日蘭辭典+

19 resultaten voor ‘trots’
日蘭辭典 (trefwoord)
hokori
(誇り) zn. trots m.; glorie v.; roem m. ¶ 誇顏 trotsch gezicht. ¶ 彼は我校の誇である hij is de trots van onze school; onze school is trotsch op hem.
hana
zn. (1) [植物の] bloem v.; bloesem v. (2) [骨牌] speelkaarten v.mv. (3) [儀] fooi v.; gratificatie v. (4) [精華] bloem v.; de trots v.; de keur v. ¶ が咲く bloeien; bloesems dragen. ¶ を摘む bloemen plukken. ¶ を手折る bloem afplukken; een vrouw bezitten (女を). ¶ 引く kaart spelen. ¶ 軍隊中の keur der troepen. ¶ 國民の de bloem van de natie. ¶ を咲かす furore maken; opgang maken. ¶ 言はぬが het is beter er niet over te spreken. ¶ ある言葉 bloemrijke taal.
ogori奢り
(驕り、傲り) zn. (1) [贅澤] weelde v. (2) [驕慢] trots v.; aanmatiging v. (3) [馳走] tractatie v.
gizen巍然

bn. trotsch; verheven; statig.

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <trots>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
ものを monowo (1) […~] [drukt onvrede uit dat iets niet loopt zoals gehoopt]; (2) […~] [drukt een uitroep; emotie uit]; ; (1) […~] [drukt met een nuance van misnoegdheid; wrevel een tegenstelling uit] ondanks; niettegenstaande; hoewel; in weerwil van; trots; ofschoon; [veroud.] schoon; (2) […~] [drukt met nadruk een reden; oorzaak uit] omdat; daar
尊大な sondaina trots; hoogmoedig; hovaardig; hooghartig; hautain; arrogant; aanmatigend; verwaand; pretentieus; verwaten; opgeblazen; laatdunkend
尊大 sondai trots; hooghartig; hoogmoedig; hautain; arrogant; laatdunkend; zelfvoldaan; opgeblazen; verwaand; gewichtig; aanmatigend; onbescheiden; pompeus; ; trots; hooghartigheid; hoogmoed; hautaniteit; arrogantie; laatdunkendheid; eigendunk; zelfvoldaanheid; opgeblazenheid; verwaandheid; gewichtigheid; aanmatiging; onbescheidenheid
でか deka (1) groot; omvangrijk; (2) groots; erg; enorm; immens; heel; (3) verwaand; opgeblazen; hoogmoedig; trots; ; (1) [Barg.; volkst.] agent (in burger); stille; speurder; rechercheur; smeris; flik; klabak; rus; juut; tuut; kip; (2) iets groots; groot ding; grote zaak; (3) groterd; reus
天狗 tengu (1) tengu [fantastisch wezen dat in de hemel of diep in het gebergte leeft; wordt voorgesteld in de gedaante van een bergasceet, met een rood gezicht, een lange neus, vleugels, lange nagels, en in het bezit van pelgrimsstok, zwaard en waaier; het wezen wordt bovennatuurlijke macht toegeschreven en zou in staat zijn te vliegen]; (2) bergasceet; (3) [no-theater] tengu-masker; (4) duivel [term waarmee missionarissen aan het eind van de Muromachi-periode het begrip "duivel" vertaalden]; (5) trots; verwaandheid; eigenwaan; (6) trotsaard; opschepper; pocher; kwast; pedant; (7) grote vallende ster; (8) spel waarbij drie deelnemers elk een regel van resp. vijf; zeven en vijf moren improviseren en tot een haiku smeden
意地 iji (1) aard; karakter; natuur; inborst; instelling; inslag; gemoed; signatuur; (2) karakter; vastheid van wil; wilskracht; ruggengraat; (3) koppigheid; eigenzinnigheid; trots; eigen wil
誇り; 誇; 矜り hokori trots; fierheid; eergevoel
乍ら nagara (1) al; elk; (2) net als [vroeger, altijd enz.] [Suffix dat; volgend op een telwoord; totaliteit uitdrukt. Voorts duidt het standvastigheid aan.]; ; (1) terwijl; onder; [veroud.] wijl [Wordt gehecht aan de ren'yōkei van dōshi; en de shūshikei van keiyōshi. Het verbindt twee zinsdelen en duidt aan dat de erin beschreven handelingen parallel plaatsvinden. In sommige gevallen kan het echter een concessieve gedachte uitdrukken.]; (2) terwijl; ofschoon; hoewel; alhoewel; ondanks; [arch.] trots
したり顔 shitarigao triomfantelijk; triomferend; zegevierend; victorieus; trots; zelfvoldaan; zelfgenoegzaam; ; triomfantelijk gezicht; zegepralende blik
したり顔で shitarigaode triomfantelijk; triomferend; zegevierend; victorieus; trots; zelfvoldaan; zelfgenoegzaam
自慢 jiman (1) trots; fierheid; [i.h.b.] eigendunk; (2) opschepperij; snoeverij; pocherij; opsnijderij; ophakkerij; zwetserij; pralerij; dikdoenerij; grootdoenerij; duurdoenerij; snorkerij; bluf; gepoch; gesnoef; gezwets; gebluf; geschetter; gasconnade; [in uitdr.] eigen roem; lof
高慢 kouman trots; fier; hoogmoedig; hovaardig; hooghartig; hautain; verwaten; arrogant; bekakt; omhooggevallen; laatdunkend; verwaand; ijdel; ; trots; fierheid; hoogmoed; hovaardij; hooghartigheid; hoogheid; verwatenheid; hautaniteit; arrogantie; bekaktheid; omhooggevallenheid; laatdunkendheid; verwaandheid; eigendunk; eigenwaan; ijdelheid
高い takai (1) hoog; [背が] groot; lang; rijzig; scheutig; (2) hoog; schel; schril; schetterig; snerpend; hard; luid; doordringend; (3) alom bekend; welbekend; (4) hooggeplaatst; aanzienlijk; voornaam; (5) verheven; hooggestemd; nobel; edel; hoogstaand; (6) hooghartig; laatdunkend; superieur; trots; [fig.] opgeblazen; uit de hoogte; (7) hoog in prijs; duur; prijzig; kostbaar; duurkoop; aan de prijs; hoog genoteerd; expensief; [gew.] kostelijk; [Barg.] jouker; [Barg.] branderig
鼻が高い hanagatakai trots; fier; prat; groots; [gew.] grootsig; [gew.] moedig; [gew.] preuts; [gew.] het in z'n peer hebben
にも拘らず nimokakawarazu ondanks; in weerwil van; [form.] trots; niettegenstaande; ongeacht; ~ ten spijt; [Belg.N.] spijts; alhoewel; hoewel; [veroud.] schoon
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.62 sec. jiten.nl: 4 treffers, warandict: 15 treffers (zoekopdracht: 'trots', strategie: exact). 
2005-2019