日蘭辭典+

14 resultaten voor ‘slingeren’
日蘭辭典 (trefwoord)
yurugi揺ぎ
zn. schommeling v.; slingering v.; zwaai m.; schudding v. ¶ 揺ぐ schommelen; schudden; slingeren; zwaaien.
yure揺れ
zn. schok m.; slingering v.; schudding v. ¶ 揺れる schokken; schommelen; slingeren; schudden; trillen.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <slingeren>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
放る; 抛る; 投る houru (1) werpen; gooien; smijten; keilen; slingeren; kogelen; [inform.] flikkeren; jenzen; lazeren; mikken; fazelen; (2) opgeven; ophouden met; eraan geven; de brui geven aan; uitscheiden met; laten liggen; in de steek laten; laten zitten; laten steken; laten sloffen; verwaarlozen; nalaten
投げる nageru (1) werpen; gooien; smijten; slingeren; jenzen; keilen; kogelen; patsen; fazelen; [i.h.b.] pitchen; [inform.] lazeren; [inform.] flikkeren; [inform.] donderen; [fig., inform.] mikken; (2) [i.c.m. 身] zich werpen; zich storten; zich gooien; (3) [in het judo, sumō e.d.] (de tegenstander met een bep. techniek) op de grond werpen; vloeren; (4) [een blik, licht] werpen; (5) [een examen enz.] (halverwege) opgeven; eraan geven; ermee ophouden; staken; (6) met verlies van de hand doen; met schade verkopen
零れる koboreru (1) overlopen; morsen; vallen; (2) zich verspreiden; verspreid raken; slingeren
動揺する douyousuru (1) schokken; horten; stoten; hobbelen; denderen; [m.b.t. schip] rollen; deinen; slingeren; schommelen; heen en weer; op en neer bewegen; wiebelen; beven; stampen; schudden; oscilleren; [niet alg.] daveren; (2) schommelen; fluctueren; (3) weifelen; dubben; wankelen; [fig.] walen; aarzelen; heen en weer geslingerd worden; in dubio staan; (4) huiveren; in beroering zijn; geagiteerd; woelig; roerig zijn; geschokt zijn; onrustig; rusteloos; ongerust; verontrust zijn; ontsteld; in de war; van streek; ontdaan; van de kook; van de wijs; uit z'n doen zijn
発振する hasshinsuru [nat.] oscilleren; trillen; (heen en weer) slingeren; schommelen
打っ付ける buttsukeru (1) [釘を] indrijven; inslaan; (2) met kracht slaan; hevig kloppen; hameren; rammen; bonzen; beuken; (3) krachtig smijten; keilen; slingeren; (4) stoten; crashen; botsen
振れる fureru (1) slingeren; zwaaien; schommelen; oscilleren; (2) overhellen; uitwijken; uitslaan; inclineren
ローリングする rooringusuru [船が] rollen; slingeren
ローリング rooringu (1) [船の] het rollen; slingeren; (2) Rowling; Loring
揺れる yureru (1) beven; trillen; schudden; deinen; wiegen; wiebelen; [m.b.t. zeewier] golven; schokken; horten; [m.b.t. trein] hotsen; slingeren; schommelen; zwaaien; [m.b.t. schip] rollen; [m.b.t. schip] stampen; op en neer gaan; [m.b.t. kaarslicht] flakkeren; (2) wankelen; schudden [op zijn grondvesten]; in beroering zijn; in opschudding verkeren; in rep en roer zijn; (3) aan het wankelen raken; weifelen; onzeker zijn; in dubio staan
揺する yusuru schudden; heen en weer schommelen; wiegen; slingeren; zwaaien
揺り動く yuriugoku heen en weer bewegen; op en neer gaan; zwiepen; slingeren; schommelen; deinen; trillen
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.55 sec. jiten.nl: 2 treffers, warandict: 12 treffers (zoekopdracht: 'slingeren', strategie: exact). 
2005-2019