日蘭辭典+

34 resultaten voor ‘uitvoeren’
日蘭辭典 (trefwoord)
ankan安閑
zn. vrije tijd m.; ledigheid v. ¶ 安閑として暮す zijn tijd in ledigheid doorbrengen; niets uitvoeren.
asobikurasu遊び暮す
(遊び暮らす) i.w. luieren; niets uitvoeren; zijn tijd in ledigheid doorbrengen.
jitchi實地
(実地) zn. praktijk v.; werkelijkheid v.; toepassing v.; uitvoering v. ¶ 實地に in de praktijk; in werkelijkheid. ¶ 實地經驗 praktsiche ervaring. ¶ 實地に行ふ uitvoeren.
benzuru辨ずる
(弁ずる) t.w. (1) [辨別] onderscheiden; onderscheid maken. (2) [供給] verschaffen. (3) [處辨] afhandelen; uitvoeren; afdoen. ¶ 直ぐに外に出れば何でも用が辨じます als wij maar even de deur uitgaan kunnen we alles krijgen. ¶ お前を使にやっても用が辨じない als ik jou om een boodschap uitzend word die nooit behoorlijk uitgevoerd.
TEKST EN UITLEG (trefwoord)
bron:The Tanaka Corpus
¶ 「ロミオとジュリエット」が劇場で上演されている。 ‘Romio to Jurietto’ ga gekijō de jōensarete iru. In het theater wordt ‘Romeo en Juliet’ ten tonele gevoerd; ‘Romeo en Juliet’ wordt uitgevoerd in het theater.
bron:Unfea 〈E1:00:03:50〉アンフェア
山路哲夫:「単独行動するな!」雪平夏見:「約束できません。こんな仕事結果全てです。」
Yamaji Tetsuo: ‘Voer geen acties uit op eigen houtje!’ Yukihira Natsumi: ‘Dat kan ik niet beloven. Bij dit werk tellen alleen de resultaten.’ [E1:00:03:50]

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <uitvoeren>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
奏する sousuru (1) [muz.] bespelen; spelen; ten gehore brengen; uitvoeren; (2) behalen; verwerven; [効を] effect sorteren; uitwerking hebben; (3) de keizer(-emeritus) petitioneren
為る suru (1) zich voordoen; gebeuren; plaatsvinden; (2) verstrijken; voorbijgaan; verlopen [voorafgegaan door een meishi die een bep. tijdseenheid aanduidt]; (3) bedragen; kosten; waard zijn [voorafgegaan door een meishi die een bep. waarde, bedrag aanduidt]; (4) beslissen; besluiten; ervoor kiezen [in de constructie … to suru …とする of … ni suru …にする]; (5) hebben; merken; voelen [m.b.t. gewaarwording; in de constructie … ga suru …がする]; ; (1) doen; begaan; maken; verrichten; aanvangen; aandoen; uitvoeren; bedrijven; uitoefenen; beoefenen; praktiseren; doen (aan); [m.b.t. zaak, winkel enz.] runnen; (2) [van beroep …] zijn; werken (als); dienst doen (als); [m.b.t. ambt] waarnemen [in de constructie … o suru …をする]; (3) maken; maken (tot); [er een … van] maken [in de constructie … ni suru …にする]; (4) gebruiken als; bezigen als; doen dienen als [in de constructie … ni suru …にする]; (5) 10. vinden; achten; beschouwen; aanzien; dunken [in de constructie … to suru …とする]; (6) 11. (ver)onderstellen (dat); aannemen (dat); stellen (dat) [in de constructie … to suru …とする]; (7) 12. aandoen; dragen [m.b.t. kledingstuk]; (8) 13. hebben; zijn [m.b.t. een bep. vorm, toestand enz.]
貫く tsuranuku (1) gaan door; zich een weg banen door; doordringen; (heen)dringen door; penetreren; zich boren door; (2) uitvoeren; doorvoeren; volvoeren; blijven bij
運営する uneisuru leiden; besturen; beheren; administreren; runnen; [国事を] voeren; uitvoeren; [会議を] voorzitten
下す kudasu (1) neerlaten; laten zakken; strijken; (2) geven; schenken; verlenen; toekennen; (3) [命令を] uitvaardigen; [判決を] uitspreken; vellen; strijken; [結論を] trekken; (4) [自ら手を] doen; uitvoeren; verrichten; (5) [おなかを] buikloop; diarree hebben; [虫を] wormen hebben; (6) [敵を] verslaan; winnen van; overwinnen; kloppen
仕出す shidasu (1) beginnen te doen; aanvangen; aan de slag gaan met; starten met; (2) [料理を] cateren; maaltijden verzorgen; leveren; verschaffen; aan huis bezorgen; diners uitzenden; (3) vervaardigen; uitvinden; scheppen; creëren; in het leven roepen; instellen; (4) [身代を] verwerven; opbouwen; maken; (5) klaarspelen; voor elkaar krijgen; klaarkrijgen; gedaan krijgen; bewerkstelligen; tot stand brengen; uitvoeren
出力する shutsuryokusuru [comp.] uitvoeren; als output leveren
手術する shujutsusuru opereren; een operatie verrichten; doen; uitvoeren; operatief ingrijpen
上演する jouensuru opvoeren; vertonen; voorstellen; uitvoeren; vertolken; spelen; (ten tonele) brengen; presenteren; tonen; een voorstelling geven van; op de planken brengen
施行する shikousuru [法律を] uitvoeren; ten uitvoer brengen; ten uitvoer leggen; toepassen; in werking stellen; zetten
執行する shikkousuru uitvoeren; ten uitvoer leggen; ten uitvoer brengen; voltrekken; executeren; [m.b.t. testament] afwikkelen
実行する jikkousuru (in de praktijk) toepassen; uitvoeren; uitvoering geven aan; ten uitvoer brengen; leggen; in praktijk brengen; implementeren; vervullen; realiseren; effectueren; verrichten; uitoefenen; volvoeren; doorvoeren; beoefenen; [m.b.t. belofte] nakomen; [m.b.t. wet] van kracht doen worden; in werking doen treden
実施する jisshisuru ten uitvoer brengen; leggen; uitvoeren; tot uitvoering brengen; implementeren; effectueren; in werking doen treden; van kracht doen worden; toepassen; uitoefenen; doorvoeren; [m.b.t. een evenement] houden
実践する jissensuru praktiseren; in de praktijk toepassen; in praktijk brengen; beoefenen; uitvoeren; uitvoering geven aan; uitoefenen; realiseren; verwerkelijken; implementeren; effectueren; het niet (alleen) bij woorden laten
実験する jikkensuru experimenteren; proefnemingen doen; proeven doen; nemen; een experiment doen; uitvoeren; proefondervindelijk testen
取り扱う toriatsukau (1) behandelen; aanpakken; doen in; verwerken; in behandeling nemen; afhandelen; regelen; uitvoeren; (2) bejegenen; behandelen; tegemoet treden; omgaan met; omspringen met; [w.g.] rondspringen met; (3) bedienen; hanteren
遂げる togeru volbrengen; uitvoeren; tot stand brengen; tot een goed einde brengen; voltooien; volvoeren; vervullen; realiseren; verwezenlijken; [目的を] bereiken; [進歩を] boeken; [死を] vinden
代行する daikousuru voor anderen doen; uitvoeren; waarnemen; vervangen; als iems. plaatsvervanger fungeren
足す tasu (1) optellen; een optelling maken; (2) toevoegen; bijvoegen; erbij doen; (3) aanvullen; volledig maken; [form.] suppleren; [m.b.t. tekort] bijleggen; (4) zich kwijten van; doen; verrichten; uitvoeren; vervullen; volbrengen
調達する choutatsusuru (1) bevoorraden met; voorzien van; verwerven; verschaffen; aanbrengen; leveren; inslaan; aankopen; aanschaffen; inkopen; (2) [金を] werven; inzamelen; (3) [注文を] uitvoeren
遣り抜く yarinuku tot het einde volhouden; tot het einde doorzetten; tot een goed einde brengen; het er goed vanaf brengen; uitzingen; afmaken; volbrengen; voltooien; volvoeren; nakomen; uitvoeren
果たす hatasu (1) doen; uitvoeren; ondernemen; verrichten; ten uitvoer brengen; leggen; bewerkstelligen; (2) vervullen; volbrengen; voltooien; volvoeren; voldoen; zich kwijten van; tot stand brengen; bereiken; verwezenlijken; realiseren; tot een goed einde brengen; waar maken; voor elkaar krijgen; (3) een dankbedevaart ondernemen; (4) afmaken; doden; (5) geheel ten einde toe + ww.[1]
行う okonau (1) doen; handelen; aanvangen; (2) zich gedragen; (3) uitvoeren; volbrengen; tot uitvoering brengen; toepassen; implementeren; verwezenlijken; effectueren; (4) [取り締まりを] uitoefenen; [法律を] opleggen; in werking stellen; doen uitvoeren; [研究を] voeren; leiden; bedrijven; (5) [会議; 葬式; 祭りを] houden; [儀式を] uitvoeren; opvoeren; vieren; celebreren; voltrekken
敢行する kankousuru gedecideerd; vastberaden optreden; fors ingrijpen; ; (1) durven; aandurven; wagen; het lef hebben te; (2) uitvoeren; verrichten; doen; ten uitvoer brengen; ten uitvoer leggen; implementeren
アウトプットする autoputtosuru (1) produceren; voortbrengen; opleveren; opbrengen; (2) [comp.] als output leveren; uitvoeren
輸出する yushutsusuru exporteren; uitvoeren
演じる enjiru (1) uitvoeren; opvoeren; vertolken; vertonen; spelen; acteren; de rol spelen van; uitbeelden; neerzetten; op de planken; het toneel brengen; ten tonele brengen; [醜態を] bieden; (2) spelen; zich gedragen als; zich voordoen als
演ずる enzuru (1) uitvoeren; opvoeren; vertolken; vertonen; spelen; acteren; de rol spelen van; uitbeelden; neerzetten; op de planken; het toneel brengen; ten tonele brengen; [醜態を] bieden; (2) spelen; zich gedragen als; zich voordoen als
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.63 sec. jiten.nl: 6 treffers, warandict: 28 treffers (zoekopdracht: 'uitvoeren', strategie: exact). 
2005-2019