日蘭辭典+

42 resultaten voor ‘slordig’
日蘭辭典 (trefwoord)
zuzan na杜撰な
bn. slordig; onachtzaam; slecht verzorgd; onnauwkeurig.
yarippanashi遣放し
(遣りっ放し) zn. niet-afdoening v. ¶ 遣放しにする niet afdoen; onvoltooid laten liggen. ¶ 遣放しの slordig; niet accuraat.
furyōken不量見
(不了見、不料簡) zn. onbesuisdheid v.; onbezonnenheid v.
bukakkō不格好
zn. misvorming v.; gemis aan regelmaat. ¶ 不格好の misvormd; leelijk. ¶ 不格好に髮を結った zij heeft het haar slordig opgemaakt.
soryaku疎略
(粗略) zn. nalatigheid v.; slordigheid. ¶ 疎略な slordig; onachtzaam. ¶ 疎略に zonder zorg; onachtzaam.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <slordig>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
あしらうashirau (1) behandelen; ontvangen; onthalen; omgaan met; omspringen met; (2) nonchalant; slordig; zozo behandelen; lichtzinnig omgaan met; onzorgvuldig omspringen met; (3) van iets passends voorzien; schikken; plaatsen; [肉に野菜を] garneren met; versieren met; opmaken met; dresseren; aankleden; afwerken; (4) [nō-term] muzikaal begeleiden
ぞんざいzonzai (1) onbeleefd; ongemanierd; lomp; grof; onbehouwen; (2) onzorgvuldig; slordig; nonchalant; onoplettend; onachtzaam; onaandachtig; nalatig; onattent; met de Franse slag gedaan
ぞんざいなzonzaina (1) onbeleefd; ongemanierd; lomp; grof; onbehouwen; (2) onzorgvuldig; slordig; nonchalant; onoplettend; onachtzaam; onaandachtig; nalatig; onattent; met de Franse slag gedaan
だらしないdarashinai (1) slordig; slonzig; onverzorgd; zonder zorg; onzorgvuldig; rommelig; morsig; nonchalant; slodderig; slodderachtig; verlopen; (2) zwak; flauw; laks; lichtzinnig; [i.h.b.] ongedisciplineerd
だらしのないdarashinonai (1) slordig; slonzig; onverzorgd; zonder zorg; onzorgvuldig; rommelig; morsig; nonchalant; slodderig; slodderachtig; verlopen; (2) zwak; flauw; laks; lichtzinnig; [i.h.b.] ongedisciplineerd
ちゃらんぽらんcharanporan (1) lichtvaardig; lichtzinnig; onachtzaam; onbezonnen; achteloos; zorgeloos; slordig; onzorgvuldig; (2) onverantwoord; onverantwoordelijk
ちゃらんぽらんなcharanporanna (1) lichtvaardig; lichtzinnig; onachtzaam; onbezonnen; achteloos; zorgeloos; slordig; onzorgvuldig; (2) onverantwoord; onverantwoordelijk
ぼさぼさbosabosa (1) [~した髪] warrig; verward; slordig; wild; verfomfaaid; ongekamd; onverzorgd; (2) werkeloos; niets doend; niksend
アバウトabauto (1) halfslachtig; halfhartig; lauw; slap; onverschillig; ongeïnteresseerd; nonchalant; slordig; met de Franse slag; onverantwoord; (2) bij benadering
ルーズruuzu slordig; onzorgvuldig; nonchalant; los; laks; ongedisciplineerd; nalatig; onachtzaam; achteloos; [gew.] negligent
ルーズなruuzuna slordig; onzorgvuldig; nonchalant; los; laks; ongedisciplineerd; nalatig; onachtzaam; achteloos; [gew.] negligent
下手にhetani (1) oppervlakkig; vluchtig; onbevredigend; (2) slordig; onzorgvuldig; nonchalant; onverzorgd; (3) onhandig; stuntelig; onbeholpen
不届きfutodoki (1) brutaal; onbeschoft; ongemanierd; grof; lomp; onbeleefd; ongehoord; onfatsoenlijk; onbetamelijk; impertinent; schandalig; (2) slordig; nonchalant; onattent; onachtzaam
中空nakazora (1) [~の] in de lucht; hemel; (2) onderweg; (3) onrustig; zenuwachtig; (4) onaf; onvolkomen; (5) halfslachtig; halfbakken; onzorgvuldig; nonchalant; slordig
乱れたmidareta (1) warrig; slordig; wanordelijk; verwilderd; verward; ongeordend; onordelijk; ontregeld; ongeorganiseerd; ongeregeld; ordeloos; chaotisch; (2) verward; confuus; gederangeerd; (3) gestoord; verstoord; ontwricht; [~風紀] bedorven
出鱈目detarame (1) onzin; nonsens; larie(koek); [inform.] kul; [inform.] bullshit; [inform.] flauwekul; quatsch; [inform.] lulkoek; klets(praat); kletskoek; [inform.] apekool; beuzelarij; kletserij; leuterkoek; leuterpraat; kolder; snert; blabla; prietpraat; gekkenpraat; zottenpraat; dollemanspraat; (2) lukraak; nonchalant; achteloos; willekeurig; op goed geluk af; slordig; onnauwkeurig; onzorgvuldig; hapsnap; in het wilde weg; zomaar wat; met de Franse slag; onsamenhangend; [m.b.t. weer] grillig; [m.b.t. prijs] absurd; [m.b.t. methode] stelselloos
出鱈目なdetaramena lukraak; nonchalant; achteloos; willekeurig; slordig; onnauwkeurig; inaccuraat; onzorgvuldig; hapsnap; onsamenhangend; [~天気] grillig; [~値段] absurd; exorbitant; [~方法] stelselloos
半端hanpa (1) rest; het resterende; overschot; fragment; fractie; (2) onvolledig; onvoltallig; incompleet; gebrekkig; fragmentarisch; fragmentair; onaf; onvoltooid; onafgewerkt; gedeeltelijk; onvolmaakt; vol leemten; (3) resterend; overgeschoten; overblijvend; (4) halfslachtig; nonchalant; slordig; met de Franse slag gedaan; minimalistisch; oppervlakkig; (5) onbeslist; ambivalent
取り乱したtorimidashita (1) verward; ontregeld; onordelijk; wanordelijk; ongeordend; onnet; onverzorgd; ordeloos; slordig; rommelig; warrig; warrelig; (2) verward; beduusd; gederangeerd; confuus; gealtereerd; verbijsterd; perplex; aangeslagen; ontredderd; ontzet; onthutst; ontsteld
好い加減にするiikagennisuru (1) matiging; gematigdheid betrachten; maat houden; (2) slordig; onzorgvuldig doen; de hand lichten met; afraffelen; aanrommelen; knoeien met; veronachtzamen; slecht uitvoeren
小汚いkogitanai (1) vuilig; viezig; groezelig; smoezelig; [~身なり] slonzig; slordig; onverzorgd; (2) [~やり方] gemeen; vunzig; ordinair; smerig; vals
ada (1) vruchteloos; vergeefs; ijdel; (2) lichtzinnig; wispelturig; grillig; frivool; onbetrouwbaar; (3) vluchtig; voorbijgaand; efemeer; efemerisch; kortstondig; kortdurig; (4) nonchalant; oppervlakkig; slordig; (5) nutteloos; onnuttig; (6) [haiku] ongekunsteld geestig; schalks
投げ遣りなnageyarina slordig; onverzorgd; onzorgvuldig; nalatig; nonchalant; achteloos; met de Franse slag gedaan
散漫sanman (1) verspreiding; verstrooiing; uitzaaiing; (2) incoherent; onsamenhangend; verward; wanordelijk; slordig
易しいyasashii (1) gemakkelijk; eenvoudig; makkelijk; [m.b.t. sommetje] simpel; [m.b.t. taal] duidelijk; (2) onverzorgd; onzorgvuldig; nonchalant; slordig; onachtzaam; lichtvaardig; achteloos; onattent; onoplettend; onopmerkzaam; (3) begrijpelijk; te begrijpen; verstaanbaar; bevattelijk; helder; klaar
横着ouchaku (1) nalatigheid; verzuim; veronachtzaming; nonchalance; negligentie; (2) nalatig; nonchalant; slordig; lui; (3) brutaal; onbeschaamd; schaamteloos; onbeschoft; (4) sluw; listig; geslepen; doortrapt; gewiekst; oneerlijk
疎か ; 踈かorosoka slordig; nonchalant; onzorgvuldig; onachtzaam; achteloos; nalatig
疎かな ; 踈かなorosokana slordig; nonchalant; onzorgvuldig; onachtzaam; achteloos; nalatig
疎漏sorou (1) onzorgvuldigheid; slordigheid; nonchalance; nalatigheid; negligentie; slordige vergissing; fout; tekortkoming; (2) onzorgvuldig; slordig; nonchalant; nalatig; zorgeloos; negligent
粗末somatsu (1) grof; van mindere; inferieure kwaliteit; pover; schamel; sjofel; shabby; eenvoudig; gering; bescheiden; nederig; sober; povertjes; armoedig; armetierig; achenebbisj; ordinair; (2) onachtzaam; onheus; ruw; grof; lomp; slordig; cru; hardhandig; (3) roekeloos; nonchalant; onachtzaam; onzorgvuldig; slordig; verspillend; verkwistend
粗末なsomatsuna (1) grof; van mindere; inferieure kwaliteit; pover; schamel; sjofel; shabby; eenvoudig; gering; bescheiden; nederig; sober; povertjes; armoedig; armetierig; achenebbisj; ordinair; (2) onachtzaam; onheus; ruw; grof; lomp; slordig; cru; hardhandig; (3) roekeloos; nonchalant; onachtzaam; onzorgvuldig; slordig; verspillend; verkwistend
粗相sosou (1) slordigheid; onvoorzichtigheid; onzorgvuldigheid; achteloosheid; onoplettendheid; vergissing; blunder; flater; fout; (2) ongelukje; het zich bevuilen; bedoen; (3) grof; ruw; lomp; (4) slordig; onvoorzichtig; onzorgvuldig; achteloos; onoplettend; lichtvaardig
荒っぽいarappoi (1) ruw; ruig; wild; woest; gewelddadig; (2) grof; ruw; schetsmatig; onnauwkeurig; slordig; onzorgvuldig
行き届かないyukitodokanai (1) onzorgvuldig; achteloos; onachtzaam; zorgeloos; slordig; nalatig; nonchalant; tekortschietend; [gew.] negligent; (2) onaandachtig; onopmerkzaam; onattent; onoplettend; lichtvaardig
zatsu (1) gevarieerd; divers; allerlei; verscheiden; gemengd; uiteenlopend; verschillend; (2) slordig; slonzig; onzorgvuldig gedaan; slecht uitgevoerd; gemaakt; nonchalant; (3) wanordelijk; ordeloos; rommelig; onordelijk; chaotisch
雑なzatsuna (1) gevarieerd; divers; allerlei; verscheiden; gemengd; uiteenlopend; verschillend; (2) slordig; slonzig; onzorgvuldig gedaan; slecht uitgevoerd; gemaakt; nonchalant; (3) wanordelijk; ordeloos; rommelig; onordelijk; chaotisch
雑にzatsuni (1) slordig; slonzig; onzorgvuldig; nonchalant; (2) wanordelijk; ordeloos; rommelig; onordelijk; chaotisch
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.5 sec. jiten.nl: 5 treffers, warandict: 37 treffers (zoekopdracht: 'slordig', strategie: exact). 
2005-2022