日蘭辭典+

17 resultaten voor ‘teruggaan’
日蘭辭典 (trefwoord)
atojisari後退り
zn. achterwaartsche beweging v. ¶ 後退りする teruggaan; achteruitgaan. (驚いて) terugdeinzen; terugschrikken.
atomodori後戾
(後戻り) zn. (1) [後退] achteruitgang m. (2) [病氣が] instorting v. ¶ 後戾りする teruggaan; achteruitgaan; terugtrekken. (病氣が) instorten; erger worden.
yamayama山々
bw. veel; zeer. ¶ 歸りたいのは山々ぢやが ik zou dolgraag teruggaan, maar ......
gyaku
bn. (1) [反對] tegengesteld; omgekeerd. (2) [叛逆] oproerig. ¶ 逆壓 tegen-druk. ¶ 逆潮 tegenstroom. ¶ 逆動する achteruitgaan. ¶ 逆緣 ongeluk; noodlot; omgekeerde volgorde van overlijden; dood van de kinderenvoor de ouders. ¶ 逆風 tegenwind. ¶ 逆擊 tegenaanval. ¶ 逆比 omgekeerdereden. ¶ 逆比例の omgekeerd evenredig. ¶ 逆意 verraderlijke bedoeling. ¶ 逆上 stijgen van bloed naar de hersenen; duizeligheid (眩暈). ¶ 逆上する gek worden. ¶ 逆戾りする teruggaan. ¶ 逆に in tegengestelde richting; den anderen kant uit; verkeerd. ¶ 逆流 tegenstroom. ¶ 逆算する terugrekenen. 逆説 paradox. ¶ 逆心 verraderlijke bedoeling. ¶ 逆臣 verrader. ¶ 逆進 achterwaartsche beweging; achteruitgaan. ¶ 逆襲 tegenaanval. ¶ 逆提供 contra-offerte. ¶ 逆轉 omzetting. ¶ 逆轉する terugdraaien; omzetten. ¶ 逆徒 verrader. ¶ 逆睹 voorspelling. ¶ 逆運 tegenspoed; tegenslag; ongeluk. ¶ 逆運動 teruggang; acherwaartsche beweging. ¶ 逆産 omgekeerde geboorte; geboorte met de voeten vooruit.
kaeru歸る
(帰る(F)、還る、還る、復る) i.w. (1) [戾る] terugkeeren; thuiskomen; naar huis gaan. (2) [去る] heengaan; weggaan. (3) [反射] terugkaatsten. ¶ 元の位置に復る in den vorigen staat terugkeeren. ¶ 歸らぬ旅 de laatste reize; uitvaart. ¶ お歸り遊ばせ welkom thuis. ¶ 子供の復りたいものですなあ wat zou ik graag weer een kind zijn! ¶ 覆水盆に還らず gedane zaken nemen geen keer; wat gebeurd is, is gebeurd.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <teruggaan>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
戻る modoru teruggaan; keren; terugkeren; terugkomen; teruglopen; terugvallen; teruggrijpen op; weerkeren; wederom aanwezig zijn
低下する teikasuru (1) dalen; zakken; [m.b.t. prijzen] lager worden; verlagen; (2) achteruitgaan; teruglopen; teruggaan; achteruitlopen; achteruitboeren; aftakelen; vervallen; verworden; ontaarden; de kreeftengang gaan; er niet beter op worden; slechter worden; verslechteren; afzakken; verlopen; [m.b.t. kwaliteit] verarmen
減退する gentaisuru verminderen; afnemen; achteruitgaan; teruggaan; dalen; teruglopen; slinken; zakken
退く shirizoku (1) zich terugtrekken; zich verwijderen; aftrekken; zich retireren; verlaten; (2) teruggaan; achteruitgaan; wijken; [fig.] toegeven
後進する koushinsuru achterwaarts; naar achteren gaan; achteruitgaan; teruggaan; terugwijken; [scheepv.] achteruitslaan
後退する koutaisuru zich terugtrekken; terugwijken; teruggaan; achteruitgaan; achterwaarts gaan; zich achterwaarts bewegen; afdeinzen; [車が] achteruitrijden; [scheepv.] achteruitslaan; [景気が] achter raken; verminderen
復帰する fukkisuru terugkeren; terugkomen; teruggaan; retourneren; hersteld worden
帰る kaeru (terug) naar huis gaan; terugkeren; naar huis keren; zich omkeren; teruggaan
返る kaeru (1) terugkeren; teruggaan; weerkeren; wederkeren; terugkomen; terug naar het uitgangspunt gaan; weer in het bezit komen van; terugvallen aan; (2) zich herstellen; weer in de vorige toestand terugkeren; [veroud.] keer nemen; (3) terugkaatsen; terugspringen; terugstuiten; [こだまが] weergalmen; weerklinken; (4) kantelen; omslaan; zich omkeren; (5) [年が] wisselen; nieuwjaar worden; (6) verkleuren; van kleur veranderen; ; (1) […~] compleet; volkomen … worden; (2) […~] telkens …; blijven …
引く hiku (1) 16. achteruitgaan; teruggaan; terugtrekken; afgaan (van); terugwijken; (2) 17. zich retireren; zich terugtrekken; verlaten; [veroud.] resigneren; (3) 18. afnemen; zakken; dalen; wijken; wegtrekken; teruglopen; ; (1) trekken (aan); halen; [een hendel, de trekker enz.] overhalen; [naar zich] toetrekken; aanhalen; [een boog] spannen; opspannen; (2) [de aandacht] trekken; [klanten] aantrekken; [sympathie] winnen; [belangstelling] wekken; (3) [een vaartuig] jagen; slepen; [een schip] treilen; [een trekdier] geleiden; leiden; (4) citeren; aanhalen; (5) stammen uit; afstammen van; [系統を] afkomen van; spruiten uit; [i.h.b.] aarden naar; (6) [hout] zagen; [op een pottenbakkersschijf] draaien; (7) malen; vermalen; fijnmalen; (8) [een lijn, een draad] trekken; lijnen; spinnen; [een rechte] beschrijven; (9) aanhouden; rekken; (10) 10. [gordijnen] dichttrekken; dichtdoen; (11) 11. aanbrengen; besmeren; bedekken; bestrijken; (12) 12. [elektriciteit] aanleggen; installeren; aansluiten; [water (door buizen enz.)] aanvoeren; [veroud.] aanleiden; (13) 13. [een getal] aftrekken; [een bedrag] afhouden; in mindering brengen; afnemen; [iets in prijs] verlagen; afdoen; verminderen; reduceren; terugbrengen; [i.h.b.] korting geven; (14) 14. [de troepen] terugtrekken; intrekken; [visnetten] ophalen; [de handen (van iets)] aftrekken; (15) 15. overrijden; omrijden; omverrijden; aanrijden
引き返す hikikaesu ; hikkaesu terugkeren; teruggaan; omkeren; terugkomen; op zijn schreden terugkeren; op zijn passen terugkeren
後戻りする atomodorisuru (1) teruggaan; terugkeren; omkeren; terugtrekken; op z'n schreden terugkeren; (2) achteruitgaan; terugvallen; vervallen; slechter worden; (3) [geneesk.] weer instorten; hervallen
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.42 sec. jiten.nl: 5 treffers, warandict: 12 treffers (zoekopdracht: 'teruggaan', strategie: exact). 
2005-2020