日蘭辭典+

37 resultaten voor ‘slecht’
日蘭辭典 (trefwoord)
akurei惡例
(悪例) zn. slecht voorbeeld o.; bedenkelijk precedent o.
akushin惡心
akuyū惡友
(悪友) zn. slecht gezelschap o.
ashiki惡しき
(悪しき) bn. (1) [不正] slecht; boos; kwaad; euvel. (2) [慘な] ellendig; miserabel. ¶ 惡しくなる degenereeren; slechter worden; achteruitgaan;
akugyō惡行
(悪行) zn. slecht gedrag o.
akuhitsu惡筆
(悪筆) zn. slecht schrift o.; hanepooten m.mv.
furyō不良
bn. (1) [劣等] slecht; inferieur. (2) [罪悪] misdadig; slecht; demoraliseerd. ¶ 不良品 minderwaardige artikelen. ¶ 不良の健康 slechte gezondheid. ¶ 不良少年 misdadige jeugd.
yo
zn. (1) [世間] wereld v. (2) [時代] tijdperk o.; tijd m.; eeuw v. (3) [生涯] leven o. (4) [公衆] het publiek o. ¶ 此 deze aardsche wereld. ¶ あの世 het hiernamaals. ¶ 渡る vooruitkomen in de wereld. ¶ 厭ふ levensmoede zijn. ¶ に知られぬ onbekend. ¶ に後れる bij zijn tijd ten achter zijn; niet met den tijd meegaan. ¶ を早くする jong sterven. ¶ 惡い de tijden zijn slecht. ¶ 德川のに onder de regeering der Tokugawa’s ¶ を驚かす de wereld verstomd doen staan. ¶ 合ふ in de smaak vallen van het publiek.
soakuna粗悪な
bn. grof; inferieur; van slechte kwaliteit
shina
zn. artikel o.; waar v.; kwaliteit (品質) v. ¶ 落ちる de kwaliteit is minderwaardig. ¶ を落す de kwaliteit verminderen; slechtere waar leveren. ¶ 見本違ふ de geleverde waar stemt niet overeen met het monster.
jakusotsu弱卒
daikon大根

zn. knolraap v.; raap v.; slecht acteur (へぼ役者) m. ¶ 大根漬 gezouten knollen.

SUPPLEMENT (trefwoord)
kakikoカキコ
(znw., ww-suru; tevens かきこ) geschreven commentaar of opmerkingen op een bulletin board of een blog. Afkorting van 書き込み kakikomi wat de zelfstandige vorm is van het werkwoord 書き込む kakikomu. ¶ カキコ苦手なんです。 Kakiko nigate nan desu. Ik ben niet goed in het schrijven van comments. (TTC) ¶ 自由にカキコして下さい! Jiyū ni kakiko shite kudasai. Plaats gerust commentaar! (blog)
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <slecht>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
いけない ikenai (1) niet toegelaten; ongewenst; onaanvaardbaar; onmogelijk; slecht; (2) slecht; boosaardig; stout; ondeugend; (3) nutteloos; zinloos; hopeloos; (4) niet in orde; uit de haak; pijn doen; pijnlijk [bv. m.b.t. maag]; fout; loos
黒い kuroi (1) zwart; (2) (van huid of kleur van ogen) donker; (van huid of kleur van ogen) bruin; gebruind; [Belg.N., niet alg.] gebronzeerd; (3) vuil; vies; smerig; morsig; bevlekt; besmeurd; bevuild; (4) slecht; onrechtvaardig; onbillijk; onwettig; onrechtmatig; clandestien
悪い warui (1) slecht; kwaad; verkeerd; euvel; kwalijk; boos; ongunstig; mieges; [inform.] beroerd; (2) moreel slecht; onverkwikkelijk; onfris; lelijk; verwerpelijk; (3) sorry; het spijt me; pardon; neem me niet kwalijk
斜め naname (1) schuin; scheef; naar één kant; hellend; stekend; [arch.] scheluw; dwars; diagonaal; overhoeks; hoeksgewijs; schuins; overdwars; (2) [van humeur, luim enz.] slecht; dwars
ja kwaad; euvel; onrecht; ; (1) a. verkeerd; slecht; snood; (2) b. verwarren; misleiden
怠業する taigyousuru een langzaamaanactie houden; langzaam aan doen; [uit protest; als strijdmiddel] slecht; langzaam werken
駄目 dame (1) slecht; niet-deugend; waardeloos; nietswaardig; nep; (2) nutteloos; onbruikbaar; ongeschikt; vergeefs; vruchteloos; zinloos; infructueus; onnut; ~ heeft geen zin; het haalt niets uit; er is niets mee te beginnen; hopeloos; naar de maan; bliksem; verknoeid; mislukt; (3) onmogelijk; tot mislukken gedoemd; incapabel; dat lukt niet; zo gaat het niet; dat wordt niets; (4) dat is verboden; dat past niet; dat mag niet; dat gaat niet aan; dat is niet toegestaan; daar komt niets van in; dat is hier contrabande; nee; laat dat; stop; niet doen; ; (1) [go-term] neutraal vakje; (2) [ton.] (waarschuwing voor een) slecht punt in de regie; de opvoering; het scenario; script enz.
駄目な damena (1) slecht; niet-deugend; waardeloos; nietswaardig; incapabel; onbekwaam; incompetent; (2) nutteloos; onbruikbaar; ongeschikt; vergeefs; vruchteloos; zinloos; infructueus; onnut; hopeloos; verknoeid; mislukt; (3) onmogelijk; tot mislukken gedoemd; (4) verboden; ongeoorloofd; ongepast
曲がった magatta (1) krom; gebogen; scheef; verbogen; gewelfd; bochtig; slingerend; kronkelig; meandrisch; zigzaggend; (2) pervers; verdorven; slecht; [veroud., bijb.] verkeerd; (3) oneerlijk; onoprecht; onbetrouwbaar; vals; (4) overhangend; overhellend; scheefgetrokken; scheluw
不味い mazui (1) onsmakelijk; vies; onappetijtelijk; goor; onfris; niet te eten; (2) slecht; ongelukkig; ongelegen; importuun; ongepast; inopportuun; onverstandig; (3) lelijk; onknap; onooglijk; (4) onbedreven; zwak; krukkig; onhandig; stuntelig; slap
虐待する gyakutaisuru slecht; wreed behandelen; mishandelen; misbruiken; maltraiteren; abuseren
汚い kitanai (1) vuil; vies; besmeurd; smerig; (2) onfatsoenlijk; obsceen; goor; (3) gemeen; laag-bij-de-gronds; slecht; (4) vrekkig; zuinig; krenterig
劣等 rettou minderwaardig; inferieur; slecht; … van slechte; inferieure; geringe kwaliteit; ; minderwaardigheid; minderheid; inferioriteit
yokoshima (1) verkeerd; fout; slecht; kwaad; [veroud.] boos; (2) zijdelings; zijlings; zijwaarts; dwars
不幸な fukouna (1) ongelukkig; treurig; ellendig; beroerd; miserabel; (2) tegenvallend; onzalig; slecht; onfortuinlijk; kwaad; jammer
不幸 fukou (1) ongelukkig; onzalig; treurig; (2) tegenvallend; slecht; onfortuinlijk; jammer; ; (1) ongeluk; ongelukkigheid; onzaligheid; [veroud.] wee; ellende; (2) tegenspoed; tegenslag; pech; rampspoed; [fig.] contrecoup; (3) sterfgeval in de familie; overlijden; verlies van een dierbare
不可 fuka slecht; verkeerd; ondeugdelijk; onbehoorlijk; [i.h.b.] ongepermitteerd; niet geoorloofd; ; F; onvoldoende; afwijzing; [i.h.b.] stem tegen
酷い hidoi (1) wreed; hard; verschrikkelijk; gruwelijk; enorm; ontzettend; vreselijk; onmenselijk; slecht; gemeen; duivels; donders; heidens; verduiveld; verduveld; verdomd; deksels; drommels; (2) erg; guur; [~寒さ] bitter; bar; zwaar; flink; hevig; geweldig; [~発言] straf; van je welste; [~批評] scherp
悪し様 ashizama (1) slecht; kwalijk; kwaadwillig; (2) negatief; afbrekend; beledigend; smadelijk; ongeflatteerd
阿漕 akogi (1) schaamteloos; onbeschaamd; brutaal; (2) begerig; gulzig; hebzuchtig; hebberig; (3) wreed; hard; hardvochtig; meedogenloos; ongevoelig; cru; gemeen; onbarmhartig; harteloos; (4) gemeen; venijnig; boosaardig; slecht
阿漕な akogina (1) schaamteloos; onbeschaamd; brutaal; (2) begerig; gulzig; hebzuchtig; hebberig; (3) wreed; hard; hardvochtig; meedogenloos; ongevoelig; cru; gemeen; onbarmhartig; harteloos; (4) gemeen; venijnig; boosaardig; slecht
悪人 akunin slecht; gemeen mens; slechte; boosdoener; kwaaddoener; slechterik; slechtaard; booswicht; snoodaard; schurk; boef; schelm; deugniet; schobbejak; ploert; [inform.] fielt; [inform.] patjakker
悪質 akushitsu (1) slecht van kwaliteit; minderwaardig; inferieur; (2) gemeen; kwaadaardig; slecht; veil; kwalijk
悪用 akuyou misbruik; verkeerd; slecht; ongeoorloofd gebruik; wangebruik; [euf.] oneigenlijk gebruik
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.38 sec. jiten.nl: 13 treffers, warandict: 24 treffers (zoekopdracht: 'slecht', strategie: exact). 
2005-2019