日蘭辭典+

20 resultaten voor ‘tegenkomen’
日蘭辭典 (trefwoord)
au逢ふ
(逢う、会う、遇う、遭う) i.w. (1) [出合] ontmoeten. (2) [邂逅] tegenkomen. (3) [面會] zich onderhouden met. (4) [經驗に] ondergaan; ondervinden; ervaren; lijden. ¶ 酷い目に遭う slecht behandeld worden; leed ondervinden. ¶ 難船に遭う schipbreuk lijden. ¶ 逢ひに行く tegemoet gaan; bezoeken. ¶ 二つの川が此處で會う twee rivieren komen hier samen. ¶ 彼に遭ったことがない ik heb hem nog nooit ontmoet.
SUPPLEMENT (trefwoord)
kōkutsu後屈
zn., suru-ww. achterovergebogen; achterover buigen. ¶ 今日はヨガの後屈のポーズのおですKyō wa yoga no kōkutsu no pōzu no hanashi desu. Vandaag ga ik het hebben over houdingen in yoga waarbij je achteroverbuigt. ¶ 後屈のポーズには、全身のエネルギーを活性化して、自分でも気づかなかった感情と出会うがあります。 Kōkutsu no pōzu ni wa, zenshin no enerugī wo kasseikashite, jibun de mo kizukanakatta kanjō to deau toki ga arimasu. Bij achterovergebogen houdingen activeer je energie in je hele lichaam en zul je op momenten emoties tegenkomen waarvan je zelf niet eens wist dat je ze had. (blog) NB antoniem: zenkutsu 前屈

battariばったり
(bw, to-bw) (1) plotsklaps; opeens; plotseling. ¶ 雨がばったりやんだ。 Ame ga battari yanda. De regen stopte opeens. (yamasv) (2) stoppen of eindigen na lange tijd ¶ 彼は長年毎日のようにこのカフェに来ていたが、先月からばったり来なくなった。 Kare wa naganen mainichi no yō ni kono kafe ni kite ita ga, sengetsu battari konaku natta. Jarenlang kwam hij vrijwel elke dag naar dit [het] café, maar sinds vorige maand niet meer. (yamasv) (3) iemand onverwacht ontmoeten; iemand tegen het lijf lopen. ¶ 高校の先生と今日10年ぶりにばったり会った。 Kōkō no sensei to kyō jūnenburi ni battari atta. Ik kwam vandaag opeens na tien jaar een docent van de middelbare school tegen. (yamasv) (4) opeens neervallen; in elkaar storten. ¶ 彼はばったり倒れて、二度と立ち上がらなかった。 Kare wa battari taorete, nido to tachiagaranakatta. Hij viel opeens om en kwam niet meer overeind. (yamasv) (5) met een smak; met een plof. (ばったりと)
SUPPLEMENT (trefwoord)
hallo, hoi, hee

(tussenwerpsel) [algemene groet bij ontmoeten, goedendag] konnichi wa こんにちは [今日は] (zelden in een wij-groep en niet tegen superieuren (Miura; BEJD). NB In snelle spraak kan konnichi wa samengetrokken worden tot konchiwa)); [goeiemorgen] o-hayō おはよう (informeel); [goedemorgen] o-hayō gozaimasu おはようございます (beleefd, geschikt om tegen superieuren te zeggen); [hee, hoi] yaa やあ (informeel); oo おぉ〜 (informeel); [goedenavond] konban wa 今晩は (zelden in een wij-groep (BEJD)); [iemand aanspreken, ergens binnenkomen] sumimasen すみません (algemeen beleefd, lett. ‘neemt u me niet kwalijk’; wordt vaak afgekort tot suimasen すいません); shitsurei-shimasu 失礼します (zeer beleefd, lett. ‘neemt u me niet kwalijk’); [bij betreden huis] o-jama-shhimasu お邪魔します (lett. ‘excuus voor de overlast’); [begroeting naar collega’s of werkenden] o-tsukare-sama desu お疲れさまです (beleefd (NB De respons op o-tsukare-sama desu kan onder werkenden de identieke frase zijn, maar als respons is de radicale afkorting desu! niet ongewoon)); [aan de telefoon] moshimoshi もしもし [bij thuiskomst] tadaima ただいま [只今]! (lett. ‘precies nu’); [aandacht trekken] **oi!**おい! (informeel); ooi! おおい (idem).

¶ Hee! [Hallo!] Dat we elkaar hier tegenkomen! Yaa, konna tokoro de au to wa ne. やあ、こんな所で会うとはね。 ¶ Hallo? Spreek ik met meneer [mevrouw] Ogawa? Moshimoshi. Ogawa-san desu ka. もしもし。小川さんですか。 ¶ ‘Daar ben ik weer!’ ‘Hee, hoe was je dag?’ ‘Tadaimaa!’ ‘O-kaeri nasai’ 「ただいまー」「お帰りなさい」 ¶ Hallo? Is daar iemand? Gomen kudasai! ご免ください! ¶ Hee! Het eten is klaar hoor! Oi, meshi da zo? おい、飯だぞ? (TTC)

NB Zoals al uit de opmerkingen tussen de haken blijkt is er geen direct equivalent voor ‘hallo’, ‘hoi’ etc. in het Japans. Tevens is de keuze van een uidrukking afhankelijk van context. In de ochtend kun je voor eigenlijk al je bekenden in ieder geval o-hayō gozaimasu おはようございます gebruiken. Op je werk kun je de hele dag o-tsukare-sama desu お疲れさまです als eerste groet gebruiken (denk aan iets als ‘werk ze!’). Andere werkenden kun je ook begroeten met o-tsukare-sama desu お疲れさまです of als ze je een dienst bewijzen go-kurō-sama ご苦労さま , of go-kurō-san ご苦労さん . In de ochtend thuis of onder vrienden is kort ‘môgge!’, o-hayō おはよう prima. Als je vrienden begroet kun je wegkomen met iets als oo おぉ〜 ung of うん. Voor iedereen die niet in een wij-groep van je zit kun je het algemene konnichi wa こんにちは gebruiken. Beleefder is (bij het aanspreken van iemand) sumimasen すみません of shitsurei-shimasu 失礼します. Bij het betreden van iemands huis kun je o-jama-shimasu お邪魔します zeggen.

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <tegenkomen>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
ばったりbattari (1) plots; plotseling; opeens; ineens; plotsklaps; eensklaps; onverhoeds; onvoorziens; schielijk; pardoes; abrupt; pal [bij ww. met bet.: 1) neervallen; omvallen; neerzijgen; doodvallen enz.; 2) ophouden; halt houden; stoppen; tot stilstand komen; blijven staan; blijven steken enz.]; (2) toevallig [ontmoeten; tegenkomen; aantreffen enz.]; bij toeval [oog in oog komen te staan]; onverwachts [tegen het lijf lopen; stuiten op enz.]
ぶつかるbutsukaru (1) botsen (tegen; op); lopen (tegen); aanstoten; aanlopen (tegen); aanrijden; bonzen (tegen ~ aan); [golven enz.] beuken tegen; slaan (tegen); vallen tegen; knallen tegen; opknallen tegen; collideren; treffen; rammen; neerkomen op; aankomen tegen; (2) stoten op; stuiten op; tegen het lijf lopen; aantreffen; tegenkomen; komen op; vinden; ontmoeten; (3) vallen op; samenvallen; samenkomen; (4) trotseren; het hoofd bieden; tegemoet treden; onder ogen zien; (5) in aanvaring komen met; in botsing komen met; in conflict komen met; indruisen tegen; slaags raken met
偶然見付けるguuzenmitsukeru bij toeval ontdekken; aantreffen; stoten op; stuiten op; treffen; tegen het lijf lopen; aanlopen tegen; bij toeval vinden; toevallig ontmoeten; tegenkomen; toevallig tegenaan lopen
出くわすdekuwasu stoten op; tegen het lijf lopen; toevallig ontmoeten; tegenkomen; treffen; aantreffen; iems. pad kruisen
出るderu (1) naar buiten gaan; naar buiten komen; zich vertonen; uitbreken; uitgaan; uitkomen; verlaten; vandaan gaan (bij); vertrekken; [m.b.t. boot] afvaren; [i.h.b.] afstuderen (aan); [i.h.b.] aftrek vinden; weggaan; (2) verschijnen; opkomen; voor de dag komen; opduiken; te voorschijn komen; zich voordoen; rijzen; voorkomen; [aan de telefoon enz.] komen; [m.b.t. zon] opgaan; rijzen; doorkomen; [m.b.t. bloemknoppen enz.] uitkomen; uitlopen; [i.h.b.] ontdekt worden; [m.b.t. geesten; spoken] waren; (3) uitsteken; naar buiten steken; opsteken; uitspringen; oprijzen; (4) bijwonen; aanwezig zijn bij; gaan naar; deelnemen aan; meedoen aan; [voor het gerecht enz.] verschijnen; in [zaken; het bedrijfsleven; de politiek enz.] gaan; (5) [m.b.t. wegen] leiden naar; voeren naar; uitkomen op; tegenkomen; bereiken; aantreffen; vinden; stuiten op; (6) te buiten gaan; overschrijden; gaan over; passeren; (7) ontspruiten (aan); komen uit; voortkomen (uit); voortspringen uit; ontstaan uit; beginnen; ontspringen; ontsnappen; [fig.] opwellen; [lit.t.] ontwellen; zijn oorsprong ontlenen aan; zijn oorsprong vinden in; teruggaan op; afstammen van; afkomen van; stammen uit; voortspruiten uit; (8) verschijnen; uitkomen; uitgegeven worden; gepubliceerd worden; [i.h.b. de pers enz.] halen; (9) krijgen; verkrijgen; [arch.] bekomen; [m.b.t. gerecht] opgediend worden; geserveerd worden; [m.b.t. bedrag; premie] uitgekeerd worden; (10) toenemen; rijzen; [m.b.t. wind] opsteken; aanwakkeren; [m.b.t. snelheid] optrekken; (11) zich … gedragen; een … houding nemen; (12) [m.b.t. thee] trekken
巡り合うmeguriau toevallig treffen; tegenkomen; ontmoeten; tegen het lijf lopen; stoten op; stuiten op; aanlopen tegen
接するsessuru (1) grenzen (aan); aanliggen (tegen); palen (aan); liggen (aan); reiken tot aan; komen tegen; belendend; contigu; naburig zijn; (2) zich bezighouden met; behandelen; omgaan met; omspringen met; [m.b.t. clientèle] bedienen; dienen; zorgen voor; (3) in aanraking; contact komen met; te maken krijgen met; ontmoeten; ervaren; tegen het lijf lopen; stoten op; stuiten op; vinden; aantreffen; tegenkomen; betrokken raken bij; [een ongeval enz.] krijgen; [m.b.t. nieuws] vernemen; (4) [ook m.b.t. wisk.] raken (aan); aanraken; (5) in aanraking; contact brengen met; aanbrengen; zetten; plaatsen tegen
行き会う ; 行き合う ; 行き逢うikiau ontmoeten; tegenkomen; treffen; aanlopen tegen; tegen het lijf lopen; [gew.] trapperen
行き会う ; 行き合う ; 行き逢うyukiau ontmoeten; tegenkomen; treffen; aanlopen tegen; tegen het lijf lopen; [gew.] trapperen
見受けるmiukeru (1) aannemen; veronderstellen; ervan uitgaan; inschatten; (2) aantreffen; zien; tegenkomen; opmerken; in het oog krijgen
見掛けるmikakeru (1) aantreffen; tegenkomen; treffen; toevallig zien; opmerken; in het oog krijgen; (2) beginnen te zien; even zien; een glimp opvangen; beginnen te lezen; even lezen; (3) letten op; acht slaan op
迎えに来るmukaenikuru (1) [人を] tegemoet komen; [lit.t.] tegenkomen; [veroud.; lit.t.] te moet komen; (2) [人を] komen om; komen halen; afhalen; ophalen; oppikken
逢うau tegenkomen; meemaken
遭う ; 遇うau tegenkomen; meemaken; beleven; [事故に] krijgen; [困難に] ondervinden; stoten op; stuiten op; geconfronteerd worden met; [災難に] te kampen hebben met; het hoofd moeten bieden aan
遭遇するsouguusuru (onverwacht) ontmoeten; tegenkomen; tegen het lijf lopen; komen te staan tegenover; oog in oog komen te staan met; geconfronteerd worden met; het hoofd moeten bieden aan
際するsaisuru tegenkomen; ontmoeten; treffen; stuiten
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.67 sec. jiten.nl: 4 treffers, warandict: 16 treffers (zoekopdracht: 'tegenkomen', strategie: exact). 
2005-2023