日蘭辭典+

17 resultaten voor ‘stommeling’
日蘭辭典 (trefwoord)
donbutsu鈍物
zn. stommeling m.
donkotsu鈍骨
zn. domkop m.; stommeling m.
gujin愚人
zn. domkop m.; stommeling m.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <stommeling>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
あほんだらahondara [Kansai-gew.] dwaas; stommeling; sukkel; sufferd; onnozele hals; oen; sul; idioot; imbeciel
すっぽりsuppori (1) helemaal bedekt; volledig gedekt; compleet gehuld; (2) gemakkelijk loslatend; makkelijk loskomend; (3) perfect passend; (4) dwaas; stommeling; idioot
どじdoji (1) flater; blunder; stommiteit; miskleun; misslag; (2) idioot; uilskuiken; stommeling; klungel; kluns; knoeier; prutser; sufferd; sukkel; stumper; sufkop; (3) stom; idioot; klungelig; klunzig; knoeierig; prutserig; suf; sukkelig; stumperig
ボケboke (1) verwarring; versuffing; versuftheid; sufheid; (2) warhoofd; sufferd; sukkel; kluns; dwaas; leeghoofd; stommeling; idioot; onnozelaar; domoor; dommerik; domkop; uilskuiken; onnozele hals; ezel; (3) domste van een komisch duo; (4) ouderdomsverwarring; ouderdomszwakte; seniele aftakeling; seniliteit; kindsheid; dementie; (5) seniele; demente grijsaard; dementerende; (6) [hand.] onverwachte koersnotering; [i.h.b.] lagere koersnotering; verslapping; inzinking; (7) [barg.] leugen; (8) [barg.] valsheid; misleiding; bedrog; bedriegerij; (9) [barg.] aubergine; (10) [plantk.] Japanse kwee; Chaenomeles speciosa; (11) Boké
十九日juukunichi (1) negentiende dag van de maand; (2) negentien dagen; (3) [volkst.] dwaas; stommeling; domkop; (4) dag na Kannons 観音 maandelijkse feestdag
惚けboke (1) verwarring; versuffing; versuftheid; sufheid; (2) warhoofd; sufferd; sukkel; kluns; dwaas; leeghoofd; stommeling; idioot; onnozelaar; domoor; dommerik; domkop; uilskuiken; onnozele hals; ezel; (3) domste van een komisch duo; (4) ouderdomsverwarring; ouderdomszwakte; seniele aftakeling; seniliteit; kindsheid; dementie; (5) seniele; demente grijsaard; dementerende; (6) [hand.] onverwachte koersnotering; [i.h.b.] lagere koersnotering; verslapping; inzinking; (7) [barg.] leugen; (8) [barg.] valsheid; misleiding; bedrog; bedriegerij
chi (1) dwaasheid; domheid; stomheid; (2) dwaas; domoor; domkop; stommeling; stommerd; (3) [boeddh.] moha; mūḍha [= domheid; begoocheling]; (a) dom; dwaas; (b) wellust; (c) fanatisme
茗荷 ; 蘘荷 ; ミョウガmyouga (1) [plantk.] Japanse gember; Zingiber mioga; (2) dwaas; idioot; malloot; onbenul; stomkop; stommeling; domoor; onnozelaar; gek; zot; (3) [Jap.herald.] gestileerde Japanse gember
間抜けmanuke (1) dwaas; gek; zot; stommeling; idioot; stomkop; stommerd; domkop; domoor; dommerik; ezel; minkukel; rund; konijn; sul; (2) dwaasheid; domheid; dommigheid; stommiteit; onzinnigheid; zotheid; (3) dom; dwaas; zot; onzinnig; onverstandig; stom
阿呆陀羅ahodara (1) parodie op een boeddhistische soetra; (2) [Kansai-gew.] dwaas; stommeling; sukkel; sufferd; onnozele hals; oen; sul; idioot; imbeciel
阿呆aho dwaas; gek; zot; zotskap; idioot; stommeling; halve gare; ezel; sul; sufferd; domoor; hannes; onbenul
阿房 ; 阿呆ahou dwaas; gek; zot; zotskap; idioot; stommeling; halve gare; ezel; sul; sufferd; domoor; hannes; onbenul
頓馬tonma (1) dwaas; stommeling; stommerik; stomkop; idioot; domoor; domkop; ezel; uilskuiken; imbeciel; nitwit; oelewapper; onbenul; rund; konijn; sul; (2) dwaas; stom; dom; onbenullig; idioot; imbeciel
馬鹿 ; 莫迦 ; 破家baka (1) dwaas; gek; zot; nar; idioot; imbeciel; mafkees; mafketel; mafkikker; malloot; piechem; halvegare; stommeling; sukkel; uilskuiken; oen; sul; lijp; druif; ezel; rund; os; domoor; domkop; dommerik; stommerd; lijperd; stommerik; stomkop; eendenkuiken; onnozelaar; onbenul; minkukel [inform.] lijpo; (2) dwaasheid; domheid; zotheid; onverstand; onwijsheid; stommiteit; stomheid; stommigheid; onzinnigheid; gekheid; gekkemanswerk; gekkigheid; idioterie; idiotie; idiotisme; malheid; malligheid; onnozelheid; stupiditeit; zottigheid; aperij; onbenulligheid; onzin; nonsens; flauwekul; ridiculiteit; belachelijkheid; larie; lariekoek; kolder; absurditeit; (3) fan; fanaat; fanaticus; enthousiast; freak; liefhebber; -gek; -maan; (4) dwaas; mal; onnozel; dom; gek; stom; zot; dol; belachelijk; mallotig; ridicuul; stupide; idioot; onwijs; onzinnig; absurd; zinneloos; [inform.] kolderiek; imbeciel; maf; lijp; halfgaar; halfwijs; getikt; [inform.; fig.] bezopen; [fig.] halfzacht; (5) niet meer naar behoren functionerend; verdoofd [b.v. door kou]; gevoelloos; [i.h.b.] verschaald; [van schroeven enz.] dol; (6) buitengewoon [goedkoop enz.]; buitensporig; uitermate; overmatig; overdreven; al te ~; dol
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.48 sec. jiten.nl: 3 treffers, warandict: 14 treffers (zoekopdracht: 'stommeling', strategie: exact). 
2005-2022