日蘭辭典+

4 resultaten voor ‘tusschen’
日蘭辭典 (trefwoord)
jita自他
vnw. zelf en anderen; zn. onderwerp en voorwerp. ¶ 自他の關係 verhouding tot anderen. ¶ 自他の差別 verschil tusschen mijn en dijn.
aida
zn. (1) [隔] ruimte v.; tusschenruimte v.; afstand m. (2) [時間] verloop o. ¶ をあける ruimte openlaten. (3) [の] vz. gedurende; vw. terwijl; onderwijl. ¶ 其intusschen. ¶ に立つ tusschenin staan. ¶ 七人のに分ける tusschen (又は onder) zeven menschen verdeelen. ¶ のは zoo lang als. ¶ 留守gedurende mijn afwezigheid; terwijl ik uit was. ¶ 君と僕の tusschen ons beiden. ¶ 此 kort geleden; onlangs. ¶ 御座候 aangezien.
kan
zn. (1) [時間] tijdruimte v. (2) [距離] afstand m. vz. (3) [中] tusschen; onder. ¶ in vijf dagen. ¶ 東京橫濱の鐵道線路 de spoorweg tusschen Tokyo en Yokohama.
naka

zn. (1) [奧、底] binnenste o. ¶ に in binnenin. vz. (2) [] tusschen. (3) [多數の] onder; bw. te midden van. ¶ で in de straat; op straat. ¶ に in de doos. ¶ には蘭語やるものある er zijn onder hen ook, die Hollandsch leeren. ¶ 三つこれが一番上等だ dit is het beste van de drie.

Tijd: 0.4 sec. jiten.nl: 4 treffers, (zoekopdracht: 'tusschen', strategie: exact). 
2005-2019