日蘭辭典+

26 resultaten voor ‘taak’
日蘭辭典 (trefwoord)
yakume役目
zn. taak v.; werk o.; ambtsplicht v.; functie v. ¶ お役目的に zonder veel zorg; omdat het nu eenmaal zijn plicht is. ¶ 役目柄で in qualiteit van; ambtelijk.
yakuwari役割
zn. rolverdeeling v.; verdeeling van werk; aanwijzing van ieders taak.
tantō擔當
(担当) zn. taak v.; opdracht v.; verantwoordelijkheid v. ¶ 擔當する taak aanvaarden; op zich nemen; zich belasten met.
shigoto仕事
zn. werk o.; arbeid (勞働) m.; taak () v. ¶ 仕事をする werken. ¶ 仕事日 werkdag. ¶ 仕事賃 werkloon; arbeidsloon. ¶ 仕事著 werkpak. ¶ 仕事嫌ひ arbeidschuw. ¶ 仕事werker. ¶ 針仕事 naaiwerk.
yōji用事
zn. zaken. v.mv ¶ 用事ある zaken hebben; bezig zijn; wat te doen hebben.
waza
(技、伎) zn. (1) [所] daad v.; handeling v.; werk o. (2) [職業] beroep o. (3) [技術] kunstgreep m.; kunstje o. ¶ それ容易ではない het is geen gemakkelijke taak. ¶ 人間業とは思へない geen menschenwerk; wonder. ¶ 彼奴のしたに相違ない natuurlijk heeft hij dat gedaan.
SUPPLEMENT (trefwoord)
ganbatte頑張って
Uitdr. Houd vol! Geef niet op! Zet door! Doorzetten! Volhouden! ¶ なら成功できるよ、がんばって。は見捨てない。 ♂ Jij kunt het echt wel, houd vol. Ik zal je niet in de steek laten. ¶ できるだけがんばってやってみます。Ik zal mijn uiterste best doen. ¶ はその難しい課題をがんばってやった。Hij bleef zijn best doen op die lastige lessen. ¶ 新しい仕事がんばってください。Zet hem op met je nieuwe baan / succes met je nieuwe baan.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <taak>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
務め tsutome plicht; verantwoordelijkheid; taak
宿題 shukudai (1) huiswerk; huistaak; schoolwerk; [Belg.N., onderw.] taak; (2) onuitgemaakte zaak; onafgedane; onbesliste; onbeslechte kwestie; onopgelost vraagstuk; open vraag; issue
仕事 shigoto (1) werk; arbeid; karwei; klus; taak; affaire; zaak; opgave; bezigheid; werkzaamheid; (2) werk; baan; job; beroep; betrekking; emplooi; (3) [nat., techn.] arbeid
使命 shimei (1) opdracht; taak; missie; (2) roeping; levenstaak
ミッション misshon (1) opdracht; taak; missie; (2) missie; gezantschap; legatie; (3) [rel.] missie; zending; (4) zendingsschool; (5) [techn.] transmissie; overbrenging; versnellingsbak; (6) Mission [= stad in de Amerikaanse staat Texas]; (7) The Mission [= Britse film, 1986]
koto (1) ding; voorwerp; zaak; (2) zaak; aangelegenheid; affaire; omstandigheid; belang; (3) probleem; vraagstuk; kwestie; vraag; (4) feit; feitelijkheid; (5) omstandigheid; omstandigheden; toestand van een zaak; staat van zaken; toestand; situatie; (6) geval; (7) voorval; incident; onverwachte gebeurtenis; ongewone gebeurtenis; (8) ongeluk; ongeval; tegenspoed; pech; onheil; moeilijkheid; verwikkeling; (9) werk; werkzaamheid; ambtelijke werkzaamheid; functie; taak; opdracht; plicht; wat van iemand geëist wordt; (10) 10. oorzaak; motief; reden; beweeggrond; (11) 11. ervaring; ondervinding
責務 sekimu plicht; verplichting; taak; verantwoordelijkheid
タスク tasuku (1) taak; opdracht; karwei; (2) [comp.] taak
yaku [maatwoord voor taken, functies, (toneel)rollen]; ; (1) plicht; taak; functie; rol; opdracht; verantwoordelijkheid; pakkie-an; (2) (openbare) betrekking; (regerings)ambt; staatsbetrekking; post; positie [bij het Rijk]; officie; officium; [in zijn] hoedanigheid [van]; portefeuille; baan; job; dienst; (3) toneelrol; rol; (4) vroondienst; corvee; herendienst; hand- en spandienst; (5) cijns; schatting; tiend; belasting; recht; (6) [m.b.t. kaartspel; mahjong] roemer; roem in het kaartspel of bij mahjong; roemkaarten of -schijven; (7) menstruatie; maandbloeding; ongesteldheid; menses; maandstonden
役目 yakume plicht; taak; functie; rol; opdracht; dienst; verantwoordelijkheid; pakkie-an
役割 yakuwari (1) rolverdeling; rolbezetting; casting; taakverdeling; (2) rol; taak; plicht; functie; opdracht; verantwoordelijkheid; pakkie-an
you a. voor; bestemd voor; bedoeld voor; ten gebruike van; ten behoeve van; ad; in usum; ; (1) nut; bruikbaarheid; dienst; (2) gebruik; (3) taak; werk; boodschap; klus; karwei; (4) kosten; prijs; uitgaven; (5) (kleine en grote) boodschap; urine en poep
パート paato (1) deel; onderdeel; (2) rol; taak; (3) partij [in een muziekstuk]; stem; (4) parttime; deeltijd; parttimer; deeltijdwerker [afkorting van pātotaimu パートタイム, pātotaimā パートタイマー]
bun (1) 13. tiende; tiende deel; gedeelte; tien procent; (2) 14. [oude lengtemaat] 0; 1 sun 寸 [= ca. 3,03 mm]; ; (1) deel; part; portie; (2) gedeelte; segment; (3) status; positie; plaats; stand; standing; hoedanigheid; capaciteit; (4) plicht; taak; (5) staat; omstandigheden; (6) veronderstelling; (7) soort; allooi; (8) enkel dat; ; (1) a. verdeling; opdeling; scheiding; (2) b. verduidelijking; (3) c. aftakking; apart deel; (4) d. bestanddeel; element; (5) e. tijdsgewricht; (6) f. attributie; plicht; (7) g. kwalificatie; hoedanigheid; positie; (8) h. staat; toestand; mate; ; (1) portie; dosis; hoeveelheid; (2) 10. hoedanigheid; (3) 11. -gehalte; (4) 12. -tijd
負担 futan last; draaglast; [jur.] modus; druk; bezwaar; belasting; onus; onera; [pregn.] taak; [pregn.] verplichting
課題 kadai [maatwoord voor onderwerpen, thema's, opgaven]; ; (1) onderwerp; thema; (2) oefening; opgave; taak; opdracht; [i.h.b.] huiswerk; (3) probleem; vraagstuk; kwestie
一仕事 hitoshigoto (1) stuk werk; werkje; karwei; klus; taak; opdracht; (2) zwaar werk; pittige klus; lastig karwei; vervelend karweitje; hele opgave; hele kluif; geen sinecure
任務 ninmu plicht; taak; functie; missie
ni (1) lading; last; vracht; cargo; carga; vrachtgoed(eren); (2) last; pak; taak; verantwoordelijkheid
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.66 sec. jiten.nl: 7 treffers, warandict: 19 treffers (zoekopdracht: 'taak', strategie: exact). 
2005-2019