日蘭辭典+

20 resultaten voor ‘trouw’
日蘭辭典 (trefwoord)
tateru立てる、樹てる
(建てる) t.w. (1) [立起す] laten staan; neerzetten; hijschen (旗を); overeind zetten (石を); spitsen (耳を). (2) [建造する] bouwen; oprichten. (3) [閉ぢる] sluiten; dichtdoen. (4) [設立する] stichten; (組織する) instellen; organiseeen. (5) [制定する] vaststellen. (6) [計畫を] beramen. (7) [議論を] opwerpen; aanvoeren. (8) [勳功を] tot stand brengen; presteeren. ¶ 忠義を立てる trouw zijn. ¶ 男を立てる zijn waardigheid als man handhaven. ¶ 腹を立てる boos worden. ¶ 噂を立てる gerucht verspreiden. ¶ を立てる zich een positie verovereren; carriere maken. ¶ 生計を立てる zijn brood verdienen. ¶ 聲を立てる geluid geven. ¶ を立てる zweren; gelofte doen. ¶ 使を立てる boodschap zenden. ¶ の目を立てる zaag scherpen. ¶ 棘を立てる zich aan doorn prikken.
teisō貞操
zn. kuischheid v.; echtelijke trouw v.
mameまめ
(マメ、忠実、忠實) zn. (1) [忠實] eerlijkheid v.; trouw v. (2) [壯健] goede gezondheid v.; flinkheid v. (3) [活動] activiteit v. ¶ まめな eerlijk (正直); flink (達者); ijverig (勤勉な). ¶ まめな een flinke vent (達者な); een ijverig werker (良く働く).
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <trouw>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
信義shingi trouw; betrouwbaarheid; getrouwheid; trouwhartigheid; fideliteit; loyaliteit; [i.h.b.] erewoord; woord
尽忠jinchuu trouw; getrouwheid; loyaliteit; loyauteit
常連jouren (1) vast; trouw; regelmatig bezoeker; geregelde; vaste klant; stamgast; habitué; (2) vaste begeleider; gezworen kameraad; sidekick
chuu (1) oprechtheid; (2) trouw; getrouwheid; loyaliteit; toewijding; (3) [ritsuryō] chū [= derdegraadsambtenaar aan de Danjōdai 弾正台 ("Raad van censores")]; (a) oprechtheid; (b) trouw
忠実chuujitsu trouw; loyaliteit; loyauteit; getrouwheid; oprechtheid; [w.g.] trouwheid
忠実なchuujitsuna trouw; loyaal; getrouw; toegewijd; trouwhartig; betrouwbaar
忠節chuusetsu trouw; getrouwheid; loyaliteit; loyauteit; [i.h.b.] leenmanstrouw; verbondenheid (aan vorst; leenheer)
忠誠chuusei loyaliteit; trouw; loyauteit; getrouwheid; [w.g.] trouwheid
恭順kyoujun gehoorzaamheid; trouw; getrouwheid; onderdanigheid; aanhankelijkheid; [rel.] obediëntie; obsequium
misao (1) beginselvastheid; standvastigheid; vastberadenheid; (2) kuisheid; zedelijkheid; (echtelijke) trouw; eer; (3) verfijnd; elegant; (4) beginselvast; principieel; standvastig; vastberaden
神妙なshinmyouna (1) mak; gedwee; volgzaam; tam; meegaand; braaf; (2) bewonderenswaardig; lovenswaardig; lofwaardig; prijzenswaardig; loffelijk; verdienstelijk; aanbevelenswaardig; (3) trouw; getrouw; loyaal
神妙にshinmyouni (1) mak; gedwee; volgzaam; tam; meegaand; braaf; (2) bewonderenswaardig; lovenswaardig; lofwaardig; prijzenswaardig; loffelijk; verdienstelijk; aanbevelenswaardig; (3) trouw; getrouw; loyaal
神妙shinmyou (1) mak; gedwee; volgzaam; tam; meegaand; braaf; (2) bewonderenswaard; bewonderenswaardig; lovenswaardig; lofwaardig; prijzenswaardig; loffelijk; verdienstelijk; aanbevelenswaardig; (3) trouw; getrouw; loyaal
節操sessou constantheid; constantie; standvastigheid; beginselvastheid; trouw; getrouwheid; loyaliteit; integriteit; principieelheid
結婚kekkon huwelijk; huwelijkssluiting; trouw; echtverbintenis; echt; [inform.] trouwerij
親孝行oyakoukou piëteit; kinderzin; kinderlijke liefde; trouw; respect voor de ouders; gehoorzaamheid aan de ouders
貞淑teishyuku (1) trouw; eerbaarheid; zedigheid; kuisheid; pudiciteit; modestie; (2) trouw; eerbaar; zedig; kuis; pudiek; modest
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.67 sec. jiten.nl: 3 treffers, warandict: 17 treffers (zoekopdracht: 'trouw', strategie: exact). 
2005-2021