet; helemaal; afgerond; totaliter
見事な ; 美事なmigotona mooi; prachtig; fraai; keurig; excellent; schitterend; fantastisch; magnifiek; briljant; voortreffelijk; uitstekend; heerlijk; meesterlijk; reuze-
輝かしいkagayakashii schitterend; stralend; briljant; prachtig
重畳choujou (1) superpositie; het boven elkaar geplaatst-zijn; (2) summum; toppunt; apotheose; [Belg.N.] de max; (3) opgestapeld; opeengestapeld; op een stapel; opgehoopt; de ene over de andere; het een bovenop het ander; op elkaar gestapeld; geplaatst; (4) subliem; voortreffelijk; uitstekend; excellent; uitmuntend; schitterend; prachtig; grandioos
金ピカのkinpikano (1) schitterend; prachtig; verguld; goudglanzig; (2) opgesmukt; opzichtig versierd; klatergouden
陸離rikuri (1) prachtig; schitterend; oogverblindend; stralend; (2) bont; gemengd; gevarieerd
雄大yuudai weids; groots; prachtig; indrukwekkend; schitterend; majestueus; majesteitelijk
雄大なyuudaina weids; groots; prachtig; indrukwekkend; schitterend; majestueus; majesteitelijk
鮮やかazayaka (1) klaar; scherp; helder; hel; duidelijk; intens; geprononceerd; fel; levendig; sprekend; sterk uitkomend; schel; knal-; hard-; (2) bedreven; handig; kundig; deskundig; vakkundig; capabel; bekwaam; vaardig; behendig; slim; kunstig; prima; (3) prachtig; fraai; mooi; knap; schitterend; stralend; briljant; (4) vers; fris; fleurig
鮮麗senrei hel; fel; levendig; luisterrijk; schitterend; prachtig; stralend
鮮麗なsenreina hel; fel; levendig; luisterrijk; schitterend; prachtig; stralend
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.49 sec. jiten.nl: 5 treffers, warandict: 50 treffers (zoekopdracht: 'schitterend', strategie: exact). 
2005-2023