日蘭辭典+

35 resultaten voor ‘stellen’
日蘭辭典 (trefwoord)
amanzuru甘んずる
i.w. genoegen nemen met; zich tevreden stellen met.
bokkyaku沒却

zn. verwaarloozing v.; voorbijzien o.; vernieling v. ¶ 沒却する negeeren; vernielen; vernietigen. ¶ 自分利益を沒却する zijn eigen belang ter zijde stellen. ¶ 當初の目的を沒却する oorspronkelijk doel uit het oog verliezen.

SUPPLEMENT (trefwoord)
kagon過言
(znw) (1) overdrijving. ¶ …といっても過言ではない ...to itte mo kagon de wa nai Het is geen overdrijving te stellen dat... ¶ 時代だと言っても過言ではないIma wa kuruma no jidai da to itte mo kagon de wa nai. Het is geen overdrijving om te stellen dat dit het tijdperk van de auto is. (TTC) (2) verspreking.

NB De woorden kagon 過言 en kagen 過言 lijken tegenwoordig samen te vallen. Weliswaar geven sommige woordenboeken subtiele verschillen in betekenis, maar wisselt het welke nuances aan welk woord worden toegekend. De variant kagen 過言 lijkt minder gangbaar. Volgens KNJED4 is kagon 過言 schrijftaal. (1) → iisugi 言い過ぎ (2) → iiayamari 言い誤り.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <stellen>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
主張するshyuchousuru (met klem) beweren; asserteren; claimen; stellen; aanvoeren; poneren; volhouden; erop staan; betogen; insisteren; staande houden; eropna houden; verdedigen; bepleiten; voorstaan; huldigen; [Belg.N.] vooropstellen; [i.h.b.] benadrukken; [i.h.b.] beklemtonen; [i.h.b.] de nadruk leggen op
乗せる; のせるnoseru (1) [op een vervoermiddel (de bus enz.)] zetten; plaatsen; [van bagage] laden; bevrachten; opladen; [een lifter enz.] oppikken; [iem. op de bus enz.] helpen; [i.h.b.] meevoeren; [passagiers enz.] meenemen; [i.h.b.] een lift geven; aan boord nemen; opnemen; (2) [op tafel enz.] zetten; plaatsen; stellen; leggen; [op de planken enz.] brengen; (3) iem. [door vleierij enz.] voor zich winnen; iem. aan zijn kant krijgen; iem. op zijn hand krijgen; iem. impalmen; iem. inpakken; iem. erin laten lopen; iem. erin laten trappen; iem. overhalen; iem. zover krijgen; (4) iem. [in het werk; complot enz.] betrekken; iem. laten deelnemen aan; iem. laten meedoen; (5) in de maat (laten) zijn met; in harmonie (laten) zijn met; (laten) harmoniëren; (6) [een boodschap enz.] overbrengen [langs telegrafische weg enz.]; transmitteren (via); transporteren (via); overvoeren (per)
付すfusu (1) toevoegen; bijvoegen; erbij doen; aanvoegen; voegen; [制限; 条件を] stellen; [傍線を] zetten; (2) uitreiken; verstrekken; (3) verwijzen naar; doorsturen naar; voorleggen aan; [印刷に] toevertrouwen aan; [忘却に] prijsgeven aan
代用するdaiyousuru substitueren; vervangen; in de plaats gebruiken; stellen
作動させるsadousaseru doen werken; doen draaien; doen lopen; doen functioneren; starten; in beweging zetten; brengen; aan de gang brengen; helpen; in werking brengen; zetten; stellen; activeren; actueren; aandrijven; drijven
報じるhoujiru (1) terugdoen; belonen; vergelden; beantwoorden; terugbetalen; (2) wraak nemen; wreken; vergelden; betaald zetten; (3) berichten; melden; laten weten; op de hoogte brengen; stellen; aankondigen; rapporteren; meedelen; bekendmaken; informeren; inlichten
報ずるhouzuru (1) terugdoen; belonen; vergelden; beantwoorden; terugbetalen; (2) wraak nemen; wreken; vergelden; betaald zetten; (3) berichten; melden; laten weten; op de hoogte brengen; stellen; aankondigen; rapporteren; meedelen; bekendmaken; informeren; inlichten
報知するhouchisuru inlichten; op de hoogte brengen; stellen; informeren; berichten; in kennis stellen; laten weten; [hand.] adviseren
定めるsadameru (1) beslissen; vastleggen; [日を] prikken; bepalen; vaststellen; [veroud.] decideren; [目標を] stellen; [狙いを] aanleggen; (2) [法を] instellen; [法が] voorzien; regelen; bepalen; vaststellen; stipuleren; voorschrijven; (3) [身を] zich vestigen; zich settelen; een geregeld leven gaan leiden; (4) [天下を] tot vrede brengen; vrede doen hebben; pacificeren; [veroud.] bevredigen; [乱を] neerslaan; bedaren
常とするtsunetosuru de gewoonte hebben te; gewoon zijn te; gewend zijn te; plegen te; een gewoonte maken van; zich aanwennen; als regel aannemen; stellen
想定するsouteisuru veronderstellen; stellen; onderstellen; aannemen
懸けるkakeru (1) op het spel zetten; tot inzet maken; inzetten; verwedden; wagen; riskeren; (2) [賞金を] uitloven; (3) [望みを] stellen
手に入れるteniireru (1) in handen krijgen; zich toe-eigenen; tot zijn eigendom maken; in bezit nemen; aannemen; aanvaarden; verwerven; behalen; [i.h.b.] op de kop tikken; (2) naar z'n hand zetten; stellen; om de vinger winden; (als een marionet) bespelen
投げ掛けるnagekakeru (1) gooien; werpen; smijten naar; toegooien; toewerpen; toesmijten; (2) [身を] zich aandrukken tegen; zich werpen op; (3) [影を] afwerpen; (4) [視線を] werpen op; toewerpen; (5) [疑問を] uiten; in twijfel trekken; [問題を] stellen; veroorzaken; (6) [衣類を] snel aantrekken; aanschieten
拘禁するkoukinsuru arresteren; in arrest nemen; in arrest stellen; in hechtenis nemen; houden; in verzekerde bewaring nemen; stellen; aanhouden; vasthouden; opsluiten
据える ; 居えるsueru (1) plaatsen; installeren; zetten; leggen; stellen; (2) bevestigen; monteren; vastzetten; (3) een functie doen innemen; plaats doen nemen; installeren; bevestigen; aanstellen als; benoemen tot; (4) [目を] vestigen op; fixeren op; concentreren op; [度胸を] vatten; verzamelen; scheppen; [腰を] toeleggen; [腹を] bepalen; besluiten
推定するsuiteisuru schatten; ramen; begroten; taxeren; gissen; aannemen; assumeren; vermoeden; veronderstellen; presumeren; stellen; prognosticeren (op)
提出するteishyutsusuru indienen; voorleggen; inleveren; aanhangig maken; afgeven; overgeven; ter hand stellen; bieden; [m.b.t. mening] naar voren brengen; opperen; [bewijsstukken enz.] voorbrengen; [m.b.t. klacht] inbrengen; [m.b.t. klacht] neerleggen; [m.b.t. bewijs] aanvoeren; [m.b.t. ontslag] aanbieden; [m.b.t. oplossing] aandragen; [m.b.t. verzet; protest] aantekenen; [jur.; stukken enz.] produceren; [jur.] exhiberen; [jur.] overleggen; [jur.] deponeren; [m.b.t. probleem] stellen
操るayatsuru (1) hanteren; manoeuvreren; werken met; (2) bedienen; besturen; [m.b.t. paard enz.] mennen; (3) manipuleren; bespelen; bewerken; naar zijn hand zetten; stellen; machineren
案内するannaisuru (1) gidsen; leiden; geleiden; begeleiden; loodsen; de weg wijzen; rondleiden; voorgaan; escorteren; brengen naar; voeren naar; (2) berichten; inlichten; informeren; op de hoogte brengen; stellen; in kennis stellen; (3) uitnodigen; nodigen; noden; [arch.] uitnoden; [form.] inviteren; vragen
立てるtateru (1) rechtop zetten; overeind zetten; opzetten; oprichten; opstellen; opslaan; opsteken; planten; [i.h.b.] stichten; [耳を] spitsen; (2) voordragen; [候補者として] voorstellen; aanstellen als; tot; installeren als; [王位に] plaatsen; benoemen tot; [証人を] oproepen; [代役を] opvoeren; (3) [計画; 規則を] maken; opstellen; ontwerpen; uitwerken; [目標を] stellen; [誓いを] afleggen; [意義を] opperen; [記録を] vestigen; (4) veroorzaken; teweegbrengen; [物音を] maken; [声を] verheffen; (een kik) geven; [湯気; 煙を] afgeven; [埃を] opjagen; [噂を] de wereld insturen; (5) [門; 戸; 雨戸; 障子を] sluiten; dicht doen; (6) [茶を] zetten; [i.h.b.] een theeceremonie uitvoeren; (7) respecteren; iem. in zijn waarde laten; [i.h.b.] steunen; [i.h.b.] bijstaan; (8) enthousiast …; geestdriftig … [aangesloten op de ren'yōkei]
置く ; 措く (bet. 6) ; 擱く (bet. 17)oku (1) plaatsen; zetten; leggen; stellen; installeren; (2) laten liggen; achterlaten; (3) laten; zo laten; toelaten; toestaan; (4) oprichten; vestigen; instellen; stichten; grondvesten; openen; houden; (5) bewaren; opslaan; stockeren; conserveren; houden; een voorraad vormen; (6) uitzonderen; terzijde leggen; (7) erbij laten; er zich verder niet meer mee bemoeien; (8) tewerkstellen; werk geven; in dienst hebben; [bedienden] houden; (9) huisvesten; logeren; logies verlenen; (10) aanstellen als; [een persoon] in een zekere functie plaatsen; benoemen; (11) [soldaten] posteren; legeren; plaatsen; opstellen; (12) een tussenruimte laten; een tijdsinterval laten; tijd tussen laten; afscheiden; op een afstand houden [zie ook het suffix -oki 置き]; (13) verpanden; belenen; in onderpand geven; (14) [m.b.t. een laagje goud; zilver etc.] voorzien; beleggen; bekleden; vergulden; verzilveren; (15) [m.b.t. dauw; rijp; rijm; nachtvorst etc.] zich vormen; (16) iets op voorhand doen; iets alvast doen [na een て-vorm van een werkwoord]; (17) stoppen met schrijven; de pen neerleggen; een brief afsluiten
言い張るiiharu (erop) aandringen; insisteren; volharden; volhouden; vasthouden; staande houden; erbij blijven; stellen; persisteren bij
設定するsetteisuru instellen; vestigen; oprichten; stichten; [状況を] poneren; stellen; [comp.] configureren
調節するchousetsusuru regelen; afstellen; reguleren; bijstellen; adjusteren; instellen; [een machine enz.] stellen; justeren; [i.c.m. ラジオを] afstemmen; [i.c.m. 声を] moduleren
載せるnoseru (1) [op een vervoermiddel (de bus enz.)] zetten; plaatsen; [van bagage] laden; bevrachten; opladen; [een lifter enz.] oppikken; [iem. op de bus enz.] helpen; [i.h.b.] meevoeren; [passagiers enz.] meenemen; [i.h.b.] een lift geven; aan boord nemen; opnemen; (2) [op tafel enz.] zetten; plaatsen; stellen; leggen; [op de planken enz.] brengen; (3) iem. [door vleierij enz.] voor zich winnen; iem. aan zijn kant krijgen; iem. op zijn hand krijgen; iem. impalmen; iem. inpakken; iem. erin laten lopen; iem. erin laten trappen; iem. overhalen; iem. zover krijgen; (4) iem. [in het werk; complot enz.] betrekken; iem. laten deelnemen aan; iem. laten meedoen; (5) in de maat (laten) zijn met; in harmonie (laten) zijn met; (laten) harmoniëren; (6) [een boodschap enz.] overbrengen [langs telegrafische weg enz.]; transmitteren (via); transporteren (via); overvoeren (per); (7) [een advertentie in de krant enz.] zetten; plaatsen; opnemen; publiceren; optekenen; vermelden; te boek stellen
述べる ; 宣べる ; 陳べるnoberu verklaren; vermelden; noemen; zeggen; uiten; geven; uiteenzetten; stellen; [z'n gedachten enz.] uitdrukken; [z'n medeleven enz.] betuigen; onder woorden brengen; aangeven; verslag uitbrengen; melden; uitspreken; [de waarheid enz.] spreken; vertellen; [omstandig; in het kort enz.] verhalen; gewagen
追い遣るoiyaru (1) wegjagen; verdrijven; uitdrijven; verdringen; wegsturen; wegbonjouren; eruit sturen; bonjouren; de deur wijzen; terzijde schuiven; stellen; (2) drijven in; brengen tot; dwingen; aanzetten tot; aandrijven tot; aansporen tot
逃げ出すnigedasu (1) ontvluchten; ervandoor gaan; weglopen; zich uit de voeten maken; de plaat poetsen; de benen nemen; het hazenpad kiezen; (2) beginnen te vluchten; beginnen weg te lopen; het op een lopen zetten; [veroud.] stellen; op de vlucht slaan; op de loop gaan
遣っ付けるyattsukeru (1) verslaan; overwinnen; afmaken; uitschakelen; vellen; winnen van; doden; ervan langs geven; de volle laag geven; een pak slaag geven; zwaar aanpakken; de das omdoen; [fig.] afdrogen; inmaken; inblikken; afranselen; afstraffen; afrossen; een afstraffing geven; zijn portie geven; zijn vet geven; ik zal hem!; een gevoelig lesje geven; afrekenen met; korte metten maken; 'em een kantje geven; (2) scherp bekritiseren; heftig tekeergaan tegen; aanvallen; te lijf gaan; uithalen naar; afkammen; afbreken; afkraken; de grond in boren; neerhalen; neersabelen; hekelen; kraken; aftroeven; de grond in trappen; op de korrel nemen; roskammen; de vloer aanvegen met; (3) afwerken; afmaken; afdoen; afhandelen; [問題を] afwikkelen; afronden; komaf maken met; wegdoen; wegwerken; zich ontdoen van; uit de weg ruimen; (4) aandurven te ~; durven te ~; wagen te ~; het bestaan te ~; zo brutaal zijn te ~; het lef hebben te ~; erdoorheen sukkelen; met vallen en opstaan het einde halen; het klaarspelen; het gedaan krijgen; het voor elkaar boksen; het bolwerken; het fiksen; stellen; flikken; opknappen; schiemannen; lappen; het 'm leveren; het presteren om ~; het rooien; weten te ~; (5) vreten; zuipen
遣り繰りするyarikurisuru zich behelpen; zich redden; roeien met de riemen die men heeft; het moeten doen; stellen; rondkomen; het klaarspelen; het voor elkaar krijgen; boksen; de eindjes aan elkaar knopen; [Belg.N.] zich uit de slag trekken
預けるazukeru (1) toevertrouwen; deponeren; in bewaring geven; inchecken; consigneren; afgeven ter bewaring; afzetten; [銀行に金を] op de bank zetten; (2) overlaten; overdragen; overgeven; overleveren; uitbesteden; outsourcen; (3) [椅子に体を] vlijen; laten rusten; plaatsen; (4) [勝負を] door een derde laten beslissen; (5) [theeceremonie] [茶道具を] klaarzetten; gereedzetten; (6) [土地を] in leen geven; belenen; met een leen begiftigen; verpachten; (7) in pand geven; stellen; te pand zetten; panden; verpanden; (8) aan prostitutie overgeven; prostitueren; (9) [酒を] afslaan; zich onthouden van
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.55 sec. jiten.nl: 3 treffers, warandict: 32 treffers (zoekopdracht: 'stellen', strategie: exact). 
2005-2023