日蘭辭典+

28 resultaten voor ‘verbeteren’
日蘭辭典 (trefwoord)
tadasu正す
t.w. corrigeeren; verbeteren; in orde maken. ¶ 時計を正す klok gelijk zetten.
aratamaruあらたまる
(改まる・革まる) i.w. veranderen (變更); verbeteren (善化); verergeren (惡化).
aratame改め
t.w. (1) [改善] verbeteren. (2) [改新] vernieuwen. (3) [變更] veranderen; wijzigen; hervormen (根本より變へる). (4) [調査] nakijken; onderzoeken. (5) [再び] opnieuw; nog eens. ¶ 身を改める zijn leven beteren. ¶ 規則を改める bepalingen herzien. ¶ 改めて數へる overtellen.
omomuku赴く
i.w. (1) [行く] gaan; zich begeven naar. (2) [なる、傾く] worden; neiging hebben. ¶ 快方に赴く aan de beterende hand zijn; herstellende zijn; beter worden. ¶ 援助赴く gaan helpen; te hulp komen. ¶ 風潮の赴く de richting van den stroom; de geest des tijds.
shūtei修訂
zn. herziening v. ; verbetering v. ¶ 修訂版 herziene druk. ¶ 修訂する herzien; verbeteren.
kyōsei矯正
zn. hervorming v.; verbetering v. ¶ 矯正する hervormen; verbeteren; in orde maken. ¶ 矯正院 verbeterhuis. ¶ 矯正術 heilgymnastiek.
SUPPLEMENT (trefwoord)
uitspraak

(znw, de)
(1) (uitspraak van een woord) hatsuon 発音. ¶ Als ik een fout maak in de uitspraak, verbeter mij dan alsjeblieft. Dou ka hatsuon de ayamari ga attara naoshite kudasai. どうか発音で誤りがあったら直してください
(2) (accent) namari なまり [訛り] ¶ Hij is een buitenlander, zoals duidelijk is aan zijn uitspraak. Namari kara akiraki de aru you ni, kare wa gaikokujin da. なまりから明らかであるように、外国人だ。
(3) (een bewering) shuchou 主張. ¶ Het is belangrijk om erop te wijzen dat de uitspraak die hij deed ongefundeerd is. Kare no shuchou ni wa konkyo ga nai koto ni chuui suru koto ga juuyou de aru. 主張には根拠ないこと注意することが重要である。
(4) (in sport) hantei 判定. ¶ De aanvoerder protesteerde bij de scheidsrechter tegen de uitspraak. Kyapten wa sono hantei ni taishite refurii ni kougi shita. キャプテンはその判定に対してレフリーに抗議した。
(5) (juridisch) senkoku 宣告; shinpan 審判; hanketsu 判決. ¶ De uitspraak was in het voordeel van de gedaagde. Hanketsu wa hikoku ni yuuri datta. 判決は被告に有利だった。(TTP)

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <verbeteren>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
増進する zoushinsuru bevorderen; vooruitbrengen; verbeteren
添削する tensakusuru verbeteren; corrigeren; nakijken
訂正する teiseisuru verbeteren; corrigeren; herzien; rechtzetten; rectificeren
手入れする teiresuru (1) verbeteren; de kwaliteit; waarde vermeerderen; in orde brengen; bewerken; bijschaven; onder handen nemen; repareren; [m.b.t. tuin] onderhouden; verzorgen; netjes maken; opknappen; fatsoeneren; herstellen; een (onderhouds)beurt geven; [i.h.b.] bijknippen; [i.h.b.] trimmen; (2) [m.b.t. politie] een overval uitvoeren op; een razzia houden; binnenvallen; een inval doen
直る naoru (1) in orde komen; goed komen; zich herstellen; beteren; verbeteren; bijkomen; [m.b.t. sombere lucht e.d.] ophalen; [i.h.b. beurst.] aantrekken; weer in goede staat raken; gecorrigeerd raken; rechtgezet raken; gerectificeerd raken; verholpen raken; afgeleerd raken; (2) hersteld raken; gerepareerd raken; gemaakt raken; opgeknapt raken; geheeld raken; gekalfaat raken; gekalfaterd raken; [van een hebbelijkheid] afraken; (3) promoveren [i.h.b. tot hoofdvrouw]; opklimmen (tot); [tot een hogere staat] overgaan
直す naosu (1) [m.b.t. fout] goedmaken; herstellen; [pregn.] maken; redresseren; corrigeren; verbeteren; ophalen; rechtzetten; rechttrekken; rechtbreien; rectificeren; in de juiste stand zetten; in orde brengen; opknappen; bijwerken; [een euvel, gebrek e.d.] verhelpen; [zich; iem. een gewoonte enz.] afleren; afhelpen (van); (2) herstellen; repareren; maken; opknappen; helen; kalfaten; kalfateren; (3) wijzigen; veranderen; herzien; hervormen; omzetten; transponeren; ombuigen; omschakelen; converteren; omwisselen; (4) vertalen; overbrengen; overzetten; (5) verheffen tot; transcenderen; doen rijzen tot; promoveren tot; (6) opnieuw ~; nog eens ~; van voren af aan ~; over-; her-; re-; om- [aangesloten op de ren'yōkei van dōshi]
進歩する shinposuru vooruitgaan; voortschrijden; vorderen; voortgaan; vooruitkomen; opschieten; vooruitgang boeken; vorderingen maken; avanceren; verbeteren
修正する shuuseisuru verbeteren; corrigeren; wijzigen; modificeren; herstellen; emenderen; rectificeren; rechtzetten; bijwerken; herzien; redresseren; [i.h.b.] amenderen; [i.h.b., fig.] bijsturen
上達する joutatsusuru (1) vooruitgang boeken; maken (met); vooruitgaan; vorderen; vorderingen maken; beter worden; verbeteren; vaardig; kundig; behendig; bedreven worden; (2) tot een hogere instantie doordringen; bij iems. meerdere bekend worden
磨く migaku (1) oppoetsen; polijsten; bijschaven; beschaven; opwrijven; gladden; gladmaken; schrobben; [銀器を] opglanzen; [レンズを] slijpen; wetten; afslijpen; [研磨輪で] leppen; lappen; [石を] behakken; [歯を] poetsen; glanzen; doen glimmen; [ダイヤモンドを] afzoeten; schoonschuren; [皮革を] slichten; (2) [fig.] bijvijlen; vijlen aan; verfijnen; verbeteren; vervolmaken; bijschaven; [ラテン語を] ophalen; opfrissen; opvijzelen; opkrikken; bijspijkeren; oefenen; vormen; ontwikkelen; trainen; (3) [心を] met zichzelf in het reine komen; aan zichzelf schaven; ondeugd uit z'n hart bannen; aan zichzelf werken; zich beteren; verbeteren
見直す minaosu (1) herbekijken; heroverwegen; opnieuw bekijken; opnieuw overwegen; opnieuw onderzoeken; (2) hoger (weten te) waarderen; een betere opinie krijgen van; een hogere dunk krijgen; hoger achten (vanwege); opnieuw erkennen; herwaarderen; ; aantrekken [van de markt enz.]; bijtrekken; zich herstellen; opleven; ten goede keren; verbeteren; beter worden [van patiënt enz.]; er weer bovenop komen
校正する kouseisuru [drukw.] proeflezen; corrigeren; verbeteren; nalezen; persklaar maken
高める takameru ophogen; doen stijgen; verhogen; hoger maken; verheffen; opkrikken; opvijzelen; doen toenemen; opdrijven; opvoeren; op een hoger peil; niveau; plan brengen; versterken; intensiveren; verbeteren; [comp.] upgraden
正す tadasu (1) verbeteren; corrigeren; rechtzetten; rectificeren; goedmaken; (2) weer in orde brengen; herstellen; beteren; rechten; rechtbuigen; rechttrekken; fatsoeneren; (3) [是非を] toetsen; nagaan; onderzoeken; beproeven
kyou verbeteren; corrigeren; rechtzetten
破る yaburu (1) scheuren; stuktrekken; stukscheuren; doorscheuren; verscheuren; rijten; (2) breken; stukmaken; vernielen; afbreken; [een deur] inbeuken; forceren; openbreken; inslaan; [een ruit] intikken; stukslaan; verbrijzelen; [een muur] doorslaan; uitbreken; (3) [openbare orde] verstoren; [iemands droom] aan scherven slaan; [de harmonie] verbreken; [de stilte] doorbreken; [een record] verbeteren; breken; (4) [iemands plannen] doorkruisen; dwarsbomen; verijdelen; frustreren; (5) [zijn belofte] schenden; inbreken in [een gebouw]; [een bank] kraken; [een traditie] loslaten; [spelregels] overtreden; inbreuk maken op [iemands rechten]; met voeten treden; zondigen tegen [een gebod]; (6) ontsnappen uit [de gevangenis]; heenbreken door [een barrière]; uitbreken uit; (7) [de vijand] verslaan; overwinnen; [de tegenstander] kloppen; (8) verwonden; wonden; een wond toebrengen aan; kwetsen; blesseren; bezeren; [de huid] openhalen; (9) krenken; grieven; deren; aantasten; ontstemmen
改良する kairyousuru verbeteren; beter maken; [veroud.] beteren; hervormen; verfijnen; [i.h.b.] aanpassen; [w.g.] amelioreren
改善する kaizensuru verbeteren; vooruitgaan; (iets) beter maken
改正する kaiseisuru reviseren; aanpassen; verbeteren; hervormen
上がる agaru 26. [hon.] eten; drinken; nemen; nuttigen; gebruiken; ; (1) [段を] opgaan; oplopen; opkomen; [坂を] opklimmen; beklimmen; [二階に] naar boven gaan; komen; (2) [幕が] opgaan; [遮断機が] omhooggaan; [狼煙; 花火が] opstijgen; omhoogstijgen; de lucht in gaan; omhoogvliegen; [煙が] optrekken; [火の手が] oplaaien; [旗が] in top gaan; gehesen worden; [表彰の額が] opgehangen worden; [馬が] steigeren; [髪が] recht overeind gaan staan; te berge rijzen; [神が] opvaren; verrijzen; ten hemel klimmen; [声が] zich verheffen; geslaakt worden; [歓声が] weerklinken; [名が] beroemd worden; (3) [草が] uit de grond komen; uitkomen; opgroeien; opschieten; oprijzen; omhoogrijzen; opwassen; kiemen; (4) [水から] uit het water komen; [風呂から] uit bad komen; [陸に] op het droge komen; aan land gaan; landen; (5) [事実が] aan het licht komen; aan de dag komen; aan de oppervlakte komen; bovenkomen; gevonden worden; blijken; zich voordoen; zich manifesteren; optreden; [証拠が] voorhanden komen; [成果が] resultaat opleveren; [効果が] effect sorteren; uitwerking hebben; (6) [物価; 血圧; 気温が] stijgen; oplopen; opslaan; klimmen; toenemen; hoger worden; [econ.] aantrekken; [程度が] aan kracht winnen; verhevigen; groter worden; groeien; aangroeien; vermeerderen; [右肩が] hoger uitkomen; (7) [初舞台で] flippen; panikeren; de kluts kwijtraken; van de wijs raken; [Belg.N.] de trac in z'n lijf krijgen; (8) [利益が] opbrengen; opleveren; afwerpen; geven; afkomen; voortkomen; (9) [地位が] promotie maken; promoveren; klimmen; opklimmen; bevorderd worden; zich opwerken; (10) 10. [成績; 腕前が] verbeteren; vooruitgang boeken; [男ぶりが] er knapper op worden; opknappen; [意気が] opleven; opkikkeren; opgemonterd raken; opfleuren; [調子が] op dreef komen; op gang komen; in de stemming raken; (11) 11. [大学に] aan de universiteit komen; [学校に] voor het eerst naar school gaan; beginnen; overgaan; (12) 12. [座敷に] binnengaan; binnenkomen; binnentreden; ingaan; [舞台に] op het toneel komen; ten tonele komen; op het toneel verschijnen; opgaan; optreden; [妓楼に] bezoeken; naar de hoeren gaan; [お屋敷に] in dienst gaan; (13) 13. [京都で] naar het noorden gaan; noordwaarts reizen; noordelijk trekken; [田舎から] naar het stedelijk gebied gaan; naar de grote stad; hoofdstad overkomen; [大阪で] naar het kasteel gaan; (14) 14. teruggaan in tijd; opklimmen; dateren van; uit; (15) 15. [仕事が] ten einde komen; afkomen; klaarkomen; gereedkomen; voltooid worden; afraken; (16) 16. [双六; トランプ; マージャンで] winnen; uit zijn; (17) 17. [雨が] ophouden; optrekken; [夕立が] wegtrekken; overgaan; [脈; 月経; つわりが] stoppen; aflopen; [乳が] minder melk beginnen geven; aflaten; [バッテリーが] het laten afweten; leeglopen; (18) 18. [魚; 貝; 虫が] sterven; [草木が] afsterven; verdorren; verwelken; [蚕が] zich verpoppen; beginnen te spinnen; (19) 19. [商売が] kwakkelen; sukkelen; (20) 20. [犯人が] gearresteerd worden; gevat worden; aangehouden worden; ingerekend worden; gesnapt worden; opgepakt worden; (21) 21. [領地; 役目が] verbeurdverklaard worden; geconfisqueerd worden; (22) 22. [お灯明が] geofferd worden; gebracht worden; geschonken worden; (23) 23. [貴人の膳が] afgeruimd worden; (24) 24. [天ぷらが] gefrituurd worden; gebakken worden; (25) 25. [hum.] gaan; op bezoek gaan; komen; z'n opwachting maken bij; langsgaan; langskomen; ; (1) 27. […~] klaar-; af-; gereed-; (2) 28. […~] hevig …; intens …; compleet …; (3) 29. […~] [krachtterm]
改まる aratamaru (1) zich vernieuwen; door iets nieuws vervangen worden; [年が] wisselen van oud naar nieuw; (2) beter worden; verbeteren; erop vooruitgaan; (3) vormelijk zijn; formeel zijn; stijf zijn; ceremonieus zijn; (4) [病勢が] kritiek worden; hachelijk worden
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.47 sec. jiten.nl: 7 treffers, warandict: 21 treffers (zoekopdracht: 'verbeteren', strategie: exact). 
2005-2020