日蘭辭典+

17 resultaten voor ‘terwijl’
日蘭辭典 (trefwoord)
aida
zn. (1) [隔] ruimte v.; tusschenruimte v.; afstand m. (2) [時間] verloop o. ¶ をあける ruimte openlaten. (3) [の] vz. gedurende; vw. terwijl; onderwijl. ¶ 其intusschen. ¶ に立つ tusschenin staan. ¶ 七人のに分ける tusschen (又は onder) zeven menschen verdeelen. ¶ のは zoo lang als. ¶ 留守gedurende mijn afwezigheid; terwijl ik uit was. ¶ 君と僕の tusschen ons beiden. ¶ 此 kort geleden; onlangs. ¶ 御座候 aangezien.
hyōshi拍子
zn. (1) [調子] maat v.; rhythme o.; rhythmus m.; tempo o. (2) [はずみ] gelegenheid v.; toevallige omstandigheid v.; ¶ 三拍子 driekwartsmaat. ¶ 拍子を合はせる maat houden. ¶ 拍子を合せて in de maat. ¶ 拍子拔け uit de maat. ¶ 拍子拔けをさす ontmoedigen. ¶ どうかして拍子で door een toevallige omstandigheid. ¶ ……する拍子に juist terwijl...... ¶ 拍子よき goed in de maat; glad; van een leien dakje. ¶ 萬事拍子よく行った het is alles vlot gegaan; alles is van een leien dakje gegaan. ¶ 拍子木 houten klappers.
SUPPLEMENT (trefwoord)
kanojo彼女
(1) zij; ze. ¶ 彼女kanojo no haar. ¶ 「あので考え事ができないわ」と、彼女はタイプライターを見つめながら言った。 ‘Ano oto de kangaegoto ga dekinai wa’ to, kanojo wa taipuraitā wo mitsumenagara itta. [het Japans is gebruikt als in een roman] ‘Ik kan niet nadenken met dat geluid’♀ zei ze terwijl ze naar de schrijfmachine staarde. (TTC)
(2) vriendin (persoon waarmee een man gaat of verkering heeft). ¶ 元カノ moto kano (spreektaal, afko.) ex-vriendin; z’n ex; m’n ex. ¶ 前カノ mae kano idem 元カノ. ¶ 今カノ ima kano (spreektaal, afko.) huidige vriendin; m’n huidige vriendin; z’n huidige vriendin. ¶ 彼女はカナダへいってしまった。 Boku no kanojo wa Kanada e itte shimatta. Mijn vriendin is naar Canada gegaan. ♂ (TTC) ¶

NB Gebruik van woord 彼女 kanojo begon in de Meiji periode (1868-1912) als equivalent voor het Engels ‘she’ (‘zij’). Het was een nieuw gevormde samenstelling van かの kano ‘die’ en 女 jo (vgl. 女子 joshi ‘vrouw; meisje’). Lange tijd bleef het gebruik ervan beperkt tot de schrijftaal. Hoewel het 彼女 kanojo tegenwoordig (1980-2009) ook voorkomt in de spreektaal is het nog steeds gebruikelijker om te verwijzen naar anderen met hun naam of titel (Miura:100). Het wordt niet gebruikt wanneer beleefdheid vereist is en heeft vaak een speciale (bijvoorbeeld seksuele) connotatie. Het navolgende is een voorbeeld van het herhalen van een naam of een titel op de plaats waar het Nederlands een persoonlijk voornaamwoord zou gebruiken: 母は教師です。母は毎朝8を出て、5に帰宅します。 Haha wa kyōshi desu. Haha wa maiasa hachiji ni ie wo dete, goji ni kitakushimasu. Mijn moeder is lerares. Ze vertrekt iedere ochtend om acht uur, en komt om vijf uur weer thuis. (lang-8) Zie ook kare.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <terwijl>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
てもtemo (1) […~] [verbindt een hypothese met een toegeving] al; ook al; zelfs al; (2) […~] [verbindt een feit met een toegeving] hoewel toch; ofschoon; terwijl; (3) […にし; とし~] [verbindt een hypothese met een toegeving] al; ook al; zelfs al
でもdemo (1) […~] [verbindt een hypothese met een toegeving] al; ook al; zelfs al; (2) […~] [verbindt een feit met een toegeving] hoewel toch; ofschoon; terwijl
乍らnagara (1) […~] [drukt gelijktijdigheid van activiteiten; toestanden uit] terwijl; onder; [veroud.] wijl; (2) […~] [verbindt inhoudelijk tegenstrijdige gegevens] terwijl; ofschoon; hoewel; alhoewel; ondanks; niettegenstaande; [arch.] trots; (3) […~] [drukt een onveranderde toestand uit]; (4) […~] [drukt uit dat eenzelfde toestand collectief geldt] al; elk
に引き替えnihikikae in tegenstelling tot; daarentegen; terwijl; daar waar
に引き替えてnihikikaete in tegenstelling tot; daarentegen; terwijl; daar waar
ni (1) […~] [drukt een inleidende gedachte uit]; (2) […~] [redengevend partikel] omdat; daar; aangezien; [Belg.N.] vermits; (3) […~] [toegevend partikel] hoewel; alhoewel; ofschoon; terwijl; daar waar; ondanks (het feit dat); niettegenstaande (dat); … maar; … en toch; [veroud.] schoon; (4) […~] [nevenschikkend partikel] daarbij; daarenboven
のにnoni […~] [verbindt contrasterende inhouden] hoewel; alhoewel; ofschoon; terwijl; daar waar; [veroud.] schoon; ondanks (het feit dat); niettegenstaande (dat); [w.g.] hoezeer …; toch; … ten spijt; … maar; … en toch; in weerwil van; [arch.] trots
ba (1) […~] [drukt een veronderstelling uit zonder meer] als; indien; ingeval; zo; gesteld dat; wanneer; mocht; (2) […~] [drukt een veronderstelling die als voorwaarde bedoeld is of een algemene geldigheid uit] als; op voorwaarde dat; indien; wanneer; mits; (3) […~] [drukt de aanleiding tot een waarneming; constatering uit] als; wanneer; (4) […~] [drukt een nevenschikking of opsomming uit] en … en …; (5) […~] [drukt de premisse van een onderwerp uit]; (6) […ば…ほど] [drukt proportionaliteit uit] hoe … des te …; (7) […~] [drukt een veronderstelling uit zonder meer] als; indien; ingeval; zo; gesteld dat; wanneer; mocht; (8) […~] [drukt een veronderstelling die als voorwaarde bedoeld is of een algemene geldigheid uit] als; op voorwaarde dat; indien; wanneer; mits; (9) […~] [drukt de aanleiding tot een waarneming; constatering uit] als; wanneer; (10) […~] [drukt reden; oorzaak uit] doordat; door; omdat; om; aangezien; daar; nu; om reden van; vanwege; wegens; uit; als gevolg van; tengevolge van; op grond van; [Belg.N.] vermits; (11) […~] [drukt een contrast uit] maar; daar waar; terwijl; (12) […ね~] [drukt toegeving uit] hoewel; alhoewel; ofschoon
uchi (1) binnenkant; [の~に] binnen; in; (2) [の~に] tijdens; terwijl; gedurende; [その~に] onderwijl; (3) [の~] onder; te midden van; (4) [~に] inwendig; vanbinnen; in het hart; in het gemoed; innerlijk; intern; (5) keizerlijk paleis; hof; (6) keizer; tenno; mikado; (7) echtgenote; echtgenoot; wederhelft; (8) [boeddh.] ons geloof; het boeddhisme; (9) ik; wij; [~の] mijn; ons
序でに ; 序にtsuideni (1) nu we het daar toch over hebben; ik maak graag van de gelegenheid gebruik om; overigens; trouwens; à propos; en passant; terloops; in het voorbijgaan; (2) terwijl; tegelijkertijd; meteen; nu ik; je; men enz. toch ~; in één moeite door; tegelijk
yue (1) reden; oorzaak; (2) aanzienlijke afkomst; goede komaf; (3) smaak; charme; (4) band; betrekking; relatie; (5) ongeval; ongeluk; (6) […ゆえ] door; wegens; vanwege; (7) […ゆえ] hoewel; ofschoon; schoon; terwijl
最中saichuu (1) midden; middelst; binnenste; heetst [van de strijd enz.]; hartje [van de zomer enz.]; [gew.] putje; (2) in de loop van; tijdens; gedurende; onder; terwijl
hashi (1) uiteinde; einde; tip; staart; (2) rand; kant; boord; zoom; marge; grens; uithoek; hoek; [gew.] uitkant; (3) eindje; fragment; stukje; (4) flard; gedeelte; (5) begin; eerste; (6) [bouwk.] buitenkant; buitenzijde; voor; voorgedeelte; [i.h.b.] straatzijde; straatkant; (7) aanhef; voorwoord; voorbericht; inleiding; (8) aanvang; start; begin; (9) bescheiden positie; status; (10) lagere prostituee; (11) […~に] terwijl; en daarnaast
koro (1) tijdstip; moment; tijd; (2) terwijl ~; gedurende de tijd dat ~; toen ~; ten tijde dat ~; (3) omstreeks ~; rond het tijdstip van ~
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.74 sec. jiten.nl: 3 treffers, warandict: 14 treffers (zoekopdracht: 'terwijl', strategie: exact). 
2005-2021