日蘭辭典+

32 resultaten voor ‘toch’
日蘭辭典 (trefwoord)
mo
vw. & bw. (1) [も亦] ook. vw. (2) […も…も] zoowel als. (3) [も…もせぬ] noch. bw. (4) [とも] zelfs al ook; vw. indien. ¶ 孰れにても hoe het ook zij; of ... of niet. ¶ 英語蘭語もどっちも解る hij verstaat Engelsch zoowel als Hollandsch. ¶ もそこに居たのか ben jij er ook geweest? ¶ 昨日も今日もない gisteren noch vandaag. ¶ 降っても照っても of het regent of dat het mooi weer is ...... ¶ が降っても行きませう al regent het ook, ik ga toch. ¶ 早くも op zijn vlugst. ¶ 言ふも恐ろしいが hoewel het met spijt, het te moeten zeggen.
keredomoけれども
(kedo, けど) vw. bw. echter; desniettemin; desniettegenstaande; nochtans; bw. evenwel; vw. toch; doch; maar; hoewel; ofschoon; vz. ondanks. ¶ 彼は勉強するけれども進歩しない hij werkt hard en gaat toch niet vooruit; hoewel hij hard werkt maakt hij geen vorderingen; ondanks ijverige studie schiet hij niet op; hij studeert hard, desniettemin komt hij nietverder.
demoでも
bw. zelfs; vw. en toch; evenwel; zelfs indien; zoowel......als; hoezeer ook. ¶ 子供でも分かる zelfs een kind begrijpt dat. ¶ でも僕に話して呉れゝば宜しかったのに en toch wou ik dat je het me verteld had. 馬鹿でもなく利口でもない hij is noch dom noch knap. ¶ 人はいくら金持ちでも hoe rijk men ook zij.
shosen所詮
bw. ten slotte; per slot van rekening.
iya嫌、厭
zn. afkeer m.; ergernis v.; verveling v. ¶ 嫌な onaangenaam; ergerlijk; vervelend. ¶ 嫌な stank. ¶ いやな天氣 beroerd weer. ¶ 嫌な beroerde vent; lamme vent. ¶ 厭になる iets moede zijn; het land hebben aan. ¶ 貸して呉れ嫌か leen me wat, of wil je het niet? ¶ 嫌ですよ laat dat toch!; je hindert me; niet doen!
SUPPLEMENT (trefwoord)
desuです
(koppelwerkwoord, beleefde vorm) [tegenwoordige tijd] です desu ben; is; zijn. [verleden tijd] でした deshita was; waren; geweest. [dubitatief] でしょう deshō dat zal wel; zal wel zo zijn. [voortzettende vorm] でして deshite en; doordat. ¶ 日本人ですIk ben een Japanner.以前タバコを吸い、かなりのヘビースモーカーでした。 Izen wa tabako wo sui, kanari no hebīsumōkā deshita. Voorheen rookte ik en was ik een nogal zware roker. ¶ ねえそうでしょう。 Nee, sō deshō. Zo is het toch? (TTC) ¶ 申し訳ありません、明日朝、お取引が難しそうでして…。 Mōshiwake arimasen, ashita asa, o-torihiki ga muzukashisō deshite…. Het spijt mij zeer, maar aangezien morgenochtend zakendoen moeilijk zal zijn... (Twitter)

NB です desu kan ook een zin afsluiten, puur en alleen om het beleefde aspect van dit woord. Werkwoordelijk voegt het dan niets toe aan de zin. Bijvoorbeeld: 悔しいです kuyashii desu en 悔しい kuyashii betekenen beide ‘het is betreurenswaardig’, alleen is de versie met desu beleefd in de zin dat Nederlands u beleefder is dan jij.
seikai正解
(znw) (1) het juiste antwoord; de juiste verklaring [interpretatie]; correct; juist; goed. ¶ 正解をまるで囲みなさいSeikai wo maru de kakominasai. Omcirkel het juiste antwoord alsjeblieft. (TTC) ¶ そっか!!それ正解だよね Sokka! Sore ga seika da yo ne! Ja toch! Zo is het toch! (twitter) (2) (als evaluatie achteraf) de juiste beslissing; de juiste keuze. ¶ どんどんひどくなっていく今日は出かけなくて正解だったAme ga dondon hidoku natte iku. Kyō wa dekakenakute seikai datta. De regen wordt steeds erger. Ik ben blij dat we niet weg zijn gegaan. (yamasv)
TEKST EN UITLEG (trefwoord)
bron:Ryōkan良寛
かはづとびこむなし (良寛)

Ara ike ya kawazu tobikomu oto mo nashi - Ryōkan

een nieuwe vijver
een kikker springt en duikt erin
toch geen geluid

Ryōkan (±1758-1831)
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <toch>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
尤も mottomo (1) met recht; terecht; begrijpelijk; billijk; gegrond; natuurlijk; aannemelijk; plausibel; redelijk; niet onterecht; gerechtvaardigd; het is een natuurlijke zaak dat …; geen wonder dat …; het is helemaal niet gek dat …; (2) maar anderzijds; maar ja; hoewel; evenwel; echter; nochtans; toch; desalniettemin; feit is wel dat …; wel is het zo dat …
其れにも拘らず sorenimokakawarazu niettemin; desondanks; toch; nochtans; echter; evengoed; evenwel; evenzogoed; desalniettemin; desniettegenstaande
其れなのに sorenanoni (maar) toch; desondanks; ondanks dat; niettemin; desalniettemin; [form.] desniettemin; met dat al; [form.] desniettegenstaande; niettegenstaande dat; evenzogoed; dat alles ten spijt; in weerwil daarvan
其れでも soredemo (maar) toch; desondanks; ondanks dat; niettemin; desalniettemin; [form.] desniettemin; met dat al; dat alles ten spijt; even(zo)goed; zelfs dan (nog); ook als dat zo is; zelfs in dat geval; nochtans; en toch; [form.] desniettegenstaande; niettegenstaande dat; dat neemt niet weg; dat; maar intussen; ondertussen; tegelijkertijd
のに noni voor; om; ter ~; ten ~ [combinatie van het nominaliserende partikel no の met het doelaanduidende ni に]; ; was ~ (maar)!; had ~ (toch)!; ik wou dat ~ [drukt een teleurstelling, verzuchting e.d. uit]; ; hoewel; alhoewel; ofschoon; terwijl; daar waar; [veroud.] schoon; ondanks (het feit dat); niettegenstaande (dat); [w.g.] hoezeer ~; toch; ~ ten spijt; ~ maar; ~ en toch; in weerwil van; [arch.] trots [concessief-voegwoordelijk partikel dat aan de rentaikei van vervoegde woorden (katsuyōgo 活用語) gehecht wordt]
でも demo (1) [verbindt twee zinnen waarvan de laatste ingaat tegen een gevolgtrekking die logisch uit het voorgaande volgt] niettemin; desondanks; desalniettemin; desniettemin; toch; evenwel; echter; maar intussen; en ondertussen; desniettegenstaande; met dat al; [gew.] algelijk; (2) [tegenstellend voegwoord dat een excuus; tegenargument formuleert] maar; echter; nochtans; evengoed; [form.] doch; [arch.] edoch
癖に kuseni (1) […(の)~…] hoewel; niettegenstaande; ondanks het feit dat; ook al; ten spijt; (2) […(の)~。] immers; toch
何分 nanibun (1) [bedankt voor] alles; zovele dingen; (2) [i.c.m. verzoek] alstublieft; alsjeblieft; gelieve; wees zo goed; (3) in elk geval; in ieder geval; althans; toch; ; een of andere; een; enig; wat; enigszins
何しろ nanishiro in elk geval; hoe dan ook; hoe het ook zij; toch; nu eenmaal; in ieder geval; [Belg.N.] alleszins; trouwens
所詮 shosen uiteindelijk; toch; finaal; ten slotte
併しながら shikashinagara (1) maar; doch; [arch., iron.] edoch; echter; evenwel; (2) toch; nochtans; niettemin; desondanks
然し shikashi (1) maar; doch; [arch., iron.] edoch; echter; evenwel; (2) toch; nochtans; niettemin; desondanks; (3) nu; luister eens; zeg; goh
兎も角 tomokaku (1) in elk geval; in ieder geval; in alle geval; sowieso; hoe dan ook; hoe het ook zij; in allen gevalle; toch; dat mag wel zo zijn; maar ~; kan wezen; maar ~; enfin; [inform.] afijn; soit; (2) afgezien van ~; ~ daargelaten; los daarvan; ~ buiten beschouwing gelaten; ~ terzijde gelaten; ~ tot daar aan toe; of het nu ~ is of niet; om nog maar te zwijgen over ~
兎に角 tonikaku (1) in elk geval; in ieder geval; in allen gevalle; in alle geval; hoe dan ook; het lope hoe het ook loopt; toch; hoe het ook zij; sowieso; enfin; soit; [inform.] afijn; nu; maar goed; op de een of andere wijze; op de een of andere manier; alles samen genomen; alles bij elkaar (genomen); alles wel beschouwd; goed beschouwd; al met al; alles in aanmerking genomen; (2) dat laat ik in het midden; dat tot daar aan toe; dat weet ik niet zo precies; daar blijf ik af; daar wil ik af zijn
と言えども toiedomo alhoewel; hoewel; al; niettegenstaande dat; ondanks dat; ofschoon; toch
所が tokoroga [legt een contrastief verband] maar; echter; toch; maar toch; [form.] doch; [form.] nochtans; [form.] evenwel; ; (1) […た~] [bevestigt een feit of drukt de totstandkoming van een situatie uit]; (2) […た~] [drukt toegeving uit] maar; toch; niettemin
宛ら sanagara toch; desondanks; ondanks dat; ; (1) onveranderd; intact; status quo; als tevoren; (2) integraal; onverkort; volledig; (3) net; precies; als ware
流石に sasugani (1) zoals te verwachten is; valt; natuurlijk; uiteraard; immers; wat voor de hand ligt; (2) toch; nochtans; niettemin
矢張り yahari (1) ook; eveneens; net zo; (idem) dito; evenzo; [vergezeld van een negatie] evenmin; (2) nog; nog altijd (even ~); zoals altijd; net als anders; (3) toch; toch nog; dan toch; alsnog; dan nog; inderdaad; zoals verwacht; zoals gedacht; zoals gevreesd; (desal)niettemin; evenwel; echter; (4) zo [laten]
矢っ張り yappari (1) ook; eveneens; net zo; (idem) dito; evenzo; [vergezeld van een negatie] evenmin; (2) nog; nog altijd (even ~); zoals altijd; net als anders; (3) toch; toch nog; dan toch; alsnog; dan nog; inderdaad; zoals verwacht; zoals gedacht; zoals gevreesd; (desal)niettemin; evenwel; echter; (4) zo [laten]
hata (1) of; hetzij; (2) indien; zo; wellicht; misschien; (3) toch; maar; echter; (4) inderdaad; zoals verwacht; ; hoe bizar
ねえ nee (1) [drukt een sterke uitroep uit]; (2) [geuit ter verkrijging van een instemming of reactie] is het niet?; nietwaar?; niewaar?; toch?; (3) [drukt stelligheid uit]
からに karani (1) […~] naar; afgaande op; (2) […~は] daar; nu dat; gezien; (3) […~] gelijktijdig met; meteen als; zodra; (4) […~] [redengevend partikel] want; omdat; vermits; (5) […む~] toch; niettemin; desondanks
敢えて aete (1) toch; per se; met alle geweld; zo nodig; met dol geweld; (2) bepaaldelijk; mordicus; stoutweg; boudweg; kordaat
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.37 sec. jiten.nl: 8 treffers, warandict: 24 treffers (zoekopdracht: 'toch', strategie: exact). 
2005-2019