日蘭辭典+

54 resultaten voor ‘slag’
日蘭辭典 (trefwoord)
atogai後撓
zn. slag m.
ichigeki一擊
(一撃) zn. een slag m.
tatakai
(戦い、闘い、鬪ひ) zn. strijd m.; (合戰) gevecht o.; slag m.; (戰役) oorlog m.; krijg m.; (競爭) wedkamp m.; wedstrijd m. ¶ 戰を始める strijd beginnen; vijandelijkheden openen. ¶ 戰を宣する oorlog verklaren. ¶ 戰をする oorlog voeren. ¶ 戰好きの oorlogzuchtig; strijdlustig. ¶ 戰利あり overwinning behalen. ¶ 戰ふ vechten; strijden; kampen. ¶ 自由に戰ふ strijden voor de vrijheid. ¶ 誘惑と戰ふ strijden tegen de verleiding. ¶ 困難と戰ふ moeilijkheden bestrijden. ¶ 鬪はす laten vechten. ¶ 論を鬪はす argumenteeren; argumenten aanvoeren.
katsu勝つ
t.w. (1) [勝利] overwinnen; i.w. overwining behalen. t.w. (2) [優る] overtreffen. ¶ 戰に勝つ den slag winnen. ¶ 困難に克つ moeilijkheden te boven komen. ¶ にはが勝ち過ぎる het is te zwaar voor mij.
sensō戰爭
(戦争) zn. (1) [戰亂] oorlog m.; strijd m. (2) [戰鬪] slag m.; gevecht o. ¶ 戰爭する oorlog voeren; strijden; vechten; slag leveren. ¶ 戰爭中に in den oorlog; gedurende den strijd; al vechtende. ¶ 戰爭準備 toerusting tot den strijd; bewapening; voorbereiding tot den oorlog. ¶ 戰爭利益 oorlogswinst. ¶ 戰爭出る ten strijde trekken. ¶ 戰爭狂 oorlogspsychose. ¶ 戰爭好き oorlogszuchtig; krijgslustig.
daboku打撲
zn. klap m.; slag m. ¶ 打撲する ranselen; bont en blauw slaan; kneuzen.
SUPPLEMENT (trefwoord)
ichida一打
zn. (de) slag; (de) klap; (de) tik. ¶ の一打は伸びなかった。Kare no ichida wa nobinakatta. Zijn slag kwam niet ver. [TTC]
hitouchi一打ち
zn. (de) slag; (de) klap; (de) tik. ¶ この初太刀の一打ちで小次郎はすでに十分な致命傷を受けていた。 Kono shodachi no hitouchi de, Kojirō wa sude ni jūbun na chimeishō wo ukete ita. Met die enkele eerste zwaardslag werd Kojirō al dodelijk verwond. [blog]
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <slag>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
がちゃんgachan met een klap; smak; slag; dreun
こつkotsu truc; handigheidje; kneepje; kunstje; maniertje; weet; slag
ストロークsutorooku (1) [roeisport] slag; (2) [roeisport] slagroeier; achterste roeier; (3) [zwemsport] slag; (4) [(tafel)tennis; golf] slag; (5) [techn.] slag; slaglengte; slaghoogte; tact; (6) [typemachine] aanslag; (7) [golf] [maatwoord voor slagen]
タイプtaipu (1) schrijfmachine; tikmachine; typemachine; [w.g.] typewriter; (2) type; soort; model; patroon; slag; genre; (3) -type; -achtig; (4) [maatwoord voor types; soorten]
バッティングbattingu (1) [honkb.] batting; het slaan met het bat; het batten; slag; (2) [bokssp.] butting; verboden stoot (met hoofd; elleboog; schouder)
バトルbatoru (1) slag; veldslag; strijd; gevecht; treffen; (2) Battle
パンチpanchi (1) pons; ponsmachine; ponstang; drevel; doorslag; perforator; kniptang; (2) vuistslag; slag; stoot; klap; (3) slagvaardigheid; doortastendheid; pit; energie; kracht; fut; [bokssp.] punch; jab; (4) [cul.] punch; bowldrank; bowl; krambamboeli
ヒットhitto (1) slag; klap; dreun; mep; (2) [honkb.] hit; goede slag; (3) treffer; raakschot; (4) hit; succes; (5) [comp.] hit; treffer; resultaat van een zoekopdracht
ブローburoo (1) geföhnde coupe; (2) klap; slag; (3) Blow
一拍ippaku (1) één klap in de handen; (2) [muz.] één maatslag; maat; slag; (3) [fon.] één klanklengte; mora
一撃ichigeki slag; klap; aanval; dreun; stoot; oplawaai; opduvel
一発ippatsu (1) schot; salvo; explosie; (2) klap; slag; stoot; (3) [honkb.] homerun; (4) poging; keer; ronde; (5) [inform.] wip; beurt; nummertje
一石二鳥issekinichou twee vliegen in één klap; slag; dubbel voordeel
仲間 ; 中間nakama (1) maat; partner; metgezel; genoot; makker; kameraad; gezel; compeer; compagnon; collega; deelgenoot; vriend; medestander; [inform.] kornuit; [fig.] gildebroeder; [fig.] medespeler; (2) gezelschap; compagnonschap; confrérie; groep; coterie; incrowd; bende; kring; club; consorten; stelletje; gang; [fig.] gilde; [inform.] kliek; (3) soortgenoot; slag
会戦kaisen slag; strijd; gevecht; treffen; vijandelijke ontmoeting; rencontre; vijandelijkheden; schermutseling
会戦するkaisensuru slag; strijd leveren; vechten; strijden
区間kukan (1) ruimte tussen twee zones; districten; (2) [道路の] zone; [鉄道の] traject; sectie; baanvak; (3) gebied; district; territorium; (4) [wisk.] interval; (5) [sportt.] etappe; manche; [駅伝の] estafetteonderdeel; [scheepv.] slag; rak; (6) [maatwoord voor zones; etappes]
呼吸kokyuu (1) adem; ademhaling; ademtocht; [inform.] asem; (2) handigheidje; truc; foefje; slag; handigheid in iets; tact; kunstgreep; diplomatie
回りmawari (1) draai; draaiing; slag; omwenteling; rotatie; omgang; toer; wenteling; wending; zwenking; (2) ronde; rondgang; verspreiding; (3) [毒; アルコールの] uitwerking; effect; (4) [交通機関の] traject; route; via; (5) omweg; omrit; omlegging; omleiding; wegomlegging; (6) [maatwoord voor ronden; toertjes]; (7) [maatwoord voor een cyclus van 12 jaar]; (8) [maatwoord voor een termijn van 7 dagen]; (9) [maatwoord voor maten; slagen]
回転kaiten rotatie; draai; toer; slag; wenteling; omwenteling; rondwenteling; aswenteling; ronddraaiing; [sportt.] slalom
平手打ちhirateuchi klap; mep; slag; klets
戦い ; 闘い ; 戦 ; 闘tatakai (1) strijd; gevecht; vechtpartij; kamp; oorlog; treffen; worsteling; bestrijding; (2) slag; veldslag; (3) competitie; wedstrijd; match; partij; [i.h.b.] duel
戦闘sentou slag; veldslag; strijd; gevecht; vijandelijkheden; actie; [veroud.] kamp
戦闘するsentousuru slag; strijd leveren; vechten; strijden; kampen; [veroud.] een kamp strijden
ikusa (1) oorlog; slag; strijd; treffen; gevecht; gevechtsactie; actie; gevechtshandeling; vijandelijkheid; [arch.] krijg; (2) soldaat; krijgsman; krijger; [verzameln.] leger; troepen; (3) het boogschieten; boogschieterij
te (1) hand; [volkst.] jat; [inform.] klauw; krauwel; [Barg.] fietsen; (2) arm; (3) poot; [i.h.b.] voorpoot; (4) handvat; oor; (5) [meton.] hand; arbeidskracht; kracht; hulpkracht; hulp; helper; (6) [meton.] iems. handen; iems. bezit; (7) handschrift; schrift; (8) middel; truc; foefje; manoeuvre; techniek; (9) verwonding; wond; (10) [将棋の] zet; (11) [トランプの] hand; kaarten; (12) richting; kant; zijde; (13) soort; slag; merk; (14) vaardigheid; bekwaamheid; (15) betrekking; band; (16) hand-; handgemaakt; handgemaakte …; (17) hand-; meeneem-; (18) [~keiyōshi; keiyōdōshi] [beklemtonend voorvoegsel]; (19) in de richting van …; -waarts; (20) [noemt een zekere kwaliteit]; (21) [RYK~] -er [achtervoegsel waarmee nomina agentis gevormd worden]; (22) [maatwoord voor shogi-; schaakzetten]
打ち出しuchidashi (1) beëindiging; slot; einde; afronding; (2) drijfwerk; gedreven werk; reliëfwerk; embossing; repoussé; (3) [sportt.] service; serve; slag; [golf] afslag; drive; (4) [comp.] afdruk; uitprinting
打撃dageki (1) slag; klap; dreun; pets; opstopper; stoot; [gew.] bonk; (2) [sportt.] het slaan; slag; het batten; slagwerk; [テニスの] drive; volley; [ボクシングの] punch; (3) [fig.] klap; schok; knak; knauw
打擲chouchaku klap; slag; mep; aframmeling; afranseling; afrossing; bastonnade
打球dakyuu (1) [honkb.] het slaan; het batten; slag; (2) [honkb.] geslagen bal; gebatte bal
da (1) [honkb.] batting; het slaan met het bat; [golf] slag; stroke; (a) slaan; kloppen; (b) verrichten; uitvoeren; (c) [honkb.] slaan; batten
振りfuri (1) zwaai; slingerbeweging; slag; (2) voorkomen; schijn; allure; uiterlijkheid; show; (3) pose; air; lichaamshouding; houding; postuur; (4) hangend gedeelte van een wijd uitlopende kimonomouw
敗戦するhaisensuru (1) een oorlog; slag; strijd verliezen; verslagen worden; (2) een wedstrijd; spel verliezen; het onderspit delven
殴打ouda slag; klap; dreun; mep; afstraffing; pak slaag; [jur.] slagen en verwondingen; geweldpleging
殴打するoudasuru slaan (op); een klap; slag; dreun; mep; pak slaag geven; slagen toedienen; [jur.] slagen en verwondingen toebrengen
種類shyurui soort; aard; variëteit; slag; type; categorie; [biol.] species; [w.g.] specie; [w.g.] gading; [inform.] soortement
shyu (1) soort; slag; type; ras; klas; klasse; [veroud.] specie; (2) [biol.] soort; speciës; [afk.] spec.
肌 ; 膚hada (1) huid; vel; [volkst.] bast; (2) oppervlak; [i.h.b.] textuur; (3) aard; natuur; karakter; inborst; geaardheid; type; slag; een ~ soort mens
myaku (1) pols; polsslag; [verk.] slag; (2) [木の葉; 昆虫の羽の] ader; nerf; (3) [鉱の] ader
行程koutei (1) traject; afstand; parcours; stuk weg; eind weegs; (2) reisschema; (3) [techn.] slag; slaglengte
要領youryou (1) hoofdpunt; kern; kernpunt; hoofdzaak; hoofdgedachte; punt; hoofdinhoud; allerbelangrijkste; essentie; pointe; waar het om gaat; (2) kneepje; het fijne; truc; handigheidje; slag
野戦yasen (1) veldslag; strijd in het open veld; slag; krijgsverrichtingen te velde; (2) slagveld
jin (1) [mil.] gelid; gelederen; rijen; formatie; legerformatie; gevechtsformatie; slagorde; opstelling; gevechtsopstelling; (2) [mil.] stelling; positie; terrein; kamp; kampement; (3) [mil.] slag; veldslag; oorlog; [arch.] krijg; (4) keizerlijk wachthuis; (5) tribune voor hofedelen; (6) toegang voor de clerus; (7) -korps; -groep; (a) [mil.] opstelling; formatie; (b) [mil.] legerplaats; legerkamp; kamp; (c) [mil.] slag; veldslag; veldtocht; campagne; (d) vlaag; aanval; (e) groep; korps; staf; equipe; ploeg; team; leden
鳩小屋 ; ハト小屋hatogoya duivenhok; duiventil; duivenkot; til; kijker; [meton.] slag; [gew.] duifhuis; [gew.] keet; [gew.] pier
鳩舎kyuushya duivenhok; duiventil; duivenkot; til; kijker; [meton.] slag; [gew.] duifhuis; [gew.] keet; [gew.] pier
鼓動kodou slag; klop; geklop; klopping; bons; gebons; pulsatie; palpitatie
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.49 sec. jiten.nl: 8 treffers, warandict: 46 treffers (zoekopdracht: 'slag', strategie: exact). 
2005-2022