日蘭辭典+

52 resultaten voor ‘totaal’
日蘭辭典 (trefwoord)
sōtai總體

(総体) zn. geheel o.; massa v.; het geheele lichaam o. ¶ 總體の geheel; totaal. ¶ 總體に over het geheel; in ’t algemeen; alles bijeengerekend; alles samengenomen. ¶ 總體に出來がよかった over het geheel genomen is het wel geslaagd. ¶ 總體で in ’t geheel; totaal.

araizarai洗浚
(洗い浚い) bw. geheel; totaal.
aridaka有高
(有り高) zn. totaal o.; som v.; bedrag o.
zenbu全部
zn. geheel o.; alle deelen o.mv.; bw. geheel; totaal; volledig. ¶ 全部で totaal; alles tezamen; in het geheel. ¶ 全部揃って compleet. ¶ 全部に亙って geheel en al. ¶ 全部の volledig; al; geheel; compleet.
SUPPLEMENT (trefwoord)
ate ni naranai当てにならない
(frase) niet kunnen vertrouwen [rekenen, hopen] op. ¶ 天気予報はまったく当てにならない。 Tenki yohō wa mattaku ate ni naranai. Je kunt totaal niet vertrouwen op het weerbericht. ¶ 人の噂って当てにならないからな。 Hito no uwasa tte ate ni naranai kara da. Omdat je niet kunt vertrouwen op van horen zeggen. ¶ あんな悲観的な経済学者たちの言うことなんか、全然当てにならないよ。 Anna hikanteki na keizaigakushatachi no iu koto nan ka, zenzen ate ni naranai yo. Je kunt totaal niet vertrouwen op wat die pessimistische economen zoal zeggen. (TTC) ¶ Wikipedia は当てにならない Wikipedia wa ate ni naranai Je kunt niet vertrouwen op Wikipedia; Wikipedia is onbetrouwbaar (tweet) ¶ ツイッタラーのいうことは当てにならない Tsuittarā no iu koto wa ate ni naranai Je kunt niet vertrouwen op wat twitteraars zeggen (tweet) ¶ この国では電車の時刻表は当てにならない。電車は時間通りには来ない。 Kono kuni de wa densha no jikokuhyōwa ate ni naranai. Densha wa kikandōri ni wa konai. De dienstregeling in dit land is onbetrouwbaar. De trein rijden niet op tijd. (yasamv)
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <totaal>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
ころっkoro (1) [~と転がる] [= aanduiding van een rolbeweging van een klein; licht voorwerp]; (2) [~と変わる] plots; ineens; pardoes; [~と忘れる] rats; compleet; totaal; glad; (3) [~と参る] sportief; zonder vezet; vlot; (4) [~と寝てしまう] als een blok
さっぱりsappari (1) verschrikkelijk; echt erg; (2) keurig; net; netjes; [gew.] deftig; (3) verfrist; opgefrist; opgeknapt; opgekikkerd; [i.h.b.] opgelucht [i.c.m. shita した]; (4) openhartig; vrijmoedig; oprecht; frank; rechtuit; rondborstig [i.c.m. shita した]; (5) [m.b.t. culinaria] eenvoudig; licht gekruid [i.c.m. shita した]; (6) compleet; totaal; helemaal; in het geheel; volkomen; volledig; gans [i.c.m. to と]
すっかりsukkari volledig; helemaal; (in zijn) geheel; [form.] gans; integraal; compleet; in zijn totaliteit; volkomen; onverdeeld; ten volle; volmaakt [tevreden; gelukkig enz.]; totaal; grondig; volop
そっくりsokkuri (1) geheel; al; volledig; helemaal; totaal; compleet; in zijn geheel; totaliteit; met ~ en al; intact; integraal; zoals het is; (2) precies lijken op; als twee druppels water lijken op; sprekend lijken op; iem. gelijken op een prik; in alles lijken op; het evenbeeld zijn van; precies; exact; net; op-en-top
グロスgurosu (1) bruto; totaal; (2) [golf] brutoscore ; (3) glans; (4) Gross; Gloth; (5) gros [= twaalf dozijn]
トータルtootaru (1) totaal; geheel; volledige hoeveelheid; (2) Total
丸々 ; 〇〇marumaru (1) lege plek; blanco gedeelte; opengelaten plaats; leeg gelaten passage; (2) ene; een zeker(e); niet nader genoemd(e); (3) vol; bol; rond; mollig; bolrond; (4) volledig; compleet; volkomen; helemaal; geheel en al; totaal
丸々とmarumaruto (1) vol; bol; rond; mollig; bolrond; (2) volledig; compleet; volkomen; helemaal; geheel en al; totaal
全くmattaku (1) geheel; geheel en al; heel; volledig; helemaal; straal; absoluut; volstrekt; rechtaf; volkomen; puur; totaal; volslagen; door en door ~; [attr.] ~ in het kwadraat; hartstikke; op-en-top; compleet; ten enenmale; ganselijk; gladweg; vlak; [volkst.] helendal; (2) werkelijk; inderdaad; waarlijk; echt; zonder meer; regelrecht; hoe ~!
全くのmattakuno volkomen; volmaakt; volslagen; compleet; totaal; algeheel; onverbeterlijk; onvervalst; absoluut; je reinste; pur sang; van het zuiverste water
全体zentai (1) geheel; totaliteit; totaal; [attr.] heel; [attr.] al(le); (2) in de eerste plaats; om te beginnen; eerst en vooral; (3) wat ~ toch; wat ~ in 's hemelsnaam; wat ~ in vredesnaam; wat ~ in godsnaam; (4) in het geheel; alles samen; alles bij elkaar (genomen); in totaal; in toto [gevolgd door de で]; (5) in het algemeen; over het geheel; generaliter; globaal genomen [gevolgd door ni に]
全然zenzen (1) helemaal niet; in het geheel niet; niet in het minst; geringste; absoluut niet; volstrekt niet; hoegenaamd niet; in genen dele [i.c.m. negatie]; (2) heel; erg; zeer; verschrikkelijk [in informeel taalgebruik]; (3) compleet; volstrekt; totaal; geheel; helemaal; geheel en al; volkomen; volslagen; volledig; op-en-top; in alle opzichten; door en door [affirmatief en nadrukkelijk]
全般のzenpanno geheel; heel; totaal; universeel; algemeen; algeheel; globaal
全部zenbu (1) geheel; al; algeheel; alle; alles; totaal; [inform.] het hele zootje; de hele mikmak; de hele bende; [attr.] compleet; (2) volledig; allemaal; algeheel; heel; totaal; volkomen; in alle opzichten; onverdeeld; [arch.] gans
全面的zenmenteki grootscheeps; totaal; compleet; alomvattend; alles omvattend; alles insluitend; extensief
全面的にzenmentekini grootscheeps; totaal; compleet; alomvattend; extensief; voluit; over de hele linie
全額zengaku hoofdsom; som; eindbedrag; totaalbedrag; totaal; somma
凡そoyoso (1) samenvatting; kort overzicht; resumé; de voornaamste punten; (2) over het algemeen; in principe; (3) geheel; volkomen; compleet; totaal
去るsaru (1) verlaten; weggaan (bij; van); vertrekken (bij; van; uit); ervandoor gaan; [gew.] aangaan; ertussenuit knijpen; opstappen; heengaan (van); heenlopen; [i.h.b.] sterven; scheiden (van; uit); [m.b.t. echtgenoot; echtgenote] zich laten scheiden van; zich verwijderen van; aflopen van; weglopen van; verdwijnen; wegkomen; zich wegscheren; [veroud.] zich wegpakken; [inform.] opdonderen; [inform.] ophoepelen; [inform.] opflikkeren; [inform.] oprukken; [w.g.] opdoeken; [studentent.] opzooien; [uitdr.] zich uit de voeten maken; (2) achter zich laten; op [x uur afstand enz.] liggen; afliggen van; verwijderd liggen van; (3) wijken; afnemen; wegtrekken; verdwijnen; overgaan; eindigen; ophouden te bestaan; aflopen; ten einde lopen; voorbijgaan; vergaan; (4) [m.b.t. seizoen; tijdruimte] verstrijken; voorbijgaan; vergaan; [i.h.b.] voorbijvliegen; verlopen; passeren; [fig.] omgaan; [fig.] omlopen; [fig.] omkomen; (5) verwijderen; afhalen; weghalen; wegwerken; uithalen; wegnemen; afdoen; afnemen; verbannen; zich af maken van; (6) zich ontdoen van; bannen; uitbannen; afzetten (van); laten varen; (7) [m.b.t. baan] opgeven; stoppen met; [m.b.t. ambt] neerleggen; verlaten; opzeggen; afstand doen van; bedanken voor; vaarwelzeggen; [m.b.t. toneel] afgaan (van); (8) totaal ~; volledig ~; compleet ~; geheel en al ~; volkomen ~ [voorafgegaan door een ren'yōkei]; (9) jongstleden; [afk.] jl.; laatstleden; [afk.] ll.; ~ dezer; vorige ~; verleden ~; gepasseerde ~
合計goukei som; totaal
和; 倭wa (1) vrede; harmonie; goede verhouding; eendracht; eensgezindheid; (2) som; totaal; (3) Japan; Nippon
圧倒的attouteki overweldigend; verpletterend; overstelpend; overdonderend; allesoverheersend; lawineus; totaal
圧倒的なattoutekina overweldigend; verpletterend; overstelpend; overdonderend; allesoverheersend; lawineus; totaal
圧倒的にattoutekini overweldigend; verpletterend; overstelpend; overdonderend; allesoverheersend; lawineus; totaal
如何にもikanimo (1) in elk opzicht; enorm; extreem; uiterst; verschrikkelijk; zeer; erg; hoogst; absoluut; totaal; (2) werkelijk; waarlijk; voorwaar; voorzeker; echt; helemaal; door en door; precies; inderdaad; exact; zegt u dat wel; zoals u zegt; dat ben ik helemaal met u eens; volkomen gelijk; nou en of; reken maar; klopt; heel juist; (3) hoe dan ook; op welke wijze ook; hoe het ook zij; vast en zeker; welzeker; ongetwijfeld; beslist; stellig; (4) net alsof; als het ware; onmiskenbaar; duidelijk; niet mis te verstaan; (5) liefst; bij voorkeur
完全なkanzenna perfect; compleet; volledig; integraal; volkomen; volslagen; volstrekt; totaal; gaaf; ongeschonden; volmaakt; afgerond; intact
完全にkanzenni perfect; compleet; volledig; geheel; van a tot z; integraal; volkomen; volmaakt; volslagen; volstrekt; absoluut; totaal; afgerond; intact; ongeschonden; [w.g.] restloos
尽く ; 悉くkotogotoku integraal; volledig; helemaal; allemaal; geheel; algeheel; heel; totaal; volkomen; [arch.] gans
延べnobe (1) transactie; handelsovereenkomst met uitstel van betaling; (2) totaal; globaal
洗い浚いaraizarai geheel en al; totaal; volledig; alles zonder uitzondering; zonder enig voorbehoud; van a tot z; van het begin tot het einde; [Belg.N.] van naaldje tot draadje
mina (1) al; alle; allen; alles; ieder; iedereen; elkeen; alleman; (2) algeheel; geheel; gans; heel; helemaal; compleet; totaal
minna (1) al; alle; allen; alles; ieder; iedereen; elkeen; alleman; (2) algeheel; geheel; gans; heel; helemaal; compleet; totaal
絶対zettai (1) iets absoluuts; absoluutheid; [attr.] absoluut; [attr.] volstrekt; [attr.] totaal; [attr.; fig.] soeverein; [attr.; fil.] categorisch; [attr.; m.b.t. gebod] onvoorwaardelijk; (2) absoluut; volstrekt; honderd procent; geheel; totaal; volkomen; stellig; beslist
絶対にzettaini absoluut; helemaal; totaal; volkomen; volstrekt; strikt; ten enenmale; totaliter
絶対のzettaino absoluut; totaal
絶対的zettaiteki absoluut; volstrekt; honderd procent; geheel; totaal; volkomen; stellig; beslist; [fig.] soeverein; [fil.] categorisch; [m.b.t. gebod] onvoorwaardelijk
絶対的にzettaitekini absoluut; volstrekt; honderd procent; geheel; totaal; volkomen; stellig; beslist; [fig.] soeverein; [fil.] categorisch; [m.b.t. gebod] onvoorwaardelijk
総体soutai (1) geheel; totaal; (2) in; over 't algemeen; globaal genomen; alles bij elkaar (genomen); over het geheel genomen; in summa; generaliter; grosso modo
総合的sougouteki allesomvattend; integraal; geïntegreerd; totaal; globaal
総括的soukatsuteki alles inbegrepen; allesomvattend; alomvattend; collectief; totaal; globaal; op iedereen; alles van toepassing; kapstok-; verzamel-; omnibus-
総括的にsoukatsutekini alles inbegrepen; in zijn geheel; allesomvattend; alomvattend; collectief; totaal; globaal; in grote trekken; over het algemeen; in totaal; in; als massa; en masse; en bloc
総数sousuu totaal aantal; totaal
総額sougaku totale som; bedrag; eindbedrag; totaalbedrag; totaal beloop; totaal; eindtotaal; hoofdsom; somma; aggregaat
sou algemeen; algemene ~; totaal; totale ~; volledig(e) ~; generaal; generale ~; gezamenlijk(e) ~; collectief; collectieve ~; bruto ~; opper-; hoofd-
kei (1) plan; planning; programma; schema; (2) list; krijgslist; truc; handigheid; strategie; intrige; samenzwering; (3) som; totaal; som van alle afzonderlijke bedragen; (4) meter; meettoestel; meetinstrument
通算tsuusan (1) totaalberekening; (2) totaal; totaalbedrag; totaalcijfer
集計shyuukei (1) totalisatie; het totaliseren; bijeenvoegen; optelling; (2) [rekenk.] aggregaat; totaal
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.49 sec. jiten.nl: 5 treffers, warandict: 47 treffers (zoekopdracht: 'totaal', strategie: exact). 
2005-2021