日蘭辭典+

20 resultaten voor ‘snijden’
日蘭辭典 (trefwoord)
majiwaru交る
(交わる) i.w. (1) [交際] omgaan met; bevriend zijn met. (2) [交叉] elkaar snijden. ¶ 交る點 snijpunt. ¶ 兩河の交る所 punt, waar twee rivieren samenvloeien
kōsa交叉
(交差) zn. kruising v.; snijding v. ¶ 交叉する elkaar kruisen; elkaar snijden. ¶ 銃を交叉する geweren aan rotten zetten.
SUPPLEMENT (trefwoord)
reitō冷凍
(znw, suru-ww) het koelen of invriezen van voedingsmiddelen en dergelijke om bederf tegen te gaan; 冷凍する reitōsuru koelen; invriezen. ¶ 冷凍庫 reitōko vriezer; vriesvak. ¶ 冷凍 機 reitōki vriezer (specifiek de machine). ¶ 冷凍車 reitōsha koelwagen. ¶ 冷凍食品 reitō shokuhin diepvriesvoedsel; diepvriesproducten. ¶ 冷凍野菜 reitō yasai diepvriesgroenten. ¶ 冷凍食品は必ず解凍してから切って下さい。 Reitō shokuhin wa kanarazu kaitōshite kara kitte kudasai. Bevroren voedsel beslist pas snijden nadat het ontdooid is. (gebruiksaanwijzing) ¶ [Q] すみません凄くアホみたいな質問なんですけどいいですか・・・ 冷凍車っていつも冷凍機使う荷物ばかりじゃ無いですか? [A] ウチは常温で運ぶ荷物もありますよ [Q] Sumimasen, sugoku aho mitai na shitsumon nan desu kedo ii desu ka... Reitōsha tte itsumo reitōki tsukau nimotsu bakarai ja nai no desu ka? [A] Uchi wa jōon de hakobu nimotsu mo arumasu yo [Q] Neemt u me niet kwalijk, mag ik een vraag stellen die enorm stom lijkt? Vervoert de koelwagen altijd lading waarvoor de vriezer gebruikt wordt? [A] Wij hebben ook lading die op normale temperatuur vervoerd wordt. (twitter)
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <snijden>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
ふんだくるfundakuru (1) wegrukken; weggrijpen; wegpakken; ontrukken; afpakken; grissen; grijpen; pakken; gappen; vlug nemen; graaien; wegkapen; wegpikken; snaaien; ontnemen; ervandoor gaan met; (2) afzetten; iem. te veel berekenen; rekenen; iem. overdreven veel laten betalen; [gew.] het vel afstropen; scheren; plukken; pluimen; snijden; aderlaten; uitpersen; uitknijpen; uitschudden; het vel over de oren halen; trekken
カットするkattosuru (1) knippen; kappen; (2) [宝石を] snijden; (3) [sportt.] kappen; snijden; afsnijden; onderscheppen; effect geven; meegeven; een kapbeweging maken; (4) [filmk.] cutten; snijden en lassen; (5) inkorten; verkorten; couperen; weglaten; doorstrepen; doorhalen; schrappen; (6) verminderen; verlagen; reduceren; beperken; inkrimpen; korten; besnoeien; bezuinigen
両断するryoudansuru halveren; in helften verdelen; in tweeën delen; snijden; in twee gelijke delen verdelen; splitsen
交差するkousasuru kruisen; snijden
去勢するkyoseisuru (1) castreren; snijden; lubben; ontmannen; emasculeren; steriliseren; onvruchtbaar maken; [euf.] helpen; (2) steriliseren; onvruchtbaar maken; ontvrouwen; [euf.] helpen; (3) [fig.] verzwakken; krachteloos maken; ontzenuwen; ontkrachten; de vitaliteit ontnemen; futloos maken
彫る; 刻るhoru (1) houwen; kerven; graveren; snijden; griffen; steken; ingraveren; inkerven; inkrassen; uitsnijden; uithouwen; beeldsnijden; beeldhouwen (in); beitelen; indrijven; ingriffen; groeven; krassen; (2) tatoeëren
彫刻するchoukokusuru beeldhouwen; houwen; uithouwen; beeldsnijden; een plastiek maken; snijden; uitsnijden; [鑿で] beitelen; uitbeitelen; drijven; indrijven; ingraveren; insnijden; [lit.t.] ingroeven; [金属板に] graveren; [i.h.b.] plaatsnijden
截つtatsu snijden; doorsnijden; uitsnijden; afsnijden; afzetten; amputeren
掻き切るkakikiru snijden; [のどを] afsnijden
斬るkiru snijden; hakken; houwen; afsnijden; afhakken; afhouwen; afslaan
断つtatsu (1) breken; snijden; afsnijden; afbreken; afhakken; doorsnijden; doorhakken; (2) staken; uitscheiden met; stoppen met; ophouden met; verbreken; laten; niet langer doen; opgeven; [悪習; 麻薬を] afkicken; (3) [電流を] uitschakelen; uitdraaien; afzetten; [接続を] afkoppelen
横切るyokogiru doorkruisen; kruisen; snijden; (dwars) oversteken; overtrekken; overgaan; doortrekken; dwars doorheen gaan; doorsteken; doorsnijden; doorbreken
横断するoudansuru [de straat] oversteken; overgaan; door iets heen trekken; doortrekken; doorkruisen; (elkaar) kruisen; (elkaar) snijden
突く ; 衝く ; 撞くtsuku (1) steken; prikken; priemen; spietsen; (2) porren; poken; stompen; aanstoten; duwen; [inform.] douwen; stoten; rammen; [m.b.t. hoornvee] nijten; een stoot; por; zet; tik; klopje geven; [m.b.t. zegel] drukken; [m.b.t. bal] tikken; [m.b.t. biljartbal] stoten; [een pluimpje; klok enz.] slaan; [i.c.m. 溜め息を] slaken; [i.c.m. 溜め息を] lozen; (3) zetten; plaatsen; planten; [krukken enz.] gebruiken; [op de knieën] vallen [m.b.t. dunne; langwerpige voorwerpen die als steun geplaatst worden]; (4) aanvallen; belagen; [de geringste redeneerfout enz.] aangrijpen; [iets in zijn achilleshiel enz.] treffen; [iem. in zijn zwak enz.] tasten; [op de kern van de zaak enz.] slaan; (5) [alle weer; de elementen enz.] trotseren; het hoofd bieden; braveren; tarten; (6) [de neus enz.] prikkelen; [m.b.t. stank enz.: in de neus] slaan; snerpen (in); [door de ziel enz.] snijden; [iem. in zijn hart enz.] raken; treffen; diep schokken
粗切りaragiri (1) het ruw hakken; snijden; in ruwe stukken hakken; snijden; ruw uithakken; uitsnijden; (2) ruwgesneden tabak; [i.h.b.] eersteklas Satsuma-tabak
裁つtatsu snijden; knippen
裁断する ; 截断するsaidansuru (1) snijden; knippen; (2) een oordeel vellen; oordelen; uitmaken; beslissen
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.5 sec. jiten.nl: 3 treffers, warandict: 17 treffers (zoekopdracht: 'snijden', strategie: exact). 
2005-2021