日蘭辭典+

13 resultaten voor ‘taal’
日蘭辭典 (trefwoord)
akkō惡口
(悪口) zn. scheldtaal v.; gemeene taal m. ¶ 惡口する schelden. ¶ 人の惡口を云ふ iemand uitschelden. ¶ 蔭で惡口を云ふ bekladden; kwaadspreken.
midara
(淫ら、猥ら) zn. onzedelijkheid v.; onkuischheid v. ¶ 淫な onzedelijk; onkuisch. ¶ 淫な女 vrouw van slechte zeden. ¶ 淫なする ontuchtige handelingen verrichten. ¶ 淫な schuine praatjes; onzedelijke taal.
hasei派生
zn. afleiding v. ¶ 派生する afgeleid zijn van. ¶ 派生語 afgeleid woord; verwante taal.
kuchi
zn. (1) [] mond m. (2) [言語] taal v. ; woord v. (3) [味感] smaak m. (4) [入] deur v.; ingang m. (5) [吸] mondstuk o. (6) [] opening v.; gat o. (7) [空位] vacature v.; vacante plaats v.; betrekking v. (8) [人數] aantal personen m. (9) [割前] aandeel o.; portie v.; (10) [部類] soort v.; artikel o.; merk o. ¶ 開く den mond opendoen. ¶ をきく spreken met. ¶ 出す zich mengen in; zich bemoeien met. ¶ がすべる zich verspreken. ¶ 惡い gemeene taal uitslaan. ¶ と腹とは違ふ niet meenen wat men zegt. ¶ 合ふ naar den smaak zijn. ¶ を探す een baantje zoeken. ¶ 此のは品切れになりました dit artikel is uitverkocht; deze soort hebben wij niet meer. ¶ にて mondeling.
sekkyō説教
zn. preek v. ¶ 説教する preeken; prediken. ¶ 説教體 preektoon; deftige taal. ¶ お説教を聞かせる bepreeken; standje geven. ¶ 説教壇 kansel; preekstoel. ¶ 説教師 prediker.
SUPPLEMENT (trefwoord)
shaberu喋る
(-r stam) (1) babbelen; kletsen; (niet serieus, vrijblijvend) praten; roddelen. ¶ 日本人遭遇して日本語めっちゃしゃべった。 Nihonjin to sōgōshite nihongo mettcha shabetta. Toevallig een Japanner ontmoet, we hebben tijdenlang gebabbeld. (twitter) (2) informatie doorvertellen die niet voor anderen bestemd is; zich iets laten ontvallen; zich verspreken; roddelen. ¶ しゃべってしまった shabette shimatta ik versprak me (twitter) ¶ 眠すぎて真実しゃべってしまった Nemusugite shinjitsu shabette shimatta Ik was te slaperig en liet me ontvallen hoe het werkelijk in elkaar zit. (twitter) ¶ あ、ごめんなさい。聞かれてもいない余計なことをしゃべってしまったと思って、ツイート消しちゃった。 A, gomen nasai. Kikarete mo inai yokei na koto wo shabette shimatta to omotte, twiito keshichatta. O, neem me niet kwalijk. Omdat ik dacht dat ik nodeloos uitweidde over dingen die me niet eens gevraagd waren had ik de tweet verwijderd. (twitter) (3) praten over iets. ¶ テレビでは、我が国の将来の問題を誰かが深刻なをしてしゃべっている。 Terebi de wa, wagakuni no shōrai no mondai wo dare ka ga shinkoku na kao wo shite shabette iru. Op TV is iemand met een ernstige blik over de problemen van ons land aan het praten. (4) (in) een taal praten; een taal spreken. (TTC) ¶ 彼ら英語をしゃべっていますか。 Karera wa eigo wo shabette imasu ka. Spreken ze Engels? (TTC) ¶ 彼はとうとう中国語をしゃべるようになりました。 Kare wa tōtō chūgokugo wo shaberu yō ni narimashita. Hij is eindelijk Chinees gaan praten. (twitter)
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <taal>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
kuchi (1) mond; muil; bek; [inform.] bakkes; (2) taal; spraak; woord; (3) smaak; smaakzin; (4) persoon ten laste; mond die gevoed moet worden; (5) openstaande betrekking; vacature; vacante plaats; (6) betrekking; dienstbetrekking; baan; job; aanstelling; (7) mondstuk (van een muziekinstrument); (8) kurk; stop (van een fles); (9) opening; gat; fuit; (10) 10. route; bergpad; riviermonding; estuarium; natuurlijke haven; (11) 11. deur; poort; ingang; uitgang; (12) 12. soort; artikel; merk; (13) 13. begin; (14) 14. gerucht; praatje; verhaal dat de ronde doet; (15) 15. aandeel; actie; effect; portie; (16) 16. opening van een zweer
言語 gengo [maatwoord voor talen]; ; taal; spraak
go (1) a. spreken; vertellen; zeggen; (2) b. woord; verwoording; (3) c. uitspraak; gezegde; (4) d. vertelling; verhaal; monogatari; (5) e. Lúnyǔ; ; [maatwoord voor woorden]; ; (1) woord; (2) term; terminologie; (3) spraak; uiting; uitlating; (4) taal; ; taal van de …; -se taal [volgt op de naam van een land, volk, etc.]
国語 kokugo (1) taal; (2) moedertaal; (3) de landstaal; de taal van Japan; de officiële taal van Japan; de Japanse taal; Japans
言葉 kotoba (1) taal; spraak; (2) woord; term; uitdrukking met een specifieke betekenis; (3) zinsnede; deel van een volzin; (4) uitdrukking; (5) spreekwijze; manier van uitdrukken; uitdrukking; fraseologie; zinsbouw en woordgebruik van een spreker of schrijver; (6) dialect; streektaal; gewesttaal; patois; (7) uiteenzetting; verklaring; beschrijving; exposé; (8) uitspraak; uiting; uitlating; opmerking; (9) spreekwoord; proverbium; adagium; spreuk; kernspreuk
koto (1) verhaal; vertelling; (2) uiting; uitlating; mededeling; woorden; (3) taal; spraak; (4) praatje; gerucht; nieuws
台詞 serifu (1) [ton.] tekst; woorden; [i.h.b.] claus; rol; (2) praat; woorden; taal; uitspraak; gezegde; quote; commentaar
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.39 sec. jiten.nl: 6 treffers, warandict: 7 treffers (zoekopdracht: 'taal', strategie: exact). 
2005-2019