日蘭辭典+

11 resultaten voor ‘tocht’
日蘭辭典 (trefwoord)
ryokō旅行
zn. reis v.; tocht m.; toer m. ¶ 旅行する reizen; reis maken; tocht maken. ¶ 旅行案内 reisgids. ¶ 旅行嚢 knapzak; reistasch. ¶ 旅行家 reiziger; passagier. ¶ 旅行に出かける op reis gaan.
kaze
zn. (2) [] wind m. (2) [邪] koud v. (3) [隙間] tocht m. ¶ 一陣の windvlaag. ¶ が吹いて居ます het waait. ¶ を引いて居る verkouden zijn. ¶ ある winderig. ¶ なき stil; bladstil.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <tocht>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
長旅 nagatabi lange reis; tocht; toer
michi (1) weg; baan; route; straat; (2) reis; reisroute; koers; tocht; (3) zeden; juist gedrag; ware pad; pad der deugd; plicht; gerechtigheid; (4) leer; juiste weg [van het boeddhistische geloof enz.]; (5) methode; middel; stap; uitweg; manier; kunst; (6) onderwerp; materie; terrein; branche; vakgebied; (7) loop; gang; proces
ドラフト dorafuto (1) [honkb.] draft; (2) tocht; trek; luchtstroom; ventilatie; (3) ontwerp; klad; schets; concept
tabi reis; tocht; trip; toer
旅する tabisuru reizen; toeren; een reis; tocht; trip; toer maken; op reis gaan
旅行 ryokou reis; trip; tocht; tochtje; toer; uitstapje; uitje; excursie
洋行 youkou (1) tocht; overtocht; gang; reis naar het Westen; (2) [in China] door buitenlanders gerunde winkel; zaak
吹き抜け fukinuke (1) tocht; trek; luchtstroom; ventilatie; (2) trappenhuis; trappenhal; trapgat; [Belg.N.] trapzaal
行き yuki met bestemming ~; naar ~; ; (1) vertrek; afvaart; afreis; heenreis; heenrit; heenvlucht; heenweg; (2) reis; tocht; trek; trip; koers; vaart; gang; loop; beloop; het stevenen; het tijgen; het zich begeven; het heengaan; (3) heenreisbiljet; kaartje enkele reis; enkeltje
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.47 sec. jiten.nl: 2 treffers, warandict: 9 treffers (zoekopdracht: 'tocht', strategie: exact). 
2005-2019