日蘭辭典+

41 resultaten voor ‘veranderen’
日蘭辭典 (trefwoord)
aratame改め
t.w. (1) [改善] verbeteren. (2) [改新] vernieuwen. (3) [變更] veranderen; wijzigen; hervormen (根本より變へる). (4) [調査] nakijken; onderzoeken. (5) [再び] opnieuw; nog eens. ¶ 身を改める zijn leven beteren. ¶ 規則を改める bepalingen herzien. ¶ 改めて數へる overtellen.
mama
(まま) bw. (1) [其の儘] zooals het is; in den tegenwoordigen toestand. (2) [意の] naar verkiezen; zoals men wil. ¶ で met zijn schoenen aan. ¶ 聞いた話す vertellen zooals men het gehoord heeft. ¶ もとのである hetzelfde gebleven zijn; onveranderd zijn. ¶ 何卒其 derangeer u niet; blijft toch zitten. ¶ 思ふする doen wat men wil; zijn eigen zin doen. ¶ なるなら als ik mijn zin kreeg. ¶ そのにして置く het erbij laten; geen moeite doen het te veranderen.
tenkan轉換
(転換) zn. verwisseling v.; verandering v. ¶ 轉換する veranderen; omschakelen (電流を). ¶ 轉換器 schakelaar. ¶ 轉換期 keerpunt. ¶ 轉換法 herleiding (數學).
ugoku動く
i.w. (1) [動く] bewegen; zich bewegen. (2) [移動] van plaats veranderen; zich verplaatsen. (3) [運轉] loopen; gaan; werken. (4) [變動] veranderen; zich wijzigen. (5) [搖ぐ] schommelen; schudden. (6) [感ずる] geroerd worden; getroffen zijn. ¶ 動かざる onbewegelijk; roerloos; (の) onbewogen; onverschillig. ¶ 動かざる泰山の如し rotsvast; onwankelbaar. ¶ 一寸も動かない er wordt niets verkocht. ¶ 時計が動かなくなった het horloge staat stil. ¶ 一寸も動くことならぬぞ verroer je niet!; blijf stokstil staan!
SUPPLEMENT (trefwoord)
shinkyō心境
zn. gemoedstoestand; mening; instelling; gedachten. ¶ 心境の変化 verandering van gedachten. ¶ 心境が変化する van gedachten veranderen. ¶ それまでに再度心境が変化して、急きょ欠席ということがなければいいのですが。 Maar als in de tussentijd het niet gebeurd dat [mensen] opnieuw van gedachten veranderen en opeens niet verschijnen komt het in orde.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <veranderen>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
シフトするshifutosuru (1) verschuiven; veranderen; zich verplaatsen; (2) naar een andere versnelling schakelen; van versnelling wisselen
チェンジするchixenjisuru [ook sportt.] veranderen; wisselen; vervangen; aflossen
切り替えるkirikaeru (1) veranderen; vervangen; verruilen; overschakelen; (2) [免許証を] vernieuwen; laten verlengen; (3) wisselen; converteren; (4) afsnijden en verwisselen
動かすugokasu (1) in beweging brengen; doen bewegen; bewegen; aandrijven; drijven; (2) verplaatsen; verzetten; de positie van iets veranderen; elders; anders zetten; (3) doen schommelen; schommelen; schudden; (4) rijden; [een voertuig] besturen; [een machine; toestel] doen functioneren; bedienen; laten draaien; laten werken; aan de gang brengen; aan de praat brengen; (5) [een leger; troepen; mankracht] mobiliseren; inzetbaar maken; voor actie klaarmaken; (6) veranderen; wijzigen; [binnen een bedrijf personeel] herschikken; (7) ontkennen; (8) [心を] roeren; ontroeren; treffen; in beroering brengen; in het gemoed treffen; aangrijpen; aanpakken; tot het gemoed spreken; invloed hebben op; aandoen; beïnvloeden; prikkelen
動くugoku (1) bewegen; zich bewegen; in beweging zijn; (2) van plaats veranderen; van positie veranderen; zich verplaatsen; (3) schommelen; wiegen; heen en weer bewegen; schudden; (4) [m.b.t. machine; toestel] lopen; aan staan; werken; in werking zijn; aangeschakeld zijn; functioneren; gaan; (5) handelen; doen; actief zijn; werken; bezig zijn; onledig zijn; in de weer zijn; in het getouw zijn; (6) beïnvloed worden; een invloed ondergaan; beheerst worden; wankelen; fluctueren; schommelen; (7) ontroerd zijn; geroerd zijn; onder de indruk zijn; getroffen zijn; geraakt zijn; geëmotioneerd zijn; (8) veranderen; veranderd worden; zich wijzigen; een wijziging ondergaan; (9) overgeplaatst worden [naar een andere positie; werkplaats]; een andere standplaats krijgen
化するkasuru (1) veranderen; zich veranderen; zich wijzigen; (2) zich aanpassen; (3) veranderen; wijzigen; (4) beïnvloeden; manipuleren
化すkasu veranderen; zich veranderen; zich wijzigen; worden
化すkesu (1) veranderen; zich transformeren; (2) [rel.] in de leer onderrichten; evangeliseren
増減するzougensuru (1) toe- en; of afnemen; op- en neergaan; vermeerderen en; of verminderen; stijgen en; of dalen; rijzen en; of dalen; op- en teruglopen; variëren; veranderen; fluctueren; schommelen; wijzigen; (2) doen toe- en; of afnemen; variëren; doen veranderen; variatie aanbrengen
変えるkaeru veranderen; wijzigen; anders maken; omtoveren
変わるkawaru (1) veranderen; (2) verschillen; anders zijn; ongebruikelijk zijn; vreemd zijn; speciaal zijn; (3) [van woonst of werk] verwisselen
変動するhendousuru verandering ondergaan; een wijziging ondergaan; veranderen; wisselen; variëren; fluctueren; schommelen
変化するhenkasuru (1) veranderen; zich veranderen; zich wijzigen; anders worden; wisselen; variëren; kenteren; (2) [taalk.] geïnflecteerd worden; verbogen worden; vervoegd worden
変更するhenkousuru veranderen; wijzigen; modificeren; altereren
変速するhensokusuru de snelheid wijzigen; veranderen; [i.h.b.] schakelen; overschakelen
変遷するhensensuru veranderen; een verandering; veranderingen ondergaan
変革するhenkakusuru (1) veranderen; wijzigen; hervormen; (2) een omwenteling teweegbrengen in; revolutioneren
差し替えるsashikaeru (1) vervangen; veranderen; in de plaats stellen; wisselen; verwisselen; omwisselen; (2) [drukw.] herzetten
悔い改めるkuiaratameru zich bekeren; tot inkeer komen; berouw hebben; berouwen; zich beteren; veranderen
推移するsuiisuru (1) verstrijken; verlopen; (2) overgaan; veranderen; kenteren
改めるaratameru veranderen; wijzigen
改変するkaihensuru veranderen; wijzigen; aanpassen; modificeren
曲折するkyokusetsusuru (1) zich kronkelen; zich in bochten slingeren; meanderen; zigzaggen; (2) veranderen; een wending nemen
更改するkoukaisuru herzien; reviseren; vernieuwen; renoveren; veranderen; wijzigen; hervormen; altereren; noveren; [jur.] revideren; prolongeren; verlengen
直すnaosu (1) [m.b.t. fout] goedmaken; herstellen; [pregn.] maken; redresseren; corrigeren; verbeteren; ophalen; rechtzetten; rechttrekken; rechtbreien; rectificeren; in de juiste stand zetten; in orde brengen; opknappen; bijwerken; [een euvel; gebrek e.d.] verhelpen; [zich; iem. een gewoonte enz.] afleren; afhelpen (van); (2) herstellen; repareren; maken; opknappen; helen; kalfaten; kalfateren; (3) wijzigen; veranderen; herzien; hervormen; omzetten; transponeren; ombuigen; omschakelen; converteren; omwisselen; (4) vertalen; overbrengen; overzetten; (5) verheffen tot; transcenderen; doen rijzen tot; promoveren tot; (6) opnieuw ~; nog eens ~; van voren af aan ~; over-; her-; re-; om- [aangesloten op de ren'yōkei van dōshi]
移り変わるutsurikawaru veranderen; een verandering; veranderingen ondergaan; wisselen
移るutsuru (1) verhuizen; (2) veranderen; (3) [時が〜] voorbijgaan; passeren; (4) overgaan in; verworden tot; vergaan; (5) [病気が〜] overgaan op; aantasten; aansteken; (6) vervalen; valer worden; verschieten; verbleken
移ろうutsurou (1) veranderen; anders worden; (2) verkleuren; verschieten; [veroud.; gew.] verschijnen; [i.h.b.] vervagen; verflauwen; verbleken
置き換わるokikawaru verplaatst worden; verzet worden; herschikt worden; van plaats verwisselen; veranderen; ergens anders neergezet worden
転々する ; 転転するtentensuru (1) van hand tot hand gaan; (vaak) van hand; eigenaar verwisselen; (vaak) in andere handen komen; overgaan; door vele handen gaan; (2) vaak van [plaats; adres; baan; woning; school enz.] veranderen
転じるtenjiru (1) zich wijzigen; veranderen; een ommekeer maken; (2) ronddraaien; rondwentelen; omwentelen; roteren; (3) wijzigen; veranderen; verleggen; afleiden; omzetten; keren; doen omwenden; [責任を] schuiven op; afschuiven op; [居を] verhuizen; overbrengen
転ずるtenzuru (1) zich wijzigen; veranderen; een ommekeer maken; (2) ronddraaien; rondwentelen; omwentelen; roteren; (3) wijzigen; veranderen; verleggen; afleiden; omzetten; keren; doen omwenden; [責任を] schuiven op; afschuiven op; [居を] verhuizen; overbrengen
転換するtenkansuru overschakelen; omschakelen; omzetten; veranderen; omwisselen; converteren
ten (1) klankverandering; verbastering; (2) [Chin.lett.] zhuǎn; wending [= derde regel van een juéjù 絶句]; (a) rollen; omrollen; wentelen; (b) omvallen; omslaan; (c) overgaan; verlopen; (d) veranderen; (e) derde regel van een juéjù; (f) [boeddh.] soetra's lezen; een soetra-fragment reciteren
逸らすsorasu (1) afwenden; afkeren; afbrengen; afhouden; (2) een andere wending geven; veranderen; [注意を] afleiden; [質問を] omzeilen; ontwijken; uit de weg gaan; zich afmaken van
違えるchigaeru (1) veranderen; wijzigen; (2) zich vergissen in; [Belg.N.] zich vergissen van; verkeerd kiezen; (3) [筋を] verstuiken; verrekken; (4) [約束を] breken; verbreken
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.84 sec. jiten.nl: 5 treffers, warandict: 36 treffers (zoekopdracht: 'veranderen', strategie: exact). 
2005-2021