日蘭辭典+

25 resultaten voor ‘soort’
日蘭辭典 (trefwoord)
ushi
zn. rund o.; koe (牝) v.; stier (牡) m.; os (去勢せる牛) m.; kalf (犢) o. ¶ 牛の舌 ossetong. ¶ 牛の尾肉 ossestaart. ¶ 牛は牛づれづれ soort zoekt soort.
donnaどんな
vnw. wat voor?; wat voor soort?; welk soort van?; bw. hoe. ¶ どんなwaarom? ¶ どんなでも welke ook; ¶ どんなにも hoe zeer ook. ¶ どんなにしても in elk geval; hoe het ook zij; wat er ook gebeure. ¶ 彼はどんな人か wat is hij voor een man? ¶ 御商買の方は此頃どんなです hoe staat het met de zaken tegenwoordig? ¶ どんなに彼は嬉しいだらう wat zal hij blij zijn!
(様) bn. (1) [式] manier v.; wijze v.; methode v. (2) [種類] soort v. (3) [外觀] uiterlijk o.; voorkomen o. ¶ 此zoo; op deze wijze. ¶ 同じに op dezelfde wijze. ¶ ……のals; gelijk; alsof. ¶ 狂人のals een krankzinnige. ¶ いつzooals gewoonlijk; als altijd.
shu
zn. soort v. & o.; klasse v.; ras (人) o. ¶ 起源 het ontstaan der soorten.
kuchi
zn. (1) [] mond m. (2) [言語] taal v. ; woord v. (3) [味感] smaak m. (4) [入] deur v.; ingang m. (5) [吸] mondstuk o. (6) [] opening v.; gat o. (7) [空位] vacature v.; vacante plaats v.; betrekking v. (8) [人數] aantal personen m. (9) [割前] aandeel o.; portie v.; (10) [部類] soort v.; artikel o.; merk o. ¶ 開く den mond opendoen. ¶ をきく spreken met. ¶ 出す zich mengen in; zich bemoeien met. ¶ がすべる zich verspreken. ¶ 惡い gemeene taal uitslaan. ¶ と腹とは違ふ niet meenen wat men zegt. ¶ 合ふ naar den smaak zijn. ¶ を探す een baantje zoeken. ¶ 此のは品切れになりました dit artikel is uitverkocht; deze soort hebben wij niet meer. ¶ にて mondeling.
TEKST EN UITLEG (trefwoord)
over:lavendelラベンダー
ラベンダー rabendā (1) Lavendel (Lavandula) is een struik (低木, teiboku); is een genus/geslacht (, zoku) dat 39 bloeiende plantensoorten omvat (bloeiende planten: 被子植物, hishi shokubutsu; soort: shu; diverse soorten: 品種, hinshu); maakt deel uit van de lipbloemenfamilie (Lamiaceae) (シソ, shiso-ka). (2) kleurnaam voor een kleur paars.

¶ ラベンダー(英: Lavender)は、シソ科の背丈の低い常緑樹である。 Rabendā (ei: Lavender) wa, Shiso-ka no setake no hikui jōryokuju de aru. Lavendel (Engels: Lavender) is een groenblijvende plant van lage hoogte van de lipbloemenfamilie. ¶ 原産は地中海沿岸とされる。 Gensan wa chichūkai engan to sareru. De kusten van de Middellandse Zee worden als plaats van oorsprong beschouwd. [NB en.wikipedia.org poneerde Azië] ¶ ラベンダー色とは薄紫色を意味する。 Rabendā-iro to wa usumurasaki-iro wo imisuru. Lavendel (kleur) betekent lichtpaars (een lichtpaarse kleur). (2012/03/01)
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <soort>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
クラスkurasu (1) [onderw.] leerjaar; klas; jaar; (2) categorie; klasse; soort; (3) [maatwoord voor klassen]
ジャンルjanru (1) genre; (2) type; soort; categorie; (3) [maatwoord voor genres; types]
タイプtaipu (1) schrijfmachine; tikmachine; typemachine; [w.g.] typewriter; (2) type; soort; model; patroon; slag; genre; (3) -type; -achtig; (4) [maatwoord voor types; soorten]
バラエティーbaraetii (1) verscheidenheid; (te onderscheiden) veelheid; afwisseling; gevarieerdheid; (2) [plantk.] variëteit; ras; soort; (3) variété; music-hall; vaudeville; revue
一種isshyu (1) soort; type; aard; vorm; (2) dezelfde soort; hetzelfde type; dezelfde aard; dezelfde vorm; (3) eerste klasse; (4) van een soort; van een bepaalde soort; een bepaalde soort van; (5) van hetzelfde soort; van hetzelfde type
bun (1) deel; part; portie; (2) gedeelte; segment; (3) status; positie; plaats; stand; standing; hoedanigheid; capaciteit; (4) plicht; taak; (5) staat; omstandigheden; (6) veronderstelling; (7) soort; allooi; (8) enkel dat; (9) portie; dosis; hoeveelheid; (10) hoedanigheid; (11) -gehalte; (12) -tijd; (13) tiende; tiende deel; gedeelte; tien procent; (14) [oude lengtemaat] 0,1 sun 寸 [= ca. 3,03 mm]; (a) verdeling; opdeling; scheiding; (b) verduidelijking; (c) aftakking; apart deel; (d) bestanddeel; element; (e) tijdsgewricht; (f) attributie; plicht; (g) kwalificatie; hoedanigheid; positie; (h) staat; toestand; mate
kuchi (1) mond; muil; bek; [inform.] bakkes; (2) taal; spraak; woord; (3) smaak; smaakzin; (4) persoon ten laste; mond die gevoed moet worden; (5) openstaande betrekking; vacature; vacante plaats; (6) betrekking; dienstbetrekking; baan; job; aanstelling; (7) mondstuk (van een muziekinstrument); (8) kurk; stop (van een fles); (9) opening; gat; fuit; (10) route; bergpad; riviermonding; estuarium; natuurlijke haven; (11) deur; poort; ingang; uitgang; (12) soort; artikel; merk; (13) begin; (14) gerucht; praatje; verhaal dat de ronde doet; (15) aandeel; actie; effect; portie; (16) opening van een zweer
品種hinshyu soort; ras; variëteit; type; [i.h.b.] cultivar
te (1) hand; [volkst.] jat; [inform.] klauw; krauwel; [Barg.] fietsen; (2) arm; (3) poot; [i.h.b.] voorpoot; (4) handvat; oor; (5) [meton.] hand; arbeidskracht; kracht; hulpkracht; hulp; helper; (6) [meton.] iems. handen; iems. bezit; (7) handschrift; schrift; (8) middel; truc; foefje; manoeuvre; techniek; (9) verwonding; wond; (10) [将棋の] zet; (11) [トランプの] hand; kaarten; (12) richting; kant; zijde; (13) soort; slag; merk; (14) vaardigheid; bekwaamheid; (15) betrekking; band; (16) hand-; handgemaakt; handgemaakte …; (17) hand-; meeneem-; (18) [~keiyōshi; keiyōdōshi] [beklemtonend voorvoegsel]; (19) in de richting van …; -waarts; (20) [noemt een zekere kwaliteit]; (21) [RYK~] -er [achtervoegsel waarmee nomina agentis gevormd worden]; (22) [maatwoord voor shogi-; schaakzetten]
毛色keiro (1) haarkleur; vachtkleur; (2) soort; aard
ka (1) [boeddh.] vraagstuk; (2) [onderw.] vak; onderdeel; (3) [onderw.] afdeling; departement; onderzoekseenheid; sectie; vakgroep; (4) item; punt; (5) [biol.] familie; (6) [jur.] onderdeel; punt van een aanklacht; onderdeel van een tenlastelegging; beschuldiging; (7) [Chin.gesch.] examenvak voor ambtenaren; examenstof; (8) [Barg.] strafblad; strafregister; eerdere veroordeling; (9) gat; hol; kuil; (a) onderverdeling; rang; soort; (b) [biol.] familie; (c) strafbaar feit; fout; schuld; (d) [theat.] het acteren
種族shyuzoku (1) ras; stam; volksstam; (2) [biol.] soort; speciës; [verk.] spec.; familie
種類shyurui soort; aard; variëteit; slag; type; categorie; [biol.] species; [w.g.] specie; [w.g.] gading; [inform.] soortement
shyu (1) soort; slag; type; ras; klas; klasse; [veroud.] specie; (2) [biol.] soort; speciës; [afk.] spec.
範疇hanchuu (1) categorie; klasse; soort; groep; (2) [fil.] categorie; grondbegrip
iro (1) kleur; (2) verf; kleur; kleurstof; pigment; (3) gelaatskleur; gelaatsuitdrukking; voorkomen; uiterlijk; look; houding; (4) liefde; liefdesaffaire; romance; liefdesavontuur; idylle; (5) wellust; lust; vleselijk verlangen; seksuele begeerte; sexuele passie; zinnelijk plezier; sensueel genot; (6) liefje; vrijer; meisje; jongen; liefste; geliefde; minnaar; minnares; maîtresse; (7) schoonheid; beminnelijkheid; schattigheid; vrouwelijke charmes; aantrekkelijkheid; (8) verfraaiing; versiering; decoratie; ornament; opschik; tooi; (9) soort; aard; type; klasse; (10) [maatwoord voor kleuren]
銘柄meigara (1) merk; soort; (2) [beurst.] fonds; artikel
rui (1) soort; ras; (2) weerga; gelijke; partuur; (3) [dierk.] klasse; orde
fuu (1) gewoonte; gebruik; neiging; (2) manier; wijze; voege; trant; stijl; type; soort; (3) air; allure; voorkomen; uiterlijk; houding; aanzicht; (4) zoals ~; op de manier van ~; in de stijl van ~; à la ~; naar ~
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.59 sec. jiten.nl: 6 treffers, warandict: 19 treffers (zoekopdracht: 'soort', strategie: exact). 
2005-2021