日蘭辭典+

28 resultaten voor ‘schoon’
日蘭辭典 (trefwoord)
kirei na綺麗な
bn. (1) [立派な] fraai; mooi; keurig. (2) [清潔な] zindelijk; schoon. (3) [潔白な] rein; onschuldig. (4) [完全な] volledig. ¶ 綺麗な mooi meisje. ¶ 綺麗な schoon water; helder water. ¶ 綺麗に mooi; netjes; volledig; geheel. ¶ 綺麗にする verfraaien; mooi maken; schoonmaken; reinigen.
seiketsu清潔
zn. reinheid v.; zindelijkheid v.; zuiverheid v. ¶ 清潔schoon; zindelijk; rein. ¶ 清潔にする reinigen; schoonmaken. ¶ 清潔屋 reiniger der privaten.
SUPPLEMENT (trefwoord)
puur
bn. (1) [onvermengd] 純粋な junsui na [schoon] きれいkirei na; 清潔seiketsu na. ¶ 明確にしなければならない最初の点は、そのデザインが純粋に実験的なものであったということである。 Meikaku ni shinakereba naranai saisho no ten wa, sono dezain ga junsui ni jikkenteki na mono de atta to yū koto de aru. Het eerste punt dat opgehelderd dient te worden is dat dit ontwerp puur experimenteel was. [BTC] ¶ 純粋なSFものはないが、とんでも能力バトルで間違った科学知識の垂れ流しは多い。 Junsui na SF mono wa nai ga, tondemo nōryoku batoru de machigatta kagaku chishiki no tarenagashi wa ooi. Ook al is het geen pure sf, er zijn er veel die overlopen van foute wetenschappelijke kennis met gevechten [tussen mensen] met stompzinnige [speciale] vermogens. [2ch]
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <schoon>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
ものを monowo (1) […~] [drukt onvrede uit dat iets niet loopt zoals gehoopt]; (2) […~] [drukt een uitroep; emotie uit]; ; (1) […~] [drukt met een nuance van misnoegdheid; wrevel een tegenstelling uit] ondanks; niettegenstaande; hoewel; in weerwil van; trots; ofschoon; [veroud.] schoon; (2) […~] [drukt met nadruk een reden; oorzaak uit] omdat; daar
のに noni voor; om; ter ~; ten ~ [combinatie van het nominaliserende partikel no の met het doelaanduidende ni に]; ; was ~ (maar)!; had ~ (toch)!; ik wou dat ~ [drukt een teleurstelling, verzuchting e.d. uit]; ; hoewel; alhoewel; ofschoon; terwijl; daar waar; [veroud.] schoon; ondanks (het feit dat); niettegenstaande (dat); [w.g.] hoezeer ~; toch; ~ ten spijt; ~ maar; ~ en toch; in weerwil van; [arch.] trots [concessief-voegwoordelijk partikel dat aan de rentaikei van vervoegde woorden (katsuyōgo 活用語) gehecht wordt]
つつ tsutsu (1) […~] [drukt de gelijktijdigheid van twee handelingen; activiteiten uit] terwijl …; [arch.] wijl …; (al) -end; (2) […~] [drukt tegenstrijdigheid tussen twee handelingen; activiteiten uit] hoewel; alhoewel; ofschoon; niettegenstaande; [arch.] schoon; (3) […~] [drukt een nog steeds aan de gang zijnde handeling; activiteit uit]; (4) […~] [drukt uit dat een handeling; activiteit herhaaldelijk ondernomen wordt]; (5) […~] [drukt uit dat meerdere mensen een handeling gelijktijdig verrichten]; (6) […~] [breekt de zin af en laat ruimte voor bijgedachten en suggestie]; (7) […~] [verbindt een handeling die afgesloten is met een nieuwe handeling]
美しさ utsukushisa schoonheid; mooiheid; fraaiheid; schoon; schone; [w.g.] schoonte
麗しい uruwashii mooi; fraai; bevallig; aantrekkelijk; beeldig; [arch., Belg.N., spreekt.] schoon; lieftallig; elegant; gracieus
白い shiroi (1) wit; blank; [m.b.t. haar] grijs; (2) leeg; blanco; onbeschreven; onbedrukt; oningevuld; opengelaten; (3) net; proper; schoon; rein; zuiver; smetteloos; vlekkeloos; [fig.] onbedorven; [fig.] onschuldig
正味 shoumi [attr.] netto; [attr., afk.] nto.; [attr.] schoon; [attr.] zuiver
清潔 seiketsu (1) rein; net; schoon; proper; zindelijk; zuiver; puur; hygiënisch; (2) integer; zuiver (op de graat); clean; onbesproken; keurig; eerlijk; onberispelijk; smetteloos; [fig.] koosjer; ; reinheid; netheid; properheid; zindelijkheid; zuiverheid
清浄な seijouna zuiver; puur; rein; schoon; zindelijk
清浄 seijou zuiver; puur; rein; schoon; zindelijk; ; zuiverheid; puurheid; reinheid; ; een triljardste; 10−21
清潔な seiketsuna (1) rein; net; schoon; proper; zindelijk; zuiver; puur; hygiënisch; (2) integer; zuiver (op de graat); clean; onbesproken; keurig; eerlijk; onberispelijk; smetteloos; [fig.] koosjer
立派 rippa (1) uitstekend; voortreffelijk; excellent; prachtig; schitterend; magnifiek; grandioos; prima; illuster; [m.b.t. gebouw] weids; [m.b.t. plechtigheid] groots; fijn; heerlijk; uitmuntend; [m.b.t. geleerde] groot; briljant; [m.b.t. verschijning] statig; indrukwekkend; imposant; (2) achtbaar; fatsoenlijk; voornaam; [m.b.t. houding] waardig; achtenswaardig; respectabel; prijzenswaardig; loffelijk; [m.b.t. zaak] schoon; (3) hoogstaand; verheven; nobel; (4) [m.b.t. spel] eerlijk; [m.b.t. behandeling] rechtvaardig; fair; sportief; (5) [m.b.t. reden] afdoend; [m.b.t. grond] voldoende; [m.b.t. echtgenote] wettig; rechtmatig
立派な rippana (1) uitstekend; voortreffelijk; excellent; prachtig; schitterend; magnifiek; grandioos; prima; illuster; [m.b.t. gebouw] weids; [m.b.t. plechtigheid] groots; fijn; heerlijk; uitmuntend; [m.b.t. geleerde] groot; briljant; [m.b.t. verschijning] statig; indrukwekkend; imposant; (2) achtbaar; fatsoenlijk; voornaam; [m.b.t. houding] waardig; achtenswaardig; respectabel; prijzenswaardig; loffelijk; [m.b.t. zaak] schoon; (3) hoogstaand; verheven; nobel; (4) [m.b.t. spel] eerlijk; [m.b.t. behandeling] rechtvaardig; fair; sportief; (5) [m.b.t. reden] afdoend; [m.b.t. grond] voldoende; [m.b.t. echtgenote] wettig; rechtmatig
さっぱりした sapparishita (1) schoon; proper; net; keurig; ordelijk; (2) [性格の] openhartig; eerlijk; oprecht; rondborstig; (3) [食物の味の] eenvoudig; klassiek; gewoon
義理の girino aangetrouwd; schoon-; aanverwant; geparenteerd; [form.] aangehuwd; [veroud.] vermaagschapt; [gew.] van de koude kant; [gew.] wild
gi (1) aangetrouwd; behuwd-; schoon-; (2) kunst-; vals; ; (1) gerechtigheid; recht; rechtvaardigheid; gerechtvaardigdheid; gerechtige zaak; (2) betekenis; inhoud; zin; strekking; (3) band; betrekking; relatie
清げ kiyoge rein; puur; zuiver; ongerept; gaaf; schoon; mooi; knap; keurig; verzorgd
綺麗な kireina (1) mooi; knap; (2) schoon; zuiver
綺麗 kirei (1) mooi; knap; (2) schoon; zuiver
明朗 meirou (1) vrolijk; joviaal; prettig; zonnig; (2) schoon; zuiver; fair; sportief; eerlijk; helder; open
明朗な meirouna (1) vrolijk; joviaal; prettig; zonnig; (2) schoon; zuiver; fair; sportief; eerlijk; helder; open
美麗 birei mooi; fraai; bekoorlijk; bevallig; [Belg.N., spreekt.] schoon
bi schoonheid; schoon; het mooie
明るい akarui (1) licht; helder; klaar; (2) opgewekt; vrolijk; zonnig; (3) fair; eerlijk; clean; schoon; rooskleurig; (4) op de hoogte van; met; bekend met; goed kennen; goed thuis in; bedreven in; ervaren in; geverseerd in; onderlegd in; vertrouwd met
にも拘らず nimokakawarazu ondanks; in weerwil van; [form.] trots; niettegenstaande; ongeacht; ~ ten spijt; [Belg.N.] spijts; alhoewel; hoewel; [veroud.] schoon
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.41 sec. jiten.nl: 3 treffers, warandict: 25 treffers (zoekopdracht: 'schoon', strategie: exact). 
2005-2020