日蘭辭典+

45 resultaten voor ‘slap’
日蘭辭典 (trefwoord)
yowai弱い
bn. zwak; slap; teer; flauw. ¶ 弱い身體 zwak gestel. ¶ 弱い spoedig zeekziek zijn. ¶ 弱い slecht tegen drank kunnen. ¶ 弱い議論 zwak argument. ¶ の午後の弱い日光 het flauwe licht van de winternamiddag. ¶ 弱者 zwakkeling. ¶ 弱者いぢめ verdrukking der zwakken; negeraar (人); iemand, die misbruk maakt van zijn kracht om zwakkeren onrecht te doen.
amai甘い
bn. (1) [甘味] zoet. (2) [淡味] flauw; laf; smakeloos. (3) [愚鈍] dwaas; mal. (4) [叱り方が] slap; niet streng genoeg. (5) [やさしい] zacht. ¶ 子供に甘い toegevend voor kinderen. ¶ 甘い物 zoetigheid.
ki
(気) zn. (1) [力] geest m.; hart o.; ziel v. (2) [質] karakter o. (3) [分] humeur o.; stemming v. (4) [傾向] neiging v.; geneigdheid v. (5) [注意] zorg v.; aandacht v. (6) [呼吸] adem m. (7) [空] lucht v.; atmosfeer v. (8) [蒸] damp m.; uitwaseming v.(9) [香] smaak m.; geur m. (10) [精] ether m. ¶ がある lust hebben; geneigd zijn. ¶ がさす ongerust zijn. ¶ が狂ふ gek worden. ¶ が違って居る niet goedwijs zijn. ¶ がふれる buiten zich zelven zijn; niet wel bij het hoofd zijn. ¶ が長い geduldig. ¶ が拔けた afgetrokken; verstrooid. ¶ が塞ぐ somber gestemd zijn; tobben; (俗) in de put zitten. ¶ が詰まる benauwd zijn. が進む volgaarne; van ganschen harte. ¶ が進まぬ geen zin hebben. ¶ が立って居る opgewonden zijn.¶ が向く geneigd zijn; lust hebben. ¶ が濟まぬ niet op zijn gemak zijn. ¶ が重くなる gedrukt zijn; somber zijn. ¶ が遠くなる bewusteloos worden; bezwijmen; flauw vallen. ¶ が咎める niet op zijn gemak zijn; zelfverwijt gevoelen. ¶ に病む ongerust zijn. ¶ ....... するになる er toe komen om; lust krijgen om. ¶ に障る hinderen; ergeren. ¶ の強い stoutmoedig; dapper. ¶ の弱い slap. ¶ の合った gelijkgezind; sympathiek. ¶ のない zouteloos; laf. ¶ の小さい kleinmoedig.¶ の狹い bekrompen; kleinzielig. ¶ 樹の大きい grootmoedig; edelmoedig (寬大); moedig. ¶ の早い driftig; opvliegend. ¶ の好い goedhartig. ¶ の利いた behendig; knap. ¶ 變り易い wispelturig. ¶ を揉む tobben; zich bezorgd maken.¶ をゆるす aandacht laten verslappen; niet goed opletten. ¶ を勵ます moedvatten. ¶ を晴らす zich ontspannen. ¶ を養ふ geest voedenを失ふ flauw vallen; bewusteloos worden; bezwijmen; bewustzijn verliezen. ¶ を探る polsen. ¶ を變へる van opinie veranderen. ¶ を配る zijn aandacht gevestigd houden op; (俗) in de gaten houden. ¶ を持つ (心をかける) zich wijden aan.¶ を長くする geduld oefenen. ¶ を拔く verslappen. ¶ を落ちつける zijn gedachten verzamelen; tot zich zelven komen. ¶ を落す den moed verliezen; den moed laten zinken. ¶ を負ふ zich laten voorstaan op; prat gaan op. ¶ を惡くする kwalijk nemen. ¶ 人のを惡くする iemand’s gevoelens kwetsen. ¶ を利かせる een wenk begrijpen. ¶ を廻す achterdocht koesteren. ¶ を附ける goed opletten; oppassen. ¶ を附け pas op !; geef acht ! (號令). ¶ は心 neem den wil voor de daad; waardeer de goede bedoeling. ¶ 何のもなしに zonder eenige (kwade) bedoeling. ¶ に懸けるな trek je er niets van aan ! ¶ あとでがついた later viel mij in ....... . ¶ が濟んだ het is mij een pak van het hart.
kiryoku氣力
(気力) zn. geestkracht v.; wilskracht v.; energie v. ¶ 氣力ある energiek; flink. ¶ 氣力なき slap; futloos.
kasuka微か
(かすか) bn. gering; flauw; onduidelijk; vaag. ¶ 微かな似寄り flauwe gelijkenis. ¶ その微かに覺えてゐます ik heb er een vage herinnering van; ik herinner het me flauw.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <slap>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
こくのないkokunonai  ; [~酒] slap; flauw; laf; vlak; futloos; waterig; zonder pit; [~料理] licht verteerbaar; fade; [gew.] flets; [gew.] kwak
だぶだぶdabudabu (1) ruim; wijd; niet strak; los; slobberig; flodderig; te groot; ruim; (2) klotserig; klotsend; (3) kwistig [in het sprenkelen; plengen]; (4) [m.b.t. spieren; vetmassa] kwabbig; week; pafferig; papperig; slap
ぼんやりbonyari (1) afwezigheid; absentie; afgetrokkenheid; verstrooidheid; sufheid; dommel; dommeling; dommeligheid; (2) sufferd; sufkop; slaapkop; dommelaar; dromer; warhoofd; stommerd; stomkop; domoor; uilskuiken; ezel; oen; (3) wazig; schemerig; vaag; dof; onduidelijk; onklaar; gevoileerd; onhelder; troebel; doezelig; mistig; fuzzy; wollig; flou; nevelig; nebuleus; zweverig; (4) flets; suf; suffig; lusteloos; futloos; slaperig; lodderig; dommelig; (5) afwezig; afgetrokken; verstrooid; met zijn gedachten er niet bij; warrig; wezenloos; geesteloos; ongeconcentreerd; gedachteloos; onoplettend; achteloos; [i.h.b.] werkeloos; nietsdoend; passief; [Lat.] praesens absens; (6) stom; dof (van geest); bot; dom; stompzinnig; afgestompt; onbevattelijk; (7) [van markt; beurs enz.] gedrukt; flauw; slap; zwak
アバウトabauto (1) halfslachtig; halfhartig; lauw; slap; onverschillig; ongeïnteresseerd; nonchalant; slordig; met de Franse slag; onverantwoord; (2) bij benadering
ソフトsofuto (1) software; programmatuur; [i.h.b.] DVD- of VHS-materiaal [verkorting van sofutowea ソフトウェア]; (2) slappe vilthoed; slappe deukhoed; slappe gleufhoed [verkorting van sofutobō ソフト帽]; (3) immaterieel; onstoffelijk goed; (4) zacht; soft; week; slap
不味いmazui (1) onsmakelijk; vies; onappetijtelijk; goor; onfris; niet te eten; (2) slecht; ongelukkig; ongelegen; importuun; ongepast; inopportuun; onverstandig; (3) lelijk; onknap; onooglijk; (4) onbedreven; zwak; krukkig; onhandig; stuntelig; slap
不況のfukyouno [m.b.t. handel; markt] flauw; slap; zwak; gedrukt; mat; stagnerend
不活発なfukappatsuna inactief; futloos; dadeloos; onwerkzaam; traag; mat; loom; sloom; indolent; suf; lusteloos; gezapig; hangerig; uitgeblust; languissant; [fig.] lethargisch; [fig.] inert; [m.b.t. handel] stagnerend; [m.b.t. handel] slap; [m.b.t. handel] flauw; [m.b.t. handel] gedrukt
低調teichou (1) somber; low key-; in een lage toon; ingehouden; mat; (2) [ook m.b.t. handel] flauw; gedrukt; slap; slepend; in baissestemming; à la baisse
低調なteichouna (1) somber; low key-; in een lage toon; ingehouden; mat; (2) [ook m.b.t. handel] flauw; gedrukt; slap; slepend; in baissestemming; à la baisse
勢いのないikioinonai futloos; lusteloos; krachteloos; flauw; slap
味のないajinonai (1) smaakloos; geen smaak hebbend; zonder smaak; flauw; slap; laf; [gew.] flets; (2) zouteloos; oninteressant; nietszeggend; geesteloos; mat; saai
味の薄いajinousui zonder veel smaak; flauw; slap; laf; vlak; [gew.] flets
弱いyowai zwak; flauw; slap
怠いdarui lui; traag; loom; langzaam; futloos; lusteloos; sloom; moe; mat; languissant; doezelig; krachteloos; slap; suf; dof; duf; versuft; sufferig; suffig
惰弱dajaku (1) lauwheid; flauwheid; matheid; slapheid; slapte; weekheid; wekelijkheid; verwijfdheid; passiviteit; vadsigheid; lusteloosheid; indolentie; (2) lichamelijke zwakheid; zwakte; krachteloosheid; (3) lauw; flauw; mat; slap; week; wekelijk; verwijfd; passief; vadsig; lusteloos; indolent; (4) lichamelijk zwak; krachteloos
意志の弱いishinoyowai wilszwak; zwak van wil; willoos; besluiteloos; slap
意志薄弱ishihakujaku (1) wilszwakte; zwakheid van wil; [fil.] akrasia; (2) wilszwak; zwak van wil; slap; [fil.] akratisch
意志薄弱なishihakujakuna wilszwak; zwak van wil; slap; [fil.] akratisch
意気地のないikujinonai slap; flauw; laf; week; niet wilskrachtig; karakterloos; lafhartig; blohartig; schijterig
拙いmazui onbedreven; zwak; krukkig; onhandig; stuntelig; slap
旨味のないumaminonai (1) smaakloos; geen smaak hebbend; zonder smaak; laf; flauw; slap; (2) onrendabel; onprofijtelijk; … dat niet loont; … dat geen geld in het laatje brengt
暇なhimana (1) vrij; ~ waarin niet gearbeid wordt; arbeidsloos; (2) [m.b.t. handel] slap; slapjes; flauw; slepend; stil; [m.b.t. markt] traag; met weinig animo
暇 ; 隙 ; 閑hima (1) vrijaf; vrij; vrije tijd; vrije uren; (2) tijd (om iets te doen); gelegenheid; kans; (3) vakantie; [i.h.b.] verlof; (4) verbreking; [i.h.b.] ontslag; [i.h.b.] scheiding; (5) slappe tijd; slapte [in handel]; komkommertijd [in nieuws]; (6) vrij; ~ waarin niet gearbeid wordt; arbeidsloos; (7) [m.b.t. handel] slap; slapjes; slepend; stil; [van markt] traag
柔らか; 軟らか; 和らかyawaraka (1) zacht; smeu; mals; donzig; (2) mild; zachtaardig; teder; (3) soepel; buigzaam; tegemoetkomend; coulant; flexibel; (4) behaaglijk (warm); mild; (5) sappig; vlot; (6) halfzacht; slap; verwijfd
沈静chinsei (1) stilte; stilheid; (2) rust; kalmte; tranquilliteit; (3) [hand.] stilstand; stagnatie; slapte; slapheid; (4) stil; (5) rustig; kalm; (6) [hand.] slap; flauw; gedrukt; mat; stagnant
無気力mukiryoku (1) apathie; futloosheid; lusteloosheid; lethargie; loomheid; sloomheid; matheid; slapheid; hangerigheid; indolentie; [geneesk.] asthenie; torpiditeit; (2) apathisch; futloos; lusteloos; lethargisch; loom; sloom; mat; slap; hangerig; languissant; indolent; [geneesk.] astheen; asthenisch; torpide
締まりのないshimarinonai slap; los; slonzig
緩々yuruyuru (1) traag; langzaam; ongehaast; lijzig; (2) ontspannen; op z'n gemak; kalmpjes; niet gejaagd; (3) slap; zacht; buigzaam; (4) [髪の毛が] weelderig; (5) uitgestrekt; omvangrijk; uitgebreid; (6) slobberig; flodderig; (7) waterig; (8) rustig; vredig; kalm
緩いyurui (1) los; slap; wijd; ruim; [m.b.t. kleren] makkelijk; breed; slobberig; (2) onsamenhangend; [m.b.t. pap] dun; week; sopperig; soppig; (3) [m.b.t. enthousiasme] lauw; mat; flauw; futloos; (4) loom; inert; traag; languissant; laks; slof; sloom; lamlendig; (5) zwak (van wil); week; laks; (6) soepel; coulant; meegaand; mild; clement; gul; (7) zacht [hellend]; [m.b.t. bocht] licht; rustig [gekabbel]
緩るかyururuka (1) los; slap; (2) kalm; ontspannen; rustig; losjes; (3) sluik; soepel; weelderig
緩慢 ; 寛慢kanman traag; langzaam; talmend; laks; sloom; loom; futloos; mat; slap; flauw
緩慢な ; 寛慢なkanmanna traag; langzaam; talmend; laks; sloom; loom; futloos; mat; slap; flauw
脆いmoroi (1) breekbaar; teer; broos; fragiel; bros; (2) zwak; slap; week; frêle; tenger; (3) teerhartig; weekhartig
腑抜けfunuke (1) lafaard; lafbek; bangerik; schijterd; angsthaas; sul; watje; doetje; mietje; slappeling; bloodaard; slapjanus; sissy; moederskindje; koekje; schuimpje; labbekak; (2) laf; lafhartig; schijterig; zwak; slap; niet wilskrachtig; timide; karakterloos; zonder durf; lullig
腑甲斐無いfugainai (1) laf; lafhartig; slap; flauw; kleinhartig; kleinmoedig; (2) nietswaardig; waardeloos; onbruikbaar
苦しい言い訳kurushiiiiwake slap; mager; flauw; gebrekkig; onbevredigend; armzalig; gezocht excuus; armzalige uitvlucht; doorzichtige smoes
薄いusui (1) [m.b.t. papier; muur; lippen; haren etc.] dun; (2) flauw; [m.b.t. koffie; thee] slap; [m.b.t. soep; pap] waterig; (3) [m.b.t. kleur] licht; bleek; vaal; mat; dof; verschoten; (4) schaars; karig; mager; niet copieus; niet overvloedig; gierig
虚弱kyojaku zwak; slap; week; broos; teer; delicaat; tenger
血の気のないchinokenonai (1) bloedeloos; bleek; kleurloos; flets; (2) bloedeloos; slap; futloos; pitloos; loom
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.65 sec. jiten.nl: 5 treffers, warandict: 40 treffers (zoekopdracht: 'slap', strategie: exact). 
2005-2021