日蘭辭典+

17 resultaten voor ‘toelaten’
日蘭辭典 (trefwoord)
ninjū忍從
(忍従) zn. passiviteit v.; lijdelijkheid v. ¶ 忍從する zich laten welgevallen; dulden; toelaten.
genkan玄關
(玄関) zn. voorportaal o.; verstibule v. ¶ 玄關番 deurwachter; concierge. ¶ 玄關拂ひ weigering van den toegang. ¶ 玄關拂ひを食ふ niet toegelaten worden; van de deur weggestuurd worden.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <toelaten>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
させるsaseru (1) [causatief ww.] doen …; laten …; (2) toelaten; toestaan
入れるireru (1) plaatsen in; indoen; inzetten in; inbrengen in; (2) inschenken; ingieten; bijgieten; (3) toevoegen; bijvoegen; invoegen; (4) binnenlaten; laten binnenkomen; (5) [iemand; bv. patiënt; student; gast etc.] toelaten; onder zijn hoede nemen; (6) kunnen bevatten; plaats hebben voor; groot genoeg zijn voor; ruim genoeg zijn voor [een bepaald aantal personen]; (7) aanwerven; aanbrengen; in dienst nemen; ronselen; rekruteren; (8) luisteren naar [een advies; verzoek; visie van iemand anders etc.]; gehoor geven aan; (9) tolereren; dulden; aanvaarden; begrip hebben voor; begrijpen; pikken; (10) samengaan; kunnen samengaan; verenigbaar zijn; compatibel zijn; consistent zijn; (11) meerekenen; meetellen; incalculeren; inbegrepen zijn; (12) [茶; コーヒーを] maken; zetten; (13) [スイッチを] aanswitchen; aansteken; aandraaien; aanzetten; aandoen; aanknippen; in werking stellen; zetten; inschakelen
入会させるnyuukaisaseru als lid aanvaarden; toelaten; aanwerven; werven; rekruteren; inlijven; opnemen; aantrekken
受け入れる ; 受け容れるukeireru (1) ontvangen; toelaten; opnemen; aannemen; aanvaarden; accepteren; (2) inwilligen; toestaan; instemmen met; ingaan op; tegemoetkomen; verhoren; (3) opvangen; onthalen; binnenlaten; toegang geven
ka (1) mogelijkheid; (2) goedkeuring; instemming; voorstem; (3) [onderw.] voldoende; [Belg.N.] voldoening; [afk.] D; kan ermee door; goed genoeg; passabel; redelijk; (a) toelaten; toestaan; (b) kunnen
容認するyouninsuru (1) goedkeuren; goedvinden; toestemmen in; akkoord gaan met; toelaten; (2) toegeven; erkennen; aanvaarden
承知するshyouchisuru (1) begrijpen; weten; kennen; beseffen; inzien; onderkennen; snappen; verstaan; zich bewust zijn van; (2) instemmen (met); akkoord gaan; toestemmen (in); inwilligen; ingaan op; (3) toestaan; toelaten; goedkeuren; zijn fiat; goedkeuring geven aan; accepteren; over zijn kant laten gaan; [inform.] pikken
置く ; 措く (bet. 6) ; 擱く (bet. 17)oku (1) plaatsen; zetten; leggen; stellen; installeren; (2) laten liggen; achterlaten; (3) laten; zo laten; toelaten; toestaan; (4) oprichten; vestigen; instellen; stichten; grondvesten; openen; houden; (5) bewaren; opslaan; stockeren; conserveren; houden; een voorraad vormen; (6) uitzonderen; terzijde leggen; (7) erbij laten; er zich verder niet meer mee bemoeien; (8) tewerkstellen; werk geven; in dienst hebben; [bedienden] houden; (9) huisvesten; logeren; logies verlenen; (10) aanstellen als; [een persoon] in een zekere functie plaatsen; benoemen; (11) [soldaten] posteren; legeren; plaatsen; opstellen; (12) een tussenruimte laten; een tijdsinterval laten; tijd tussen laten; afscheiden; op een afstand houden [zie ook het suffix -oki 置き]; (13) verpanden; belenen; in onderpand geven; (14) [m.b.t. een laagje goud; zilver etc.] voorzien; beleggen; bekleden; vergulden; verzilveren; (15) [m.b.t. dauw; rijp; rijm; nachtvorst etc.] zich vormen; (16) iets op voorhand doen; iets alvast doen [na een て-vorm van een werkwoord]; (17) stoppen met schrijven; de pen neerleggen; een brief afsluiten
許す; 赦す; 聴すyurusu (1) door de vingers zien; dulden; vergeven; niet kwalijk nemen; pardonneren; verontschuldigen; (2) toelaten; vergunnen; erkennen; aanvaarden; toestaan; toestemming geven voor; verlenen; veroorloven; toestemmen in; inwilligen; verhoren; (3) [zijn aandacht] verslappen; zwichten voor; zich geven aan; [de tegenstander een winstpunt] gunnen; [iemand zijn vertrouwen] schenken; (4) erkennen [als uitmuntend]; accrediteren als
許可するkyokasuru (1) toestemmen; (2) goedkeuren; (3) bekrachtigen; (4) een licentie geven voor; machtigen; autoriseren; (5) toelaten
許容するkyoyousuru (1) toelaten; toestaan; permitteren; veroorloven; (2) tolereren; dulden; gedogen
許諾するkyodakusuru toestaan; toestemmen; z'n goedkeuring geven; goedkeuren; akkoord gaan; instemmen; inwilligen; toelaten; vergunnen; veroorloven; z'n fiat geven
nin (a) toelaten; erkennen; (b) onderscheiden; uiteenhouden
認めるmitomeru (1) opmerken; zien; bespeuren; bekennen; waarnemen; in de gaten hebben; getuige zijn van; (2) [schuldig enz.] bevinden; vinden; achten; menen; oordelen; beschouwen; aanzien; houden voor; van mening zijn dat; (3) toegeven; erkennen; inzien; aanvaarden; accepteren; aannemen; honoreren; goedkeuren; toelaten; toestaan; sanctioneren; (4) erkennen; waarderen; appreciëren
認可するninkasuru (1) goedkeuren; toelaten; permitteren; vergunnen; (2) autoriseren; machtigen; sanctioneren; fiatteren
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.49 sec. jiten.nl: 2 treffers, warandict: 15 treffers (zoekopdracht: 'toelaten', strategie: exact). 
2005-2022