日蘭辭典+

8 resultaten voor ‘straffen’
日蘭辭典 (trefwoord)
ukeru受ける
t.w. (1) [受納] ontvangen; nemen. (2) [受止める] pakken; tegenhouden. (3) [檢査] ondergaan; ervaren. (4) [蒙る] krijgen; lijden. (5) [許可等] krijgen; verkrijgen. ¶ 命を受ける bevel krijgen. ¶ 檢査を受ける onderzocht worden. ¶ 受ける gestraft worden. ¶ 俸給を受ける tractement ontvangen. ¶ 治療を受けてゐる onder geneeskundige behandeling.
tsumi
zn. (1) [罪惡] zonde v. (2) [犯罪] vergrijp o.; misdrijf o.; misdaad v. (3) [咎め] schuld v.; blaam v. (4) [過失] fout v.; misstap m. misdraging v.; overtreding v.; wangedrag o. (5) [] straf v. ¶ 服する schuld bekennen. ¶ より救ふ redden van de zonde. ¶ 犯す misdrijf begaan. ¶ を負はす beschuldigen. ¶ を免れる straf ontloopen. ¶ 贖ふ schuld boeten. ¶ ある schuldig; zondig; misdadig. ¶ なき onschuldig. ¶ する straffen.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <straffen>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
罪する tsumisuru (1) beschuldigen; betichten; de schuld geven; verantwoordelijk stellen; (2) straffen; bestraffen; straf opleggen
処分する shobunsuru (1) wegdoen; van de hand doen; afhandelen; beschikken; afdoen; maatregelen treffen; nemen; opruimen; afwikkelen; liquideren; (2) afrekenen met; onder handen nemen; straffen; een appeltje schillen met; (3) ruimen; afmaken; uit zijn lijden helpen; een spuitje geven
処する shosuru [人生に] zich door het leven slaan; zich door de wereld helpen; z'n draai vinden; zich schikken; inspelen; zich inpassen; ; (1) afhandelen; beslechten; afdoen; in orde maken; klaren; schikken; regelen; aanpakken; (2) straffen; bestraffen; tuchtigen; kastijden; (3) veroordelen; vonnissen; opleggen
処罰する shobatsusuru straffen; bestraffen; straf opleggen aan; penaliseren
懲罰する choubatsusuru (1) straffen; bestraffen; (2) disciplineren; tuchtigen
罰する bassuru straffen; bestraffen; afstraffen; [sport, w.g.] penaliseren
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.64 sec. jiten.nl: 2 treffers, warandict: 6 treffers (zoekopdracht: 'straffen', strategie: exact). 
2005-2019