日蘭辭典+

39 resultaten voor ‘somber’
日蘭辭典 (trefwoord)
antan na暗澹な
(暗たんな) bn. somber; luguber.
yami
zn. (1) [暗黑] duisternis v. (2) [憂愁] droefheid v.; somberheid v. (3) [亂世] verwarring v. ¶ 闇の duister; donker; somber.
ki
(気) zn. (1) [力] geest m.; hart o.; ziel v. (2) [質] karakter o. (3) [分] humeur o.; stemming v. (4) [傾向] neiging v.; geneigdheid v. (5) [注意] zorg v.; aandacht v. (6) [呼吸] adem m. (7) [空] lucht v.; atmosfeer v. (8) [蒸] damp m.; uitwaseming v.(9) [香] smaak m.; geur m. (10) [精] ether m. ¶ がある lust hebben; geneigd zijn. ¶ がさす ongerust zijn. ¶ が狂ふ gek worden. ¶ が違って居る niet goedwijs zijn. ¶ がふれる buiten zich zelven zijn; niet wel bij het hoofd zijn. ¶ が長い geduldig. ¶ が拔けた afgetrokken; verstrooid. ¶ が塞ぐ somber gestemd zijn; tobben; (俗) in de put zitten. ¶ が詰まる benauwd zijn. が進む volgaarne; van ganschen harte. ¶ が進まぬ geen zin hebben. ¶ が立って居る opgewonden zijn.¶ が向く geneigd zijn; lust hebben. ¶ が濟まぬ niet op zijn gemak zijn. ¶ が重くなる gedrukt zijn; somber zijn. ¶ が遠くなる bewusteloos worden; bezwijmen; flauw vallen. ¶ が咎める niet op zijn gemak zijn; zelfverwijt gevoelen. ¶ に病む ongerust zijn. ¶ ....... するになる er toe komen om; lust krijgen om. ¶ に障る hinderen; ergeren. ¶ の強い stoutmoedig; dapper. ¶ の弱い slap. ¶ の合った gelijkgezind; sympathiek. ¶ のない zouteloos; laf. ¶ の小さい kleinmoedig.¶ の狹い bekrompen; kleinzielig. ¶ 樹の大きい grootmoedig; edelmoedig (寬大); moedig. ¶ の早い driftig; opvliegend. ¶ の好い goedhartig. ¶ の利いた behendig; knap. ¶ 變り易い wispelturig. ¶ を揉む tobben; zich bezorgd maken.¶ をゆるす aandacht laten verslappen; niet goed opletten. ¶ を勵ます moedvatten. ¶ を晴らす zich ontspannen. ¶ を養ふ geest voedenを失ふ flauw vallen; bewusteloos worden; bezwijmen; bewustzijn verliezen. ¶ を探る polsen. ¶ を變へる van opinie veranderen. ¶ を配る zijn aandacht gevestigd houden op; (俗) in de gaten houden. ¶ を持つ (心をかける) zich wijden aan.¶ を長くする geduld oefenen. ¶ を拔く verslappen. ¶ を落ちつける zijn gedachten verzamelen; tot zich zelven komen. ¶ を落す den moed verliezen; den moed laten zinken. ¶ を負ふ zich laten voorstaan op; prat gaan op. ¶ を惡くする kwalijk nemen. ¶ 人のを惡くする iemand’s gevoelens kwetsen. ¶ を利かせる een wenk begrijpen. ¶ を廻す achterdocht koesteren. ¶ を附ける goed opletten; oppassen. ¶ を附け pas op !; geef acht ! (號令). ¶ は心 neem den wil voor de daad; waardeer de goede bedoeling. ¶ 何のもなしに zonder eenige (kwade) bedoeling. ¶ に懸けるな trek je er niets van aan ! ¶ あとでがついた later viel mij in ....... . ¶ が濟んだ het is mij een pak van het hart.
sabishii淋しい
(寂しい、さみしい) bn. eenzaam; verlaten. ¶ 寂しい verlaten oord; eenzame plek. ¶ 寂しい景色 somber landschap. ¶ 寂しいと思ふ zich eenzaam voelen. ¶ がゐなくなると寂しくなる we zullen je missen als je weg bent; het zal ongezellig zijn als je weggaat.
fukeiki不景氣

(不景気) zn. slapte v.; malaise v.

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <somber>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
しょぼくれるshyobokureru somber; mistroostig; neerslachtig; terneergeslagen; terneergedrukt; verslagen; gedeprimeerd; ontmoedigd; mismoedig; moedeloos zijn; in de put zitten; er bedrukt uitzien
しょんぼりshyonbori bedrukt; neerslachtig; down; moedeloos; terneergeslagen; somber; sip; gedeprimeerd; mismoedig; mistroostig; beteuterd
シュンshyun [~として] terneergeslagen; ontmoedigd; mismoedig; moedeloos; mistroostig; somber; triest; stilletjes
不景気fukeiki (1) slechte; moeilijke tijden; magere jaren; [経済の] depressie; crisis; malaise; slapte; achteruitgang; teruggang; recessie; slump; lage conjunctuur; laagconjunctuur; conjunctuurdal; (2) nors; ontstemd; ongelukkig; somber; treurig; terneergeslagen; troosteloos; bedrukt
不景気なfukeikina nors; ontstemd; ongelukkig; somber; treurig; terneergeslagen; troosteloos; bedrukt
低調teichou (1) somber; low key-; in een lage toon; ingehouden; mat; (2) [ook m.b.t. handel] flauw; gedrukt; slap; slepend; in baissestemming; à la baisse
低調なteichouna (1) somber; low key-; in een lage toon; ingehouden; mat; (2) [ook m.b.t. handel] flauw; gedrukt; slap; slepend; in baissestemming; à la baisse
侘びしいwabishii (1) eenzaam; solitair; [gew.] eendelijk; (2) somber; treurig; akelig; (3) sjofel; armoedig; schraal; karig; sober
厳粛genshyuku (1) plechtig; solemneel; ernstig; plechtstatig; statig; deftig; (2) strikt; cru; [~な事実] hard; [~な現実] wreed; [~な顔] somber
悲しげkanashige treurig; droevig; triest; somber; droef; verdrietig; bedroefd; droefgeestig; naargeestig
意気消沈したikishyouchinshita neerslachtig; depressief; mismoedig; zwaarmoedig; bedrukt; ontmoedigd; gedeprimeerd; moedeloos; terneergeslagen; mistroostig; somber
意気阻喪しているikisosoushiteiru moedeloos; mismoedig; ontmoedigd; somber; mistroostig; neerslachtig; terneergeslagen; down zijn
憂いui ongelukkig; ellendig; droevig; treurig; triestig; somber; beroerd; erbarmelijk; belabberd; naargeestig; miserabel; beproevend
憂鬱なyuuutsuna neerslachtig; gedeprimeerd; depressief; terneergeslagen; moedeloos; mismoedig; mistroostig; zwaarmoedig; somber; droefgeestig; melancholisch; melancholiek
時化たshiketa (1) karig; schamel; krap; (2) somber; sip; mistroostig; terneergeslagen; beroerd; belabberd
暗い ; 闇い ; 昏い ; 冥いkurai (1) donker; duister; somber; (2) (van licht) zwak; (van licht) flauw; gedimd; (3) onwetend over; geen kennis bezittend over; niet bekend met; (4) zwaarmoedig; droefgeestig; somber
暗い顔をするkuraikaowosuru een donker; somber; treurig gezicht zetten; een begrafenisgezicht trekken; een lang gezicht trekken; ongelukkig kijken
暗にkureni somber; betrokken; treurig; bedrukt; droefgeestig; zwaarmoedig
暗澹antan (1) somber; betrokken; mistroostig; troosteloos; weinig hoopgevend; hopeloos; deprimerend; (2) sinister; donker; duister; onheilspellend
暗然anzen (1) somber; treurig; triestig; mistroostig; droefgeestig; pessimistisch; (2) donker; duister; onduidelijk
an (1) donker; donkerte; duisternis; (a) donker; duister; (b) zwartachtig; (c) somber; (d) dwaas; dom; onverlicht; (e) geheim; verdoken; verborgen; (f) uit het hoofd leren
曇らせるkumoraseru bewolken; (zoals) met wolken bedekken; doen betrekken; bedrukken; [fig.] verduisteren; vertroebelen; verdoezelen; doen vervagen; benevelen; verhullen; versluieren; [ガラスを] doen beslaan; [電灯を] dimmen; dempen; [顔を] een bedrukt; somber; betrokken gezicht zetten; [眉を] bezorgd fronsen
殺風景sappuukei (1) saai; kleurloos; oninteressant; vervelend; eentonig; vaal; (2) ongezellig; kil; troosteloos; somber; doods
浮かぬukanu somber; treurig; droevig; droefgeestig; sip; triest
浮かぬ顔ukanukao bedrukt; lang; zuur; somber; betrokken gezicht; droevig figuur
薄暗いusugurai halfduister; halfdonker; schemerig donker; schemerig; in schemering gehuld; somber; zwak verlicht
重たいomotai (1) zwaar; lastig; (2) bedrukt; zwaarmoedig; somber; gedrukt; neerslachtig; niet lichthartig; niet opgewekt; niet vrolijk
陰性insei (1) negativiteit; [~の] negatief; (2) [chem.] [~の] elektronegatief; elektrisch negatief (geladen); (3) [geneesk.] [~の] atonisch; sluimerend; slapend; (4) [~の] somber; droefgeestig; naargeestig; morose
陰気inki somber; mistroostig; droefgeestig; treurig; zwaarmoedig; troosteloos; melancholisch
陰鬱inutsu somber; zwaarmoedig; triest; droefgeestig; naargeestig; mistroostig; troosteloos; gedeprimeerd; neerslachtig; terneergeslagen; melancholisch
難しいmuzukashii (1) misnoegd; ontstemd; nors; stuurs; grimmig; bedrukt; somber; ernstig; (2) moeilijk; vervelend; lastig; hard; zwaar; heel [bv. hele klus]; (3) ernstig; kritiek; zwaar; bedenkelijk; precair; (4) ingewikkeld; gecompliceerd; complex; netelig; delicaat; (5) ongemakkelijk [karakter]; streng; strikt; lastig; hard; moeilijk te voldoen; kieskeurig; veeleisend
鬱々とutsuutsuto mistroostig; somber; droefgeestig; terneergedrukt; zwaarmoedig; troosteloos; vreugdeloos; treurig; weemoedig gestemd
鬱屈するukkutsusuru neerslachtig; terneergeslagen; mistroostig; zwaarmoedig; somber; droefgeestig; depressief; down zijn; in de put zitten
鬱陶しいuttoushii (1) [~天気] somber; betrokken; bewolkt; miezerig; druilerig; triestig; triest; bedompt; deprimerend; donker; grauw; beklemmend; dof; (2) vervelend; storend; irritant; ergerlijk; onaangenaam
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.5 sec. jiten.nl: 5 treffers, warandict: 34 treffers (zoekopdracht: 'somber', strategie: exact). 
2005-2021