日蘭辭典+

22 resultaten voor ‘uitrusting’
日蘭辭典 (trefwoord)
sōchi裝置
zn. inrichting v.; installatie v.; apparaat o.; uitrusting v. ¶ 裝置する uitrusten met; aanbrengen; installeeren; monteeren. ¶ 制動機裝置 rem-inrichting; remtoestel. ¶ 水雷を裝置する mijnen leggen. ¶ 無線電信機が裝置してある uitgerust zijn met eene installatie voor draadlooze telegrafie.
chōdo調度

zn. uitrusting v.; verschaffing; benoodigheid (必需品) v.

gisō艤裝

zn. uitrusting van een schip.

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <uitrusting>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
キットkitto (1) kit; pakket; set; uitrusting; gerei; (2) Kit
什器juuki (1) stuk huisraad; meubelstuk; meubel; gebruiksvoorwerp; huishoudelijk apparaat; toestel; huishoudapparaat; huishoudtoestel; huishoudelijke artikelen; gerei; uitrusting; toebehoren; (2) [verzameln.] huisraad; inboedel; meubilair; meubilering
備品bihin uitrusting; inrichting; installatie; aankleding; ameublement; meubilair; meubilering; toebehoren; apparatuur; armatuur; outillage
gu (1) materiaal; gereedschap; gerei; uitrusting; [i.h.b.] boedel; uitzet; (2) [cul.] ingrediënt; (3) metgezel; partner; [i.h.b.] gezellin; gade; (4) [貴人の] gevolg; dienaar; gezelschap; [i.h.b.] gezelschapsheer; gezelschapsdame; (5) kledingstukken; (6) pastel; (7) [Jap.Barg.] gestolen geld; [Barg.] turf; (8) [maatwoord voor een set kledingstukken; ensembles; wapenrusting; stel instrumenten; schotels etenswaar]; (9) [maatwoord voor inrō; draagschrijnen]; (10) [maatwoord voor draagstoelen]; (11) [maatwoord voor zadels]; (12) [maatwoord voor boogschuttershandschoenen]; (13) [maatwoord voor bidsnoeren; paternosters]; (14) [maatwoord voor kammen]; (a) assorteren; toerusten; equiperen; stofferen; (b) gereedschap; materiaal; instrumentarium; (c) omstandig verslag; gedetailleerd
器具kigu gereedschap; apparaat; werktuig; apparatuur; uitrusting; attributen
完備kanbi volledige voorziening; uitrusting
搭載tousai het laden; lading; uitrusting; toerusting; inlading; belading; oplading
支度 ; 仕度shitaku (1) voorbereidingen; schikkingen; voorbereidselen; toebereidselen; voorzieningen; (2) uitrusting; toerusting; outfit; outillage; [m.b.t. bruid] uitzet
整備seibi (1) voorbereiding; preparatie; voorzorg; inrichting; uitrusting; outillering; toerusting; uitmonstering; voorziening; [i.h.b.] ontwikkeling; (2) onderhoud; instandhouding; nazorg; servicing; servicebeurt; onderhoudsbeurt; kleine beurt
服装fukusou kleding; outfit; tooisel; kledij; kleren; plunje; tooi; gewaad; dos; dracht; kostuum; tenue; uitrusting; uitmonstering; uitdossing
機械kikai machine; mechanisme; toestel; uitrusting; [gew.] mechaniek; [verzameln.] machinerie
機械設備kikaisetsubi machinerie; machinepark; apparatuur; uitrusting
装備soubi uitrusting; toerusting; outfit; outillage; [veroud.] equipement
装具sougu (1) [人の] uitrusting; toerusting; outfit; outillage; bepakking; (2) [馬の] tuig; paardentuig; gareel; (3) [化粧の] toiletgarnituur; toiletstel; (4) [室内の] aankleding; decoratie
装束shyouzoku (1) aankleding; uitmonstering; uitrusting; (2) kostuum; kleding; outfit; tenue; dracht; dos; tooi; gewaad; (3) decoratie; versiering
装着souchaku bevestiging; installatie; aanbrenging; uitrusting; montering
装置souchi (1) installatie; apparaat; toestel; inrichting; apparatuur; (2) installatie; outillage; uitrusting
設備setsubi (1) uitrusting; toerusting; outillage; installatie; apparatuur; inrichting; voorzieningen; accommodatie; gemakken; faciliteiten; materieel; [veroud.; m.b.t. schip] equipement; (2) het uitrusten; het toerusten; het outilleren; het equiperen; installering; uitmonstering
道具dougu (1) werktuig; gereedschap; instrument; [form.] utensiliën; gerei; gerief; [m.b.t. sportlui] uitrusting; tuig; (2) gelaatstrekken; trekken; (3) rekwisiet; attribuut; decorstuk; accessoires; parafernalia; toebehoren; (4) [fig.] werktuig; hulpmiddel; instrument; vehikel; medium
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.49 sec. jiten.nl: 3 treffers, warandict: 19 treffers (zoekopdracht: 'uitrusting', strategie: exact). 
2005-2022