日蘭辭典+

23 resultaten voor ‘streng’
日蘭辭典 (trefwoord)
amai甘い
bn. (1) [甘味] zoet. (2) [淡味] flauw; laf; smakeloos. (3) [愚鈍] dwaas; mal. (4) [叱り方が] slap; niet streng genoeg. (5) [やさしい] zacht. ¶ 子供に甘い toegevend voor kinderen. ¶ 甘い物 zoetigheid.
kyūkutsu窮屈
zn. (1) [嚴重] strengheid v.; striktheid v. (2) [気詰り] gedwongenheid v.; onvrijheid v. (3) [狭隘] beperktheid v.; engheid v. ¶ 窮屈な streng; strikt; onvrij; beperkt; nauw; eng. ¶ 窮屈な規則 strenge regelen. ¶ 窮屈に思ふ zich onvrij gevoelen. ¶ 窮屈な服 nauwe kleeren. ¶ 窮屈な家 een bekrompen woning. ¶ 窮屈に云へば strikt gesproken; eigenlijk gezegd.
genjū嚴重
zn. gestrengheid v. ¶ 嚴重streng; strikt. ¶ 嚴重に言へば strikt genomen. ¶ 嚴重な規律 strenge tucht. ¶ 時間嚴重に守る strikt op tijd zijn.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <streng>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
tsuna (1) touw; koord; reep; lijn; snoer; streng; kabeltouw; [scheepv.] tros; [scheepv.] sjorring; (2) houvast; zekerheid; (3) [sumō-jargon] (titel van) yokozuna; sumōkampioen; sumōkampioenschap
難しい; 六借しい; 六箇敷; 六ヶ敷 muzukashii (1) misnoegd; ontstemd; nors; stuurs; grimmig; bedrukt; somber; ernstig; (2) moeilijk; vervelend; lastig; hard; zwaar; heel [bv. hele klus]; (3) ernstig; kritiek; zwaar; bedenkelijk; precair; (4) ingewikkeld; gecompliceerd; complex; netelig; delicaat; (5) ongemakkelijk [karakter]; streng; strikt; lastig; hard; moeilijk te voldoen; kieskeurig; veeleisend
険しい kewashii (1) steil; sterk hellend; (2) (van iemands karakter) hard; (van iemands karakter) hardvochtig; (3) (van iemands gelaatsuitdrukking) streng; (van iemands gelaatsuitdrukking) grimmig; (4) boos; kwaad; verbolgen
厳格 genkaku streng; strikt; gestreng; stringent; rigide; rigoureus; nauw; Spartaans
gen (1) streng; [弓の] pees; (2) [muz.] snaar; (3) [meetk.] koorde
厳重 genjuu (1) gestreng; streng; strikt; rigoureus; onverbiddelijk; heftig; fel; (2) stevig; sterk; degelijk; solide; vast; ; (1) gestrengheid; strengheid; striktheid; rigourositeit; onverbiddelijkheid; heftigheid; felheid; (2) stevigheid; sterkte; degelijkheid; vastheid
厳密な genmitsuna strikt; streng; rigoureus; stipt; precies; punctueel; nauw; scrupuleus; nauwkeurig
厳然と genzento ernstig; zwaar; streng; gezaghebbend
厳密に genmitsuni strikt; streng; rigoureus; stipt; precies; punctueel; nauw; scrupuleus; nauwkeurig
細かい komakai (1) klein; fijn; (2) gedetailleerd; minutieus; nauwgezet; tot in de details gaand; tot in de bijzonderheden gaand; (3) streng; rigoureus; strikt; nauwkeurig; (4) krenterig; gierig; overdreven zuinig; overdreven spaarzaam; op de penning; (5) pietluttig; van weinig belang; onbeduidend; nietig; futiel; armzalig; gering; klein; (6) delicaat; subtiel; verfijnd; fijn
koku hard; cru; wreed; zwaar; streng; scherp; fel; vinnig; ; (1) a. streng; wreed; erg; (2) b. hevig; fel
厳しい kibishii (1) streng; hard; strikt; stijf; strak; gestreng; (2) intens; streng
きつい kitsui (1) intens; sterk; (2) hard; streng; zwaar; (3) strak; nauw; (4) moedig; sterk
喧しい yakamashii (1) lawaaierig; luidruchtig; rumoerig; roezig; schreeuwerig; kabaal makend; herrie makend; veel leven makend; kakofonisch; schetterig; roezemoezig; lawaaiig; luid; gehorig; krakeelachtig; tumultueus; tapageus; bruyant; (2) [m.b.t. procedure] lastig; vervelend; omslachtig; log; ergerlijk; [inform.] flikkers; (3) zeurderig; drammerig; zanikachtig; zeverend; (4) veeleisend; kieskeurig; nauwgezet; kies; vies; (angstvallig) precies; pietluttig; pietepeuterig; kritisch; moeilijk; vitterig; muggenzifterig; vitziek; (5) streng; strikt; rigoureus; gestreng; rigide; strak; star; [m.b.t. programma] straf; [m.b.t. gelovige] steil; stringent; (6) controversieel; omstreden; beladen; geruchtmakend; ophefmakend; verhit
o (1) draad; snoer; streng; (2) [琴の] snaar; [弓の] pees; (3) bandje; riempje; (4) duur; voortgang; (5) leven
重い omoi (1) zwaar; veel wegend; niet licht; (2) gewichtig; belangrijk; ernstig; serieus; (3) [罰が] streng; zwaar; (4) zwaarmoedig; bezwaard; gedrukt; bedrukt; neerslachtig; gedeprimeerd; (5) kritiek; hachelijk; precair; [病気が] gevaarlijk; moeilijk; [お産が] lastig; (6) [口が] zwijgzaam; niet spraakzaam; stil; niet mededeelzaam
堅い katai (1) solide; vast; (2) vast en zeker; (3) in orde; rechtschapen; (4) stijf; strak; streng
固い katai (1) sterk; hard; (2) streng; vasthoudend; niet aflatend; (3) robuust; vast zittend zodat het niet kan bewegen; (4) stijfkoppig; koppig
辛い karai (1) heet; pikant; (2) zout; (3) bitter; hard; (4) erg; verschrikkelijk; (5) streng
一筋 hitosuji (1) gewoon; normaal; gebruikelijk; (2) toegewijd; noest; ernstig; ijverig; vlijtig; (3) vlot; ongehinderd; zonder hapering; vloeiend; ; (1) lijn; streep; striem; straal; streng; (2) familie; geslacht; clan; huis; (3) kunst; vaardigheid; (4) honderd aan een snoer geregen muntstukken; (5) gewone maatregelen; gebruikelijke methode
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.36 sec. jiten.nl: 3 treffers, warandict: 20 treffers (zoekopdracht: 'streng', strategie: exact). 
2005-2019