日蘭辭典+

19 resultaten voor ‘uitzenden’
日蘭辭典 (trefwoord)
benzuru辨ずる
(弁ずる) t.w. (1) [辨別] onderscheiden; onderscheid maken. (2) [供給] verschaffen. (3) [處辨] afhandelen; uitvoeren; afdoen. ¶ 直ぐに外に出れば何でも用が辨じます als wij maar even de deur uitgaan kunnen we alles krijgen. ¶ お前を使にやっても用が辨じない als ik jou om een boodschap uitzend word die nooit behoorlijk uitgevoerd.
SUPPLEMENT (trefwoord)
hōsō放送
(znw, suru-ww) uitzending. ¶ 放送する hōsōsuru uitzenden ¶ 生放送 namahōsō een live uitzending ¶ 公共放送 kōkyōhōsō publieke uitzending ¶ 民間放送 minkanhōsō commerciële uitzending ¶ 地元[地方]のニュースはに放送されます。 Jimoto [chihō] no nyūsu wa tsugi ni hōsōsaremasu. Hierna volgt het regionale nieuws. ¶ 首相明日放送に出る。 Shushō wa ashita hōsō ni deru. De premier zal morgen in een uitzending verschijnen. ¶ 反乱軍は放送局を占拠した。 Hanrangun wa hōsōkyoku wo senkyoshita. De rebellen bezetten het zendstation. ¶ ナルホド先生の講演が再放送された。 Naruhodo sensei no kōgi ga saihōsōsareta. De lezing van professor Naruhodo werd opnieuw uitgezonden.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <uitzenden>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
出すdasu (1) te voorschijn halen; uithalen; eruit halen; [gew.; お酒を〜] ophalen; naar buiten brengen; uitnemen; [トランプの札を〜] uitspelen; opspelen; zetten; [外に] uitlaten; buitenlaten; [水を〜] openzetten; laten lopen; lozen; (2) uitsteken; [旗を〜] uithangen; (3) uiten; slaken; [音; サインを〜] geven; maken; produceren; (4) publiceren; uitgeven; uitbrengen; op de markt brengen; uitvaardigen; openbaren; tonen; [i.h.b.] onthullen; ontbloten; laten blijken; aan de dag leggen; tentoonspreiden; uitstallen; etaleren; (5) serveren; [料理を〜] opdienen; voorschotelen; te berde brengen; aankomen met; komen aanzetten met; leveren; afleveren; verschaffen; opgeven; verstrekken; aanbieden; presenteren; uitreiken; [証を〜] aanvoeren; (6) insturen; inzenden; inleveren; indienen; [新人選手を〜] inzetten; (7) sturen; zenden; afvaardigen; verzenden; opsturen; versturen; (8) uitsturen; uitzenden; [ガスを〜] uitstoten; emitteren; [熱を〜] ontwikkelen; (9) doen vertrekken; [船を〜] uitzetten; [列車を〜] inleggen; (10) betalen; opbrengen; (11) veroorzaken; opleveren; voortbrengen; geven; [スピードを〜] halen; opdrijven; (12) [店; 支店を〜] openen; beginnen; (13) […~] naar buiten …; uit-; (14) […~] beginnen te …; het op een … zetten
回す; 廻すmawasu (1) (doen) draaien; draaien aan; wentelen; omdraaien; aandraaien; omwenden; omwentelen; omzwenken; ronddraaien; laten rondwentelen; aan het rollen brengen; doen tollen; [wasmachine; ventilator e.d.] aanzetten; [een vat; hoepel e.d.] (voort)rollen; (2) omgeven met [een muur; gracht enz.]; (3) doen reiken tot; (4) rondgeven; doorgeven; laten rondgaan; overhandigen; [塩を] aangeven; (5) uitzenden; sturen; rondzenden; omsturen; overzenden; opsturen; doorzenden; doorsturen; doorverwijzen [naar de specialist enz.]; overplaatsen; doorverbinden [met een ander toestelnummer]; (6) uitzetten; [op interest enz.] zetten; beleggen; (7) rond-; om- [sluit aan op de ren'yōkei van dōshi]
差し向けるsashimukeru (1) sturen; zenden; uitsturen; doorsturen; uitzenden; laten overkomen; (2) richten; wenden (naar)
搬送するhansousuru (1) verzenden; transporteren; vervoeren; overbrengen; overdragen; overleveren; overzenden; (2) uitzenden
放つhanatsu (1) schieten; afschieten; afvuren; vuren; [fig.; m.b.t. gerucht; roddel enz.] lanceren; uitzenden; uitsturen; [m.b.t. boer; wind] laten vliegen; (2) afgeven; verspreiden; [m.b.t. licht] uitstralen; (3) loslaten; vrijlaten; in vrijheid stellen
放出するhoushyutsusuru (1) uitstoten; uitstorten; naar buiten spuiten; (2) uitstralen; emitteren; uitzenden; afgeven; (3) uitbrengen; in de handel brengen; op de markt brengen; releasen
放送するhousousuru uitzenden; zenden; uitstralen; omroepen; [fig.] wijd en zijd bekendmaken; rondbazuinen; aan de grote klok hangen
派兵するhaheisuru [mil.] troepen zenden; sturen; uitzenden; uitsturen; afzenden
派出するhashyutsusuru zenden; uitzenden; [mil.] detacheren
派遣するhakensuru wegsturen; sturen; uitzenden; uitsturen; afzenden; zenden
流すnagasu (1) gieten; uitgieten; doen stromen; doen vloeien; laten lopen; [m.b.t. tranen; bloed] vergieten; storten; uitstorten; [lit.t.] plengen; plenzen; (2) [hout; boomstammen e.d.] vlotten; vlot brengen; doen drijven; wegspoelen; afvoeren; afbrengen; doen afstromen; meespoelen; [een vaartuig] losgooien; (3) (eraf) wassen; (4) [een programma] uitzenden; in de ether brengen; [muziek] afspelen; (5) [een praatje; gerucht] rondstrooien; verbreiden; doen rondgaan; laten circuleren; in omloop brengen; in circulatie brengen; [met een verhaal] leuren; [pamfletten e.d.] verspreiden; (6) verbannen; uitwijzen; exileren; deporteren; relegeren; transporteren; (7) [m.b.t. informatie] doorspelen; lekken; doorgeven; (8) [m.b.t. taxi's] snorren; rondrijden; cruisen; [van artiesten] rondgaan (op zoek naar publiek); rondreizen; (9) [m.b.t. pandgoed] verbeuren; (10) afgelasten; afzeggen; (11) [m.b.t. ongeboren vrucht] afdrijven; (12) de hand lichten; [de boel] laten vlotten; (13) [honkbalterm] naar het tegenovergelegen speelveld slaan; (14) in een vloeiende beweging ~; stroomsgewijs ~ [aangesloten op de ren'yōkei van dōshi]; (15) een foute bestemming geven; [geld enz.] in eigen zak steken
発するhassuru (1) vertrekken uit; verlaten; (2) verschijnen; zich voordoen; optreden; gebeuren; voortkomen; voortspruiten; ontspringen; voortspringen; komen uit; uitgaan van; voortvloeien uit; emaneren uit; afkomstig zijn van; z'n oorsprong vinden; (3) ontstaan; tot stand komen; (4) teweegbrengen; veroorzaken; doen ontstaan; beginnen; starten; lanceren; (5) voortbrengen; geven; opleveren; afgeven; afscheiden; verspreiden; uitstoten; uitzenden; uitvaardigen; verstrekken; (6) uiten; uitbrengen; van zich doen uitgaan; formuleren; (7) afvuren; afschieten; (8) sturen; afzenden; afvaardigen
発射するhasshyasuru (1) schieten; vuren; afvuren; afschieten; wegschieten; lossen; af laten gaan; lanceren; [veroud.] losbranden; (2) [elektrische golven e.d.] uitzenden; uitstralen; uitschieten; stralen; emitteren
転送するtensousuru doorsturen; forwarden; doorzenden; overzenden; uitzenden; nazenden; nasturen; achternasturen; overseinen; doorseinen; doorverwijzen
送信するsoushinsuru overbrengen; overseinen; doorseinen; uitzenden
送出するsoushyutsusuru verzenden; uitzenden; transmitteren; overseinen; doorseinen
遣わすtsukawasu zenden; sturen; uitzenden; uitsturen
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.65 sec. jiten.nl: 2 treffers, warandict: 17 treffers (zoekopdracht: 'uitzenden', strategie: exact). 
2005-2020