日蘭辭典+

11 resultaten voor ‘twist’
日蘭辭典 (trefwoord)
arasoi
(争い) zn. (1) [喧嘩] twist m.; strijd m.; kwestie v.; herrie v. (2) [論爭] dispuut o.; woordenwisseling v. (3) [爭訟] proces o.; rechtszaak v. (4) [競爭] wedstrijd m. (5) [不和] oneenigheid v. ¶ 競爭tegenstander; mededinger; concurrent.
kenka喧嘩

zn. (1) [喧嘩] twist m. (2) [鬪爭] gevecht o.; strijd m. ¶ 喧嘩する twisten; vechten; kijven; kibbelen (子供が). ¶ 喧嘩 twistappel. ¶ 喧嘩 dreigende houding. ¶ 喧嘩買ふ iemand’s partij opnemen. ¶ 喧嘩をしかける twist zoeken. ¶ 喧嘩好き twistziek.

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <twist>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
騒動 soudou (1) oproer; onrust; beroering; opstootjes; rellen; onlusten; ongeregeldheden; troebelen; tumult; opschudding; opstand; (2) herrie; onenigheid; twist; ruzie; geschil
出入り deiri (1) doorgang; toegang; heen-en-weergeloop; het komen en gaan (van bezoekers); intrede en aftocht; va-et-vient; (2) ontvangsten en uitgaven; inkomsten en uitgaven; (3) overschot of tekort; surplus of deficit; iets meer of minder; (4) het (als klant) over de vloer komen; [m.b.t. winkel] aanloop; (5) ruzie; conflict; herrie; twist; krakeel; [euf.] onenigheid; [inform.] kift; (6) [m.b.t. kustlijn] insnijdingen
喧嘩 kenka (1) ruzie; twist; onenigheid; gehakketak; gekibbel; gekrakeel; geharrewar; (2) redetwist; dispuut; kwestie; onenigheid; woordenstrijd; woordentwist; woordenwisseling; (3) handgemeen; gevecht; strijd; worsteling; kamp
騒ぎ sawagi (1) lawaai; leven; rumoer; kabaal; tumult; gedruis; geraas; misbaar; geroezemoes; [fig.] pandemonium; (2) drukte; gewoel; beweging; [fig.] gewriemel; vertier; omhaal; omslag; [uitdr., gew.] een hele begankenis; [gew.] beslag; bedoening; bereddering; soesa; [fig.] poespas; spats; [volkst.] gedoe; [fig.] kermis; [fig.] circus; gejaagdheid; jachtigheid; gejakker; gejacht; opwinding; excitatie; agitatie; (3) heisa; herrie; toestand; commotie; rel; onrust; opschudding; alteratie; consternatie; beroering; roering; roerigheid; [oneig.] oproer; [arch. of gew.] laweit; [fig.] fermentatie; deining; alarm; ophef; sensatie; stampij; heibel; gemaal; poeha; stennis; keet; tamtam; [fig.] fanfare; [inform.] bombarie; spektakel; [inform.] beestenboel; gekrakeel; [i.h.b.] ruzie; [i.h.b.] twist; [i.h.b.] gekijf; [i.h.b.] onenigheid; (4) woeling; rustverstoring; ordeverstoring; rel; perturbatie; onrust; opstootje; onlusten; beroering; troebelen; [fig.] gisting; [hist.] beroerten
不和 fuwa twist; meningsverschil; geschil; vete; onmin; onenigheid; ruzie; [inform.] bonje; [Barg., volkst.] mot
紛争 funsou geschil; conflict; twist; strijd; onenigheid
アーギュメント aagyumento (1) argument; bewijs; bewijsgrond; (2) bewijsvoering; redenering; betoog; (3) discussie; debat; dispuut; gedachtewisseling; redetwist; (4) ruzie; onenigheid; woordenwisseling; twist
軋轢 atsureki wrijving; geschil; onenigheid; twist; frictie; disharmonie; tweedracht; ruzie; conflict; aanvaring; botsing
争い arasoi (1) wedijver; competitie; rivaliteit; strijd; concurrentie; mededinging; wedloop; worsteling; (2) ruzie; onenigheid; twist; geschil; conflict; tweedracht; vete; [inform.] bonje; onmin; controverse; dispuut; kibbelarij; schermutseling; polemiek
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.89 sec. jiten.nl: 2 treffers, warandict: 9 treffers (zoekopdracht: 'twist', strategie: exact). 
2005-2019