日蘭辭典+

51 resultaten voor ‘uitvoeren’
日蘭辭典 (trefwoord)
ankan安閑
zn. vrije tijd m.; ledigheid v. ¶ 安閑として暮す zijn tijd in ledigheid doorbrengen; niets uitvoeren.
asobikurasu遊び暮す
(遊び暮らす) i.w. luieren; niets uitvoeren; zijn tijd in ledigheid doorbrengen.
jitchi實地
(実地) zn. praktijk v.; werkelijkheid v.; toepassing v.; uitvoering v. ¶ 實地に in de praktijk; in werkelijkheid. ¶ 實地經驗 praktsiche ervaring. ¶ 實地に行ふ uitvoeren.
benzuru辨ずる
(弁ずる) t.w. (1) [辨別] onderscheiden; onderscheid maken. (2) [供給] verschaffen. (3) [處辨] afhandelen; uitvoeren; afdoen. ¶ 直ぐに外に出れば何でも用が辨じます als wij maar even de deur uitgaan kunnen we alles krijgen. ¶ お前を使にやっても用が辨じない als ik jou om een boodschap uitzend word die nooit behoorlijk uitgevoerd.
TEKST EN UITLEG (trefwoord)
bron:The Tanaka Corpus
¶ 「ロミオとジュリエット」が劇場で上演されている。 ‘Romio to Jurietto’ ga gekijō de jōensarete iru. In het theater wordt ‘Romeo en Juliet’ ten tonele gevoerd; ‘Romeo en Juliet’ wordt uitgevoerd in het theater.
bron:Unfea 〈E1:00:03:50〉アンフェア
山路哲夫:「単独行動するな!」雪平夏見:「約束できません。こんな仕事結果全てです。」
Yamaji Tetsuo: ‘Voer geen acties uit op eigen houtje!’ Yukihira Natsumi: ‘Dat kan ik niet beloven. Bij dit werk tellen alleen de resultaten.’ [E1:00:03:50]

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <uitvoeren>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
さらすsarasu (1) [vulg.; bel.] doen; uitvoeren; uitspoken; flikkeren; (2) [vulg.; bel.] […さらす] [= uitgang die het voorgaande werkwoord vergrooft]
アウトプットするautoputtosuru (1) produceren; voortbrengen; opleveren; opbrengen; (2) [comp.] als output leveren; uitvoeren
アンケートをとるankeetowotoru een enquête houden; instellen; uitvoeren; afnemen; enquêteren; omvragen
上演するjouensuru opvoeren; vertonen; voorstellen; uitvoeren; vertolken; spelen; (ten tonele) brengen; presenteren; tonen; een voorstelling geven van; op de planken brengen
下す ; 降すkudasu (1) neerlaten; laten zakken; strijken; (2) geven; schenken; verlenen; toekennen; (3) [命令を] uitvaardigen; [判決を] uitspreken; vellen; strijken; [結論を] trekken; (4) [自ら手を] doen; uitvoeren; verrichten; (5) [おなかを] buikloop; diarree hebben; [虫を] wormen hebben; (6) [敵を] verslaan; winnen van; overwinnen; kloppen
不時着するfujichakusuru een noodlanding maken; uitvoeren
仕出すshidasu (1) beginnen te doen; aanvangen; aan de slag gaan met; starten met; (2) [料理を] cateren; maaltijden verzorgen; leveren; verschaffen; aan huis bezorgen; diners uitzenden; (3) vervaardigen; uitvinden; scheppen; creëren; in het leven roepen; instellen; (4) [身代を] verwerven; opbouwen; maken; (5) klaarspelen; voor elkaar krijgen; klaarkrijgen; gedaan krijgen; bewerkstelligen; tot stand brengen; uitvoeren
代行するdaikousuru voor anderen doen; uitvoeren; waarnemen; vervangen; als iems. plaatsvervanger fungeren
公演するkouensuru (1) optreden; een uitvoering; voorstelling geven; spelen; performen; (2) opvoeren; uitvoeren; vertonen; op de planken brengen; presenteren
出力するshyutsuryokusuru [comp.] uitvoeren; als output leveren
取り扱うtoriatsukau (1) behandelen; aanpakken; doen in; verwerken; in behandeling nemen; afhandelen; regelen; uitvoeren; (2) bejegenen; behandelen; tegemoet treden; omgaan met; omspringen met; [w.g.] rondspringen met; (3) bedienen; hanteren
執り行うtoriokonau houden; verrichten; voltrekken; uitvoeren
執行するshikkousuru uitvoeren; ten uitvoer leggen; ten uitvoer brengen; voltrekken; executeren; [m.b.t. testament] afwikkelen
奏するsousuru (1) [muz.] bespelen; spelen; ten gehore brengen; uitvoeren; (2) behalen; verwerven; [効を] effect sorteren; uitwerking hebben; (3) de keizer(-emeritus) petitioneren
実施するjisshisuru ten uitvoer brengen; leggen; uitvoeren; tot uitvoering brengen; implementeren; effectueren; in werking doen treden; van kracht doen worden; toepassen; uitoefenen; doorvoeren; [m.b.t. een evenement] houden
実行するjikkousuru (in de praktijk) toepassen; uitvoeren; uitvoering geven aan; ten uitvoer brengen; leggen; in praktijk brengen; implementeren; vervullen; realiseren; effectueren; verrichten; uitoefenen; volvoeren; doorvoeren; beoefenen; [m.b.t. belofte] nakomen; [m.b.t. wet] van kracht doen worden; in werking doen treden
実践するjissensuru praktiseren; in de praktijk toepassen; in praktijk brengen; beoefenen; uitvoeren; uitvoering geven aan; uitoefenen; realiseren; verwerkelijken; implementeren; effectueren; het niet (alleen) bij woorden laten
実験するjikkensuru experimenteren; proefnemingen doen; proeven doen; nemen; een experiment doen; uitvoeren; proefondervindelijk testen
履行するrikousuru [jur.] presteren; nakomen; uitvoeren; vervullen; volbrengen; verrichten; zich kwijten van; ten uitvoer brengen; ten uitvoer leggen; implementeren
成し遂げるnashitogeru volbrengen; volvoeren; voltooien; uitvoeren; doorzetten; [目的を] bereiken; verwezenlijken
成就するjoujusuru (1) werkelijkheid worden; verwezenlijkt worden; uitkomen; slagen; (2) tot een goed einde brengen; tot stand brengen; vervullen; verwezenlijken; realiseren; volbrengen; voltooien; volvoeren; uitvoeren; ten uitvoer brengen; voor elkaar krijgen; [目的を] bereiken
手術するshyujutsusuru opereren; een operatie verrichten; doen; uitvoeren; operatief ingrijpen
打ち抜くuchinuku (1) ponsen; drevelen; stansen; doorslaan; perforeren; doorboren; uitponsen; uitstansen; (2) tot één ruimte maken; doorslaan; scheidsmuren wegnemen; tussenschotten verwijderen; kamers doorbreken; uitbreken; van twee; meerdere kamers één maken; (3) volledige uitvoering geven aan; uitvoeren; doorvoeren; doorgaan met; doorzetten
da (1) [honkb.] batting; het slaan met het bat; [golf] slag; stroke; (a) slaan; kloppen; (b) verrichten; uitvoeren; (c) [honkb.] slaan; batten
挙行するkyokousuru uitvoeren; vieren; [レセプションを] aanrichten; houden
敢行するkankousuru (1) gedecideerd; vastberaden optreden; fors ingrijpen; (2) durven; aandurven; wagen; het lef hebben te; (3) uitvoeren; verrichten; doen; ten uitvoer brengen; ten uitvoer leggen; implementeren
施すhodokosu (1) geven; verlenen; [恩恵を] bewijzen; [注釈を] voorzien van; [面目を] aandoen; (2) uitvoeren; doen; [手段を] aanwenden; [策を] (onder)nemen; treffen; [洗礼を] toedienen
施工するshikousuru ten uitvoer leggen; brengen; uitvoeren
施工するsekousuru ten uitvoer leggen; brengen; uitvoeren
施行するshikousuru [法律を] uitvoeren; ten uitvoer brengen; ten uitvoer leggen; toepassen; in werking stellen; zetten
果たすhatasu (1) doen; uitvoeren; ondernemen; verrichten; ten uitvoer brengen; leggen; bewerkstelligen; (2) vervullen; volbrengen; voltooien; volvoeren; voldoen; zich kwijten van; tot stand brengen; bereiken; verwezenlijken; realiseren; tot een goed einde brengen; waar maken; voor elkaar krijgen; (3) een dankbedevaart ondernemen; (4) afmaken; doden; (5) geheel ten einde toe + ww.Gevoegd achter de ren'yōkei van een dōshi.
演じるenjiru (1) uitvoeren; opvoeren; vertolken; vertonen; spelen; acteren; de rol spelen van; uitbeelden; neerzetten; op de planken; het toneel brengen; ten tonele brengen; [醜態を] bieden; (2) spelen; zich gedragen als; zich voordoen als
演ずるenzuru (1) uitvoeren; opvoeren; vertolken; vertonen; spelen; acteren; de rol spelen van; uitbeelden; neerzetten; op de planken; het toneel brengen; ten tonele brengen; [醜態を] bieden; (2) spelen; zich gedragen als; zich voordoen als
興行するkougyousuru op de planken brengen; opvoeren; uitvoeren; spelen; vertonen; brengen
行うokonau (1) doen; handelen; aanvangen; (2) zich gedragen; (3) uitvoeren; volbrengen; tot uitvoering brengen; toepassen; implementeren; verwezenlijken; effectueren; (4) [取り締まりを] uitoefenen; [法律を] opleggen; in werking stellen; doen uitvoeren; [研究を] voeren; leiden; bedrijven; (5) [会議; 葬式; 祭りを] houden; [儀式を] uitvoeren; opvoeren; vieren; celebreren; voltrekken
kou (1) het gaan; gang; tocht; reis; toer; (2) [Chin.gesch.] winkelwijk; handelswijk (in Suí; Táng-China); (3) [Chin.gesch.] ambachtsgilde; gilde; gild (in Táng-China); (4) [Chin.gesch.] xíng; ballade [= klassiek Chinees episch dichtstuk]; (a) gaan; (b) reis; toeren; (c) uitvoeren; daad; handeling; (d) winkel; handel; [i.h.b.] bank
調達するchoutatsusuru (1) bevoorraden met; voorzien van; verwerven; verschaffen; aanbrengen; leveren; inslaan; aankopen; aanschaffen; inkopen; (2) [金を] werven; inzamelen; (3) [注文を] uitvoeren
貫くtsuranuku (1) gaan door; zich een weg banen door; doordringen; (heen)dringen door; penetreren; zich boren door; (2) uitvoeren; doorvoeren; volvoeren; blijven bij
足すtasu (1) optellen; een optelling maken; (2) toevoegen; bijvoegen; erbij doen; (3) aanvullen; volledig maken; [form.] suppleren; [m.b.t. tekort] bijleggen; (4) zich kwijten van; doen; verrichten; uitvoeren; vervullen; volbrengen
輸出するyushyutsusuru exporteren; uitvoeren
遂げるtogeru volbrengen; uitvoeren; tot stand brengen; tot een goed einde brengen; voltooien; volvoeren; vervullen; realiseren; verwezenlijken; [目的を] bereiken; [進歩を] boeken; [死を] vinden
遂行するsuikousuru vervullen; uitvoeren; verrichten; voltrekken; doorvoeren; ten uitvoer brengen; ten uitvoer leggen; uitoefenen; verwezenlijken; implementeren; volbrengen; volvoeren; betrachten; zich kwijten van; [目的を] bereiken
運び出すhakobidasu eruit; naar buiten dragen; uitdragen; naar buiten voeren; uitvoeren
運営するuneisuru leiden; besturen; beheren; administreren; runnen; [国事を] voeren; uitvoeren; [会議を] voorzitten
遣り抜くyarinuku tot het einde volhouden; tot het einde doorzetten; tot een goed einde brengen; het er goed vanaf brengen; uitzingen; afmaken; volbrengen; voltooien; volvoeren; nakomen; uitvoeren
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.6 sec. jiten.nl: 6 treffers, warandict: 45 treffers (zoekopdracht: 'uitvoeren', strategie: exact). 
2005-2021