日蘭辭典+

14 resultaten voor ‘slaap’
日蘭辭典 (trefwoord)
anmin安眠
zn. diepe slaap m.; rustige slaap m. ¶ 安眠する rustig slapen; goed slapen. (俗) lekker slapen.
neru寢る
(寝る) i.w. (1) [眠る] naar bed gaan; gaan slapen. (2) [病臥] het bed houden. ¶ を讀みながら寢る liggen lezen tot men in slaap valt. ¶ 寢て居る liggen te slapen; slapen. ¶ 寢て考へる ergens een nachtje over slapen. ¶ 商品が寢てゐる er is geen vraag naar dit artikel; de goederen liggen renteloos.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <slaap>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
テンプルtenpuru (1) tempel; (2) [anat.] slaap; zijkant van hoofd; (3) brillenarm; (3) Temple
休みyasumi (1) rust; pauze; onderbreking; verpozing; verzetje; stop [bv. een stop maken]; halt [houden]; rustpauze; rustpoos; rustperiode; schaft; schoft; [i.h.b.] schofttijd; [m.b.t. akker] rustbraak; break; respijt; (2) vakantie; schoolvakantie; reces; vrijaf; vrij; vakantiedag; vrije dag; dag vrij; rustdag; vrije tijd; rusttijd; verlof; verloftijd; (3) afwezigheid; absentie; (4) nachtrust; bedrust; slaap; (5) slaap van zijderupsen; voorafgaande aan hun vervelling; (6) eufemisme voor "ziekte"; gebezigd door Ise-priesteressen
寝入りneiri (1) het in slaap vallen; (2) slaap
i slaap; het slapen
shin (1) slaap; slapengaan; (2) bed; (a) naar bed gaan; gaan slapen
ne slaap; het slapen
眠りnemuri slaap; rust
眠気nemuke slaperigheid; sufheid; slaap; vaak; somnolentie
睡眠suimin slaap
睡魔suima slaperigheid; slaap; vaak; [meton.] Klaas Vaak; zandmannetje
yani (1) hars; resine; (2) teer; nicotine; (3) afscheiding aan de oogleden; slaap; oogvuil; ogendracht; oogdracht; [gew.] slapers
顳顬komekami [anat.] slaap; zijkant van hoofd; [gew.] dunnege
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.48 sec. jiten.nl: 2 treffers, warandict: 12 treffers (zoekopdracht: 'slaap', strategie: exact). 
2005-2022