日蘭辭典+

19 resultaten voor ‘uitoefenen’
日蘭辭典 (trefwoord)
appaku壓迫
(圧迫) zn. (1) [押つけ] druk m.; drukking v. (2) [強制] verdrukking v. ¶ 壓迫に堪へる druk weerstaan. ¶ 壓迫を加へる druk uitoefenen; pressie uitoefenen; pressen. ¶ 壓迫的 drukkend. ¶ 壓迫する verdrukken; tyranniseeren; afpersen.
yaruやる
(遣る; やる) t.w. (1) [與へる] geven; schenken. (2) [爲す] doen; verrichten. (3) [送る] zenden. ¶ 旨く遣る goed doen; netjes doen. ¶ 手紙を遣る brief sturen. ¶ 祝儀を遣る fooi geven. ¶ 醫者をやる dokters praktijk uitoefenen. ¶ やつて見る probeeren. ¶ 日本語をやる Japansch studeeren. ¶ 酒をやる van drank houden; drinken.
shitagau從ふ
(従う) i.w. (1) [降服] gehoorzamen. t.w. (2) [追隨] volgen; i.w. meegaan met. t.w.(3) [隨行] vergezellen. (4) [從事] uitoefenen. ¶ 規則に從ふ voorschriften opvolgen; zich houden aan de regels. ¶ 大勢に從ふ met zijn tijd meegaan. ¶ 硏究從ふ onderzoek houden. ¶ の説に從へば volgens uwe meening. ¶ 決定に從ひます ik onderwerp me aan uwe beslissing.
heigai弊害
zn. kwaad o.; euvel o.; misbruik o. ¶ 弊害を及ぼす slechten invloed uitoefenen.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <uitoefenen>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
与えるataeru (1) geven; verlenen; toekennen; begiftigen; verstrekken; aandoen; bedelen; [影響を〜] uitoefenen; invloed hebben op
務めるtsutomeru (1) dienen als; werken als; werkzaam zijn als [parlementslid enz.]; fungeren (als); optreden (als); zich kwijten [van zijn opdracht enz.]; [zijn ambt; mil. dienst enz.] vervullen; uitoefenen; bekleden; (2) [een rol] spelen; voor zijn rekening nemen; vertolken; neerzetten; [pej.; de held enz.] uithangen
取り締まるtorishimaru (1) controleren; toezicht houden; uitoefenen; oefenen op; toezien op; bewaken; surveilleren; (2) besturen; leiden; managen; aansturen; orde houden in; [i.h.b.] stevig aanpakken
営むitonamu (1) beoefenen; uitoefenen; praktiseren; werken als; aan ~ doen; runnen; drijven; exploiteren; draaiende houden; (2) leiden; houden; verzorgen; (3) optrekken; bouwen; doen verrijzen
実施するjisshisuru ten uitvoer brengen; leggen; uitvoeren; tot uitvoering brengen; implementeren; effectueren; in werking doen treden; van kracht doen worden; toepassen; uitoefenen; doorvoeren; [m.b.t. een evenement] houden
実行するjikkousuru (in de praktijk) toepassen; uitvoeren; uitvoering geven aan; ten uitvoer brengen; leggen; in praktijk brengen; implementeren; vervullen; realiseren; effectueren; verrichten; uitoefenen; volvoeren; doorvoeren; beoefenen; [m.b.t. belofte] nakomen; [m.b.t. wet] van kracht doen worden; in werking doen treden
実践するjissensuru praktiseren; in de praktijk toepassen; in praktijk brengen; beoefenen; uitvoeren; uitvoering geven aan; uitoefenen; realiseren; verwerkelijken; implementeren; effectueren; het niet (alleen) bij woorden laten
従うshitagau (1) volgen; begeleiden; vergezellen; aan de zijde gaan van; [時勢に] meegaan met; afdrijven met; (2) gehoorzamen; gehoorzaam zijn; opvolgen; zich houden aan; volgen; luisteren naar; zich schikken naar; zich regelen naar; zich voegen naar; naleven; handelen overeenkomstig; [規則に] in acht nemen; [判決に] zich neerleggen bij; eerbiedigen; (3) gehoorzamen (aan); toegeven aan; buigen; zich laten leiden; meeslepen door; zwichten; zich onderwerpen; zich plooien; zich neerleggen bij; (4) [職業に] uitoefenen; beoefenen; dienen (als); werkzaam zijn als; (5) afhangen van
扱くkoku (1) afristen; afrissen; aftrekken; afhalen; stropen; [葉を] ontbladeren; [稲を] hekelen; (2) oprollen; afrollen; opstropen; afstropen; (3) uittrekken; (4) slaan; ranselen; dorsen; (5) [力; 技を] uitoefenen; gebruiken; aanwenden
振う ; 奮う ; 揮うfuruu (1) [暴力を] plegen; gebruiken; aanwenden; laten gelden; [権力を] uitoefenen; hanteren; voeren; [刀を] zwaaien; wuiven; schudden; [手腕を] tentoonspreiden; demonstreren; aan de dag leggen; (2) [勇気を] scheppen; vatten; verzamelen; bij elkaar schrapen; (3) gedijen; tieren; welvaren; bloeien; floreren; welvarend zijn; voorspoedig zijn; succes hebben; het goed doen
発動するhatsudousuru (1) in beweging brengen; zetten; in werking stellen; aan het werk zetten; inschakelen; op gang brengen; aan het rollen brengen; aanzetten; starten; (2) [jur.] uitoefenen; laten gelden; gebruiken; aanwenden; toepassen; inzetten; een beroep doen op; inroepen; (3) activeren; dynamiseren
行うokonau (1) doen; handelen; aanvangen; (2) zich gedragen; (3) uitvoeren; volbrengen; tot uitvoering brengen; toepassen; implementeren; verwezenlijken; effectueren; (4) [取り締まりを] uitoefenen; [法律を] opleggen; in werking stellen; doen uitvoeren; [研究を] voeren; leiden; bedrijven; (5) [会議; 葬式; 祭りを] houden; [儀式を] uitvoeren; opvoeren; vieren; celebreren; voltrekken
遂行するsuikousuru vervullen; uitvoeren; verrichten; voltrekken; doorvoeren; ten uitvoer brengen; ten uitvoer leggen; uitoefenen; verwezenlijken; implementeren; volbrengen; volvoeren; betrachten; zich kwijten van; [目的を] bereiken
遣るyaru (1) sturen; laten gaan; doen [schoolgaan enz.]; (2) [m.b.t. een voertuig] voortbewegen; vooruit doen gaan; vooruit laten gaan; aan de gang brengen; rijden; (3) richten; [een fooi enz.] geven; [dieren] voeren; (4) ter arbitrage toevertrouwen; (5) [zijn ongenoegen; gemoed e.d.] luchten; [door drinken enz.] kwijtraken; (6) [水を] gieten; begieten; water geven; (7) laten ontsnappen; (8) bevorderen; vooruitbrengen; (9) [m.b.t. hand] uitsteken; uitstrekken; (10) een tsukeku 付句 of yariku やり句 toevoegen [idioom uit de wereld van renga 連歌 en haikai 俳諧]; (11) falen; verknoeien; om zeep helpen; (12) bedriegen; (13) kastijden; doodslaan; (14) uithuwelijken; aan de man brengen; (15) nuttigen; gebruiken; [er eentje] drinken; eten; roken; (16) leven; een bestaan leiden; (17) doen; verrichten; [huiswerk enz.] maken; [schaak enz.] spelen; [een cursus e.d.] volgen ; [~ als hoofdvak] studeren; [een tentoonstelling enz.] houden; [een stuk enz.] opvoeren; [een film enz.] vertonen; [een winkel enz.] drijven; [een beroep enz.] uitoefenen; [een toespraak enz.] afsteken; (18) het doen; gemeenschap hebben; vrijen; (19) [een handeling doen; verrichten]; (20) [geeft aan dat de handeling over een verre afstand geldt]; (21) [drukt de beëindiging van een handeling uit; vaak vergezeld van een negatie]; (22) [drukt uit dat de handeling voor anderen verricht wordt]
非難する ; 批難するhinansuru bekritiseren; kritiseren; kritiek hebben; uitoefenen; leveren op; commentaar geven; leveren; hebben op; afkeuren; veroordelen; aanmerkingen maken; hebben; blameren; berispen; laken; hekelen; gispen; kapittelen; verwijten; aan de kaak stellen; verketteren; wraken; [fig.] geselen
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.48 sec. jiten.nl: 4 treffers, warandict: 15 treffers (zoekopdracht: 'uitoefenen', strategie: exact). 
2005-2022