日蘭辭典+

22 resultaten voor ‘stijf’
日蘭辭典 (trefwoord)
dakishimeru抱緊める

(抱きしめる, 抱き締める, 抱締める) t.w. stijf omhelzen; in de armen sluiten.

bokki勃起

zn. erectie v. ¶ 勃起する gaan staan; stijf worden.

gisugisushitaぎすぎすした

bn. stijf; stroef.

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <stijf>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
かちかちkachikachi (1) [kindert.] houten kleppers; (2) vuursteen; vuurkei; silex; (3) [~の] hard; (4) verstijfd; versteend; gespannen; (5) stug; onbuigzaam; stijf; star; verstokt; koppig; (6) klikklak; kletterend; klepperend; [時計が] tiktak; rikketik
ぎこちないgikochinai (1) onwennig; onbehendig; onhandig; onbeholpen; knullig; stumperig; krukkig; sukkelig; schutterig; stoethaspelig; onnatuurlijk; (2) stroef; harkerig; stokkerig; stram; stijf
ごっついgottsui (1) ruw; grof; (2) hard; stijf; onbuigzaam; stug; taai
厳しいkibishii (1) streng; hard; strikt; stijf; strak; gestreng; (2) intens; streng
堅いkatai (1) solide; vast; (2) vast en zeker; (3) in orde; rechtschapen; (4) stijf; strak; streng
堅苦しいkatakurushii (1) stijf; vormelijk; formeel; afgemeten; ceremonieus; ceremonieel; plechtstatig; (2) rigide; strak; stroef; strikt; stipt; serieus
定格joukaku vormelijk; formeel; aan vormen hechtend; conventioneel; stijf
強いtsuyoi (1) sterk; krachtig; stout; stevig; impressief; [m.b.t. klap] hard; [m.b.t. houding] ferm; [m.b.t. verzet] duchtig; geducht; hevig; [m.b.t. band] hecht; [m.b.t. gevoel] intens; [m.b.t. geur] scherp; [m.b.t. uitspraak] kras; [m.b.t. geest; geloof enz.] kloek; [m.b.t. bries] stijf; [m.b.t. drank] zwaar; (2) bestand (tegen); gehard tegen; -bestendig; goed tegen [drank; alcohol enz.] kunnen [direct voorafgegaan door ni に]; (3) sterk (in); goed (in); kundig (in); bekwaam (in); bedreven (in)
gou (a) sterk; (b) dwingen; forceren; (c) stijf; stug
改まったaratamatta vormelijk; stijf; formeel; afgemeten; ceremonieus; ceremonieel; plechtstatig; plechtig; officieel
改まってaratamatte formeel; vormelijk; deftig; afgemeten; stijf; ceremonieus; ceremonieel; plechtstatig; plechtig; officieel
発々hatsuhatsu (1) [風が] fiks; stevig; flink; stijf; vinnig; (2) [魚が] levendig; dartel; uitgelaten; speels
硬いkatai (1) hard; (2) stijf; stijfjes; (3) nerveus; stijf
硬化するkoukasuru (1) verharden; harden; stijf; hard; stevig worden; een vastere vorm aannemen; opstijven; uitharden; (2) verstrakken; verstarren; onbuigzaam; ongevoelig worden; verstijven; (3) [econ.] opleven; vaster; stabieler worden (van prijzen); stabiliseren; (4) [geneesk.] verharden (van weefsel); sclerotisch worden; (5) [mbt. ruwe rubber] vulkaniseren
硬直kouchoku (1) stijfheid; rigiditeit; stramheid; onbuigzaamheid; (2) [geneesk.] rigor; spierstijfheid; (3) stijf; stram; rigide; onbuigzaam; (4) eerlijk; oprecht
窮屈kyuukutsu (1) te strak; te krap; te nauw; spannend; knellend; (2) stijf; stijfdeftig; star; stug; rigide; onbuigzaam; bekrompen; kleingeestig; (3) ongemakkelijk; oncomfortabel; niet lekker; niet op zijn gemak; (4) [m.b.t. budget] zeer beperkt; krap; benepen
窮屈なkyuukutsuna (1) strak; krap; nauw; smal; eng; benauwd; beperkt; gelimiteerd; spannend; knellend; kleinbehuisd; [~衣類] nauwsluitend; strakgespannen; (2) stijf; stijfdeftig; vormelijk; gereserveerd; stroef; star; stug; precies; rigide; gestreng; strikt; punctueel; rigoureus; onbuigzaam; bekrompen; kleingeestig; (3) ongemakkelijk; oncomfortabel; opgelaten
筋張るsujibaru (1) [筋張った …] pezig; gespierd; musculeus; zenig; (2) [fig.] [筋張った …] vormelijk; formalistisch; stijf; stroef; stug
角張るkadobaru (1) hoekig; angulair; kantig zijn; scherp uitsteken; [m.b.t. gezicht] benig zijn; (2) stijf; vormelijk; formeel; stijfdeftig zijn
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.5 sec. jiten.nl: 3 treffers, warandict: 19 treffers (zoekopdracht: 'stijf', strategie: exact). 
2005-2022