日蘭辭典+

40 resultaten voor ‘spoor’
日蘭辭典 (trefwoord)
ashiato足跡
zn. voetstap m.; voetspoor o.; spoor. ¶ 足跡なき spoorloos.
ato
(痕) zn. spoor o.; voetstap m.; afdruk m.; overblijfsel o. ¶ 指の跡 vingerafdruk. ¶ 血の痕 bloedvlek. ¶ 傷の痕 litteeken. ¶ 跡をつける spoor volgen. ¶ 後をつけられる gevolgd worden. ¶ 古代文明の跡 overblijfselen eener oude beschaving. ¶ 跡を暗まして逃げる vluchten zonder een spoor achter te laten. ¶ 跡を失ふ het spoor bijster worden. ato (後) も見よ.
atokata跡形
zn. (1) [痕跡] spoor o. (2) [證跡] bewijs o.; aanwijzing v. (3) [根據] grond m. ¶ 跡形なき spoorloos; zonder een zweem van bewijs; op losse gronden; ongegrond.
itoguchi絲口
(緖、緒、糸口) zn. (1) [絲の] het einde van een draad. (2) [端緖] het begin van een spoor; aanwijzing v. ¶ 絲口が開けた een begin is gemaakt. ¶ 探索する絲口がない er is geen enkel spoor, dat men kan volgen; er is geen enkele aanwijzing.
tetsuro鐵路
(鉄路) zn. spoorbaan v.
tegakari手掛り
zn. (1) [掴所] houvast o. (2) [搜査の] spoor o.; aanknopingspunt o.; aanwijzing v.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <spoor>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
ねたneta (1) materiaal; stof; ingrediënt; (2) fonds; middel; instrument; (3) gegevens; data; informatie; materiaal; (4) goed; waar; spul; artikel; product; (5) apparaat; mechaniek; toestel; instrument; (6) [volkst.] bewijs; spoor; bewijsmateriaal; (7) [Jap.barg.] maaltijd; maal; eten; voedsel; (8) [cul.] sushi-ingrediënt; [i.h.b.] vis
トラックtorakku (1) track; strook; spoor; [m.b.t. plaat; cd] nummer; (2) baan; wedstrijdbaan; piste; (3) truck; vrachtwagen; vrachtauto
トレイルtoreiru spoor; pad
レールreeru (1) rail; spoorstaaf; spoor; spoorlijn; spoorweglijn; [カーテンの] gordijnroede; (2) [fig.] voorbereiding
一片ippen (1) stuk(je); onderdeel; deel; brok; fragment; [ニンニクの] teentje; (2) beetje; greintje; zweem; zweempje; spoor; spoortje; kleine hoeveelheid; zier; ziertje
切っ掛けkikkake (1) start; aanzet; begin; signaal; (2) kans; gelegenheid; aanleiding; (3) aanknopingspunt; hint; aanwijzing; houvast; spoor; [fig.] ingang
印 ; 標 ; 証 (bet. 4) ; 證 (bet. 4) ; 徴 (bet. 7) ; 験 (bet. 8) ; 首 (bet. 9)shirushi (1) teken; merk; markering; merkteken; (2) insigne; embleem; symbool; signum; kenteken; kenmerk; (3) signaal; sein; teken; (4) bewijs; aanwijzing; spoor; teken; indicatie; verschijnsel; symptoom; (5) blijk; teken; getuigenis; (6) aandenken; souvenir; memento; gedenkteken; (7) voorteken; teken; omen; [fig.] voorbode; (8) effect; uitwerking; werkzaamheid; doeltreffendheid; effectiviteit; kracht; (9) (afgehakt) hoofd van een vijand
名残nagori (1) wat er overblijft; rest; resten; restant; restanten; overblijfsel; overblijfselen; spoor; sporen; (2) herinnering; aandenken; souvenir; (3) vaarwel; afscheid; vertrek; (4) afscheidspijn
垂木 ; 榱 ; 椽 ; 棰 ; 架taruki dakspar; kapbalk; dakspant; keper; [gew.] kapraaf; [gew.] spoor
手懸り ; 手掛りtegakari (1) houvast; (2) aanwijzing; spoor; hint; aanknopingspunt; sleutel; [fig.] ingang
欠片kakera (1) fragment; brokstuk; brok; scherf; stuk; splinter; (2) [geen] spoor; [geen] greintje; [geen] zweem; [geen] schijntje
片鱗henrin (1) schub; schilfer; (2) zeer gering deel; beetje; stukje; glimp; spoor; zweem; [Belg.N.] morzel
番線bansen [spoorw.] perron ~; spoor ~
痕跡konseki (1) spoor; sporen; teken; tekenen; indicatie; aanwijzingen; (2) [biol.] rudiment
糸口itoguchi (1) eind van een draad; (2) begin; start; aanvang; aanzet; (3) aanwijzing; aanduiding; spoor; hint; aanknopingspunt; vingerwijzing; gegeven dat de weg wijst; draad
sen (1) lijn; streep; [i.h.b.] grens; niveau; (2) lijn; [i.h.b.] omtrek; trekken; contour; beloop; (3) [spoorw.] spoor; perron; [luchtv.; scheepv.] lijn; route; vaart; [telef.] lijn; (4) [meetk.] lijn; (5) [pol.] lijn; koers; politiek; spoor; (6) aard; karakter; (7) [maatwoord voor lijnen; sporen]
線路senro spoor; rail; [i.h.b.] treinspoor; spoorweg; spoorbaan; spoorlijn
胞子houshi [biol.] spore; spoor; sporen
行方; 行衛yukue (1) plaats waar iemand zich bevindt; plaats waar iemand uithangt; plaats waar iemand zich ophoudt; verblijfplaats; iemands stappen; iemands gangen; spoor; (2) vooruitzicht; perspectief; uitzicht; toekomstbeeld; toekomst; mogelijkheden; aspect; (3) nageslacht; afstammelingen; (4) centen; geld [slang onder hofdames]
証拠shyouko bewijs; spoor; getuigenis; getuige
足取りashidori (1) manier van lopen; gang; pas; tred; (2) [sumō-jargon] beengreep [het onderuithalen of uit de ring stoten van de tegenstander na vastgrijpen van diens been]; (3) [犯人の] gangen; spoor; [i.h.b.] vluchtroute; (4) traject; proces; vorderingen; evolutie; ontwikkeling; (5) [econ.] trend; tendens; koersbeweging; activiteit; conjunctuur; stemming; markt; (6) [econ.] koersgrafiek; chart; (7) [shamisen-muz.] tempoverandering in het midden van een stuk
足掛かりashigakari (1) steun; steunpunt voor de voet; voetsteun; houvast; vaste voet; plaats om te staan; (2) [fig.] vaste voet; zekere positie; steunpunt; springplank; gunstige startpositie; (3) aanwijzing; spoor; hint; aanzet; sleutel
足跡ashiato (1) voetafdruk; voetstap; voetspoor; pootafdruk; spoor; [meton.] voet; [meton.] poot; [meton.] stap; [jachtt.] voetprent; [jachtt.] prent; [gew.] tred; (2) gangen; sporen; stappen; (3) prestaties; resultaten; wapenfeiten; [Belg.N.] palmares
足跡sokuseki (1) voetafdruk; voetspoor; voetstap; spoor; (2) [fig.] geschiedenis; (3) [fig.] prestatie; wapenfeit; roemrijke daad
ashi (1) [anat.] been; poot; [inform.] stelt; [烏賊; 蛸の] arm; tentakel; (2) [anat.] voet; (3) mannelijk geslachtsdeel; derde been; (4) [fig.] poot; onderstel; stut; [山の] voet; [旗の] vlucht; (5) [wisk.] voet; voetpunt; (6) onderste gedeelte van een Chinees karakter; (7) ashikanamono [= metalen ringen aan een zwaardschede ter bevestiging van rijgsnoeren]; (8) stap; tred; schrede; pas; gang; loop; tempo; (9) [paardensport] [馬の] gang; snelheid; (10) [scheepv.] vaart; snelheid; (11) [scheepv.] levend werk [= deel van een schip dat zich in het water bevindt]; diepgang; (12) [scheepv.] stabiliteit; stijfheid; (13) [客の] bezoek; aanloop; opkomst; klandizie; (14) [犯人の] gangen; spoor; [i.h.b.] vluchtroute; (15) aanwijzing; spoor; aanknopingspunt; (16) [雨; 雲; 風の] drift; gesteldheid; (17) vervoer; transport; vervoermiddel; transportmiddel; [meton.] gelegenheid; (18) transportkosten; vervoerkosten; vervoerprijs; reiskosten; (19) geld; geldmiddelen; middelen; (20) [武士の] dotatie; apanage; toelage; (21) rente; interest; intrest; (22) verlies; derving; tekort; gebrek; [i.h.b.] schuld; (23) [beurst.] koers; marktbeweging; trend; tendens; (24) [食べ物の] houdbaarheid; (25) [餅の] kleverigheid; plakkerigheid; (26) [酒の] kwaliteit; karakter; (27) [網目の] maaswijdte; (28) [柿葺きで] overstek [= afstand waarmee de ene dakspaan over de andere uitsteekt]; (29) poppenspeler die het voetenwerk van een marionet bedient; (30) prostituee; liefje; (31) circa …; ongeveer …
跡形atokata spoor; overblijfsel; rest; restje; teken; aanduiding; [i.h.b.] bewijs
ato spoor; teken; afdruk; afdruksel
蹴爪 ; 距kezume [dierk.] spoor; [鶏の] hanenspoor
軌跡kiseki (1) wagenspoor; rijspoor; wagenslag; wielslag; [gew.] leze; (2) voetspoor van z'n voorganger; (3) [fig.] spoor; kielzog; zog; parcours; traject; (4) [wisk.] meetkundige plaats; puntenverzameling; locus
軌道kidou (1) baan; omloop; omloopbaan; [ruimtev.] orbit; (2) spoor; spoorlijn; spoorweglijn
wadachi wagenspoor; rijspoor; spoor; wagenslag; wielslag; [veroud.; gew.] leze
遺物ibutsu (1) overblijfsel; relict; reliek; spoor; rest; restant; (2) aandenken; souvenir; stoffelijke herinnering; (3) [古代の]〜 oudheid
鉄線tessen (1) ijzerdraad; (2) spoor; spoorlijn; (3) [plantk.] clematis; heggenrank; Clematis florida; (4) [Jap.herald.] gestileerde clematis; (5) tessen-tekenstijl
面影omokage (1) herinneringsbeeld; herinnering; beeld; afspiegeling; spoor; zweem; (2) evocatie; sfeer; uitstraling
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.58 sec. jiten.nl: 6 treffers, warandict: 34 treffers (zoekopdracht: 'spoor', strategie: exact). 
2005-2021