日蘭辭典+

25 resultaten voor ‘titel’
日蘭辭典 (trefwoord)
daimoku題目

zn. (1) [題號] titel m. (2) [主題] onderwerp o.; thema o. (3) [日蓮宗の] gebed der Nichiren secte.

yakumei役名
zn. officieele titel m.
midashi見出
(見出し) zn. (1) [索引] index m. (2) [表題] opschrift o.; titel m.; hoofd o.
jibun自分
unw. zelf自分eigen. ¶ 自分で zelf; persoonlijk; in eigen persoon. ¶ 自分勝手 egoïsme; zelfzucht; eigenzinnigheid. ¶ 自分勝手に naar zijn eigen inzicht; (俗) op zijn eigen houtje. ¶ 自分きめの zelfbewust. ¶ 自分免許の met zichzelf ingenomen; zichzelf den titel gevend van; zich noemend. ¶ 自分の量見 eigen inzicht; discretie. ¶ 自分eigen gebruik. jiga も見よ.
SUPPLEMENT (trefwoord)
midashigo見出し語
zn. titelwoord (het); de titel of het trefwoord waaronder een artikel in een woordenboek of ander naslagwerk is terug te vinden, waarmee het betreffende artikel begint (meestal vetgedrukt) en dat de volgorde van de artikels in het betreffende naslagwerk bepaalt. Voor latijnse spelling is de ordening meestal alfabetisch, voor Japanse spelling meestal volgens de 五十音( gojūon).
hōdai邦題
zn. De Japanse titel voor een buitenlands werk (bijvoorbeeld een boek, film, muziekstuk, etc.).
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <titel>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
卒業 sotsugyou het afstuderen; het behalen van een diploma; bul; getuigschrift; titel; afronding; voltooiing van zijn studie
外題 gedai (1) titel; (2) stuk
名前 namae (1) naam; [i.h.b.] voornaam; (2) naam; [m.n. van boek] titel; benaming
書名 shomei boektitel; titel; naam van een boek; opschrift op een boek
称号 shougou titel; [acad.] graad
見出し midashi (1) opschrift; titel; rubriek; kop; hoofd; hoofding; hoofdje; kopje; [jur.] intitulé; (2) inhoudsopgave; index; register; (3) ingang; lemma; artikel; titelwoord; trefwoord; steekwoord
項目 koumoku [maatwoord voor artikels, items]; ; (1) hoofd; hoofding; titel; (2) artikel; clausule; afzonderlijke bepaling in een contract; (3) item; artikel; punt; ingang; lemma
題字 daiji titelbelettering; titelkarakter(s); titel
タイトル taitoru [sportt.] [maatwoord voor titels; kampioenschappen]; ; (1) titel; opschrift; (2) [sportt.] titel; kampioenschap
題名 daimei titel; opschrift
dai [maatwoord voor titels, onderwerpen, vraagstukken]; ; (1) a. kop; begin; (2) b. titel; opschrift; (3) c. onderwerp; thema; vraagstuk; (4) d. opschrijven; noteren; (5) e. evaluatie; taxatie; ; (1) titel; opschrift; kop; hoofdje; (2) onderwerp; opgave; thema; topic (voor een verhandeling); (3) vraagstuk; opgave; probleem; vraag
sama (1) -elings; -waarts [drukt een richting, oriëntatie uit]; (2) meneer; mijnheer; [afk.] m.; de heer; [afk.] dhr.; mevrouw; [afk.] Mw.; [afk.] Mevr.; madame; [afk.] Mme.; [afk.] Mad.; juffrouw; mejuffrouw; [afk.] Mej. [eerbetonend suffix; voorafgegaan door een naam; titel; status e.d.]; (3) [vaak i.c.m. het prefix o お of go ご een kwalificatie inklemmend]; (4) [voorafgegaan door de ren'yōkei van een dōshi noemt het de handeling die iem. net op het punt staat te doen]; (5) [voorafgegaan door de ren'yōkei van een dōshi noemt het de wijze of manier waarop een handeling zich voltrekt]; ; voorkomen; aanblik; uitzicht; aanzien; schijn; gezicht; air; toestand; staat; gesteldheid; situatie; omstandigheden
キャプション kyapushon (1) onderschrift; opschrift; bijschrift; (2) titel; kop; hoofd
令状 reijou (1) [jur.] bevelschrift; bevel; lastbrief; mandaat; (2) [jur.] akte; exploot; titel
名称 meishou naam; benaming; [rel.] denominatie; titel
初優勝 hatsuyuushou [sportt.] eerste overwinning; titel; eindzege; kampioenschap
肩書き katagaki (1) titel; (2) postnominale titelaanduiding; (3) eerdere veroordeling; strafblad; slechte naam; reputatie
優勝する yuushousuru de overwinning; titel; kampioenstitel behalen; het kampioenschap winnen; kampioen worden; nummer een worden; als overwinnaar uit de strijd komen; de beker winnen; eerste plaats in de wacht slepen
優勝 yuushou overwinning; eindzege; kampioenschap; titel
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.43 sec. jiten.nl: 6 treffers, warandict: 19 treffers (zoekopdracht: 'titel', strategie: exact). 
2005-2020