日蘭辭典+

31 resultaten voor ‘streek’
日蘭辭典 (trefwoord)
tokoro處、所
(ところ) zn. (1) [場所] plaats v. (2) [住所] woonplaats v.; verblijfplaats v. (3) [位置] positie v. (4) [土地] streek v. (5) [] punt o. (6) [] ding o. (7) [] moment o. (8) [場合] gelegenheid v. ¶ hoewel. ¶ では voor zoover; in zooverre als. ¶ 僕の見るでは naar mijn oordeel; mijns inziens.
kyōgen狂言
zn. (1) [劇の] klucht v.; blijspel o.; tooneelspel o. ¶ [詐り] streek v.; bedriegerij v.
warujare惡洒落
(悪洒落, 悪戯, 悪じゃれ ) zn. ongepaste grap v.; onhebbelijkheid v.; flauwe streek m.; baldadigheid v.
chameru茶目る
i.w. grappen uithalen.
kaiwai界隈
zn. buurt v.; streek v.; omgeving v.
nekkoku熱國

(熱国) zn. heete streek v.; tropisch land o.

fukenkō不健康

zn. ziekelijkheid v.; ongezondheid v. ¶ 不健康地 ongezonde streek. ¶ 不健康で困って居る sukkelen.

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <streek>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
タッチtatchi (1) aanraking; [m.b.t. schrijfmachine; piano] aanslag; toucher; [m.b.t. sport; muziek] techniek; stijl; (2) [m.b.t. penseel; gereedschap] toets; streek; touche
トリックtorikku streek; kunstje; loer; poets; geintje; lolletje
ローカルrookaru (1) plaatselijk; lokaal; streek-; buurt-; (2) caloriearm
一抹ichimatsu (1) [~の] vleugje; zweem; tikje; ietsje; touch; tintje; (2) toets; penseelstreek; streek; trek; trekje
土地tochi (1) grond; land; aarde; [vaderlandse enz.] bodem; (2) terrein; domein; stuk land; lap grond; [pregn.] lap; [pregn.] perceel; [lit.t.] landouw; (3) plaats; gebied; gewest; streek; regio; buurt; (4) territorium; domein; grondgebied
土地のtochino plaatselijk; lokaal; buurt-; streek-
do (1) grond; bodem; aarde; (2) terrein; gebied; domein; land; territorium; streek; plaats; (3) tǔ [= 3e fase binnen de wǔxíng 五行]]; (4) zaterdag; [afk.] za.; (5) provincie Tosa; (6) Turkije; (a) grond; aarde; (b) land; gebied; streek; (c) tǔ; (d) Saturnus; (e) provincie Tosa
地区chiku district; zone; sector; gebied; regio; streek; [i.h.b.] wijk; buurt; strook
地域chiiki gebied; streek; regio; gewest; zone
地帯chitai zone; gordel; streek; gebied; strook
地方chihou (1) landstreek; gewest; gebied; regio; arrondissement; streek; kant; (2) platteland; provincie; regio; periferie; plaatselijk ~ [tgov. de stad; het centrum]
ji (1) grond; aarde; bodem; (2) streek; land; (3) basis; fundering; grondslag; (4) natuurlijke huid; (5) ondergrond; grondlaag; fond; veld; (6) stof; weefsel; textiel; (7) aard; karakter; (8) grondtekst; (9) werkelijkheid; realiteit; feit; (10) [go] ingenomen gebied; (11) muzikale begeleiding bij Japanse dans; (12) [Jap.muz.] motief; (13) [shamisen-muz.] grondtoon; (14) [nō-theater] koorgezang; koorzang; koorlied; koorstuk; (15) jiai-recitatie [= intonering onder shamisen-begeleiding]; (a) grond; aarde; land; (b) streek; plaats; (c) [boeddh.] bhūmi [= stadium binnen iems. religieuze ontwikkeling]; (d) grondstof; onbewerkt materiaal; (e) aard; karakter; natuur
iki (1) gebied; domein; (2) grenzen; perken; (3) niveau; peil; (a) grens; terrein; gebied; (b) land; streek
当地touchi hier; deze plaats; plek; stad; streek
悪巧みwarudakumi list; kneep; complot; intrige; kunstgreep; (sluwe) streek; boos opzet; snood plan; gekonkel; kuiperij; samenzwering; machinatie; conspiratie
所 ; 処tokoro (1) plaats; plek; stee; oord; zetel [der regering enz.]; gebied; lokatie; ruimte; afstand; ligging; (2) adres; verblijfplaats; (3) [bij iem.] thuis; (4) [~の] streek-; … van het platteland; plaatselijk; plaatselijke; gewestelijk; gewestelijke; (5) deel; gedeelte; stuk; passage; (6) [弱い; 強い] punt; kant; trek; (7) positie; rol; (8) omstandigheid; geval; gelegenheid; (9) [maatwoord voor plekken; stuks e.d.]; (10) [maatwoord voor godheden; edellieden e.d.]; (11) [op het] moment [dat …]; de tijd dat …; [op het] punt [staan te …]; [op het] ogenblik [dat …]; (12) een kwestie van …; in de orde van …; (13) dat wat …; datgene wat …; (14) waaraan; waarover; (15) toen …; wanneer …
方位houi hoek; streek; richting; positie; hemelstreek; windstreek; [羅針盤の] kompasstreek; kompasrichting; [astron.; landmeetk.] azimut
方面houmen (1) richting; streek; [ter] hoogte [van]; [in de] buurt [van]; ~ en daaromtrent; ~ en omgeving; ~ en omstreken; (2) gebied; terrein; vlak; facet; domein; kring; kant; aspect
画 ; 劃kaku (1) horizontale hele of onderbroken lijn [vormt samen met twee andere lijnen een trigram]; (2) streepje als onderdeel van een kanji; streek; pennenstreek; trek; pennentrek; haal; (3) [maatwoord om het aantal halen; trekken; streken; strepen te tellen waarmee een karakter is gevormd]
sora (1) lucht; luchtruim; (2) hemel; hemelruim; [form.; lit.t.] firmament; [lit.t.] hemelen; (3) [meton.] streek; oord; (4) stemming; gevoel; geest; (5) [~で] van buiten; uit het hoofd; (6) leugen; onwaarheid; valsheid; (7) onjuist …; verkeerd …; ten onrechte …; mis-; waan-; (8) geveinsd(e) …; gemaakt(e) …; voorgewend(e) …; gesimuleerd(e) …; quasi-; schijn-; pseudo-; nep-; (9) [~形容詞] danig …; behoorlijk …; zeer …
細工saiku (1) stuk; stukje werk; gewrocht; maaksel; werkstuk; handwerk; (2) vakmanschap; (3) truc; streek; kunstje; foefje; kunstgreep; trucage
辺地henji (1) [boeddh.] plaats waar Amida-sceptici herboren worden; (2) [vanuit China's of India's standpunt] Japan; (3) uithoek; afgelegen oord; plaats; streek; buitenplaats; buitengewest; buitenpost; boerengat; negorij; negerij
辺地henchi (1) uithoek; afgelegen oord; plaats; streek; buitenplaats; buitengewest; buitenpost; boerengat; negorij; negerij; (2) [boeddh.] plaats waar Amida-sceptici herboren worden; (3) [vanuit China's of India's standpunt] Japan
部位bui [geneesk.] streek; gebied
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.6 sec. jiten.nl: 7 treffers, warandict: 24 treffers (zoekopdracht: 'streek', strategie: exact). 
2005-2021