日蘭辭典+

17 resultaten voor ‘uitrusten’
日蘭辭典 (trefwoord)
sōchi裝置
zn. inrichting v.; installatie v.; apparaat o.; uitrusting v. ¶ 裝置する uitrusten met; aanbrengen; installeeren; monteeren. ¶ 制動機裝置 rem-inrichting; remtoestel. ¶ 水雷を裝置する mijnen leggen. ¶ 無線電信機が裝置してある uitgerust zijn met eene installatie voor draadlooze telegrafie.
tsukare
(疲れ) zn. vermoeienis v.; vermoeidheid v.; moeheid v.; afmatting v.; ¶ 疲れを休める uitrusten; op z’n verhaal komen. ¶ お疲れでしたらう u zal wel moe zijn. ¶ の疲 verveling. ¶ 疲果てる doodop zijn; doodmoe zijn; uitgeput zijn; niet meer kunnen.
kyūyō休養
zn. rust v.; recreatie v.; ontspanning v. ¶ 休養する rust nemen; uitrusten; op zijn verhaal komen; zich herstellen. ¶ 休養recreatiezaal; ontspannings-lokaal.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <uitrusten>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
一息入れるhitoikiireru een adempauze nemen; een rustpauze inlassen; ruimer adem scheppen; even rusten; eventjes pauzeren; zich een ogenblik rust gunnen; op adem komen; even uitblazen; uitrusten; herademen; op verhaal komen; vrijer ademen
休む ; 息むyasumu (1) uitrusten; rusten; pauzeren; pauze houden; uitblazen; uitpuffen; op adem komen; rust houden; pozen; verpozen; er [een uurtje] uit breken; (2) slapen; gaan slapen; naar bed gaan; zich ter ruste begeven; zich te bed begeven; zich te bed leggen; zich ter ruste leggen; onder de wol kruipen; zijn bed opzoeken; het bed in rollen; erin duiken; erin gaan; [veroud.; bijbelt.] zich bedden; (3) wegblijven van; niet aanwezig zijn; niet verschijnen; niet bijwonen; afwezig zijn; absent zijn; niet opdagen; [m.b.t. een les] laten vallen; [m.b.t. een college] missen; [m.b.t. een les] overslaan; ontbreken [op de vergadering]; thuis blijven; vrijaf nemen; vrij nemen; een vrije dag opnemen; er even tussenuit gaan; [gezegd van winkel] gesloten zijn; [学校を] de school verzuimen; van school wegblijven; niet naar school gaan; zijn kat sturen; spijbelen; flansen; [Belg.N.] brossen; (4) [werk] onderbreken; [zijn werk] afbreken; neerleggen; ophouden [met werken]; stoppen; uitscheiden met; (af)nokken met; beëindigen; kappen; [zijn activiteiten tijdelijk] staken; tijdelijk een eind maken aan; (5) tot stilstand komen; ophouden; stilstaan [b.v. machines]; braak liggen; buiten bedrijf zijn; (6) herstellen [van een ziekte]; genezen; er weer bovenop komen; herstellen; weer bijkomen; de oude worden; weer gezond worden; aansterken
休息するkyuusokusuru uitrusten
休憩するkyuukeisuru pauzeren; rusten; uitrusten; wat rust nemen; een rustpauze inlassen
休養するkyuuyousuru (1) uitrusten; rust nemen; (2) herstellen
憩うikou rusten; pauzeren; uitrusten; (weer) op adem komen
搭載するtousaisuru aan boord nemen; laden; uitrusten; toerusten; voorzien van; equiperen; inladen; beladen; opladen; schepen
整備するseibisuru (1) (voor)bereiden; in gereedheid brengen; klaarmaken; gereedmaken; prepareren; klaarleggen; gereedleggen; klaarzetten; gereedzetten; inrichten; uitrusten; equiperen; outilleren; toerusten; uitmonsteren; voorzien (van); [i.h.b.] ontwikkelen; [m.b.t. schip] reden; [m.b.t. schip] takelen; (2) onderhouden; in goede staat houden; servicen; in conditie houden; verzorgen
装備するsoubisuru uitrusten; toerusten; outilleren; equiperen; voorzien van
装着するsouchakusuru bevestigen; installeren; aanbrengen; uitrusten; voorzien van; monteren
装置するsouchisuru installeren; uitrusten; outilleren; inrichten
sou (1) het zich-kleden; kleding; tooi; (2) [boekdr.] band; (a) zich opkleden; zich tooien; (b) versieren; aankleden; (c) monteren; uitrusten
設えるshitsuraeru (1) uitrusten; toerusten; equiperen; outilleren; van het nodige voorzien; installeren; (2) inrichten; decoreren; meubileren
静養するseiyousuru (1) uitrusten; rusten; pauzeren; ontspannen; (2) [geneesk.] herstellen; opknappen; weer op krachten komen; revalideren; recupereren; aansterken; z'n gezondheid terugwinnen
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.5 sec. jiten.nl: 3 treffers, warandict: 14 treffers (zoekopdracht: 'uitrusten', strategie: exact). 
2005-2022