日蘭辭典+

17 resultaten voor ‘schommelen’
日蘭辭典 (trefwoord)
agarisagari上り下り
(上がり下がり) zn. rijzing en daling; schommeling v.; wisseling v.; fluctuatie v. ¶ 上り下りする schommelen; op en neer gaan.
yurugi揺ぎ
zn. schommeling v.; slingering v.; zwaai m.; schudding v. ¶ 揺ぐ schommelen; schudden; slingeren; zwaaien.
yure揺れ
zn. schok m.; slingering v.; schudding v. ¶ 揺れる schokken; schommelen; slingeren; schudden; trillen.
ugoku動く
i.w. (1) [動く] bewegen; zich bewegen. (2) [移動] van plaats veranderen; zich verplaatsen. (3) [運轉] loopen; gaan; werken. (4) [變動] veranderen; zich wijzigen. (5) [搖ぐ] schommelen; schudden. (6) [感ずる] geroerd worden; getroffen zijn. ¶ 動かざる onbewegelijk; roerloos; (の) onbewogen; onverschillig. ¶ 動かざる泰山の如し rotsvast; onwankelbaar. ¶ 一寸も動かない er wordt niets verkocht. ¶ 時計が動かなくなった het horloge staat stil. ¶ 一寸も動くことならぬぞ verroer je niet!; blijf stokstil staan!
buranko鞦韆

(ブランコ) zn. schommel m. ¶ 鞦韆をする schommelen.

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <schommelen>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
増減する zougensuru doen toe- en; of afnemen; variëren; doen veranderen; variatie aanbrengen; ; toe- en; of afnemen; op- en neergaan; vermeerderen en; of verminderen; stijgen en; of dalen; rijzen en; of dalen; op- en teruglopen; variëren; veranderen; fluctueren; schommelen; wijzigen
動かす ugokasu (1) in beweging brengen; doen bewegen; bewegen; aandrijven; drijven; (2) verplaatsen; verzetten; de positie van iets veranderen; elders; anders zetten; (3) doen schommelen; schommelen; schudden; (4) rijden; [een voertuig] besturen; [een machine; toestel] doen functioneren; bedienen; laten draaien; laten werken; aan de gang brengen; aan de praat brengen; (5) [een leger; troepen; mankracht] mobiliseren; inzetbaar maken; voor actie klaarmaken; (6) veranderen; wijzigen; [binnen een bedrijf personeel] herschikken; (7) ontkennen; (8) [心を] roeren; ontroeren; treffen; in beroering brengen; in het gemoed treffen; aangrijpen; aanpakken; tot het gemoed spreken; invloed hebben op; aandoen; beïnvloeden; prikkelen
動く ugoku (1) bewegen; zich bewegen; in beweging zijn; (2) van plaats veranderen; van positie veranderen; zich verplaatsen; (3) schommelen; wiegen; heen en weer bewegen; schudden; (4) [m.b.t. machine; toestel] lopen; aan staan; werken; in werking zijn; aangeschakeld zijn; functioneren; gaan; (5) handelen; doen; actief zijn; werken; bezig zijn; onledig zijn; in de weer zijn; in het getouw zijn; (6) beïnvloed worden; een invloed ondergaan; beheerst worden; wankelen; fluctueren; schommelen; (7) ontroerd zijn; geroerd zijn; onder de indruk zijn; getroffen zijn; geraakt zijn; geëmotioneerd zijn; (8) veranderen; veranderd worden; zich wijzigen; een wijziging ondergaan; (9) overgeplaatst worden [naar een andere positie; werkplaats]; een andere standplaats krijgen
上下する jougesuru (1) stijgen en dalen; rijzen en dalen; op- en neergaan; omhoog- en omlaaggaan; fluctueren; schommelen; (2) op- en afgaan; [i.h.b.] op- en afrijden; [i.h.b.] op- en afvaren
漕ぐ kogu (1) roeien; door middel van riemen voortbewegen; door middel van roeispanen voortbewegen; (2) [ペダルを] trappen; peddelen; [自転車を] fietsen; (3) [ブランコを] schommelen
動揺する douyousuru (1) schokken; horten; stoten; hobbelen; denderen; [m.b.t. schip] rollen; deinen; slingeren; schommelen; heen en weer; op en neer bewegen; wiebelen; beven; stampen; schudden; oscilleren; [niet alg.] daveren; (2) schommelen; fluctueren; (3) weifelen; dubben; wankelen; [fig.] walen; aarzelen; heen en weer geslingerd worden; in dubio staan; (4) huiveren; in beroering zijn; geagiteerd; woelig; roerig zijn; geschokt zijn; onrustig; rusteloos; ongerust; verontrust zijn; ontsteld; in de war; van streek; ontdaan; van de kook; van de wijs; uit z'n doen zijn
発振する hasshinsuru [nat.] oscilleren; trillen; (heen en weer) slingeren; schommelen
浮動する fudousuru (1) drijven; dobberen; zweven; vlotten; (2) schommelen; fluctueren
振れる fureru (1) slingeren; zwaaien; schommelen; oscilleren; (2) overhellen; uitwijken; uitslaan; inclineren
揺さ振る yusaburu (1) wiegen; schommelen; heen en weer slingeren; zwaaien; (2) schudden; schokken; dooreenschudden; doen beven; choqueren
揺れる yureru (1) beven; trillen; schudden; deinen; wiegen; wiebelen; [m.b.t. zeewier] golven; schokken; horten; [m.b.t. trein] hotsen; slingeren; schommelen; zwaaien; [m.b.t. schip] rollen; [m.b.t. schip] stampen; op en neer gaan; [m.b.t. kaarslicht] flakkeren; (2) wankelen; schudden [op zijn grondvesten]; in beroering zijn; in opschudding verkeren; in rep en roer zijn; (3) aan het wankelen raken; weifelen; onzeker zijn; in dubio staan
揺り動く yuriugoku heen en weer bewegen; op en neer gaan; zwiepen; slingeren; schommelen; deinen; trillen
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.39 sec. jiten.nl: 5 treffers, warandict: 12 treffers (zoekopdracht: 'schommelen', strategie: exact). 
2005-2019